Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN4476

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
09-07-2010
Datum publicatie
19-08-2010
Zaaknummer
15/700137-09 en 15/710249-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis. Diefstal in vereniging. Modus operandi. Fotoconfrontatie.

Verdachte heeft zich samen met een ander (dan wel anderen) schuldig gemaakt aan (pogingen) tot diefstal en oplichting in een viertal woningen van hoog bejaarde mensen.

De meervoudige kamer veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 15/700137-09 en 15/710249-10 (ter terechtzitting gevoegd)

Uitspraakdatum: 9 juli 2010

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 juni 2010 in de – ter terechtzitting gevoegde en door de rechtbank van een doorlopende nummering voorziene - zaken tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting, Huis van Bewaring Haarlem te Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 15/700137-09

feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 27 januari 2009 tot en met 28 januari 2009 te Haarlem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen in/uit een woning (gelegen aan de [adres A] te Haarlem) een geldbedrag (ongeveer 700 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A] (geboren [geboortedatum]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

feit 2:

hij in of omstreeks de periode van 27 januari 2009 tot en met 28 januari 2009 te Haarlem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een) geld-/pin-/betaalautoma(a)t(en) heeft weggenomen 2.340,- Euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A] (geboren [geboortedatum]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of door middel van een valse sleutel (immers heeft verdachte (telkens) een gestolen bankpas op naam van die [slachtoffer A], althans een pas die niet op zijn, verdachte's, naam was gesteld, door de geld-/pin-/betaalautomaat gehaald en/of gevoerd en/of laten halen/voeren en/of (telkens) een aan de rechtmatige houder van die pas opgegeven (geheime) pincode ingetoetst);

feit 3 (primair):

hij op of omstreeks 17 februari 2009 te Heemstede tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres B] te Heemstede) heeft weggenomen (een) siera(a)d(en) en/of een geldbedrag (ongeveer 150,- Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B] (geboren [geboortedatum]) en/of [slachtoffer C] ([geboortedatum]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een vals kostuum, immers heeft/hebben verdachte en of één of meer van zijn mededader(s)

- bij de woning van die [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] aangebeld en/of

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] gezegd dat hij een medewerker van de/het Waterleiding(sbedrijf) was en/of

- (terwijl die [slachtoffer B] op verzoek de waterkraan opendraaide) tegen die [slachtoffer B] gezegd hij een nieuwe waterpomp bij die [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] moest plaatsen,

althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

feit 3 (subsidiair):

hij op of omstreeks 17 februari 2009 te Heemstede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres B] te Heemstede) heeft weggenomen geld en/of goed(eren), althans datgene wat van zijn/hun gading zou blijken te zijn, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B] (geboren [geboortedatum]) en/of [slachtoffer C] (geboren [geboortedatum]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen geld en/of goed(eren), althans datgene wat van zijn/hun gading zou blijken te zijn, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een vals kostuum, immers heeft/hebben verdachte en of één of meer van zijn mededader(s)

- bij de woning van die [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] gezegd dat hij een medewerker van de/het Waterleiding(sbedrijf) was en/of

- (terwijl die [slachtoffer B] op verzoek de waterkraan opendraaide) tegen die [slachtoffer B] gezegd hij een nieuwe waterpomp bij die [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] moest plaatsen,

althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 4:

hij op of omstreeks 17 februari 2009 te Zandvoort ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een woning (gelegen aan de [adres D] te Zandvoort) geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slacht[slachtoffer D] (geboren [geboortedatum]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen geld en/of goed(eren), althans datgene wat van zijn/hun gading zou blijken te zijn, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een vals kostuum, immers heeft/hebben verdachte en of één of meer van zijn mededader(s)

- die [slachtoffer D] opgebeld en tegen die [slachtoffer D] gezegd dat hij een medewerker van de Nuon was en dat er een gaslek was en/of

- gezegd dat zij, [slachtoffer D], de telefoon op de haak moest leggen om te kijken of zijn collega al voor de deur stond en/of

