Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN5557

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
30-07-2010
Datum publicatie
31-08-2010
Zaaknummer
15/700734-09 en 15/760553 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

afpersing; vier maal binnen één maand; medeverdachte; vrijspraak poging overval

Promisuitspraak: Verdachte, ten tijde van plegen delicten 18 jaar oud, is veroordeeld voor vier maal (primair ten laste gelegd) medeplegen afpersing. Eerste ten laste gelegde feit vrijgesproken (poging overval) nu verdachte slechts een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan medeverdachte heeft gegeven, waarmee die medeverdachte een poging tot overval heeft gepleegd. Aan verdachte is een gevangenisstraf opgelegd van vier jaar en zes maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700734-09 en 15/760553-07 (tul)

Uitspraakdatum: 30 juli 2010

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 21 april 2010 en 16 juli 2010 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na een toegelaten wijziging, ten laste gelegd dat:

1.

[medeverdachte] op of omstreeks 06 oktober 2009 te [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, naar die [benadeelde partij] is toegegeaan, terwijl hij, verdachte een bivakmuts over zijn hoofd had gedaan of een zwart shirt voor zijn gezicht had gedaan (om herkenning te voorkomen) en/of een alarmpistool, althans een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft meegenomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en/of

in een videotheek (gevestigd aan [adres]) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 500 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij]. en/of [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] en/of één of meer in die videotheek aanwezige klant(en), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren en/of met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van(ongeveer) 500 Euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij]. en/of [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medev[medeverdachte]] naar die videotheek is gegaan, terwijl een bivakmuts over het hoofd of een (zwart) shirt voor het gezicht droeg, en/of vervolgens

- één- of meerma(a)l(en) een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gericht op en/of getoond[slachtoffer]] en/of

- [slachtoffer] hierbij (opzettelijk dreigend) de woorden heeft toegevoegd "dit is een overval" en/of "geld, geld" en/of "doekoe", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, en/of

- zwaaiende bewegingen heeft gemaakt met dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gericht op één of meer in die videotheek aanwezige klant(en),

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 06 oktober 2009 te [plaats], en/of elders in Nederland (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door het uitlenen van zijn, verdachte's, alarmpistool aan die [medeverdachte];

2.

Primair

hij op of omstreeks 18 oktober 2009 te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in/bij [benadeelde [benadeelde partij] (gevestigd aan de [adres]) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 300 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van (ongeveer) 300 Euro, althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of één of meer mededader(s) naar [benadeelde partij] is/zijn gegaan, waarna verdachte en/of zijn mededaders, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een bivakmuts(en) droeg(en),

- één- of meerma(a)l(en) een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gericht op en/of getoond aan [slachtoffer], en/of

- [slachtoffer] hierbij (opzettelijk dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd "ga naar binnen" en/of "kluis, kluis, ik weet dat hier een kluis is" en/of "ga open maken" en/of (toen het [slachtoffer] niet lukte die kluis te openen) "probeer andere sleutels" en/of "kassa, kassa", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

Subsidiair

[medeverdachte] op of omstreeks 18 oktober 2009 te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in/bij [benadeelde partij] (gevestigd aan de [adres])

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 300 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van (ongeveer) 300 Euro, althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte] en/of één of meer mededader(s) naar [benadeelde partij] is/zijn gegaan, waarna die [medeverdachte] en/of zijn mededaders - terwijl die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) een bivakmuts(en)

droeg(en) -,

- één- of meerma(a)l(en) een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gericht op en/of getoond aan [slachtoffer], en/of

- [slachtoffer] hierbij (opzettelijk dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd "ga naar binnen" en/of "kluis, kluis, ik weet dat hier een kluis is" en/of "ga open maken" en/of (toen het [slachtoffer] niet lukte die kluis te openen) "probeer andere sleutels" en/of "kassa, kassa", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 18 oktober 2009 te [plaats], en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door aan die [medeverdachte] inlichtingen te vertellen dat er bij die [benadeelde partij] geld te halen valt en/of door voorverkenningen te doen bij die [benadeelde partij] en/of door benodigdheden voor de overval te verzamelen en/of door aan die [medeverdachte] kleding te verschaffen om te dragen bij de overval en/of door die [medeverdachte] zijn, verdachte's, alarmpistool te lenen;

3.

Primair

hij op of omstreeks 23 oktober 2009 te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in het [naam hotel] (geves[adres]] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 150 euro, althans enig geldbedrag en/of een envelop, bevattende een geldbedrag van ongeveer 1200 Euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aa[naam hotel]] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of één of meer in dat hotel aanwezige perso(o)n(en), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van (ongeveer) 150 euro, althans enig geldbedrag en/of een envelop, bevattende een geldbedrag van ongeveer 1200 Euro, althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aa[naam hotel]] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of één of meer mededader(s) naar dat hotel is/zijn gegaan, waarna verdachte en/of zijn mededaders, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een bivakmuts(en) droeg(en),

- aan die [slachtoffer 3] (die zich op dat moment buiten het hotel bevond) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft/hebben getoond en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd:"Mee naar binnen", althans woorden van dergelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) (met die [slachtoffer 3]) het hotel is/zijn binnengegaan en/of

- één- of meerma(a)l(en) dat (op een) vuurwapen (gelijkende voorwerp), heeft/hebben gericht op en/of getoond aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of één of meer in dat hotel aanwezige perso(o)n(en), en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of die aanwezige perso(o)n(en) hierbij (opzettelijk dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd "blijf hier" en/of "geld, geld, doe alles in tassen" en/of "is dit het?" en/of "kluis", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

