Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN6664

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
11-08-2010
Datum publicatie
10-09-2010
Zaaknummer
154039 - HA ZA 09-133
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident met verschillende eisers in incident.

Niet-ontvankelijkverklaring in incident als gevolg van eiswijziging in de hoofdzaak.

Niet-ontvankelijkverklaring want gronden zijn verweer in de hoofdzaak en kunnen niet worden beoordeeld in een incident.

Bevoegdheid ogv art. 5 EEX-Vo. Plaats van uitvoering verbintenis bepalen aan de hand van Nederlands IPR. Ogv EVO is Nederlands recht van toepassing op verbintenis tot leveren aandelen. Juridische levering aandelen door verlijden akte voor in Nederland standplaats hebbende notaris. Nederlandse rechter bevoegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RO 2010/85

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 154039 / HA ZA 09-133

Vonnis in incident van 11 augustus 2010

in de zaak van

1. de rechtspersoon naar vreemd recht

HADSTOCK LIMITED,

gevestigd te Douglas, Isle of Man,

2. de rechtspersoon naar vreemd recht

FANORDER LIMITED,

gevestigd te Bristol, Verenigd Koninkrijk,

eiseressen in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat mr. J.W. Leedekerken te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

YULMEDIA B.V.,

gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde in de hoofdzaak

eiseres in het incident,

advocaten mr. I.J.A. Tax te Rotterdam,

2. de rechtspersoon naar vreemd recht

JARVAN LIMITED,

gevestigd te Douglas, Isle of Man,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J.P.M. Borsboom te Barendrecht,

3. de rechtspersoon naar vreemd recht

NETLETTER LIMITED,

gevestigd te Bristol, Verenigd Koninkrijk,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J.P.M. Borsboom te Barendrecht,

4. de rechtspersoon naar vreemd recht

GENERAL FACTORING A.S.,

gevestigd te Bratislava, Slowakije,

gedaagde in de hoofdzaak,

niet verschenen,

5. de rechtspersoon naar vreemd recht

EUCONTACT A.G.,

gevestigd te Basel, Zwitserland,

gedaagde in de hoofdzaak,

advocaat mr. M.J. Drop te Amsterdam.

Eisers zullen hierna Hadstock en Fanorder dan wel gezamenlijk Fanorder c.s. genoemd worden. Gedaagden zullen hierna Yulmedia, Jarvan, Netletter, GF en EUcontact dan wel gezamenlijk Yulmedia c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding tevens houdende incidentele vordering tot inzage en afschrift van documenten op grond van artikel 843a Rv

- de incidentele conclusie van de zijde van Yulmedia tot onbevoegdverklaring terzake vorderingen van Hadstock zowel in de hoofdzaak als in het incident artikel 843a Rv, tevens houdende de incidentele conclusie tot niet-ontvankelijkverklaring van Fanorder zowel in de hoofdzaak als in het incident ex artikel 843a Rv

- de incidentele conclusie van de zijde van Jarvan en Netletter tot onbevoegdverklaring in de hoofdzaak en in het incident ex artikel 843a Rv

- de akte van de zijde Fanorder c.s. houdende wijziging eis in de hoofdzaak tevens incidentele conclusie van antwoord

- de antwoordakte met betrekking tot eiswijziging van de zijde van Yulmedia

- de antwoordakte met betrekking tot eiswijziging van de zijde van Jarvan en Netletter.

1.2. Op verzoek van partijen en in het kader van de processuele doelmatigheid is eerst vonnis bepaald in de incidenten tot onbevoegdverklaring en niet-ontvankelijkverklaring.

2. Feiten

2.1. De procedure in de hoofdzaak betreft een vorderingsrecht van ca. € 1,5 miljard op de Tsjechische bank CSOB (hierna: de vordering). Deze vordering werd op 20 december 2004 via een veiling verworven door GF, een onderneming die onder meer het innen van vorderingen als werkzaamheid heeft.

2.2. In 2005 zijn partijen, met uitzondering van EUcontact, een samenwerking aangegaan voor het beheer en de uitwinning van de vordering. Daartoe is in maart en april 2005 een aantal overeenkomsten afgesloten tussen de verschillende partijen.

