Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN8314

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
28-07-2010
Datum publicatie
24-09-2010
Zaaknummer
163527 - HA ZA 09-1608
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Non-conformiteit zeewaardig zeiljacht. Tussenvonnis, deskundigenbenoeming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 163527 / HA ZA 09-1608

Vonnis van 28 juli 2010

in de zaak van

[EISERES],

wonende te Bussum,

eiseres,

advocaat mr. F.J. Hommersom,

tegen

[GEDAAGDE],

wonende te Haarlem,

gedaagde,

advocaat mr. M.J.F.A. Mutsaers.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 januari 2010,

- het proces-verbaal van comparitie van 31 maart 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] was eigenaar van een stalen zeiljacht genaamd Anna Lezah, type Goderich 37 TedBrewer, bouwjaar 1982 (hierna: de Anna Lezah).

2.2. In het voorjaar van 2007 zijn in opdracht van [gedaagde] door Demir Marine te Turkije werkzaamheden uitgevoerd aan de Anna Lezah.

Naar aanleiding van vragen van [eiseres] aan Demir Marine, heeft [A] in augustus 2009 bij e-mailbericht aan [eiseres] onder meer het volgende bericht:

There a couple of spots where we had changed some plates on the hull as you see in the pictures. And then we spot painted the boat. That is all what we have done on her.

2.3. [gedaagde] heeft eind november 2007 via een advertentie op de website www.botentekoop.nl de Anna Lezah te koop aangeboden.

2.4. Bij e-mailbericht van 8 december 2007 heeft [eiseres] een bod op de Anna Lezah uitgebracht. In dit e-mailbericht heeft [eiseres] [gedaagde], voor zover van belang, als volgt bericht:

Naar aanleiding van ons telefoongesprek van hedenmiddag (08-12-2007), zijn wij bereid de vraagprijs van Eur 42.500,- te betalen. We doen dit zo snel, om niet achter het net te vissen! We hebben deze beslissing genomen in de veronderstelling dat de foto’s die we gezien hebben en de foto’s die u, zoals afgesproken nog zal opsturen, de werkelijkheid weergeven.

We gaan ervanuit dat het schip geen verborgen gebreken heeft en uiteaard goede zeileigenschappen zal vertonen en dat dat alles wat u ons verteld heeft op waarheid berust.

Neemt niet weg dat wij het schip nog een keer willen zien omtrend begin januari 2008. Hiermee kunt u uw schip zogoed als verkocht beschouwen.

2.5. Op 12 december 2007 heeft [eiseres] samen met haar partner [gedaagde] en zijn partner thuis bezocht. Tijdens dit bezoek heeft [eiseres] 10% van de vraagprijs aanbetaald.

2.6. Op 3 januari 2008 heeft [eiseres] de Anna Lezah bezichtigd in de jachthaven in Turkije. Tevens heeft [eiseres] een proefvaart met de Anna Lezah gemaakt. Vervolgens is op diezelfde datum tussen partijen een schriftelijke koop/verkoopovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot de Anna Lezah en heeft [eiseres] het restant van de overeengekomen koopprijs aan [gedaagde] betaald. In deze overeenkomst is onder meer opgenomen:

De Anna Lezah wordt geleverd met alle uitrusting en toebehoren in de zichtbare toestand waarin zij is bevonden door de koper.

(…)

Op deze overeenkomst is het Nederlands recht van toepassing.

2.7. Bij e-mailbericht van 6 augustus 2009 heeft [eiseres] [gedaagde] onder meer het volgende bericht:

Zoals jullie dit voorjaar gezien hebben, staat Anna Lezah ter reparatie in de steigers op het droge. Deze week is ons door verschillende ervaren vaklieden duidelijk gemaakt dat het onderwaterschip van Anna Lezah om verschillende redenen niet meer te repareren is, op z’n Hollands gezegd: het is volkomen verrot. Ons wordt aangeraden de gehele huid inclusief de spanten te vernieuwen. De conclusie is dat op het moment dat wij het schip van jullie kochten het reeds in deze deplorabele staat verkeerde, daarom zien wij helaas geen andere mogelijkheid jullie alsnog daarvoor aansprakelijk te stellen.