Subsidiair

[medeverdachte] op of omstreeks 23 oktober 2009 te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in het [naam hotel] (geves[adres]] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 150 euro, althans enig geldbedrag en/of een envelop, bevattende een geldbedrag van ongeveer 1200 Euro, althans enig geldbedrag, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aa[naam hotel]] in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of één of meer in dat hotel aanwezige perso(o)n(en), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van (ongeveer) 150 euro, althans enig geldbedrag en/of een envelop, bevattende een geldbedrag van ongeveer 1200 Euro, althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aa[naam hotel]] in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte] en/of één of meer mededader(s) naar dat hotel is/zijn gegaan, waarna die [medeverdachte] een/of zijn mededaders, - terwijl die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) een bivakmuts(en) droeg(en) -,

- aan die [slachtoffer 3] (die zich op dat moment buiten het hotel bevond) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft/hebben getoond en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd: "Mee naar binnen", althans woorden van dergelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) (met die [slachtoffer 3]) het hotel is/zijn binnengegaan en/of

- één- of meerma(a)l(en) dat (op een) vuurwapen (gelijkende voorwerp), heeft/hebben gericht op en/of getoond aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of één of meer in dat hotel aanwezige perso(o)n(en), en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of die aanwezige perso(o)n(en) hierbij (opzettelijk dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd "blijf hier" en/of "geld, geld, doe alles in tassen" en/of "is dit het?" en/of "kluis", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 oktober 2009 te [plaats], en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door bij het [naam hotel] voorverkenning te doen (voorwendend sigaretten te kopen) en/of door die [medeverdachte] te adviseren welk hotel te overvallen en/of aan die [medeverdachte] kleding en/of een alarmpistool uit te lenen om te gebruiken bij/voor de overval;

4.

Primair

hij op of omstreeks 29 oktober 2009 te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 530 euro en/of 2500 euro, in ieder geval een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam hotel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging

met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of zijn mededader(s), althans (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van 530 euro en/of 2500 euro, in ieder geval een of meer geldbedragen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam hotel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) naar [naam hotel] is/zijn toegegaan en/of waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een bivakmuts op/over het hoofd droeg(en) en/of (vervolgens) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft/hebben getoond en/of gericht (gehouden) op [slachtoffer] en/of daarbij [slachtoffer] de woroden heeft/hebben toegevoegd: "Dit is een overval. geld, geld" en/of "Geld in de tas" en/of "In de tas" en/of "kluis";

Subsidiair

[medeverdachte] op of omstreeks 29 oktober 2009 te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 530 euro en/of 2500 euro, in ieder geval een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam hotel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of zijn mededader(s), althans (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van 530 euro en/of 2500 euro, in ieder geval een of meer geldbedragen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam hotel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) naar [naam hotel] is/zijn toegegaan en/of waarbij die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) een bivakmuts op/over het hoofd droeg(en) en/of (vervolgens) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft/hebben getoond en/of gericht (gehouden) op [slachtoffer] en/of daarbij [slachtoffer] de woorden heeft/hebben toegevoegd:"Dit is een overval. geld, geld" en/of "Geld in de tas" en/of "In de tas" en/of "kluis";

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 29 oktober 2009 te [plaats], en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door aan die [medeverdachte] [naam hotel] aan te wijzen als een te overvallen locatie en/of de vluchtroute te verkennen en/of aan die [medeverdachte] te vertellen hoe deze locatie te overvallen en/of aan die [medeverdachte] zijn, verdachtes, (bivak)muts en/of schoenen en/of alarmpistool uit te lenen;

Meer subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 29 oktober 2009 tot en met 31 oktober 2009 te [plaats], in elk geval in Nederland, een hoeveelheid geldrolletjes heeft verworden, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die geldrolletjes wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

5.

Primair

hij op of omstreeks 30 oktober 2009 te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

in [naam evenementencentrum] (gevestigd aan de [adres]) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 253 euro (in één of meer bankbiljet(ten) en/of één of meer rol(letjes) muntgeld), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam evenementencentrum], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van 253 euro (in één of meer bankbiljet(ten) en/of één of meer rol(letjes) muntgeld), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam evenementencentrum], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of één of meer mededader(s) naar dat [naam evenementencentrum] is/zijn gegaan, waarna verdachte en/of zijn mededaders, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een bivakmuts(en) droeg(en),

- één- of meerma(a)l(en) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft/hebben gericht op en/of getoond aan die [slachtoffer], en/of

- die [slachtoffer] hierbij (opzettelijk dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd "geef mij briefgeld, geef mij briefgeld" en/of "doe het in een zakje" en/of "waar is de kluis, waar is de kluis, pak het briefgeld uit de kluis" "geef mij het kleingeld" en/of "geef de rolletjes en het briefgeld", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

Subsidiair

[medeverdachte] op of omstreeks 30 oktober 2009 te [plaats],

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in [naam evenementencentrum] (gevestigd aan de [adres]) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 253 euro (in één of meer bankbiljet(ten) en/of één of meer rol(letjes) muntgeld), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam evenementencentrum], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van 253 euro (in één of meer bankbiljet(ten) en/of één of meer rol(letjes) muntgeld), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam evenementencentrum], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medev[medeverdachte]] en/of één of meer mededader(s) naar dat [naam evenementencentrum] is/zijn gegaan, waarna verdachte en/of zijn mededaders, terwijl die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) een bivakmuts(en) droeg(en),

- één- of meerma(a)l(en) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft/hebben gericht op en/of getoond aan die [slachtoffer], en/of

- die [slachtoffer] hierbij (opzettelijk dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd "geef mij briefgeld, geef mij briefgeld" en/of "doe het in een zakje" en/of "waar is de kluis, waar is de kluis, pak het briefgeld uit de kluis" "geef mij het kleingeld" en/of "geef de rolletjes en het briefgeld", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 30 oktober 2009 te [plaats], en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door aan die [medeverdachte] schoenen en/of een alarmpistool ter beschikking te stellen (om te gebruiken

tijdens de overval) en/of door op die [medeverdachte] te wachten en/of (direct na de overval) de buit van hem over te nemen en/of door het wapen (direct na de overval) te verstoppen.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de (primair) ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de vorderingen van de [slachtoffer feit 1, slachtoffer en benadeelde partij feit 2, slachtoffers 1 en 2 feit 3, slachtoffer en benadeelde partij feit 5] geheel worden toegewezen en de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij feit 3] wordt toegewezen tot een bedrag van € 2.231,58 en voor het overige niet-ontvankelijk wordt verklaard, alle onder de bepaling van hoofdelijkheid en met de daarmee corresponderende schadevergoedingsmaatregel. Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd de vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 15/760553-07 toe te wijzen.