- (toen die [slachtoffer D] de deur had geopend) tegen die [slachtoffer D] gezegd dat zij naar binnen moesten gaan en dat daar uitgelegd zou worden wat er zou gaan gebeuren,

althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- is/zijn hij, verdachte, of één of meer van zijn mededader(s) (vervolgens) naar de bovenverdieping van die woning gelopen, op zoek naar geld en/of (een) goed(eren) van zijn/hun gading, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 5:

hij op of omstreeks 29 december 2008 te Heemstede tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres E] te Heemstede) heeft weggenomen 2.000,- Euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer E] (geboren [geboortedatum]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een vals kostuum, immers heeft/hebben verdachte en of één of meer van zijn mededader(s)

- die [slachtoffer E] opgebeld en tegen die [slachtoffer E] gezegd dat hij er een gaslek was en dat de mensen van de gemeente onderweg waren om te kijken en/of

- (vervolgens) bij de woning van die [slachtoffer E] aangebeld en/of

- tegen die [slachtoffer E] gezegd dat haar huis gevaar liep en/of

- tegen die [slachtoffer E] gezegd dat zij alles van waarde bij elkaar moest zoeken en/of

- tegen die [slachtoffer E] gezegd dat zij al haar geld en/of sieraden op de sprei van het bed moest leggen zodat hij er foto's van kon maken voor de verzekering,

althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

feit 6:

hij op of omstreeks 21 februari 2008 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres F] te Haarlem) heeft weggenomen een bijouteriedoos en/of (een) siera(a)d(en) (waaronder één of meer ring(en) en/of een (een) oorbel(len) en/of een horloge) en/of een portemonee (kleur: bruin) met inhoud en/of een ID-kaart (op naam van [slachto[slachtoffer F]) en/of een tas (kleur: zwart/wit geruit) en/of een portemonnee (kleur: rood) en/of een bankpas (van de ABN AMRO) en/of 5.000,- Euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachto[slachtoffer F] (geboren [geboortedatum]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een vals kostuum, immers heeft/hebben verdachte en of één of meer van zijn mededader(s)

- bij de woning van die [slachtoffer F] aangebeld en/of

- tegen die [slachtoffer F] gezegd dat hij een medewerker van de gemeente was en/of

- tegen die [slachtoffer F] gezegd dat hij een gaslek in de woning van die [slachtoffer F] wilde controleren en/of

- tegen die [slachtoffer F] gezegd dat zij haar woning moest verlaten in verband met een gaslekkage en/of

- tegen die [slachtoffer F] gezegd dat zij al haar waardevolle spullen in een tas moest doen en/of dat hij op die tas zou letten gedurende de ontruiming,

althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

feit 7:

hij op of omstreeks 20 februari 2008 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres G] te Sanpoort-Noord) heeft weggenomen (een) (gouden) siera(a)d(en) (te weten: één meer armband(en) en/of één of meer ring(en) en/of een ketting en/of broche) en/of kristal (merk: Swarovski) en/of een (gouden) manchetknoop en/of een (dames)portemonnee met inhoud en/of 300,- Euro, althans een geldbedrag, en/of één of meer (gouden) munt(en) (Afrikaanse Rand), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer G] (geboren [geboortedatum]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een vals kostuum, immers heeft/hebben verdachte en of één of meer van zijn mededader(s)

- bij de woning van die [slachtoffer G] aangebeld en/of

- tegen die [slachtoffer G] gezegd dat er een gaslek in de omgeving was en/of dat die [slachtoffer G] haar woning zo snel mogelijk moest verlaten en/of

- tegen die [slachtoffer G] gezegd dat zij al haar waardevolle spullen moest verzamelen en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer G] opgebeld en tegen die [slachtoffer G] gezegd dat zij op moest schieten omdat de boel ging ontploffen,

althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

feit 8:

hij op of omstreeks 20 februari 2008 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres H] te Haarlem) heeft weggenomen 3.000,- Euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachto[slachtoffer H] (geboren [geboortedatum]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van een vals kostuum, immers heeft/hebben verdachte en of één of meer van zijn mededader(s)

