Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN7365

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
21-07-2010
Datum publicatie
23-09-2010
Zaaknummer
151690 - HA ZA 08-1426
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voor het antwoord op de vraag of onderzoek door een deskundige moet worden verricht naar de psychische toestand van eiseres, acht de rechtbank niet relevant of eiseres al in de gelegenheid is geweest alle relevante informatie omtrent haar psychische toestand te overleggen. Dit staat immers los van de vraag of voor de beslissing van het geschil het oordeel van een deskundige nodig is. De door de rechtbank te benoemen deskundige zal bij het onderzoek hoe dan ook de psychi(atri)sche voorgeschiedenis van eiseres dienen te betrekken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 151690 / HA ZA 08-1426

Vonnis van 21 juli 2010

in de zaak van

EISERES],

wonende te Utrecht,

eiseres,

advocaat mr. L. Koning te Haarlem,

tegen

[GEDAAGDE],

wonende te Zandvoort,

gedaagde,

advocaat mr. M.C.P.G. Canoy te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 maart 2010

- de akte tevens houdende overlegging producties van 21 april 2010 van [eiseres]

- de akte houdende uitlating deskundigenbericht van 21 april 2010 van [gedaagde]

- de akte uitlating producties van 26 mei 2010 van [gedaagde]

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. De rechtbank heeft bij bovenvermeld tussenvonnis haar voornemen tot het benoemen van een of meer deskundigen kenbaar gemaakt en partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht, over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundigen en over de aan de deskundigen voor te leggen vragen.

2.2. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat de klachten en beperkingen ten gevolge van het handletsel reeds door dr. Sonneveld in kaart zijn gebracht. [eiseres] staat de benoeming van een psychiater als deskundige voor. [eiseres] zoekt voor de aan de deskundige voor te leggen vragen aansluiting bij de vraagstelling die door de projectgroep Medische deskundigen in de rechtspleging van de Vrij Universiteit in samenwerking met de Werkgroep Medische deskundigen is ontwikkeld (hierna: IWMD-vraagstelling). [eiseres] stelt zich voorts op het standpunt dat het voorschot op de kosten van de deskundige door [gedaagde] dient te worden betaald.

2.3. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat onderzoek naar de psychische klachten van [eiseres] achterwege moet blijven, omdat volgens hem, naar de rechtbank begrijpt, uit de stukken en het tussenvonnis al volgt dat [eiseres] voor het ongeval op 9 februari 2007 kampte met psychische klachten en, zo de informatie op dit punt al onvoldoende is, het aan [eiseres] te wijten is dat onvoldoende inzicht bestaat in de oorzaak van de psychische klachten van [eiseres]. Voor zover de rechtbank niettemin mocht concluderen dat een onderzoek naar de psychische toestand van [eiseres] aangewezen is, stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat een psycholoog als deskundige dient te worden benoemd. [gedaagde] stelt zich ten slotte op het standpunt dat daarnaast een chirurg als deskundige dient te worden benoemd om onderzoek te doen naar de vraag of er sprake is van een lichamelijk gebrek dat het gevolg is van het ongeval op 9 februari 2007 en in hoeverre dit gebrek gevolgen heeft voor het dagelijks leven van [eiseres]. [gedaagde] maakt bezwaar tegen deskundigen die [eiseres] voorstelt, omdat niet uitgesloten kan worden dat deze bereid zullen zijn uit welwillendheid zo gunstig mogelijk voor haar te rapporteren. Ten slotte doet [gedaagde] een voorstel voor aan de deskundigen voor te leggen vragen.

2.4. Voor het antwoord op de vraag of onderzoek door een deskundige naar de psychische toestand van [eiseres] dient te worden verricht, acht de rechtbank niet relevant of [eiseres] reeds in de gelegenheid is geweest alle relevante informatie omtrent haar psychische toestand te overleggen. Deze kwestie staat immers los van de vraag of voor de beslissing van het geschil tevens het oordeel van een deskundige nodig is. De rechtbank acht onderzoek door een psychiater in deze fase van de procedure noodzakelijk ter beantwoording van de vragen zoals geformuleerd in r.o. 4.11 van het tussenvonnis van 24 maart 2010. De rechtbank tekent hierbij aan, dat de deskundige bij het onderzoek hoe dan ook de psychi(atri)sche voorgeschiedenis van [eiseres] dient te betrekken, en dat [eiseres] gehouden is aan dat onderzoek mee te werken, in welk verband zij zich bereid heeft verklaard de deskundige een algehele machtiging te verschaffen. De rechtbank verwerpt derhalve het betoog van [gedaagde] dat onderzoek naar de psychische klachten van [eiseres] achterwege kan blijven. De rechtbank verzoekt partijen zich eerst bij hun respectieve conclusies na deskundigenbericht (opnieuw) erover uit te laten of bericht van een andere deskundige noodzakelijk is.

2.5. In de omstandigheid dat [gedaagde] bezwaar maakt tegen de benoeming van de deskundige die door [eiseres] is voorgesteld, ziet de rechtbank aanleiding een andere deskundige te benaderen. De rechtbank heeft […], aangezocht en bereid gevonden de opdracht tot het verrichten van een deskundigenonderzoek te aanvaarden. Aan deze deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.