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 ten laste is gelegd. Uit het dossier kan slechts worden opgemaakt dat verdachte, al dan niet door tussenkomst van een tussenpersoon, een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan [medeverdachte] heeft gegeven, met welk wapen die medeverdachte vervolgens een poging tot overval en een overval heeft gepleegd. Nu uit de verklaring van [medeverdachte] voorts volgt, dat verdachte verder niet bij de voorbereiding, uitvoering of handelingen nadien betrokken is geweest en niet is komen vast te staan dat verdachte wist wat de medeverdachte met het wapen zou ondernemen, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden bewezen dat verdachte aan de handelingen van zijn medeverdachte medeplichtig is geweest, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de als 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 primair ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen zoals die hierna per feit zijn opgenomen. De rechtbank gebruikt daarbij telkens de verklaringen van de [medeverdachte] (hierna ook: de medeverdachte), zoals hij deze heeft afgelegd bij de politie tussen 2 november 2009 en 30 november 2009, voor het bewijs. Anders dan de raadsvrouw heeft bepleit, acht de rechtbank de door de medeverdachte afgelegde verklaring bij de rechter-commissaris van 17 maart 2010, ondanks het feit dat deze onder ede is afgelegd, en de nadien afgelegde verklaring bij de politie op 9 april 2010 voor wat betreft de rol van verdachte onbetrouwbaar en ongeloofwaardig. De medeverdachte is in die laatste verklaringen, alsmede in zijn getuigenverklaring ter terechtzitting van 16 juli 2010 deels teruggekomen op zijn eerdere bij de politie afgelegde verklaringen waar het de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten betreft. De rechtbank acht de eerdere door de medeverdachte bij de politie afgelegde verklaringen over de betrokkenheid van verdachte betrouwbaar, nu verdachte deze verklaringen kort na de overvallen heeft afgelegd en deze bovendien diverse details bevatten waar het gaat om de rol van verdachte bij die overvallen. Zo heeft de medeverdachte over de overval op [naam pand] (feit 2) bijvoorbeeld verklaard dat verdachte vanwege zijn abonnement aldaar op de hoogte was van de aanwezigheid van een kluis, waarnaar de medeverdachte tijdens de overval ook gevraagd heeft. Daarnaast bevinden zich diverse sms-berichten in het dossier die kort voor de betreffende overval door verdachte naar de medeverdachte zijn gestuurd en waardoor de aanvankelijk door de medeverdachte afgelegde verklaringen over de betrokkenheid van verdachte worden ondersteund. Daarnaast acht de rechtbank de verklaringen die de medeverdachte op 17 maart 2010 bij de rechter-commissaris, op 9 april 2010 bij de politie en op 16 juli 2010 ter terechtzitting als getuige heeft afgelegd, aangaande de rol van verdachte ongeloofwaardig, nu deze verklaringen op punten inconsistent zijn en bovendien tegenstrijdigheden bevatten. Op 17 maart 2010 en 9 april 2010 heeft de medeverdachte verklaard dat hij de naam van verdachte heeft genoemd omdat deze hem door de politie in de mond zou zijn gelegd. Als getuige ter terechtzitting is hij hierop echter teruggekomen zonder desgevraagd een duidelijke reden te noemen voor het feit dat hij de naam van verdachte in eerste instantie wel heeft genoemd. Voorts heeft de medeverdachte in zijn getuigenverklaring ter terechtzitting op sommige vragen geantwoord dat hij zich dingen niet meer kon herinneren, waarop hij in zijn verklaringen bij de politie tussen 2 november 2009 en 30 november 2009 wel kon antwoorden. Daar komt nog bij dat het de rechtbank is opgevallen dat de medeverdachte op een aanzienlijk aantal vragen van de rechtbank in eerste instantie reageerde met de tegenvraag wat hij over het betreffende onderwerp eerder had verklaard, alvorens op de gestelde vraag te antwoorden.

Op grond van het voorgaande houdt de rechtbank de medeverdachte aan zijn verklaringen die hij in eerste instantie bij de politie heeft afgelegd en zal zij deze hierna als bewijsmiddel gebruiken.

4.2.1. Feit 2

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het als feit 2 primair ten laste gelegde op grond van de volgende bewijsmiddelen:

Op 18 oktober 2009 is aangeefster [slachtoffer] werkzaam in [benadeelde partij], gelegen aan de [adres] te [plaats]. Wanneer aangeefster rond 18:20 uur voor de studio een sigaret staat te roken, treft zij op enig moment een man met en bivakmuts naast haar aan. De man heeft een vuurwapen in zijn handen dat hij voor zich houdt en hij zegt aangeefster naar binnen te gaan. De man loopt achter aangeefster aan naar binnen en zegt: ‘kluis, kluis, ik weet dat hier een kluis is’. Als aangeefster zich bukt voor de kluis, richt de man het pistool op korte afstand op haar hoofd. De man zegt tegen aangeefster; ‘ga open maken, ga open maken’. Wanneer aangeefster de man vertelt dat zij de kluis niet geopend krijgt, zegt hij haar andere sleutels te proberen en vervolgens ‘kassa, kassa’. Aangeefster opent daarop de kassa en legt een stapel biljetten op de balie, waarna de man de stapel pakt en in zijn jas stopt. De man houdt daarbij het wapen nog steeds op aangeefster gericht. Aangeefster schat de buit op ongeveer € 300,-. Na de overval gaat aangeefster naar buiten en ziet zij voor de winkel een (ontslag)brief liggen. Deze brief lag er nog niet op het moment dat zij buiten stond te roken.2 De brief is gericht aan [verdachte].3

