Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN5521

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
11-06-2010
Datum publicatie
31-08-2010
Zaaknummer
15/700131-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

promis; openlijk geweld; openlijk geweld bij scholengemeenschap; bedreiging met vuurwapen; bedreiging via sociaal netwerk; bedreiging via Hyves; nauwe en bewuste samenwerking.

Verdachte heeft samen met zijn mededaders naar aanleiding van een eerder plaats gevonden hebbende ruzie, waarbij een mededader klappen heeft opgelopen, verhaal willen halen en is daarom naar de school waarin een meisje dat mogelijk meer wist van degene die de mededader had mishandeld, aanwezig was, toegegaan. In de buurt van de school hebben verdachte en zijn mededaders fysiek geweld gebruikt tegen dat meisje en haar broer en daarbij deze personen bedreigd met een echt vuurwapen, een slagersmes en een ringsleutel. Ook is dit vuurwapen tegen het hoofd van één van de slachtoffers gezet. Het betreft zeer ernstige feiten en de rechtbank rekent verdachte zwaar aan dat hij zich daar mede schuldig aan heeft gemaakt. De rechtbank rekent dit verdachte des te meer aan nu gedurende deze feiten veel leerlingen aanwezig waren en ook buurtbewoners geconfronteerd zijn met dit geweld. Door het plegen van deze feiten hebben verdachte en zijn mededaders niet alleen de slachtoffers pijn en letsel toegebracht, maar ook de veiligheid van personen die zich in openbare gelegenheden begeven in gevaar gebracht. Verdachte heeft door aldus te handelen grote onrust en gevoelens van onveiligheid en angst veroorzaakt op de school en in de maatschappij in zijn algemeen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700131-10

Uitspraakdatum: 11 juni 2010

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 mei 2010 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te ([postcode]) [woonplaats], [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 15 februari 2010 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

(contra [slachtoffer 1])

- een slagersmes in de richting van die [slachtoffer 1] gehouden (nadat die [slachtoffer 1] in de daaraan voorafgaande dagen via Hyves was bedreigd en/of door verdachte en/of zijn mededader(s) op het schoolplein was opgewacht) en/of

(contra [slachtoffer 2])

- een slagersmes en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een waterpomptang/ringsleutel, althans een zwaar metalen voorwerp, in de richting van die [slachtoffer 2] gehouden (nadat deze door voornoemde [slachtoffer 1] te hulp was geroepen omdat verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] op het schoolplein aan het opwachten waren) en/of

- (vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] gezet en/of op het wapen iets naar achteren getrokken en/of deze (daarbij) meermalen dreigend de woorden toegevoegd : "Wil je problemen?", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

Primair

hij op of omstreeks 15 februari 2010 te Haarlem met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Professor Donderslaan, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het

- geven van een kopstoot aan die [slachtoffer 2] en/of

- met een vuurwapen, althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, slaan tegen/op het hoofd van die [slachtoffer 2] en/of

- slaan/stompen en/of trappen/schoppen tegen/op die [slachtoffer 2]

en/of

- krabben van die [slachtoffer 1] en/of

- slaan/stompen tegen/op die [slachtoffer 1] en/of

- trappen/schoppen tegen/op die [slachtoffer 1];

Subsidiair

hij op of omstreeks 15 februari 2010 te Haarlem (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, (telkens) opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]),

[slachtoffer 2]

- een kopstoot heeft/hebben gegeven en/of

- met een vuurwapen, althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of

- heeft/hebben geslagen/gestompt en/of heeft/hebben getrapt/geschopt

en/of

[slachtoffer 1]

- heeft/hebben gekrabt en/of

- heeft/hebben geslagen/gestompt en/of

- heeft/hebben getrapt/geschopt, waardoor deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drieënveertig (43) dagen, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en tot oplegging van een werkstraf voor de duur van tweehonderd (200) uren, subsidiair 100 dagen hechtenis. De officier van justitie heeft voorts gerekwireerd tot opheffing van het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis van de verdachte.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden1

Op woensdag 10 februari 2010 had verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] afgesproken met twee meisjes, genaamd [getuige 1] en [getuige 2], bij de Lidl in Schalkwijk te Haarlem.2 Terwijl verdachte en medeverdachte [medeverdachte] met deze meisjes stonden te praten, kwam er een groep jongens uit Schalkwijk naar hen toe. Deze jongens gaven aan dat zij wilden dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] weg zouden gaan. Toen medeverdachte [medeverdachte] aan de jongens vroeg of zij problemen wilden, werd hij door jongens uit die groep geslagen en geschopt.3

