Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN5156

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-05-2010
Datum publicatie
27-08-2010
Zaaknummer
15/750015-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak poging moord; poging doodslag wettig en overtuigend bewezen; promis; voorwaardelijk opzet; ondeugdelijke poging mes; verminderd toerekeningsvatbaar.

De rechtbank is - anders dan de officier van justitie - van oordeel dat niet bewezen is hetgeen verdachte primair ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte zich op enig moment voor het steken van [slachtoffer] kalm en rustig heeft beraden en toen de beslissing heeft genomen [slachtoffer] te doden.

De rechtbank acht aannemelijk geworden dat verdachte [slachtoffer] in een hevige gemoedsbeweging heeft neergestoken. Het feit dat verdachte toen hij verdachte opzocht, eerst een mes is gaan ophalen, maakt dit niet anders.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag. Door het slachtoffer, terwijl hij zeer boos was, in het gezicht te snijden, heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard, dat het slachtoffer in de hals of in een slagader zou worden geraakt en daarop zou komen te overlijden. Vervolgens heeft verdachte ook bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij vitale delen van het slachtoffer zou raken door het slachtoffer meermalen in de buik en de linkerzij te steken. Het handelen van verdachte is - zeker voor een zo jonge dader - van een uitzonderlijke en schrikbarende agressiviteit, die aan het slachtoffer ernstig letsel te weeg heeft gebracht en hem, zijn familie en de (minderjarige) getuigen van zijn handelen veel angst hebben bezorgd. De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat niet vast is komen te staan dat het mes dat door verdachte is gebruikt een deugdelijk middel is om het slachtoffer te doden, derhalve is er volgens de raadsman sprake van een ondeugdelijke poging. De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit het feit dat verdachte zichzelf met het mes heeft gesneden en het feit dat verdachte het slachtoffer letsel in diens gezicht en een diepe steekwond in de buik en flank heeft toegebracht, kan worden afgeleid dat het een scherp mes betrof, waarmee forse en ook mogelijk fatale verwondingen konden worden toegebracht. Derhalve is van een ondeugdelijke poging geen sprake.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/750015-10

Uitspraakdatum: 18 mei 2010

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het achter gesloten deuren gehouden onderzoek op de terechtzitting van 4 mei 2010 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ([geboorteland]),

wonende te ([postcode]) [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in de Rijksinrichting voor Jeugdigen De Heuvelrug, locatie Eikenstein te Zeist.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 21 januari 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- (meermalen) met een mes, althans een scherp voorwerp in het gezicht van die [slachtoffer] heeft gestoken en/of

- (meermalen) met een mes, althans een scherp voorwerp in de buik en/of de (linker)zij van die [slachtoffer] heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair

hij op of omstreeks 21 januari 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet

- (meermalen) met een mes, althans met een scherp voorwerp in het gezicht van die [slachtoffer] heeft gestoken en/of

- (meermalen) met een mes, althans met een scherp voorwerp in de buik en/of de (linker)zij van die [slachtoffer] heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Meer subsidiair

hij op of omstreeks 21 januari 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- (meermalen) met een mes, althans met een scherp voorwerp in het gezicht van die [slachtoffer] heeft gestoken en/of

- (meermalen) met een mes, althans met een scherp voorwerp in de buik en/of de (linker)zij van die [slachtoffer] heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft - zakelijk weergegeven - gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit;

- de oplegging van een jeugddetentie voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich in die proeftijd niet schuldig maakt aan enig strafbaar feit en onder de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal houden aan de aanwijzingen van bureau Jeugdzorg, ook als dat inhoudt het volgen van het programma ITB-CRIEM en/of het volgen van een behandeling bij de Waag;

- de oplegging van de maatregel Hulp en Steun.

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak

De rechtbank is - anders dan de officier van justitie - van oordeel dat niet bewezen is hetgeen verdachte primair ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte zich op enig moment voor het steken van [slachtoffer] kalm en rustig heeft beraden en toen de beslissing heeft genomen [slachtoffer] te doden.

De rechtbank acht aannemelijk geworden dat verdachte [slachtoffer] in een hevige gemoedsbeweging heeft neergestoken. Het feit dat verdachte toen hij verdachte opzocht, eerst een mes is gaan ophalen, maakt dit niet anders.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden1