[medeverdachte] heeft nadien verklaard dat hij degene is geweest die de hiervoor omschreven handelingen heeft gepleegd. Het idee van de overval was afkomstig van [verdachte], en deze heeft de locatie uitgezocht. Verdachte heeft een abonnement bij [benadeelde partij] en wist te vertellen dat zich binnen een kluis met daarin € 10.000,- bevond. Verdachte heeft de overval voorbereid. Tijdens de overval droeg de medeverdachte de jas van verdachte. Deze heeft medeverdachte kort voor de overval in de buurt van [benadeelde partij] aangetrokken. Verdachte was daar op een scooter en het was zijn idee die jas te gebruiken. Tijdens de overval was verdachte nog op die plek vlakbij [benadeelde partij] aanwezig. De medeverdachte maakte bij de overval gebruik van een wapen dat door verdachte was meegenomen en aan medeverdachte was gegeven. Verdachte en medeverdachte hebben de buit gedeeld. Na afloop van de overval is [medeverdachte] weggerend. Op dat moment reed verdachte met zijn scooter naar [medeverdachte] toe en is [medeverdachte] bij verdachte achterop gesprongen. Over een sms-bericht van 17 oktober 2009 om 22.44 uur dat verdachte naar [medeverdachte] stuurde, verklaarde de medeverdachte dat hij dacht dat in een gabberhuisje over de overval op [naam pand] werd gesproken. Verdachte heeft daar details verteld over de overval en gezegd dat hij zelf niet naar binnen kon, omdat hij vanwege zijn lidmaatschap mogelijk herkend zou worden.4

Uit onderzoek naar telefoongegevens is gebleken dat verdachte op 18 oktober 2009 tussen 16:18 uur en 17:58 uur een viertal sms-berichten naar [medeverdachte] heeft verstuurd, waarin hij contact zoekt met medeverdachte en hem zegt zich te haasten, waarbij verdachte op hem lijkt te wachten. De telefoon van verdachte straalt op die momenten zendmasten aan de [locatie A] en de [locatie B] (de rechtbank begrijpt: [correcte locatie B]) aan, waarbij verdachte om 17:58 uur de mast aan de [locatie A] aanstraalt.5

Voor zover de raadsvrouw haar verweer handhaaft, dat deze sms-berichten niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd nu zij geen onderdeel uitmaken van het dossier, wordt dit verweer door de rechtbank verworpen, aangezien de betreffende sms-berichten in een proces-verbaal van 12 juni 2010 zijn uitgewerkt en na het bij tussenvonnis van 4 mei 2010 heropende onderzoek ter terechtzitting, aan het dossier zijn toegevoegd.

Verdachte heeft over het feit een ontkennende verklaring afgelegd dan wel zich op zijn zwijgrecht beroepen.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, echter redengevend voor het bewijs dat verdachte zich tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte op 18 oktober 2009 schuldig heeft gemaakt aan afpersing van [slachtoffer].

4.2.2. Feit 3

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het als feit 3 primair ten laste gelegde op grond van de volgende bewijsmiddelen:

Op 23 oktober 2009 omstreeks 13:55 zit aangever [slachtoffer 3] buiten voor het [naam hotel] gelegen aan de [adres] te [plaats], te wachten wanneer hij een persoon op zich af ziet rennen met een nylon zak over zijn hoofd en een wapen in zijn hand. De man zegt aangever mee naar binnen te gaan en richt het wapen op hem. Beiden zijn daarop samen het hotel binnen gegaan. Binnen bedreigde de man aangever nog steeds.6

Aangeefster [slachtoffer 1] is op dat moment werkzaam in het hotel en loopt naar de receptie alwaar zij een man met een doek over zijn hoofd en een vuurwapen in zijn hand ziet staan die schreeuwt en tegen de mensen in de lobby zegt: ‘hier blijven’. De man richt het pistool vervolgens op aangeefster en roept: ‘geld, geld, doe alles in tassen’. Op het moment dat aangeefster met de kassalade bezig is komt een andere werknemer van het hotel, [slachtoffer 2], naast haar staan. De man blijft roepen en [slachtoffer 2] pakt twee tassen, waarvan de man er één aanpakt. Aangeefster legt het papiergeld, met een waarde van ongeveer € 150,-, vanuit de kassa op de balie. De man roept dan tegen aangeefster: ‘is dit het?’ en vraagt naar een kluis. Aangeefster haalt vervolgens een enveloppe uit de kluis met daarin vermoedelijk een bedrag van € 1.176,-, en legt deze op de balie waarna de man met deze enveloppe, het geld uit de kassa en de Intersporttas het hotel uitloopt.7

Ook [slachtoffer 2] is als getuige gehoord. In aanvulling op de verklaring van [slachtoffer 1] verklaart hij dat de man tijdens het vragen naar geld, de kluis en een plastic tas, steeds het pistool op hem en aangeefster [slachtoffer 1] gericht houdt. Daarnaast schreeuwt de man nog naar hotelgasten in de lobby.8