Op donderdag 11 februari 2010 is een aantal jongens naar het LJC college in Haarlem gekomen, kennelijk op zoek naar de voornoemde groep jongens uit Schalkwijk om hen terug te pakken voor het schoppen en slaan van de dag daarvoor.4 Verdachte wordt als één van deze jongens herkend.5 Nadat de jongens weer weg waren gegaan, heeft [slachtoffer 1], aangeefster en een vriendin van één van de jongens uit Schalkwijk, [getuige 1] opgezocht en haar gezegd dat ze medeverdachte [medeverdachte] moest bellen om te vragen waar hij was en om te zeggen dat hij moest komen. Toen [getuige 1] met deze medeverdachte belde, heeft [slachtoffer 1] de telefoon overgenomen en aan hem gevraagd waarom hij niet kwam. 6 Diezelfde dag en de dag daarna heeft [slachtoffer 1], blijkens de historische printgegevens van haar telefoon, nog meermalen naar medeverdachte [medeverdachte] gebeld.7

Vervolgens heeft aangeefster [slachtoffer 1] op haar Hyves-profiel meerdere bedreigende (via Hyves verstuurde8) berichten ontvangen van twee personen die zich '[hyves-profiel 1]' en '[hyves-profiel 2]' noemen. Deze berichten hielden (onder meer) in: "hey vuile slet ik ben die amsterdammer tel je dagen af Schalkwijk parkwijk gaat eraan, je hoort van me [hyves-profiel 1] breezer slotervaart", "Pfff dus jij was die kehbaa grote praatjes aan de tell mohim ik hou niet van 2 keer waarschuwen als jij er bij was dan weetje dat we er waren wij zijn soldaten ka zodra ik jou pak zijn het geen vuisten die beginnen maar dan zijn het wapens die tegen jou kom heen vliegen mohim gewaarschuwd a kehbaa" en "Hahaha verkeerde ik heb jou al gewaarschuwd via tel oppasen ik ben Amsterdammer puure berber ik vind jou en ik heb jou gevonden jou schalkwijk vriendjes hebben jou verraden mijn moeder uitschelden yek ewaa vrees voor je leven zus je hoort nog van me".9

Op 15 februari 2010 is wederom een groepje jongens naar het LJC college in Haarlem toe gegaan. Getuige [getuige 3], werkzaam bij de receptie van de school, zag omstreeks 11.10 uur drie jongens die de school in wilden lopen. Hij hoorde één van hen zeggen dat twee van zijn vrienden geslagen waren door iemand uit deze buurt, dat ze nu wraak wilden nemen en dat een meisje, genaamd [voornaam slachtoffer 1], zou weten wie de jongen is die zijn vrienden geslagen zou hebben. 10 De jongens waren op zoek naar [slachtoffer 1].11

Toen aangeefster [slachtoffer 1] vernam dat de jongens die haar zochten, haar op het schoolplein stonden op te wachten, heeft zij haar broer, aangever [slachtoffer 2], gebeld en hem verzocht direct naar de school te komen.12 [slachtoffer 2] is hierop meteen naar de school gegaan. Daar aangekomen heeft [slachtoffer 1] de jongens, die inmiddels weg waren gelopen richting Professor Donderslaan, aangewezen, waarop [slachtoffer 2] naar hen is toe gelopen. 13 [slachtoffer 1] is achter haar broer aangelopen.14

Aangeefster [slachtoffer 1] verklaart dat toen zij bij de jongens aan kwamen, één van die jongens haar broer gelijk een stoot met zijn vuist gaf, waarna de rest van de jongens ook op [slachtoffer 2] af vlogen. Aangeefster zag dat een jongen een vuurwapen uit zijn broeksband haalde en dit op het hoofd van haar broer, [slachtoffer 2], zette, dat een andere jongen een slagersmes trok en weer een andere jongen een waterpomptang. Volgens aangeefster heeft zij de jongen met het slagersmes van haar broer afgetrokken, waarop deze jongen zich om draaide en het slagersmes op haar richtte. Zij kreeg vervolgens een harde duw of een trap waardoor zij door haar enkel ging en op de grond viel.15 Na onderzoek in het ziekenhuis bleek de enkelband van haar rechterenkel te zijn verrekt.16