- bij de woning van die [slachtoffer H] aangebeld en/of

- tegen die [slachtoffer H] gezegd dat er een gaslek in haar woning was en/of

- tegen die [slachtoffer H] gezegd dat zij direct haar sieraden en waardevolle spullen althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- (nadat die [slachtoffer H] had gezegd dat zij spaargeld onder de kussen van haar bed had verstopt) is/zijn hij, verdachte, of één of meer van zijn mededader(s) (vervolgens) met die [slachtoffer H] naar de bovenverdieping van die woning gelopen en heeft/hebben hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) het geld uit de hand van die [slachtoffer H] gepakt;

feit 9:

hij op of omstreeks 20 februari 2008 te Haarlem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een woning (gelegen aan het [adres I] te Haarlem) geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer I] (geboren op [geboortedatum]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen geld en/of goed(eren), althans datgene wat van zijn/hun gading zou blijken te zijn, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een vals kostuum, immers heeft/hebben verdachte en of één of meer van zijn mededader(s)

- bij de woning van die [slachtoffer I] aangebeld en/of

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer I] gezegd dat hij kwam om de waterdruk te controleren en/of (daartoe) de kraan in de woning van die [slachtoffer I] één of meermalen opengedraaid en/of

- tegen die [slachtoffer I] gezegd dat er mogelijk ook een gaslek in haar woning was en dat er explosiegevaar zou zijn en/of

- tegen die [slachtoffer I] gezegd dat hij boven wilde kijken,

althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 10:

hij op of omstreeks 20 februari 2008 te Haarlem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een woning (gelegen aan de [adres J] te Haarlem) geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer J] (geboren op [geboortedatum]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen geld en/of goed(eren), althans datgene wat van zijn/hun gading zou blijken te zijn, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een vals kostuum, immers heeft/hebben verdachte en of één of meer van zijn mededader(s)

- bij de woning van die [slachtoffer J] aangebeld en/of

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer J] gezegd dat hij van het water(leidingsbedrijf) was en/of die [slachtoffer J] de kraan wilde opendraaien zodat hij een controle kon uitvoeren en/of

- tegen die [slachtoffer J] gezegd dat er een gaslek was geconstateerd en/of dat hij wilde controleren of dat bij haar, [slachtoffer J], ook zo was en/of

- aan die [slachtoffer J] gevraagd of zij geld of sieraden in huis had en/of dat hij die vraag stelde omdat zij, [slachtoffer J], anders een aanvullende verzekering nodig had,

althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

parketnummer 15/710249-10

(primair):

hij op of omstreeks 10 februari 2010 te Vught, althans in het arrondissement

-s Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en / of van een valse hoedanigheid en / of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en / of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer K] (geboren [geboortedatum]) te bewegen tot de afgifte van enig geldbedrag en/of een hoeveelheid sieraden, in elk geval van enig goed, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en / of listiglijk en / of bedrieglijk en / of in strijd met de waarheid als volgt heeft gehandeld: zijnde en / of hebbende hij, verdachte, en / of (één of meer van) zijn mededader(s)

- zich (telefonisch) voorgedaan als zijnde (een) medewerker(s) van de gemeente Vught en/of als zijnde (een) perso(o)n(en), bezig met een onderzoek naar een gaslek buiten de woning van die [slachtoffer K] en/of

- die [slachtoffer K] gevraagd of er contant geld en/of sieraden in de woning aanwezig waren en/of die [slachtoffer K] dat geld en/of die sieraden zou meenemen als zij de woning zouden verlaten (daar zij mogelijk de woning moesten verlaten) en/of

- die [slachtoffer K] gevraagd of er nog andere personen in de woning aanwezig waren,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

(subsidiair):

hij op of omstreeks 10 februari 2010 te Vught, althans in het arrondissement

s-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeéigening weg te nemen enig geldbedrag en/of een hoeveelheid sieraden, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer K] (geboren op [geboortedatum]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s)

- zich (telefonisch) voorgedaan als zijnde (een) medewerker(s) van de gemeente Vught

en/of als zijnde (een) perso(o)n(en), bezig met een onderzoek naar een gaslek buiten de woning van die [slachtoffer K] en/of

- die [slachtoffer K] gevraagd of er contant geld en/of sieraden in de woning aanwezig waren en/of die [slachtoffer K] dat geld en/of die sieraden zou meenemen als zij de woning zouden verlaten (daar zij mogelijk de woning moesten verlaten) en/of

- die [slachtoffer K] gevraagd of er nog andere personen in de woning aanwezig waren, zijnde de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid;

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaken.