[medeverdachte] heeft nadien verklaard dat hij degene is geweest die de hiervoor beschreven handelingen heeft gepleegd. Verdachte vertelde medeverdachte over de mogelijkheden van deze overval. Medeverdachte had een tasje met kleding en een wapen bij zich. [medeverdachte] en verdachte besloten een andere verkleedplaats te zoeken. Ze liepen achter een bedrijf langs naar het terrein van McDonalds; hier zat een schuifhek naar een terrein daar achter. Op dit terrein stond een container waar verdachte zich kon verkleden. Verdachte en medeverdachte bespraken waar verdachte naar toe zou gaan. Ze hadden gezien dat de snelste weg liep via een gat in het hek. Na de overval rende [medeverdachte] naar een schuifhek dat al door verdachte op een kier was gezet. Medeverdachte rende richting busbaan. Medeverdachte zag verdachte in de verte staan die hem toeriep het shirt van zijn hoofd af te halen. Zij renden samen naar het elektrahuisje maar verdachte kon zich daar niet verkleden, omdat er mensen stonden. Daarop zijn zij de [bus] ingestapt en na bij de volgende halte te zijn uitgestapt, heeft medeverdachte zich op aanwijzingen van verdachte verkleed. De buit hebben zij vervolgens gedeeld.9

De volgende dag, 24 oktober 2009, wordt door [medeverdachte] een sms-bericht van verdachte ontvangen met de tekst: ‘Ik heb die ding nodig. Zo snel mogelijk’. Medeverdachte heeft daarover verklaard dat hiermee bedoeld wordt het pistool van verdachte, waarop medeverdachte het pistool aan hem heeft teruggegeven.10 De raadsvrouw heeft aangevoerd dat dit sms-bericht niet voor het bewijs kan worden gebezigd nu het betreffende bericht niet in een proces-verbaal is uitgewerkt.

De rechtbank verwerpt dit verweer nu de [medeverdachte] over dit bericht is ondervraagd door de politie en als getuige ter terechtzitting van 16 juli 2010 en daarbij heeft bevestigd dat dit sms-bericht door hem van verdachte is ontvangen.

Op beelden van een bedrijf gevestigd aan de [adres] te [plaats] is te zien dat op

23 oktober 2009 een persoon uit de richting van McDonalds over [adres] rent in de richting van de busbaan van de [bus]. De persoon lijkt een kap over zijn hoofd te dragen en heeft een witkleurige tas in zijn handen.11 Getuige [1], werkzaam bij DHL gelegen aan [adres], ziet op 23 oktober 2009 tussen 14:00 en 14:30 uur een donkere jongen vanaf de [adres] de hoek om komen. Daarna loopt deze jongen naar een blanke jongen die met een tas in zijn hand de hoek om komt en van wie hij een petje krijgt.12 Getuige [2], die met [getuige 1] bij het gebouw aan de overkant van DHL staat, verklaart dat hij die dag tussen 13.30 en 14.00 uur een blanke jongen vanuit de [adres] ziet lopen met een tas in zijn hand. Vervolgens komt een donkere jongen uit de zelfde richting en overleggen de twee jongens.13

Uit camerabeelden van de [bus] blijkt dat op 23 oktober 2009, kort na de overval, een blanke man in een gewatteerde jas met een onbekende andere persoon in de bus stapt. Uit beelden bij de woning van [medeverdachte] blijkt dat hij in het weekeind van 24 op 25 oktober 2009 was gekleed in dezelfde jas als de persoon die in de [bus] stapte .14

Verdachte heeft over het feit een ontkennende verklaring afgelegd dan wel zich op zijn zwijgrecht beroepen.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, echter redengevend voor het bewijs dat verdachte zich tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte op 23 oktober 2009 schuldig heeft gemaakt aan afpersing van medewerkers van het [naam hotel].

4.2.3. Feit 4

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het als feit 4 primair ten laste gelegde op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

Op 29 oktober 2009 omstreeks 18:30 uur is aangever [slachtoffer] werkzaam achter de balie van [naam hotel] te [plaats]. Als aangever opkijkt ziet hij een man voor de balie staan die zegt: ‘dit is een overval, geld, geld’ en ‘geld in de tas’. Aangever staat op, omdat hij recht in de loop van een pistool kijkt. De man richt het pistool over de balie heen op aangever en staat met het wapen te zwaaien. Aangever pakt geld uit de kassalade. De man houdt een tas open en zegt: ‘in de tas’. Aangever legt het papiergeld in de tas waarna de man zegt: ‘kluis’. Aangever pakt uit de kluis een geldkistje en haalt uit dit kistje papiergeld en rolletjes met kleingeld. Aangever stopt ook dit geld in de tas.15 De man maakt hierbij € 530,- uit de kassa en € 2.500,- uit het geldkistje uit de kluis buit.16

[medeverdachte] heeft nadien verklaard dat hij degene is geweest die de hiervoor omschreven handelingen heeft gepleegd.17 Verdachte woont dichtbij [naam hotel] en had het idee dat daar veel geld lag. Medeverdachte stemde in met zijn idee daar een overval te plegen.18 Verdachte zei tegen medeverdachte naar het dorp te komen. Daar zijn zij rond 16:00 uur gaan kijken naar een verkleedplaats die zij vonden in een steegje. Ze hebben toen gewacht tot het donker werd en in de avond keerden beiden terug naar deze plek en verkleedde medeverdachte zich met een shirt en bivakmuts. De muts was van verdachte, die ook het pistool had. Verdachte spoorde medeverdachte uiteindelijk aan om te gaan.19

De vluchtroute hebben verdachte en medeverdachte samen bekeken, het wapen was geregeld door verdachte en deze gaf ook alle instructies.20 Medeverdachte heeft het tasje met geld, het pistool en de bivakmuts na de overval aan verdachte gegeven. Verdachte is met die spullen weggegaan toen medeverdachte zich ging omkleden. Daarna is verdachte terug gekomen.21

Op 29 oktober 2009 is vanaf de telefoon van de vriendin van verdachte een sms-bericht verstuurd naar de telefoon van [medeverdachte] waarin wordt vermeld dat het geld geteld 465 is en het kleingeld mogelijk 100.22 De vriendin van verdachte heeft verklaard dat verdachte af en toe haar telefoon gebruikt voor een smsje en soms ook om te bellen en dat zij niet degene is geweest die dit sms-bericht heeft verstuurd.23