2.3. In dit kader is onder andere een aandelenkoopovereenkomst (share purchase agreement) (hierna: de aandelenkoopovereenkomst) gesloten met betrekking tot een deel van de aandelen in Yulmedia tussen Netletter als verkoper en Fanorder als koper. De aandelenkoopovereenkomst bepaalt onder meer het volgende:

Article 2.

a Seller [Netletter, toevoeging door rechtbank] declares to have sold with effect from 27th April 2005 (“The Effective Date”) […] to Buyer [Fanorder, toevoeging door rechtbank] and to transfer under this agreement the beneficial ownership, and Buyer declares to have purchased and to accept with effect from the Effective Date under this agreement the beneficial ownership of the Shares.

b The legal ownership of the shares will be transferred effectively as per the date the notarial deed of transfer will be passed before the notary public.

(…)

Article 9

Insofar as parties have a free choice of law the validity construction and performance of this agreement will be governed by the laws of the Netherlands and all disputes arising out of or in connection with this agreement will be brought before the competent Court.

3. De vordering in de hoofdzaak

3.1. Fanorder c.s. vordert na eiswijziging in de hoofdzaak – samengevat –

1. Netletter te veroordelen tot:

a. nakoming van de aandelenkoopovereenkomst door Netletter te gebieden om 50% van de, althans 100 aandelen in het geplaatste kapitaal van Yulmedia aan Fanorder te leveren dan wel te bewerkstelligen dat deze aandelen door EUcontact aan Fanorder worden geleverd;

b. vergoeding van de door Fanorder geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

2. voor recht te verklaren dat Yulmedia en EUcontact onrechtmatig jegens Fanorder hebben gehandeld;

3. Yulmedia te veroordelen tot vergoeding van de door Fanorder geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

4. EUcontact te veroordelen:

a. om bij wijze van schadevergoeding in natura binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis 50% van de, althans 100 aandelen in het geplaatste kapitaal van Yulmedia aan Fanorder te leveren, een en ander op kosten van EUcontact;

b. vergoeding van de door Fanorder geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

4. De beoordeling in de incidenten

Incidentele vordering van Yulmedia

Vordering jegens Hadstock

4.1. Yulmedia heeft gevorderd dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van de vorderingen van Hadstock zowel in de hoofdzaak als in het incident ex artikel 843a Rv kennis te nemen. Yulmedia had daartoe in eerste instantie gesteld dat de rechtbank onbevoegd is, aangezien sprake is van een arbitragebeding. Na de wijziging van eis door Fanorder c.s. heeft Yulmedia daarnaast aangevoerd dat de rechtbank onbevoegd is, omdat de vorderingen na de wijziging uitsluitend strekken ten behoeve van Fanorder en niet meer ten behoeve van Hadstock.

4.2. Met Yulmedia stelt de rechtbank vast dat de vorderingen in de hoofdzaak en het incident ex artikel 843a Rv na de eiswijziging niet langer ten behoeve van Hadstock strekken, en uitsluitend nog betrekking hebben op Fanorder. Gelet daarop is de grondslag komen te ontvallen aan de incidentele vordering van Yulmedia dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart ten aanzien van de vorderingen van Hadstock zowel in de hoofdzaak als in het incident ex artikel 843a Rv. Yulmedia zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard voor wat betreft haar incidentele vordering tegen Hadstock.

Vordering jegens Fanorder

4.3. Voorts heeft Yulmedia gevorderd Fanorder niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen in de hoofdzaak en in het incident ex artikel 843a Rv. Zij voert hiertoe aan dat er tussen Yulmedia en Fanorder geen enkele rechtsrelatie bestaat, dat de stellingen van Fanorder haar vorderingen jegens Yulmedia niet kunnen dragen en dat Fanorder bovendien geen belang heeft bij toewijzing daarvan.

4.4. Fanorder c.s. heeft hiertegen ingebracht dat Yulmedia - die gelet op artikel 2 van de EEX-Verordening (44/2001) (hierna: EEX-Vo) geen grond heeft om de bevoegdheid van de rechtbank te betwisten - bij incident de niet-ontvankelijkheid van de vorderingen jegens Yulmedia bepleit, terwijl de ontvankelijkheid en/of de gegrondheid van de vorderingen pas getoetst kunnen worden in de hoofdzaak.