2.8. Bij e-mailbericht van 9 augustus 2009 heeft [gedaagde] aan [eiseres] onder meer het volgende bericht:

Jullie e-mail van 6 augustus jl. heb ik heden met stomme verbazing gelezen: dat er sprake zou zijn, zoals jullie beweren, van “een geheel verrotte romp”was mij nooit bekend en is ook nimmer geconstateerd!

Dat de Anna Lezah (bijna 30 jaar oud) ca. 20 jaar permanent werd bewoond door de eerste eigenaar en alle zeeën van het westelijk halfrond en de Middellandse Zee heeft bevaren en dus een zeer intensief gebruikt schip is, wisten jullie vooraf. Jullie wisten ook, na de door jullie zelf uitgevoerde inspectie en daaropvolgende proefvaart voor de aankoop, dat het schip (hout en staal) veel onderhoud/restauratiewerk zou vergen.

Nu het schip ruim anderhalf jaar in jullie bezit is, verhaal halen over onderhoud/restauratiewerk, is wat mij betreft misplaatst!

2.9. Op 11 augustus 2009 is de Anna Lezah in Turkije in opdracht van [eiseres] geïnspecteerd door [B] (hierna: [B]). [B] heeft zijn bevindingen neergelegd in een rapport van 20 augustus 2009 (hierna: het expertiserapport). [B] heeft onder meer het volgende verklaard:

The inner hull has been sprayed with polyurethane foam for insulation puposes. Further inspection and repair will require that this foam is removed. (…)

Based upon the evidence seen so far I would estimate that up to 60% of the hull may be affected by corrosion to some degree and further investigation is necessary tot confirm this.

(…)

Conclusion

The sailing vessel Anna Lezah is affected by corrosion of a large proportion of her steel hull. The extent of the corrosion observed so far would affect the strength and integrity of the hull in the case of any collision or accident at sea. It is strongly recommended that further investigation be carried out to determine the full extent of corrosion, and that full repair be undertaken before the vessel is re-launched and sailed.

2.10. Bij brief van 4 september 2009 heeft de advocaat van [eiseres] [gedaagde] aansprakelijk gesteld en [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van drie weken zich uit te laten over de wijze waarop [gedaagde] denkt aan zijn verplichtingen uit de tussen partijen gesloten overeenkomst te voldoen.

2.11. Bij brief van 13 oktober 2009 heeft de advocaat van [eiseres] de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst ingeroepen.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert samengevat - bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- primair een verklaring voor recht dat de tussen partijen gesloten overeenkomst is ontbonden dan wel de tussen partijen gesloten overeenkomst te ontbinden en [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 35.800,-- alsmede de door [eiseres] geleden schade, vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente,

- subsidiair de tussen partijen gesloten overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden, in die zin dat de door [eiseres] verschuldigde koopprijs wordt verminderd met een bedrag nader op te maken bij staat, benodigd om de Anna Lezah in de staat te brengen die [eiseres] bij het aangaan van de koopovereenkomst mocht verwachten, vermeerderd met de door [eiseres] geleden schade, de buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente,

- meer subsidiair de tussen partijen gesloten overeenkomst te vernietigen dan wel de gevolgen van de overeenkomst te wijzigen, in die zin dat de door [eiseres] verschuldigde koopprijs wordt verminderd met een bedrag nader op te maken bij staat, benodigd om de Anna Lezah in de staat te brengen die [eiseres] bij het aangaan van de koopovereenkomst mocht verwachten, vermeerderd met de door [eiseres] geleden schade, de buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente,

- subsidiair en meer subsidiair een deskundige te benoemen die de staat van het schip zal onderzoeken en de mogelijkheid van reparatie en daarmee gemoeide kosten;

- [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, die van een eventuele executie daaonder begrepen.

3.2. [eiseres] heeft aan haar primaire en subsidiaire vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen voortvloeiend uit de overeenkomst. Aangezien er sprake is van een aanzienlijke tekortkoming, rechtvaardigt deze tekortkoming de (gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst, aldus [eiseres]. [eiseres] heeft aan haar meer subsidiaire vordering ten grondslag gelegd dat er sprake is van dwaling nu [eiseres] bij een juiste voorstelling van zaken en kennis van de ware staat van de Anna Lezah deze nooit zou hebben aangeschaft. Volgens [eiseres] is zij door [gedaagde] in deze onjuiste voorstelling van zaken gebracht.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Gelet op de door partijen in de onder 2.6 genoemde overeenkomst gemaakte rechtskeuze, is op de beoordeling van het onderhavige geschil Nederlands recht van toepassing.