In de woning van verdachte heeft op 31 oktober 2009 een zoeking plaatsgevonden waarbij een plastic tas met rollen kleingeld en los kleingeld is zijn slaapkamer is aangetroffen.24 De door aangever [feit 4] getoonde geldrollen uit het geldkistje in [naam hotel] komen qua uiterlijk overeen met de bij verdachte aangetroffen rollen. De door de overvaller gebruikte plastic tas wordt door aangever beschreven als wit met rode stukken bedrukt met een tekst.25 De bij verdachte in zijn slaapkamer in beslag genomen tas betreft een rood met witte plastic tas voorzien van tekst met daarin plastic en papieren geldrolletjes evenals diverse losse munten. [naam hotel] maakt gebruik van zowel plastic als papieren geldrolletjes. Verbalisant concludeert daarom dat het aannemelijk is dat de aangetroffen geldrolletjes en het in de tas aanwezige muntgeld afkomstig zijn van de overval bij [naam hotel].26

Verdachte heeft ter terechtzitting van 21 april 2010 verklaard dat hij hier alleen bij betrokken is geweest, nadat de overval op [naam hotel] gepleegd was. Op verzoek van [medeverdachte] zou verdachte het verstopte geld dat was buitgemaakt bij [naam hotel] hebben opgehaald, in welk kader ook het sms-bericht van 29 oktober 2009 moet worden geplaatst. Verdachte heeft verdere betrokkenheid ontkend, dan wel zich hieromtrent op zijn zwijgrecht beroepen.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, echter redengevend voor het bewijs dat verdachte zich tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte op 29 oktober 2009 schuldig heeft gemaakt aan afpersing van [slachtoffer].

4.2.4. Feit 5

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het als feit 5 primair ten laste gelegde op grond van de volgende bewijsmiddelen:

Op 30 oktober 2009 is aangeefster [slachtoffer] als receptioniste werkzaam bij [naam evenementencentrum], gevestigd aan de [adres] te [plaats]. Rond 16:00 uur die middag zit aangeefster achter de balie van de bowlingreceptie en ziet zij een jongen met een zwarte bivakmuts over zijn hoofd en een zilverkleurig pistool in zijn handen voor haar staan. De jongen richt het pistool op aangeefster en zegt: ‘geef mij briefgeld, geef mij briefgeld’. Aangeefster opent daarop de kassalade, haalt daar verschillende biljetten uit en legt deze op het bureaublad. De jongen zegt op dat moment dat zij die in een zakje moet doen. De jongen zegt vervolgens: ‘waar is de kluis, waar is de kluis, pak het briefgeld uit de kluis’. Als aangeefster hem vertelt dat er geen kluis is, kijkt de jongen naar de kassalade en zegt tegen aangeefster hem het kleingeld te geven. Aangeefster pakt daarop drie rolletjes muntgeld uit de kassa. De jongen zegt haar daarna de rolletjes en het briefgeld te geven, waarna aangeefster al het geld aan de jongen overhandigt.27 De overvaller maakt daarbij

€ 253,- buit.28

[medeverdachte] heeft nadien verklaard dat hij degene is geweest die de hiervoor beschreven handelingen heeft gepleegd. Toen verdachte en hij met de bus bij [naam evenementencentrum] reden, kwamen zij op het idee hier een overval te plegen. Verdachte ging eerst kijken en ze besloten [naam evenementencentrum] te doen. Samen hebben zij kleding klaargelegd voor de vlucht. [medeverdachte] heeft zich in het bos verkleed waarna hij bij [naam evenementencentrum] naar binnen is gegaan. Het wapen dat hij daarbij gebruikte, had hij voor de overval van verdachte gekregen. Verdachte is volgens medeverdachte niet bij de overval naar binnen geweest, omdat hij de voorverkenning deed en mogelijk herkend zou worden, er maar één wapen was en iemand op de achtergebleven spullen moest letten.29 Over het telefoongesprek dat op 30 oktober 2009 om 16:34 uur plaatsvindt tussen verdachte en een onbekend persoon en waarin wordt gesproken over een buit van 140, heeft [medeverdachte] verklaard dat dit een telefoongesprek tussen hem en verdachte betreft waarbij verdachte vraagt naar de buit en medeverdachte antwoordt dat deze 140 euro bedroeg. In het telefoongesprek wordt door verdachte tevens gezegd dat er een helikopter boven is en dat zijn gesprekspartner, [medeverdachte], moet opschieten en zo snel mogelijk naar een halte moet komen.30 31

Verdachte heeft ter terechtzitting van 21 april 2010 verklaard dat hij hier alleen bij betrokken is geweest, nadat de overval op [naam evenementencentrum] gepleegd was. Verdachte heeft verdere betrokkenheid ontkend, dan wel zich hieromtrent op zijn zwijgrecht beroepen.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, echter redengevend voor het bewijs dat verdachte zich tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte op 30 oktober 2009 schuldig heeft gemaakt aan afpersing van [slachtoffer].

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 2. primair, 3. primair, 4. primair en 5. primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat

2.

Primair

hij op 18 oktober 2009 te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander, in/bij [benadeelde partij] gevestigd aan de [adres],

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van (ongeveer) 300 euro, toebehorende aan [benadeelde partij],

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat zijn mededader naar [benadeelde partij] is gegaan, waarna zijn mededader, terwijl hij een bivakmuts droeg,

- meermalen een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gericht op en/of getoond aan [slachtoffer], en

- [slachtoffer] hierbij opzettelijk dreigend de woorden heeft toegevoegd "ga naar binnen" en/of "kluis, kluis, ik weet dat hier een kluis is" en/of "ga open maken" en/of (toen het [slachtoffer] niet lukte die kluis te openen) "probeer andere sleutels" en/of "kassa, kassa";

3.

