Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BO0096

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-10-2010
Datum publicatie
12-10-2010
Zaaknummer
465537/CV EXPL 10-5931
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Effectenlease-overeenkomst. Eiseres stelt dat gedaagde de effectenlease-overeenkomst van wijlen haar partner heeft overgenomen en dat zij op grond van de door haar getekende vaststellingsovereenkomst zijn schuld nu moet voldoen. De vordering wordt afgewezen. Niet alleen heeft gedaagde enkel een eenzijdige verklaring wijziging tenaamstelling ondertekend, dat iets anders is dan een contractsovername, maar ook geldt dat voor zo'n overname de akkoordverklaring en medewerking van de oorspronkelijke contractspartner of diens erfgenaam nodig is. Gedaagde is geen erfgename, en van een akkoordverklaring/medewerking van een erfgenaam is niets gebleken. Omdat geen sprake is van een effectenlease-overeenkomst waarmee de vaststellingsovereenkomst verband houdt, blijft de vaststellingsovereenkomst buiten effect.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 465537/CV EXPL 10-5931

datum uitspraak: 7 oktober 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de buitenlandse vennootschap VARDE INVESTMENTS (IRELAND) LIMITED

te Dublin, Ierland

eiseres in conventie

verweerster in reconventie

hierna te noemen Varde

gemachtigde Swier & Van der Weijden gerechtsdeurwaarders

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde in conventie

eiseres in reconventie

hierna te noemen [gedaagde]

mr. F. van der Hoek

In conventie en in reconventie

De procedure

Varde heeft [gedaagde] op 20 april 2010 gedagvaard en gevorderd (in conventie) conform de dagvaarding. [gedaagde] heeft geantwoord en een tegenvordering (in reconventie) ingesteld.

Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, hebben partijen over en weer schriftelijk gereageerd, Varde als laatste.

De feiten

Dexia Bank Nederland N.V. (hierna: Dexia) is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V. te Amsterdam die op haar beurt rechtsopvolgster is van Legio Lease B.V. Waar hierna over Dexia wordt gesproken, worden haar rechtsvoorgangsters daaronder begrepen.

Wijlen de he[XXX] (hierna: de erflater) is met Dexia de in de dagvaarding bedoelde effectenleaseovereenkomst met nummer 74580495 aangegaan. Die leaseovereenkomst is beëindigd en de opbrengst van de verkoop van de aandelen was onvoldoende om de lening te voldoen.

De vordering in conventie

Varde vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 9.083,55 vermeerderd met de wettelijke rente over € 7.053,80 vanaf 10 januari 2008.

Varde stelt daartoe onder meer het volgende.

Bij overeenkomst van 22 februari 2002 heeft [gedaagde] de effectenleaseovereenkomst overgenomen van haar rechtsvoorganger, de erflater. Dexia heeft [gedaagde] na de beëindiging een eindafrekening gestuurd. [gedaagde] heeft de restsom niet aan Dexia voldaan. [gedaagde] is vervolgens de met haar aangegane vaststellingsovereenkomst, het zogenoemde Dexia aanbod, ondanks aanmaning niet nagekomen. Dexia heeft haar vordering op [gedaagde] aan Varde geleverd door akte van cessie en mededeling aan [gedaagde] bij brief van 10 januari 2008. [gedaagde] moet nu de hoofdsom van € 7.053,80, vermeerderd met € 971,69 aan rente tot 10 januari 2008, de verdere rente en € 1.058,06 voor buitengerechtelijke incassokosten aan Varde voldoen.

Het verweer in conventie en het geschil in reconventie

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop, voor zover van belang, bij de beoordeling van het geschil zal worden ingegaan. Verder heeft [gedaagde] een tegeneis ingesteld tot terugbetaling van € 186,76 met de wettelijke rente daarover.

Deze eis in reconventie heeft [gedaagde] bij repliek in reconventie, na het verweer van Varde, ingetrokken.

De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie

1. Gegeven de omstandigheid dat Varde gevestigd is in Ierland, draagt de vordering een internationaalrechtelijk karakter en zal de kantonrechter vooreerst ambtshalve zijn rechtsmacht alsmede het op de vordering toepasselijk recht beoordelen.

2. Op de voet van het EEX verordening en met name de artikelen 15 en 16 is de Nederlandse rechter bevoegd omdat [gedaagde], die in deze zaak consument is, in Nederland woont.

De verhouding tussen de rechtsvoorganger van Varde en de rechtsopvolger van de erflater betreft een overeenkomst waarop Nederlands recht van toepassing is. Door de cessie is dat niet veranderd.

3. Waar de vaststellingsovereenkomst betrekking heeft op de afwikkeling van de effectenleaseovereenkomst, welke is aan te merken als huurkoopovereenkomst (aldus HR 28 maart 2008, LJN BC2837), acht de kantonrechter zich op grond van artikel 93 aanhef en onder c Rv absoluut bevoegd om van de vordering van Varde kennis te nemen.