4.5. De rechtbank stelt vast dat Fanorder c.s. haar vorderingen in de hoofdzaak tegen Yulmedia (onder meer) grondt op de stelling dat Yulmedia onrechtmatig jegens Fanorder heeft gehandeld. Het verweer van Yulmedia dat geen sprake zou zijn van een rechtsrelatie tussen partijen, dat de stellingen van Fanorder haar vorderingen tegen Yulmedia niet kunnen dragen en dat Fanorder geen belang heeft bij toewijzing van haar vorderingen moet in de hoofdzaak aan de orde worden gesteld en daar worden beslist. Het betreft immers niet een (processuele) verwikkeling die los van het geschil in de hoofdzaak en vooruitlopend daarop in een afzonderlijk incident kan en behoort te worden beslist. Nu het gevorderde niet voldoet aan wat in incident aan de rechtbank kan worden voorgelegd, moet Yulmedia niet-ontvankelijk worden verklaard.

Proceskosten

4.6. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Yulmedia worden veroordeeld in de proceskosten, met dien verstande dat de helft van de proceskosten voor rekening van Fanorder c.s. blijft, omdat de niet-ontvankelijkverklaring van Yulmedia voor wat betreft het bevoegdheidsincident jegens Hadstock het gevolg is van de eiswijziging door Fanorder c.s. en Fanorder c.s. dit deel van het vóór de eiswijziging opgeworpen bevoegdheidsincident nodeloos heeft veroorzaakt.

Verzoek om tussentijds hoger beroep open te stellen

4.7. Yulmedia heeft de rechtbank verzocht tussentijds hoger beroep open te stellen ingeval van een eventuele ongegrondverklaring van haar bevoegdheids- en/of ontvankelijkheidsverweer en af te zien van uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het tussenvonnis.

4.8. De rechtbank is van oordeel dat zich, rekening houdende met de wederzijdse belangen van partijen en het wettelijke uitgangspunt van artikel 337 lid 2 Rv, geen bijzondere omstandigheden voordoen die tot toewijzing van het verzoek van Yulmedia zouden moeten leiden. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om tussentijds hoger beroep open te stellen tegen haar beslissing in het incident. Aangezien Yulmedia niet-ontvankelijk zal worden verklaard, is er in het dictum van dit vonnis ten aanzien van Yulmedia geen sprake van enige uitvoerbaarverklaring bij voorraad anders dan ten aanzien van de proceskostenveroordeling. Gesteld noch gebleken is dat Yulmedia beoogd heeft dat uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de proceskostenveroordeling achterwege blijft. Om die reden gaat de rechtbank aan dat verzoek voorbij.

Incidentele vorderingen van Jarvan en Netletter

4.9. Jarvan en Netletter vorderen dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Fanorder c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Vordering van Jarvan

4.10. In het oorspronkelijke petitum van de dagvaarding heeft Fanorder c.s. zowel in de hoofdzaak als in het incident ex artikel 843a Rv de vorderingen mede tegen Jarvan ingesteld. Naar aanleiding daarvan hebben Jarvan en Netletter in eerste instantie ter onderbouwing van hun vordering aangevoerd dat de bevoegdheid van de Nederlandse rechter niet kan worden gebaseerd op de vermeende onrechtmatige daad van Jarvan, nu deze niet in Nederland heeft plaatsgevonden en dat de vordering tegen Jarvan en Yulmedia niet nauw samenhangen, zodat evenmin bevoegdheid van de Nederlandse rechter kan worden aangenomen op grond van het bepaalde in artikel 7 lid 1 Rv. Na de eiswijziging heeft Jarvan aangevoerd dat de vorderingen van Fanorder c.s. zowel in de hoofdzaak als in het incident ex artikel 843a Rv niet meer zijn gericht tegen Jarvan, hetgeen inhoudt dat de vorderingen jegens Jarvan zijn verminderd tot nihil.

4.11. De rechtbank stelt vast dat de vorderingen in de hoofdzaak en in het incident ex artikel 843a Rv na de eiswijziging zich niet langer richten tegen Jarvan. Hiermee is de grondslag aan de incidentele vordering tot onbevoegdheidverklaring komen te ontvallen voor zover deze is ingesteld door Jarvan. Jarvan zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

4.12. De proceskosten van het incident voor zover betrekking hebbend op Jarvan zullen voor rekening worden gebracht van Fanorder c.s., nu de niet-ontvankelijkverklaring het gevolg is van de eiswijziging door Fanorder c.s. en Fanorder c.s. het door Jarvan vóór de eiswijziging opgeworpen bevoegdheidsincident nodeloos heeft veroorzaakt.