Primair

hij op 23 oktober 2009 te [plaats],

tezamen en in vereniging met een ander, in/bij het [naam hotel] gevestigd aan de [adres]

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van ongeveer 150 euro, en een envelop, bevattende een geldbedrag van ongeveer 1200 euro, toebehorende aa[naam hotel]]

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat zijn mededader naar dat hotel is gegaan, waarna hij, terwijl hij een bivakmuts droeg,

- aan die [slachtoffer 3] die zich op dat moment buiten het hotel bevond een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft getoond en (vervolgens) tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd: "Mee naar binnen", en vervolgens met die [slachtoffer 3] het hotel is binnengegaan en

- meermalen dat (op een) vuurwapen (gelijkende voorwerp), heeft gericht op en/of getoond aan die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] en de in dat hotel aanwezige personen en

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die aanwezige personen hierbij opzettelijk dreigend de woorden heeft toegevoegd "blijf hier" en/of "geld, geld, doe alles in tassen" en/of "is dit het?" en/of "kluis";

4.

Primair

hij op 29 oktober 2009 te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk om zich en zijn mededader, wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van 530 euro en 2500 euro, toebehorende aan [naam hotel],

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat zijn mededader naar [naam hotel] is toegegaan waarbij hij, zijn mededader, een bivakmuts op/over het hoofd droeg en vervolgens een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft getoond en/of gericht gehouden op [slachtoffer] en daarbij [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd: "dit is een overval, geld, geld" en "geld in de tas" en "in de tas" en "kluis";

5.

Primair

hij op 30 oktober 2009 te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van 253 euro (in bankbiljetten en rolletjes muntgeld), toebehorende aan [naam evenementencentrum],

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat zijn mededader naar dat [naam evenementencentrum] is gegaan, waarna zijn mededader terwijl hij een bivakmuts droeg,

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) heeft gericht op en/of getoond aan die [slachtoffer], en

- die [slachtoffer] hierbij opzettelijk dreigend de woorden heeft toegevoegd: "geef mij briefgeld, geef mij briefgeld" en "doe het in een zakje" en "waar is de kluis, waar is de kluis, pak het briefgeld uit de kluis", "geef mij het kleingeld" en "geef de rolletjes en het briefgeld".

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in

zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

2. primair: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

3. primair: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

4. primair: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

5. primair: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sancties

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met zijn [mededader] in een kort tijdsbestek schuldig gemaakt aan vier overvallen, waarbij zijn mededader de slachtoffers telkens bedreigd heeft met een pistool dan wel een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en hen tot afgifte van geld heeft gedwongen. Verdachte kwam meestal met het idee voor een overval en hij heeft daarbij telkens voorafgaand en na afloop van de overvallen ondersteuning gegeven aan zijn medeverdachte, door onder andere locaties uit te zoeken, geschikte verkleedplekken te zoeken en mogelijke vluchtroutes uit te stippelen. Verder heeft verdachte het wapen waarmee de overvallen zijn gepleegd, telkens aan zijn mededader meegegeven danwel beschikbaar gesteld. Tenslotte heeft verdachte ook meegedeeld in de buitgemaakte geldbedragen.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij de betreffende overvallen steeds goed heeft voorbereid en kennelijk op geen enkel moment het laakbare van zijn handelen heeft ingezien. Doordat de mededader telkens de daadwerkelijk overvalhandelingen verrichte, liep verdachte minder risico terwijl hij wel van de opbrengst profiteerde. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte, die slechts gedeeltelijk openheid van zaken heeft gegeven, kennelijk alleen uit geldelijk gewin heeft gehandeld, hetgeen de rechtbank hem aanrekent. Verdachte heeft zich daarbij niets gelegen laten liggen aan de angsten die zijn slachtoffers door het handelen van zijn mededader hebben geleden. Uit de verschillende aangiftes en slachtofferverklaringen blijkt ook dat de slachtoffers tijdens de overvallen zeer bang waren en tot op heden de nadelige gevolgen daarvan ervaren. Bovendien dragen dergelijke feiten bij aan gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving in het algemeen, zeker in [plaats] waar verdachte en zijn mededader voor een vloedgolf aan overvallen hebben gezorgd.

Verder houdt de rechtbank ten nadele van verdachte rekening met het feit dat hij reeds veelvuldig met politie en justitie in aanraking is geweest.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal verdachte evenwel een vrijheidsbenemende straf van kortere duur dan door de officier van justitie gevorderd is opleggen, nu de rechtbank verdachte van het hem als feit 1 ten laste gelegde vrijspreekt en de eis van de officier van justitie ook overigens niet geheel in overeenstemming is met de straf die doorgaans voor dergelijke feiten pleegt te worden opgelegd.

De rechtbank zal voorts, gelet op de beoordeling onder 8. van de vorderingen van de benadeelde partijen, aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot respectievelijk de afzonderlijke bedragen waartoe deze vorderingen zullen worden toegewezen.

8. Vorderingen benadeelde partijen

De benadeelde partij [naam] heeft een vordering tot schadevergoeding van

€ 1.750,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder 2 primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 2 primair bewezen verklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De benadeelde partij [naam], directeur van [naam bedrijf], heeft een vordering tot schadevergoeding van € 260,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 2 primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade betreft kasgeld.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 2 primair bewezen verklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De benadeelde partij [naam] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.500,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van het onder 3 primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 3 primair bewezen verklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De benadeelde partij [naam] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.250,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder 3 primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 3 primair bewezen verklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De benadeelde partij [naam] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 4.822,30 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 3 primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit: kasgeld, bankstorting, EMDR [slachtoffer 2], EMDR [naam], EMDR [slachtoffer 1], uitlezen camera en bedrijfsrecherche.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van (€ 170,08 + € 1.174,58 + € 220 + € 487,50 -/- € 894,58 =) € 1.157,50 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 3 primair bewezen verklaarde feit. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