4. Ten aanzien van de vordering in conventie oordeelt de kantonrechter als volgt.

5. De vordering van Varde ziet op de nakoming door [gedaagde] van de met haar gesloten vaststellingsovereenkomst ter zake van de volgens Varde tussen partijen geldende effectenlease¬overeenkomst.

Uit de stellingen van partijen en de stukken blijkt dat de effectenleaseovereenkomst niet tussen Dexia en [gedaagde] is gesloten maar tussen Dexia en de levenspartner van [gedaagde], erflater [XXX], die op 6 december 2001 is overleden.

6. Varde baseert haar vordering op [gedaagde] op de verklaring van [gedaagde] van 22 februari 2002 waarin zij aangeeft akkoord te gaan met de wijziging van de tenaam¬stelling van de overeenkomst die ten name staat van de erflater, op de bevestiging daarvan door Dexia en op de ondertekening van het aanmeldingsformulier Dexia Aanbod door [gedaagde] op 10 juni 2003. Volgens Varde is [gedaagde] daarmee een vaststellings¬overeenkomst met Dexia aangegaan ter zake van de door [gedaagde] overgenomen effectenleaseovereenkomst.

7. In de voorwaarden van die vaststellingsovereenkomst is onder meer bepaald (kort samengevat) dat de deelnemer afstand doet van alle gepretendeerde rechten (met inbegrip van maar niet beperkt tot enig recht op schadevergoeding of vernietiging) uit hoofde van of verband houdend met de effectenleaseovereenkomst en dat de deelnemer afstand doet van het recht om de overeenkomst te ontbinden en/of te vernietigen op de grond dat, naar achteraf mocht blijken, één der partijen niet een juiste voorstelling van zaken had met betrekking tot de feiten en/of omstandigheden die voor één en/of beide partij(en) voor het aangaan van de overeenkomst van belang zijn geweest.

8. De vraag die zich in deze zaak voordoet is of er sprake is van een overeenkomst waar de vaststellingsovereenkomst betrekking op heeft. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat dat niet het geval is en zij vindt daarbij de kantonrechter aan haar zijde.

9. Voor een contractsovername als door Varde gesteld is immers meer nodig dan de als productie 5 overgelegde eenzijdige verklaring van [gedaagde] van 22 februari 2002 en de brief van Dexia van 5 maart 2002 waarin is gemeld dat het verzoek van [gedaagde] tot wijziging tenaamstelling is doorgevoerd.

Niet alleen was hier sprake van een akkoordverklaring wijziging tenaamstelling hetgeen iets anders is dan een contractsovername, maar voor contractsovername is naast de verklaring van de overnemer onder meer nodig de akkoordverklaring en medewerking van de beschikkingsbevoegde zijnde de oorspronkelijke contractspartner of diens rechtsopvolger.

[gedaagde] wijst in dat verband erop dat Dexia zich daarvan ook bewust was, gelet op artikel 4 van haar algemene voorwaarden behorende bij de effectenleaseovereenkomst waarin staat dat indien de lessee overlijdt, zijn erfgenamen de overeenkomst naar keuze kunnen voortzetten of kosteloos beëindigen.

10. Vast staat dat de erflater geen akkoordverklaring voor overname heeft gegeven. Verder heeft [gedaagde] onweersproken gesteld dat zij geen erfgenaam is van de erflater en dat [gedaagde] dus niet zijn rechtsopvolgster is onder algemene titel, dat de erflater geen testament heeft achtergelaten en dat zijn zoons de erfenis hebben verworpen. Van een akkoordverklaring van een rechtsopvolger van de erflater is niets gesteld of gebleken.

Van een contractsovername door [gedaagde] kan dan ook geen sprake zijn geweest.

11. Dat leidt tot de conclusie dat er geen sprake was en is van een effectenleaseovereenkomst tussen Dexia en [gedaagde] waarmee de vaststellingsovereenkomst verband houdt, zodat die vaststellingsovereenkomst buiten effect blijft. De op die vaststellingsovereenkomst gebaseerde vordering moet daarom als ongegrond worden afgewezen.

12. Omdat [gedaagde] de vordering in reconventie heeft ingetrokken, blijft dat geschil verder buiten behandeling.

13. Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

14. De proceskosten in conventie komen voor rekening van Varde omdat deze in het ongelijk wordt gesteld. [gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten die in reconventie aan de zijde van Varde zijn gevallen. Gelet op het belang van de vordering in reconventie en de samenhang met de conventie worden die kosten begroot op € 15,00 aan gemachtigdensalaris.

Beslissing

De kantonrechter:

In conventie

- wijst de vordering af;

- veroordeelt Varde tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag worden begroot € 500,00 aan salaris van de gemachtigde, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer RBS 56.99.90.629 ten name van MvJ arrondissement Haarlem onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer;

In reconventie

- verstaat dat de eis in reconventie buiten behandeling blijft;

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Varde tot en met vandaag worden begroot op € 15,00 aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. Stolp en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.