Vordering van Netletter

4.13. Netletter heeft betoogd dat de rechtbank onbevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van Fanorder c.s. jegens haar in de hoofdzaak en daarmee tevens in het incident ex artikel 843a Rv. Ter onderbouwing van haar stelling heeft zij verwezen naar het bepaalde in de artikelen 6 sub a en e en 7 Rv.

4.14. De rechtbank stelt vast dat de vordering van Fanorder c.s., na de eiswijziging, voor wat betreft Netletter onder meer inhoudt - kort gezegd - dat de rechtbank Netletter veroordeelt tot nakoming van de aandelenkoopovereenkomst door Netletter te gebieden aandelen Yulmedia aan Fanorder te leveren dan wel te bewerkstelligen dat deze door EUcontact aan Fanorder worden geleverd.

4.15. De rechtbank overweegt dat de bevoegdheid van de rechtbank in dit geval niet moet worden beoordeeld aan de hand van de bevoegdheidsbepalingen in Rv, maar aan de hand van de EEX-Vo, nu het geschil zowel materieel als formeel als temporeel onder het toepassingsgebied van deze verordening valt.

4.16. Fanorder c.s. betoogt dat de Nederlandse rechter bevoegd is aangezien partijen in artikel 9 van de aandelenkoopovereenkomst een forumkeuze hebben gedaan voor de Nederlandse rechter, zodat de rechtbank op grond van artikel 23 EEX-Vo bevoegd is om van de vorderingen tegen Netletter kennis te nemen. Netletter betwist dat artikel 9 van de aandelenkoopovereenkomst inhoudt dat geschillen aan de Nederlandse rechter dienen te worden voorgelegd.

4.17. De rechtbank overweegt dat de bevoegdheidsregel van artikel 23 lid 1 EEX-Vo erop neerkomt dat de rechter bevoegd is van een geschil kennis te nemen die door partijen daartoe is aangewezen. Artikel 9 van de tussen partijen gesloten aandelenkoopovereenkomst bepaalt: “Insofar parties have a free choice of law the validity construction and performance of this agreement will be governed by the laws of The Netherlands and all disputes arising out of or in connection with this agreement will be brought before the competent Court”. Dit artikel bepaalt dat het Nederlandse recht van toepassing is en dat alle geschillen naar aanleiding van de overeenkomst zullen worden aangebracht bij de bevoegde rechter. Zoals Netletter terecht heeft aangevoerd, kan uit deze bewoordingen op zich niet worden afgeleid dat de bevoegde rechter noodzakelijkerwijs de Nederlandse rechter is. Uit de aandelenkoopovereenkomst kan dan ook niet worden afgeleid dat tussen partijen is overeengekomen dat geschillen bij de Nederlandse rechter aanhangig gemaakt dienen te worden. De bevoegdheid van de Nederlandse rechter kan derhalve niet worden gebaseerd op artikel 23 EEX-Vo.

4.18. Subsidiair heeft Fanorder c.s. zich erop beroepen dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van het bepaalde in artikel 5 EEX-Vo, aangezien de levering van de aandelen door Netletter aan Fanorder in Nederland had moeten plaatsvinden.

4.19. Artikel 5 lid 1 sub a EEX-Vo geeft een naast de hoofdregel van artikel 2 EEX-Vo bestaande alternatieve bevoegdheid, inhoudende dat de verweerder ook kan worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. Niet in geschil is dat de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt bestaat in (de verplichting tot) levering van de aandelen van de Nederlandse besloten vennootschap Yulmedia door Netletter aan Fanorder. In aanmerking nemend dat aandelen vermogensrechten zijn en geen roerende lichamelijke zaken, is het bepaalde in artikel 5 lid 1 sub b EEX-vo in dit geval niet van toepassing. Gelet op het bepaalde in artikel 5 lid 1 sub c EEX-Vo dient aan de hand van artikel 5 lid 1 sub a EEX-Vo te worden bepaald waar de levering van de aandelen had moeten plaatsvinden.