De benadeelde partij [naam] heeft een vordering tot schadevergoeding van

€ 2.109,41 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 5 primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit: € 609,41 aan materiële en € 1.500,- aan immateriële schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 5 primair bewezen verklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De benadeelde partij [naam evenementencentrum] heeft een vordering tot schadevergoeding van

€ 253,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 5 primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 5 primair bewezen verklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

9. Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van 18 december 2007 in de zaak met parketnummer 15/760553-07 heeft de meervoudige strafkamer te Haarlem verdachte ter zake van - kort gezegd - (gekwalificeerde) (pogingen tot) diefstal, vernieling, lokaalvredebreuk en tweemaal gekwalificeerde diefstal, veroordeeld tot - onder meer - een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 4 (vier) maanden. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op twee jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en onder de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich

- kort gezegd - houdt aan de voorschriften en aanwijzingen van Bureau Jeugdzorg, afdeling jeugdreclassering [plaatsnaam].

De officier van justitie vordert thans dat de rechtbank zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog zal worden ten uitvoer gelegd.

De rechtbank heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering kan worden toegewezen, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Om die reden zal de rechtbank, gelet op artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht, de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke jeugddetentie gelasten.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

36f, 47, 57, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het hem onder 1. ten laste gelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaar en 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [naam] geleden schade tot een bedrag van € 1.750,- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [[naam], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [naam] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.750,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 27 (zevenentwintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [naam], directeur van [naam bedrijf], geleden schade tot een bedrag van € 260,- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [naam], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [naam] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 260,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [naam] geleden schade tot een bedrag van € 1.500,- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [naam], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [naam] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.500,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [[naam] geleden schade tot een bedrag van € 1.250,- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [[naam], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [[naam] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.250,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [naam] geleden schade tot een bedrag van €1.157,50 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [naam], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [naam] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.157,50, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 21 (eenentwintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde part[naam] geleden schade tot een bedrag van € 2.109,41 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag a[naam], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoff[naam] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 2.109,41, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 31 (eenendertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [naam evenementencentrum] geleden schade tot een bedrag van € 253,- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [naam evenementencentrum], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [naam evenementencentrum] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 253,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot tenuitvoerlegging van de officier van justitie en gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke vrijheidsstraf voor de duur van 4 (vier) maanden jeugddetentie opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer te Haarlem d.d.

18 december 2007 in de zaak met parketnummer 15/760553-07.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.W.H.G. Loyson, voorzitter,

mrs. J.M. van Santen en J.N.A. Jolink, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.M. ten Bos,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 juli 2010.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] d.d. 18 oktober 2009, Zaaksdossier, pagina 186 (boven) tot en met 190 (midden).

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 oktober 2009, Zaaksdossier, pagina 494 (midden).

4 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] d.d. 30 november 2009, Persoonsdossier, pagina 68 (midden) tot en met 70 (onder).

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 juni 2010, ingezonden op 16 juni 2010 (los opgenomen), blad 1 (midden/onder).

6 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] d.d. 28 oktober 2009, Zaaksdossier, pagina 253 (boven) en 254 (boven/midden).

7 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] mede namens [naam hotel] d.d. 25 oktober 2009, Zaaksdossier, pagina 244 (onder) tot en met 246 (5e alinea).

8 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 2] d.d. 23 oktober 2009, Zaaksdossier, pagina 502 (midden).

9 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] d.d. 16 november 2009, Persoonsdossier, pagina 45 (onder) tot en met 49 (midden/onder).

10 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] d.d. 30 november 2009, Persoonsdossier, pagina 73 (boven).

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 november 2009, Zaaksdossier, pagina 497 (onder) en 498 (boven).

12 Proces-verbaal van verhoor getuige [1] d.d. 29 oktober 2009, Zaaksdossier, pagina 507 (midden) tot en met 508 (midden).

13 Proces-verbaal van verhoor getuige [2], Zaaksdossier, pagina 511 (midden) tot en met 512 (midden).

14 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 november 2009, Zaaksdossier, pagina 528 (6e alinea).

15 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] d.d. 29 oktober 2009, Zaaksdossier, pagina 299 (onder) tot en met 300 (onder).

16 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 oktober 2009, Zaaksdossier, pagina 305 (boven).

17 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] d.d. 16 oktober 2009, Persoonsdossier, pagina 52 (4e alinea) tot en met 53 (onder).

18 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte], d.d. 30 november 2009, Persoonsdossier, pagina 73 (5e alinea).

19 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] d.d. 16 oktober 2009, Persoonsdossier, pagina 52 (4e tot en met 7e alinea).

20 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte], d.d. 30 november 2009, Persoonsdossier, pagina 73 (6e alinea).

21 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] d.d. 16 oktober 2009, Persoonsdossier, pagina 53 (1e alinea).

22 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 december 2009 Zaaksdossier, pagina 653 (3e en 4e alinea).

23 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam] d.d. 17 november 2009, Zaaksdossier, pagina 774 (onder) en 775 (onder).

24 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 november 2009, Zaaksdossier, pagina 534 (onder).

25 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer], waarin opgenomen opmerkingen van verbalisant, d.d. 19 november 2009, Zaaksdossier, pagina 307 (2e, 8e en 9e alinea).

26 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 december 2009 Zaaksdossier, pagina 542 (5e en 6e alinea).

27 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] d.d. 30 oktober 2009, Zaaksdossier, pagina 349 (onder) tot en met 352 (midden).

28 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 november 2009, Zaaksdossier, pagina 356 (3e alinea).

29 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte] d.d. 30 november 2009, Persoonsdossier, pagina 75 (3e alinea tot en met 77 (midden).

30 Een schriftelijk stuk, te weten een uitgewerkt telefoongesprek, Zaaksdossier, pagina 24.

31 Een proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] d.d. 2 november 2009, Persoonsdossier, pagina 32 (3e alinea).