4.2. Ter onderbouwing van haar standpunt dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst aan de zijde van [gedaagde], heeft [eiseres] gesteld dat uit de expertise van 11 augustus 2009 door [B] is gebleken dat de stalen romp van de Anna Lezah ernstig is aangetast door corrosie en dat het schip in de huidige toestand niet meer als zeewaardig beschouwd moet worden. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] haar dan ook niet geleverd wat zij op grond van de overeenkomst mocht verwachten, namelijk een schip zonder gebreken. Voorts heeft [eiseres] gesteld dat [gedaagde] zijn mededelingsplicht heeft geschonden door van deze gebreken geen melding te maken bij de totstandkoming van de overeenkomst. Volgens [eiseres] heeft zij nadrukkelijk bij [gedaagde] geïnformeerd naar de goede staat van de Anna Lezah en naar eventuele gebreken. [gedaagde] heeft in reactie daarop [eiseres] niet geïnformeerd over de slechte toestand van het schip. [eiseres] verkeerde dan ook in de overtuiging, daartoe gebracht door [gedaagde], dat het schip zich in een goede staat bevond en zij heeft om die reden afgezien van een nadere technische keuring, aldus [eiseres]. Dat [gedaagde] kennis heeft gehad van de gebreken blijkt volgens [eiseres] uit het feit dat [gedaagde] in 2007 uitgebreide werkzaamheden heeft laten verrichten aan de Anna Lezah door een werf onder zijn eigen instructies en regie en dat hij en zijn partner ook persoonlijk bij deze werkzaamheden aanwezig zijn geweest. [gedaagde] moet toen de roestgaten gezien hebben, aldus nog steeds [eiseres].

4.3. [gedaagde] heeft betwist dat hij tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen voortvloeiend uit de overeenkomst van 3 januari 2008. Volgens [gedaagde] is er dan ook geen grond voor (buitengerechtelijke) ontbinding van de tussen partijen gesloten overeenkomst aangezien hij [eiseres] op 3 januari 2008 een zeewaardig schip verkocht. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft [gedaagde] aangevoerd dat de Anna Lezah in het najaar van 2007 in staat was om van Turkije naar Nederland te varen. De werkzaamheden die [gedaagde] in 2007 aan de Anna Lezah heeft laten uitvoeren betroffen reguliere onderhoudswerkzaamheden met het doel de Anna Lezah terug naar Nederland te kunnen varen. Volgens [gedaagde] mocht hij erop vertrouwen dat Demir Marine goed werk heeft verricht, nu dit een bedrijf is met een goede reputatie in de vaarwereld. Tevens heeft [gedaagde] aangevoerd dat [eiseres] de Anna Lezah daarna anderhalf jaar heeft gebruikt, waarbij het [gedaagde] niet bekend is hoe [eiseres] de Anna Lezah heeft onderhouden. Wel is het [gedaagde] bekend dat de houten opbouw en het dek in ieder geval niet met zorg zijn behandeld door afdekking met een bootskleed en ook heeft regulier onderhoud in 2008 niet plaatsgevonden. Tot slot heeft [gedaagde] aangevoerd dat [B] geen expert is op het gebied van een stalen schip aangezien hij polyesterdeskundige is. Volgens [gedaagde] is zijn conclusie dat de Anna Lezah voor 60% is aangetast door corrosie niet op feiten gebaseerd. [B] spreekt volgens [gedaagde] over “may be effected by corrosion” en geeft aan dat nader onderzoek nodig is om zijn vermoeden te bevestigen.

4.4. Bij de vraag of sprake is van non-conformiteit en daarmee van een tekortkoming, is het in artikel 7:17 BW neergelegde criterium het uitgangspunt. Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen.

4.5. [eiseres] heeft het schip gekocht om ermee te zeilen op zee en [gedaagde] was met deze bedoeling ook bekend. [eiseres] mocht er dan ook van uitgaan dat de Anna Lezah ten tijde van de koop en levering in januari 2008 de eigenschappen bezat die nodig zijn voor het gebruik als zeewaardig zeiljacht.