Voorschot

2.6. Zoals is overwogen in r.o. 4.9. van het tussenvonnis van 24 maart 2010, rust op [eiseres] de last het causale verband tussen de gedraging van [gedaagde] en de door haar opgevoerde schadeposten te bewijzen. De rechtbank ziet derhalve geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige door de eisende partij moet worden gedeponeerd. Welke partij deze kosten uiteindelijk zal hebben te dragen is thans niet aan de orde. Dit voorschot zal daarom door [eiseres] moeten worden betaald.

2.7. De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.8. Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

I. De situatie na het ongeval

1. Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en de ernst van het letsel, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen? Wilt u in uw anamnese vermelden welke beperkingen op uw vakgebied [eiseres] aangeeft in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), loonvormende arbeid en het uitoefenen van hobby’s, bezigheden in recreatieve sfeer en zelfwerkzaamheid?

2. Wilt u op basis van het medisch dossier van [eiseres] een beschrijving geven van:

- de medische voorgeschiedenis van [eiseres] op uw vakgebied;

- de medische behandeling van het letsel van [eiseres] en het resultaat daarvan.

3. Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij het onderzoek van [eiseres] en bij eventueel hulponderzoek?

4. Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van [eiseres] zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek?

5. Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van [eiseres] op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt?

6. Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaaldiagnostische overweging geven?

7. Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij [eiseres] in haar huidige toestand in het dagelijks leven, bij de vrijetijdsbesteding, bij het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden en bij het verrichten van loonvormende arbeid, ongeacht of deze beperkingen voortvloeien uit het ongeval? Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?

8. Welke mate van functieverlies (impairment) kunt u vaststellen op uw vakgebied? Wilt u dit uitdrukken in een percentage volgens de richtlijnen van de American Medical Association (AMA-guides, zesde editie), aangevuld met eventuele richtlijnen van uw eigen beroepsvereniging?

9. Acht u de huidige toestand van [eiseres] zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van het ongeval mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde letsel?

10. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?

11. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?

12. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen als bedoeld in vraag 7?

II De hypothetische situatie zonder ongeval

13. Bestonden voor het ongeval bij [eiseres] reeds klachten en afwijkingen op uw vakgebied die zij thans nog steeds heeft? Wilt u bij de beantwoording van deze vraag aandacht besteden aan mogelijke psychische klachten tijdens haar jeugd en aan de klachten naar aanleiding van het fietsongeval van 2 oktober 2006?

14. Zo ja, kunt u dan aangeven welke beperkingen voor het ongeval uit deze klachten en afwijkingen voortvloeiden en thans nog steeds uit deze klachten en afwijkingen voortvloeien?

15. Zijn er daarnaast op uw vakgebied klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als het ongeval op 9 februari 2007 [eiseres] niet was overkomen?

16. Zo ja, kunt u dan een indicatie geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?

17. Kunt u aangeven welke mate van functieverlies (als bedoeld in vraag 7) en welke beperkingen (als bedoeld in vraag 8) uit deze klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid?

18. Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde niet-ongevalsgerelateerde klachten en afwijkingen?

19. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?

20. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?

21. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 17)?

22. Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

3.2. benoemt tot deskundige:

[…]

het voorschot

3.3. bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:

- de deskundige dient binnen drie weken na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten op te geven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten

- de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen

- partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffie schriftelijk bij de rechtbank bezwaar maken tegen de begroting

- indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag

- indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing,

3.4. bepaalt dat [eiseres] het voorschot dient over te maken op rekeningnummer 56.99.90.629 ten name van MvJ arrondissement Haarlem onder vermelding van "voorschot deskundigenrapport" en het zaak- en rolnummer, en wel binnen twee weken na een daartoe strekkend betalingsverzoek van de griffie,

3.5. draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

3.6. verzoekt de raadsman van [eiseres] uiterlijk op 4 augustus 2010 het procesdossier in afschrift aan de deskundige te doen toekomen,

3.7. bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal verrichten op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.8. wijst de deskundige er op dat:

- de griffie aan de deskundige een brief zal toesturen met informatie over de totstandkoming van deskundigenrapporten,

- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot deskundige dient aan te vangen,

- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

3.9. bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

3.10. draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

3.11. wijst de deskundige er op dat:

- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

- dat de deskundige [eiseres] in de gelegenheid moet stellen om gebruik te maken van haar inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in art. 7: 464 lid 2 onder b BW en, indien [eiseres] als eerste kennis wenst te nemen van het deskundigenrapport, een concept van dat rapport aan [eiseres] (eventueel onder gesloten couvert via haar advocaat) moet toesturen en [eiseres] daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of zij gebruik wil maken van haar blokkeringsrecht (waarbij [eiseres] zich van commentaar op het concept moet onthouden),

- dat, indien [eiseres] binnen die termijn mededeelt dat zij gebruik maakt van haar blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden onmiddellijk moet staken en dit aan de rechtbank moet mededelen,

- dat, indien [eiseres] geen gebruik maakt van haar inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover opmerkingen te maken, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.12. bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het conceptrapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden,

overige bepalingen

3.13. bepaalt dat de zaak op de rol zal komen voor conclusie na deskundigenbericht op een termijn van vier weken na ontvangst ter griffie van het rapport,

3.14. draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

- indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken,

3.15. verklaart de beslissing over de partij die het voorschot moet deponeren uitvoerbaar bij voorraad,

3.16. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Sicking, mr. J.E. van Praag en mr. J.C. van den Bos, en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2010.?