Aangever [slachtoffer 2] verklaart dat hij direct een kopstoot van één van die jongens kreeg. Voordat hij het wist hadden al die jongens wapens in hun handen. Aangever zag een persoon met een pistool, iemand met een groot vleesmes en nog een persoon met een grote ringsleutel. Die drie jongens stonden voor hem met die wapens te zwaaien. De jongen met het vuurwapen, zwaaide eerst met het vuurwapen voor aangever zijn gezicht en zette het vuurwapen daarna tegen de linkerkant van zijn hoofd. Meteen hierna gaf die jongen aangever ook een klap op zijn hoofd met dat vuurwapen. De jongen sprak in het Marokkaans tegen hem en vroeg of hij problemen wilde. Vervolgens zag hij de jongen met een groot slagersmes. De jongen liet hem duidelijk zien dat hij het mes bij zich had. Aangever denkt ook dat de jongen met de ringsleutel hem een klap of een trap heeft gegeven. Aangever zag bovendien dat zijn zuster, [slachtoffer 1], omver werd getrapt door de jongen met het pistool. Volgens aangever was de hele situatie bedreigend.17

De verklaringen van aangeefster [slachtoffer 1] en aangever [slachtoffer 2] vinden steun in de verklaringen van twee buurtbewoners, te weten [getuige 5]18 en [getuige 6]19, die hebben gezien dat jongens aan het vechten waren, dat een jongen een pistool vast had en daarmee zwaaide en dat een meisje een trap kreeg, waardoor zij viel. Ook getuige [getuige 3], werkzaam voor de school, heeft gezien dat er over en weer klappen vielen en dat één van de jongens een hakmes in zijn handen had, waarmee hij dreigende gebaren maakte in de richting van de broer van [voornaam slachtoffer 1].20 Getuige [getuige 7], docent aan de school, verklaart eveneens dat door een jongen met een slagersmes werd gezwaaid en dat hij een patroonhouder heeft zien vallen.21 Getuige [getuige 2], één van de meisjes met wie verdachte op 10 februari 2010 had afgesproken, verklaart dat zij heeft gezien dat de broer van [slachtoffer 1] een kopstoot kreeg, alsmede dat een vuurwapen tegen zijn hoofd werd gezet.22 Getuige [getuige 4], een vriendin van [slachtoffer 1], verklaart dat [slachtoffer 2] met een pistool op zijn hoofd werd geslagen en dat de houder van het pistool toen viel, alsmede dat hij een paar keer werd geslagen.23 Getuige [getuige 8], een leerling van de school, verklaart dat zij heeft gezien dat alle jongens de broer van [voornaam slachtoffer 1] sloegen.24

De rechtbank is van oordeel dat het wapen dat door de aangevers en meerdere getuigen is gezien, een vuurwapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie III onder 1, van de Wet Wapens en Munitie betreft. Uit nader onderzoek naar de patroonhouder die uit het wapen is gevallen, komt naar voren dat niet is vast te stellen wat het kaliber van de te plaatsen patronen is, maar dat deze zeker kleiner zijn dan 9 mm. Het patroonmagazijn valt onder artikel 3, eerste lid van de Wet Wapens en Munitie. Voorts is vastgesteld dat het patroonmagazijn meer dan vermoedelijk een magazijn betreft behorende bij een vuurwapen zijnde een pistool van een onbekend merk en type.25

Ook is de rechtbank van oordeel dat verdachte, anders dan door hem is verklaard, één van de jongens is die [voornaam slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben bedreigd en openlijk geweld tegen hen hebben gepleegd. De twee getuigen [getuige 1] en [getuige 2], de meisjes met wie verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] op 10 februari 2010 hadden afgesproken, verklaren immers beiden dat verdachte bij de bedreiging en openlijke geweldpleging op 15 februari 2010 was betrokken.26 Beide getuigen hebben verdachte bovendien herkend van een politiefoto.27 Anders dan de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van de getuigen [getuige 2] en [getuige 1], ondanks dat zij op sommige punten niet consistent verklaren, wel degelijk als bewijsmiddel voor de aanwezigheid van verdachte kunnen dienen. Dat de getuigen verschillend verklaren over de eventuele aanwezigheid van verdachte bij de school op 11 februari 2010, laat immers onverlet dat de getuigen verdachte hebben herkend van een politiefoto en op grond van hun waarneming op 15 februari 2010 hebben verklaard dat verdachte op 15 februari 2010 aanwezig is geweest.