Op 21 januari 2010 had [slachtoffer] getraind bij voetbalvereniging Stormvogels te IJmuiden. Na de training trof hij een Marokkaanse jongen aan, waarvan hij weet dat deze [bijnaam verdachte] heet, die hem wilde slaan. Deze jongen pakte hem bij de keel vast en gaf aan dat hij wilde vechten. Na een woordenwisseling en wat geduw en getrek stapt [slachtoffer] achterop de scooter bij [getuige 1] die hem erop attent had gemaakt dat [bijnaam verdachte] een mes had. Buiten het terrein van de voetbalvereniging stapt [slachtoffer] van de scooter af omdat [bijnaam verdachte] hem riep. Hij loopt in de richting van [bijnaam verdachte] en als ze vlak bij elkaar staan, ziet hij dat [bijnaam verdachte] een mes in zijn hand heeft en hem gelijk daarop in zijn gezicht steekt. [slachtoffer] is daarop achteruit gestapt. [bijnaam verdachte] stapte vervolgens weer op [slachtoffer] af, pakte hem vast zodat hij niet meer weg kon stappen en stak hem twee maal in de linkerzijde van zijn lichaam. [slachtoffer] voelde dat hij in zijn buik en zijn zij was gestoken. Dit deed erg veel pijn en bloedde hevig.2 [slachtoffer] is vervolgens opgenomen in het Rode Kruisziekenhuis te Beverwijk.3 Uit de medische verklaring van de trauma-chirurg van het Rode Kruisziekenhuis te Beverwijk blijkt dat [slachtoffer] verwondingen in het gezicht heeft opgelopen, bestaande uit snijwonden in het gelaat met name ter hoogte van de linkerwang en de rechterneusvleugel. Hiervan is geen blijvend letsel te verwachten, maar wel enige littekens. De verwondingen in de buik en zij streek bestonden uit een steekwond in de linkerflank tot in het peritoneum. Hierbij zijn geen vitale delen geraakt en is ook geen blijvend letsel te verwachten. Voorts verklaart de arts dat de geconstateerde wonden kunnen worden veroorzaakt door een mes of een daar op gelijkend voorwerp.4

Verdachte heeft verklaard, dat hij en zijn vriendin [naam] door [slachtoffer] met de dood bedreigd werden. Hij wilde dat de dreigementen van [slachtoffer] zouden ophouden en hij wilde niet meer bang voor [slachtoffer] zijn. Hij heeft een mes meegenomen naar de voetbalvereniging voor het geval [slachtoffer] stoer zou gaan doen.5 Bij de voetbalvereniging is verdachte op [slachtoffer] afgelopen. Hij had het mes al ingeklapt in zijn mouw zitten. Om [slachtoffer] bang te maken, heeft hij het mes - met de punt in de richting van [slachtoffer] - aan [slachtoffer] laten zien. Met [naam] en [getuige 2] is hij vervolgens het terrein afgegaan. Hij wilde terug naar [slachtoffer], maar [naam] en [getuige 2] hielden hem tegen. Toen [slachtoffer] op de scooter voorbij kwam, heeft hij hem geroepen. Daarop is [slachtoffer] op hem afgelopen en is vlak voor hem blijven staan. Verdachte was heel erg boos en haalde het mes weer uit zijn mouw. Hij is vervolgens bovenop [slachtoffer] gesprongen met het mes. Hij kon zichzelf niet meer tegenhouden. De eerste keer heeft hij [slachtoffer] op zijn gezicht geraakt, maar daarna weet hij het niet meer.6

4.3. Bewijsoverweging

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag. Door het slachtoffer, terwijl hij zeer boos was, in het gezicht te snijden, heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard, dat het slachtoffer in de hals of in een slagader zou worden geraakt en daarop zou komen te overlijden. Vervolgens heeft verdachte ook bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij vitale delen van het slachtoffer zou raken door het slachtoffer meermalen in de buik en de linkerzij te steken.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat niet vast is komen te staan dat het mes dat door verdachte is gebruikt een deugdelijk middel is om het slachtoffer te doden, derhalve is er volgens de raadsman sprake van een ondeugdelijke poging.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit het feit dat verdachte zichzelf met het mes heeft gesneden en het feit dat verdachte het slachtoffer letsel in diens gezicht en een diepe steekwond in de buik en flank heeft toegebracht, kan worden afgeleid dat het een scherp mes betrof, waarmee forse en ook mogelijk fatale verwondingen konden worden toegebracht. Derhalve is van een ondeugdelijke poging geen sprake.

4.4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

Subsidiair

hij op 21 januari 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen met een mes in het gezicht van die [slachtoffer] meermalen met een mes in de buik en de linkerzij van die [slachtoffer] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde is strafbaar en levert op:

t.a.v. het subsidiair ten laste gelegde feit:

Poging tot doodslag.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de Raad voor de Kinderbescherming op 28 april 2010 uitgebrachte rapport en het door de deskundige drs. M.H. Keppel, GZ- en Kinder- en Jeugdpsycholoog, op 19 april 2010 uitgebrachte Pro Justitia rapport, is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Hij heeft het 16-jarige slachtoffer in de nabijheid van een voetbalclub en in aanwezigheid van vele, veelal minderjarige, getuigen meer malen met een mes gestoken en gesneden in de buikstreek en het gezicht. Het handelen van verdachte is - zeker voor een zo jonge dader - van een uitzonderlijke en schrikbarende agressiviteit, die aan het slachtoffer ernstig letsel te weeg heeft gebracht en hem, zijn familie en de getuigen van zijn handelen veel angst hebben bezorgd. Het slachtoffer heeft, blijkens de door hem ingediende schriftelijke slachtofferverklaring, drie of vier dagen in het ziekenhuis gelegen. Zijn darmen lagen stil en de wonden moesten intern worden bekeken en enige tijd open worden gehouden. Het slachtoffer heeft aan de steekwonden littekens in zijn gezicht en zijn buik overgehouden die gevoelig en pijnlijk zijn. Het slachtoffer voelt zich niet veilig meer op straat en is steeds moe, prikkelbaar en vergeetachtig. Dat er bij het slachtoffer geen vitale delen zijn geraakt, is slechts een gelukkige omstandigheid.

Uit voormeld Pro Justitia rapport blijkt dat er bij verdachte sprake is van een gebrekkige sociaal-emotionele ontwikkeling in de vorm van forse ego zwakte, gebrekkig verlopende identiteitsontwikkeling, kenmerken van de oppositioneel-opstandige gedragsstoornis en ernstige acculturatieproblemen. Volgens de rapporterende deskundige is verdachte enigszins verminderd in staat geweest om zijn wil te bepalen en conform zijn gedragskeuzes te bepalen. Derhalve kan verdachte voor het ten laste gelegde enigszins verminderd toerekeningsvatbaar worden geacht.

De rechtbank kan zich vinden in voornoemde conclusies van het rapport. Zij neemt deze over en maakt deze tot de hare.

Voorts heeft de rechtbank bij het bepalen van de hoogte van de straf - in strafmatigende zin - rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte, met het feit dat hij een excuusbrief aan het slachtoffer heeft gezonden en met het feit dat verdachte, blijkens zijn documentatie, in het verleden niet eerder met politie of justitie in aanraking is geweest.

De op te leggen straf wijkt af van de strafeis van de officier van justitie, nu de rechtbank - anders dan de officier van justitie - niet de tenlastegelegde poging tot moord, maar de tenlastegelegde poging tot doodslag bewezen heeft verklaard.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

Daarnaast acht de rechtbank noodzakelijk dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van Bureau Jeugdzorg, ook als dat inhoudt het volgen van het programma ITB-Criem en/of het volgen van een behandeling bij de Waag. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

8. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

8.1.1. Vordering benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2502,84 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het tenlastegelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit:

- kledingschade, € 280,00;

- ziekenhuisopnamedagen, € 78,00;

- verbandmiddelen, € 33,00;

- littekencrème, € 73,00;

- reis en parkeerkosten, € 18,84;

- telefoonkosten, € 20,00;

- smartengeld, € 2.000,00.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot na te noemen bedrag eenvoudig is vast te stellen en dat genoemde schadeposten rechtstreeks voortvloeien uit het subsidiair bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van kledingschade tot een bedrag van € 150,00 en de vordering van het smartengeld tot een bedrag van € 1.000,00 toewijsbaar zijn. De overige schadeposten zijn voor het gevraagde bedrag toewijsbaar. De vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 1.372,84.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

8.1.2. Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.372,84.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

36f, 45, 77a, 77g, 77i, 77l, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het hem primair ten laste gelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van VEERTIEN (14) MAANDEN.

Beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot ZEVEN (7) MAANDEN niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

- verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Bureau Jeugdzorg, zolang die instelling dat nodig acht, ook als zulks inhoudt dat verdachte een behandeling bij de Waag ondergaat en/of het programma ITB-Criem volgt.

Geeft in het kader van deze bijzondere voorwaarde tevens aan bovengenoemde instelling de opdracht tot het verlenen van hulp en steun ex artikel 77aa Wetboek van Strafrecht.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer] geleden schade tot een bedrag van € 1.372,84 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.372,84, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 23 dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

11. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.G. Tielenius Kruythoff, voorzitter,

mr. M.Th. Goossens, kinderrechter en mr. E. Kanninga-Jonker, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. S.V. Ramdharie, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 mei 2010.

mr. J.G. Tielenius Kruythoff is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. Schriftelijke stukken worden alleen in onderlinge samenhang met andere bewijsmiddelen gebezigd.

2 Het proces-verbaal van aangifte d.d. 23 januari 2010 (aangifte [slachtoffer]).

3 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 januari 2010 (personalia slachtoffer [slachtoffer]).

4 Een schriftelijk stuk te weten een medisch rapport van het Rode Kruisziekenhuis, van Dr. R.S. Breederveld, trauma-chirurg, d.d. 20 april 2010.

5 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 4 mei 2010

6 De processen-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 en 23 januari 2010 (verhoren verdachte [naam]).