4.6. [eiseres] stelt dat het schip op het moment van levering voor dat gebruik niet geschikt was, hetgeen door [gedaagde] gemotiveerd wordt betwist. [eiseres] heeft ter zake een bewijsaanbod gedaan. Nu dit bewijs enkel geleverd kan worden door een deskundigenrapport acht de rechtbank het voorshands nodig een deskundigenbericht in te winnen. Voordat daartoe wordt overgegaan, zal de rechtbank partijen verzoeken zich uit te laten over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n), over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen en over de persoon van de te benoemen deskundige(n), waarbij zij dienen aan te geven over welke deskundige(n) zij het eens zijn, dan wel tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben.

4.7. De rechtbank is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige op het gebied van bouw en onderhoud van zeilschepen met stalen romp en dat de navolgende vragen dienen te worden voorgelegd:

1. Is het mogelijk om nu nog vast te stellen in welke staat de stalen romp van de Anna Lezah in januari 2008 verkeerde?

2. Zo nee, waarom niet?

3. Zo ja, was de toestand van de Anna Lezah in januari 2008 zodanig dat geoordeeld kan worden dat het op dat moment een zeewaardig zeiljacht was? Kunt u dit oordeel onderbouwen aan de hand van uw bevindingen en/of de zich in het dossier bevindende foto’s van voorjaar 2007 van de romp van de Anna Lezah?

4. Indien u vraag 3 ontkennend beantwoordt: Kon [gedaagde] als eigenaar van de Anna Lezah in januari 2008 met de staat van de stalen romp van de Anna Lezah bekend zijn? Kunt u dit oordeel onderbouwen aan de hand van uw bevindingen en/of de zich in het dossier bevindende foto’s van voorjaar 2007 van de romp van de Anna Lezah?

5. Indien u vraag 3 ontkennend beantwoordt: Kunt u aangeven wat in januari 2008 de (in redelijkheid vast te stellen) waarde was van de Anna Lezah in de staat waarin deze zich toen bevond? De rechtbank wijst er daarbij volledigheidshalve op dat de verminderde waarde van het gekochte goed niet zonder meer gelijk is te stellen aan de kosten die zijn gemoeid met herstel van dat goed.

6. Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

4.8. Met het oog op de controleerbaarheid en andere praktische aspecten van de deskundigenbenoeming dient naar het oordeel van de rechtbank een Nederlandse deskundige te worden benoemd. De rechtbank realiseert zich dat aan benoeming van een Nederlandse deskundige hoge(re) kosten zijn verbonden, nu de Anna Lezah in Turkije ligt en de deskundige en (mogelijk) partijen dientengevolge (aanzienlijke) reiskosten zullen moeten maken. Nu dit echter het directe gevolg is van de keuze van partijen om de (ver)koop en levering van de Anna Lezah in Turkije te laten plaatsvinden, zullen partijen de gevolgen van die keuze voor lief moeten nemen.

4.9. De rechtbank ziet in de gedingstukken aanleiding om met betrekking tot het voorschot op de kosten van de deskundige(n) af te wijken van het uitgangspunt van de wet, en in dit geval te bepalen dat het voorschot door beide partijen bij helfte zal moeten worden betaald.

4.10. In verband met het noodzakelijke overleg over het deskundigenbericht zal de rechtbank een comparitie bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen. Daarbij kan ook de vraag aan de orde komen of de aan een deskundigenbericht verbonden kosten uit het oogpunt van proceseconomie gerechtvaardigd zijn, hetgeen aanleiding kan zijn om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Uiterlijk veertien dagen voorafgaand aan de comparitie dienen partijen de rechtbank schriftelijk te berichten over de in 4.6 genoemde punten.

4.11. De rechtbank wijst er ten slotte op dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.

4.12. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. E. Jochem in het gerechtsgebouw te Haarlem aan de Jansstraat 81 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

5.2. bepaalt dat de partijen dan in persoon aanwezig moeten zijn,

5.3. bepaalt dat partijen binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk aan de rechtbank ter attentie van de zittingsadministratie handel van de sector civiel - de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de maandagen, dinsdagen, woensdagen en vrijdagen in de maanden september tot en met november 2010 dienen op te geven, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,

5.4. bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

5.5. bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

5.6. wijst partijen er op dat voor de zitting anderhalf uur zal worden uitgetrokken,

5.7. bepaalt dat partijen de rechtbank uiterlijk veertien dagen voorafgaand aan de comparitie schriftelijk dienen te berichten over de in 4.6 genoemde punten,

5.8. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Jochem en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2010.?