Namens verdachte is het verweer gevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten, omdat verdachte niet bij het incident in Haarlem kàn zijn geweest nu hij op dat moment bij mevrouw [betrokkene 1] op kantoor is geweest aan de [adres] te Amsterdam. De raadsman heeft hiertoe een brief van 31 maart 2010 van mevrouw [betrokkene 1] overgelegd, waarin staat dat verdachte in de ochtend langskwam om te vragen of er al een stageplek voor hem was gevonden en dat verdachte het kantoor tussen 11.00 uur en 11.30 uur heeft verlaten. De raadsman wijst erop dat de melding aan de politie om 11.23 uur heeft plaatsgevonden, zodat het onmogelijk is dat verdachte zich toen aldaar bevond.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Nu deze (niet ondertekende) brief tegenover de verklaringen van twee getuigen, te weten [getuige 2] en [getuige 1], staat die beiden op de dag van het incident verklaren dat verdachte daarbij aanwezig was, gaat de rechtbank ervan uit dat voormelde mevrouw [betrokkene 1] zich kennelijk heeft vergist in het tijdstip waarop verdachte bij haar kantoor is geweest. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de betreffende brief kennelijk pas anderhalve maand na het incident is opgesteld, een globale aanduiding geeft van het tijdstip waarop verdachte weg zou zijn gegaan en geen feiten en/of omstandigheden vermeldt op grond waarvan tot dat tijdstip wordt gekomen.

Gelet op het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat verdachte wel degelijk op 15 februari 2010 aanwezig is geweest bij het LJC college in Haarlem en dat hij zich aan de ten laste gelegde feiten schuldig heeft gemaakt.

De rechtbank overweegt ten aanzien van zowel de openlijke geweldpleging als het medeplegen van de bedreiging het volgende.

Uit de verschillende bewijsmiddelen valt weliswaar niet eenduidig op te maken welke (gewelds)handelingen verdachte precies heeft gepleegd, maar dat staat niet aan het oordeel dat verdachte zich aan de betreffende feiten schuldig heeft gemaakt in de weg. Uit alle verklaringen - in onderling verband en samenhang bezien - blijkt immers dat een groep jongens, onder wie verdachte, naar Haarlem is gegaan om verhaal te halen bij een groep jongen uit Schalkwijk en aangeefster [slachtoffer 1] en dat deze jongens gezamenlijk geweld hebben gepleegd tegen [voornaam slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en hen hebben bedreigd. Uit geen van de verklaringen blijkt dat één van die jongens, en dus ook verdachte niet, zich van het geweld en de bedreigingen daarmee heeft gedistantieerd en zich aan de groep heeft onttrokken. Naar het oordeel van de rechtbank was dan ook van een nauwe en bewuste samenwerking tussen die jongens sprake. Dat ook verdachte aan dit geweld een voldoende wezenlijke bijdrage heeft geleverd, volgt uit de omstandigheden dat verdachte met de groep naar de school is gekomen om verhaal te halen en tijdens de geweldpleging en bedreiging in de groep aanwezig was en uit voormelde verklaring van getuige [getuige 8] dat alle jongens de broer van [voornaam slachtoffer 1] sloegen.

4.2. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

1.

hij op 15 februari 2010 te Haarlem tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers hebben verdachte en zijn mededaders opzettelijk dreigend

contra [slachtoffer 1]

- een slagersmes in de richting van die [slachtoffer 1] gehouden, nadat die [slachtoffer 1] in de daaraan voorafgaande dagen via Hyves was bedreigd en door verdachte en zijn mededaders op het schoolplein was opgewacht, en

contra [slachtoffer 2]

- een slagersmes en een vuurwapen en een waterpomptang/ringsleutel, in de richting van die [slachtoffer 2] gehouden nadat deze door [slachtoffer 1] te hulp was geroepen omdat verdachte en zijn mededaders die [slachtoffer 1] op het schoolplein aan het opwachten waren en

- dat vuurwapen, tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] gezet en deze daarbij meermalen dreigend de woorden toegevoegd: "Wil je problemen?";

2.

Primair

hij op 15 februari 2010 te Haarlem met anderen, op of aan de openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het

- geven van een kopstoot aan die [slachtoffer 2] en

- met een vuurwapen slaan tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] en

- slaan/stompen tegen die [slachtoffer 2]

en

- trappen/schoppen tegen die [slachtoffer 1].

