Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN9214

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
01-10-2010
Datum publicatie
04-10-2010
Zaaknummer
AWB 10/3125, AWB 10/3126, AWB 10/3605 & AWB 10/3606
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bouwvergunning voor realiseren 77 woningen in Spaarndam.

Niet in geschil is dat de bouwplannen in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan. Verweerder was derhalve gehouden, nadat het bestemmingsplan rechtskracht had verkregen, de gevraagde bouwvergunningen te verlenen. Tegelenjurisprudentie ook onder de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening. Ingevolge deze jurisprudentie kan aan de rechtskracht van een eenmaal verleende bouwvergunning niet afdoen een latere vernietiging van een goedkeuringsbesluit van een bestemmingsplan. De mogelijkheid van een vernietiging door de Afdeling van het besluit tot vaststelling van het plan levert dan ook geen termen op voor een schorsing van de op basis van dit plan verleende bouwvergunningen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 8:86
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2011/79
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummers: AWB 10 - 3125, 10 - 3126, 10 - 3605 en 10 - 3606

uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 oktober 2010

in de zaken van:

Van Geldorp B.V.,

gevestigd te Spaarndam,

[naam 1],

wonende te [woonplaats],

[naam 2],

wonende te [woonplaats],

eisers,

gemachtigde: mr. K. van der Leij, advocaat te Hoofddorp,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmerliede en Spaarnwoude,

verweerder,

gemachtigde: mr. E.A. Minderhoud, advocaat te Amsterdam,

derde partij,

SpaarneBuiten vof,

gevestigd te Zoetermeer,

gemachtigde: mr. H.C. Lagrouw, advocaat te Amsterdam.

1. Procesverloop

Bij besluiten van 1 juni 2010 heeft verweerder bouwvergunningen verleend voor het plaatsen van in totaal 77 woningen nabij de [locatie].

Tegen deze besluiten hebben eisers bij brief van 25 juni 2010 bezwaar ingesteld. Verweerder heeft dit bezwaar ter behandeling als beroep doorgezonden naar de rechtbank. Bij brief van 28 juni 2010 is tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De zaken zijn behandeld ter zitting van 24 augustus 2010, alwaar in persoon zijn verschenen [naam 1] - mede aanwezig namens Van Geldorp B.V. - [naam 2], bijgestaan door hun gemachtigde voornoemd. Verweerder is verschenen bij gemachtigde voornoemd, vergezeld van M.E. Driessen, werkzaam bij de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude.

Voorts zijn verschenen voor Spaarne Buiten vof, M.G. Otten en diens gemachtigde mr. J.A.H. van der Grinten, kantoorgenoot van gemachtigde voornoemd.

Bij beslissing van 6 september 2010 heeft de voorzieningenrechter bepaald dat het onderzoek wordt heropend teneinde partijen in de gelegenheid te stellen te reageren op de uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 augustus 2010 (zaaknummer 201002780/6/R1).

Na ontvangst van de reacties van alle partijen is het vooronderzoek op 13 september 2010 gesloten. Partijen hebben de voorzieningenrechter toestemming gegeven de zaken zonder nadere zitting af te doen.

2. Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 8:86, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om een voorlopige voorziening hangende het beroep bij de rechtbank is gedaan en hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.

De in het onderhavige geval verkregen informatie is van dien aard dat nader onderzoek geen relevante nieuwe gegevens zal opleveren. Ook overigens bestaat geen beletsel om met toepassing van voormeld wettelijk voorschrift onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak te doen.

2.2 De bouwplannen zien op de bouw van in totaal 77 woningen in het project Spaarne Buiten.

2.3 De raad van de gemeente heeft op 26 januari 2010 het bestemmingsplan “Woongebied SpaarneBuiten” vastgesteld. Dit bestemmingsplan heeft rechtskracht verkregen nadat een door een derde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) ingediend verzoek om voorlopige voorziening ter zake de vaststelling van het bestemmingsplan is ingetrokken.

2.4 Niet in geschil is dat de bouwplannen in overeenstemming zijn met dit bestemmingsplan. Verweerder was derhalve gehouden - na het voormelde verkrijgen van rechtskracht - de gevraagde bouwvergunningen te verlenen.

2.5 De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding het thans bestreden besluit te schorsen. Een zodanige aanleiding bestaat ook niet in het gegeven dat eisers op 22 maart 2010 bij de Afdeling beroep hebben ingesteld tegen het bestemmingsplan alsmede dat op 25 juni 2010 tevens is verzocht een voorlopige voorziening te treffen en de Afdeling deze voorziening bij uitspraak van 27 augustus 2010 ook daadwerkelijk heeft getroffen in de vorm van een schorsing van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan.

2.6 Immers, de uitgangspunten van de onder de voormalige Wet op de Ruimtelijke ordening gevormde zogenoemde Tegelenjurisprudentie doen naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook onder de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening opgeld. Ingevolge deze jurisprudentie kan aan de rechtskracht van een eenmaal verleende bouwvergunning niet afdoen een latere vernietiging van een goedkeuringsbesluit van een bestemmingsplan. De mogelijkheid van een vernietiging door de Afdeling van het besluit tot vaststelling van het plan levert dan ook geen termen op voor een schorsing van de op basis van dit plan verleende bouwvergunningen. Aan de belangen van derden wordt voldoende tegemoet gekomen door de mogelijkheid van het vragen van een voorlopige voorziening bij de Afdeling gedurende de termijn waarbinnen beroep tegen het bestemmingsplan kan worden ingesteld, nu het vragen van een zodanige voorziening verhindert dat het bestemmingsplan rechtskracht verkrijgt. Dat eisers een zodanige voorlopige voorziening niet tijdig - want eerst op 25 juni 2010 - hebben ingesteld, komt voor hun rekening en risico. Hetgeen eisers hebben aangevoerd omtrent het vertrouwensbeginsel - onder meer dat verweerder hen om meerdere redenen had dienen te informeren over het voornemen om de gevraagde vergunningen na het van kracht worden van het bestemmingsplan ook daadwerkelijk op basis daarvan te verlenen en niet de aanvankelijk gestarte artikel 19–procedure te continueren - kan hieraan niet afdoen.

2.7 Het vorenstaande zou slechts anders zijn, indien zou moeten worden aangenomen dat tegen de besluiten tot verlening van de bouwvergunningen geen beroep, doch bezwaar openstaat. In dat geval kan zich immers de situatie voordoen dat ten tijde van de beslissing op de bezwaren een ander planologisch kader geldt dan thans het geval is. Voor een dergelijke aanname bestaat evenwel geen grond nu uit de stukken genoegzaam blijkt dat ook ten aanzien van de bouwvergunningen de uniforme openbare voorbereidingsprocedure is gevolgd, hetgeen betekent dat ingevolge artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht tegen de bouwvergunningen geen bezwaar doch uitsluitend beroep openstaat.

2.8 De beroepen van eisers zijn gezien het voorgaande ongegrond. Gelet hierop zullen de verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart de beroepen ongegrond;

- wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af;

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Ludwig, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Y.R. Boonstra-van Herwijnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2010.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat uitsluitend voorzover het de hoofdzaak betreft hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.