4.20. In het arrest Tessili-Dunlop van 6 oktober 1976 (NJ 1977, 169) heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen voor de toepassing van artikel 5 sub 1 EEX-Verdrag beslist dat de plaats waar de verbintenis moet worden uitgevoerd, moet worden bepaald aan de hand van het materiële recht dat volgens de regels van internationaal privaatrecht (hierna: IPR) van de aangezochte rechter op de overeenkomst van toepassing is. Deze rechtspraak is eveneens van toepassing op het bepaalde in artikel 5 lid 1 sub a EEX-Vo. Volgens het Nederlandse IPR dient op grond van het EEG-Verdrag betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: het EVO) te worden beoordeeld welk recht op de overeenkomst van toepassing is. Artikel 3 lid 1 EVO bepaalt dat, indien partijen een rechtskeuze hebben gedaan, de overeenkomst wordt beheerst door het recht dat partijen hebben gekozen. Gegeven de eerder genoemde rechtskeuze van partijen voor het Nederlandse recht in artikel 9 van de aandelenkoopovereenkomst, is Nederlands recht op de overeenkomst van toepassing. Derhalve dient aan de hand van de regels van het Nederlandse recht te worden bezien waar de levering van de aandelen in Yulmedia dient plaats te vinden.

4.21. In artikel 2:196 lid 1 BW is bepaald dat voor de levering van een aandeel in een besloten vennootschap vereist is een daartoe bestemde ten overstaan van een in Nederland standplaats hebbende notaris verleden akte waarbij de betrokkenen partij zijn. De verbintenis waartoe Netletter zich in de aandelenovereenkomst heeft verbonden, te weten het leveren van de aandelen, dient derhalve plaats te vinden in Nederland.

4.22. Netletter heeft in dit verband nog betoogd dat het feit dat de goederenrechtelijke levering van de aandelen bij een in Nederland standplaats hebbende notaris moet plaatsvinden niet betekent dat de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt in Nederland moet worden uitgevoerd. Zij voert hiertoe aan dat de prestatie die van Netletter wordt verlangd, bestaat in het afgeven van een volmacht en een schriftelijke opdracht aan een Nederlandse notaris om de benodigde akte te passeren. Deze van Netletter gevraagde handelingen vinden niet plaats in Nederland, maar ten kantore van Netletter, en dus in het Verenigd Koninkrijk.

4.23. De rechtbank verwerpt dit betoog van Netletter omdat de juridische levering van de aandelen, waartoe Netletter zich op grond van de aandelenkoopovereenkomst heeft verplicht, pas is voltooid door het verlijden van een akte voor een in Nederland standplaats hebbende notaris. Dat Netletter het proces dat leidt tot de levering van de aandelen in gang kan zetten door vanuit het buitenland een opdracht en volmacht op te sturen, maakt niet dat daarmee de plaats waar de verbintenis tot levering van aandelen moet worden uitgevoerd buiten Nederland komt te liggen.

4.24. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van artikel 5 lid 1 sub a EEX-Vo. De incidentele vordering van Netletter tot onbevoegdverklaring in de hoofdzaak zal dan ook worden afgewezen.

4.25. Nu de rechtbank bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen tegen Nedletter in de hoofdzaak, is zij tevens bevoegd voor wat betreft de daarmee samenhangende incidentele vordering ex artikel 843a Rv.

4.26. Netletter zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

5. De beslissing

De rechtbank

in het incident van de zijde van Yulmedia

5.1. verklaart Yulmedia niet ontvankelijk in haar vordering,

5.2. veroordeelt Yulmedia in de helft van de kosten van het incident, aan de zijde van Fanorder c.s. tot op heden begroot op EUR 226,00,

5.3. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in het incident van de zijde van Jarvan en Netletter

ten aanzien van Jarvan

5.4. verklaart Jarvan niet ontvankelijk in haar vordering,

5.5. veroordeelt Fanorder c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van Jarvan tot op heden begroot op EUR 452,00,

5.6. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

ten aanzien van Netletter

5.7. wijst de vordering van Netletter af,

5.8. veroordeelt Netletter in de kosten van het incident, aan de zijde van Fanorder c.s. tot op heden begroot op EUR 452,00,

5.9. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

5.10. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 25 augustus 2010 voor conclusie van antwoord in het incident ex artikel 843a Rv.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J.M. Burg en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2010.?