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

- ten aanzien van feit 1: medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

- ten aanzien van feit 2 primair: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sancties

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met zijn mededaders naar aanleiding van een eerder plaats gevonden hebbende ruzie, waarbij een mededader klappen heeft opgelopen, verhaal willen halen en is daarom naar de school waarin een meisje dat mogelijk meer wist van degene die de mededader had mishandeld, aanwezig was, toegegaan. In de buurt van de school hebben verdachte en zijn mededaders fysiek geweld gebruikt tegen dat meisje en haar broer en daarbij deze personen bedreigd met een echt vuurwapen, een slagersmes en een ringsleutel. Ook is dit vuurwapen tegen het hoofd van één van de slachtoffers gezet. Het betreft zeer ernstige feiten en de rechtbank rekent verdachte zwaar aan dat hij zich daar mede schuldig aan heeft gemaakt. De rechtbank rekent dit verdachte des te meer aan nu gedurende deze feiten veel leerlingen aanwezig waren en ook buurtbewoners geconfronteerd zijn met dit geweld. Door het plegen van deze feiten hebben verdachte en zijn mededaders niet alleen de slachtoffers pijn en letsel toegebracht, maar ook de veiligheid van personen die zich in openbare gelegenheden begeven in gevaar gebracht. Verdachte heeft door aldus te handelen grote onrust en gevoelens van onveiligheid en angst veroorzaakt op de school en in de maatschappij in zijn algemeen.

Ondanks dat de ernst van de feiten - gelet met name op het gebruik van een vuurwapen - op zichzelf een hogere straf rechtvaardigt, zal de rechtbank de officier van justitie volgen in haar eis. Daarbij houdt de rechtbank ten voordele van verdachte rekening met zijn jeugdige leeftijd, het feit dat verdachte nog niet eerder als verdachte met de politie en justitie in aanraking is geweest voor geweldsmisdrijven, en de omstandigheid dat ten aanzien van de bewezen verklaarde feiten sprake is van samenloop. Daarbij heeft de rechtbank er in het voordeel van de verdachte ook rekening meegehouden, dat - nu de voorlopige hechtenis van verdachte in verband met zijn persoonlijke ontwikkeling is geschorst - een hernieuwde detentie die ontwikkeling nadelig kan beïnvloeden.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur alsmede een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te noemen aantal uren moet worden opgelegd.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

22c, 22d, 47, 57, 141, 285 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens deze feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van drieënveertig (43) dagen.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van tweehonderd (200) uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door 100 dagen hechtenis.

Heft op het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis van de verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.E.A. Toeter, voorzitter,

mrs. T.A.M. Tijhuis en G.A. van der Bijl, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. Blijleven,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 juni 2010.

Mr. G.A. van der Bijl is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. De voor het bewijs gebezigde schriftelijke stukken worden slechts gebezigd tot bewijs in samenhang met de overige bewijsmiddelen.

2 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 17 februari 2010 (dossierpagina 416).

3 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina's 172 en 173); het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 17 februari 2010 (dossierpagina 416).

4 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina 173) en het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina 203).

5 De processen-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina 173) en d.d. 19 februari (dossierpagina's 178 en 181).

6 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina 173).

7 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 maart 2010 (dossierpagina 352).

8 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 maart 2010 (dossierpagina's 405 en 406).

9 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 februari 2010 (dossierpagina's 300, 302, 307 en 310).

10 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina's 191 en 192).

11 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina 203).

12 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina's 154 en 155).

13 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina's 138 e.v.).

14 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina's 191 en 192).

15 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina's 154 en 155).

16 Het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 16 februari 2010 (dossierpagina 165); een schriftelijk stuk, te weten medische informatie betreffende aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 17 februari 2010 (dossierpagina 171).

17 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina's 138 e.v.).

18 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina 253).

19 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 6] d.d. 16 februari 2010 (dossierpagina's 257 en 258).

20 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina's 191 en 192).

21 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 7] d.d. 16 februari 2010 (dossierpagina's 197 en 198)

22 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 9] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina 186).

23 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina 203).

24 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 8] d.d. 16 februari 2010 (dossierpagina 263).

25 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 mei 2010 (nagekomen stuk).

26 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina's 174); het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 9] d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina 185).

27 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 februari 2010 (dossierpagina's 349 en 350).