Ontvankelijkheid openbaar ministerie

De raadsman heeft bepleit dat, nu in het vooronderzoek niet voldaan is aan de onderzoekswensen van de verdediging ten aanzien van feit 3, te weten een geur en/of dactyloscopische proef van de stoel waar verdachte zou hebben gezeten in de woning van aangever [slachtoffer B], verdachte in zijn belangen is geschaad en er geen eerlijke behandeling van zijn strafzaak heeft plaatsgevonden. Derhalve dient het openbaar ministerie -aldus de raadsman- ten aanzien van dit feit niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Het oordeel van de rechtbank

Het betoog van de raadsman miskent het feit dat de te onderzoeken stoel zich in een woning bevindt en dat de wensen van de verdediging ruim vijf maanden na het gepleegde feit bij de politie bekend zijn gemaakt. Op dat moment bleek het voor de politie, wegens contaminatie, simpelweg niet meer mogelijk te zijn om voornoemde onderzoekswens uit te voeren. Van enig vormverzuim is dan ook geen sprake.

De rechtbank oordeelt het openbaar ministerie ontvankelijk in zijn vervolging met betrekking tot dit feit en overigens ook alle andere ten laste gelegde feiten.

Voorts zijn er geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder feit 1, feit 2, feit 3 subsidiair, feit 4, feit 5 en het primair ten laste gelegde onder parketnummer 15/710249-10.

Voor het onder feit 7, feit 8 en feit 10 ten laste gelegde heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd. Voor het onder feit 6 en feit 9 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, waarbij hij heeft opgemerkt dat er zijns inziens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring van die feiten te komen.

Voor voornoemde zes feiten die volgens de officier van justitie bewezen kunnen worden verklaard heeft hij gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij, ingediend door mw. [naam]-[slachtoffer G], heeft de officier van justitie gevorderd deze vordering niet ontvankelijk te verklaren omdat het ten laste gelegde feit niet bewezen kan worden verklaard.

Met betrekking tot het beslag heeft de officier van justitie gevorderd dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen op de beslaglijst onder de nummers 19 en 20 (bankafschriften) terug dienen te worden gegeven aan de rechthebbende (te weten aangever [slachtoffer A]), dat de BMW personenauto (genoemd op de beslaglijst onder nummer 31) verbeurd dient te worden verklaard en dat de overige onder verdachte in beslag genomen voorwerpen aan hem dienen te worden teruggegeven.

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 3 primair, feit 5, feit 6, feit 7, feit 8, feit 9 en feit 10 ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Feit 3 primair:

Aangever [slachtoffer B] noch zijn vrouw [slachtoffer C] kunnen verklaren wat er is weggenomen. Het enkele vermoeden dat er kostbaarheiden en een geldbedrag zijn weggenomen, is onvoldoende om van een voltooide diefstal te kunnen spreken. Dit geldt temeer nu [slachtoffer C] in een nader verhoor heeft verklaard dat zij nadat de politie weg was het plastic tasje waarin zij haar sieraden en geld had gedaan in haar slaapkamer op haar bed heeft aangetroffen en niet weet of zij daadwerkelijk iets vermist. De rechtbank spreekt verdachte daarom van het primair ten laste gelegde vrij.

Partiële vrijspraak feit 3 subsidiair en feit 4 (vals kostuum):

Voorts acht de rechtbank ten aanzien van feit 3 subsidiair en feit 4 niet bewezen dat gebruik zou zijn gemaakt van een vals kostuum en spreekt verdachte voor beide feiten van dat (strafverzwarende) onderdeel vrij. Hoewel personen zich voor zouden hebben gedaan als medewerkers van het waterleidingbedrijf (feit 3) respectievelijk het energiebedrijf Nuon (feit 4), blijkt niet dat deze personen zich ook als zodanig gekleed hebben bij hun bezoek aan de aangevers. Aangeefster [slachtoffer D] (feit 4) benadrukt zelfs op dat de persoon die zich heeft uitgegeven als medewerker van Nuon niet de naam van het bedrijf op de kleding draagt.

Feit 5:

De officier van justitie is van oordeel dat dit feit bewezen kan worden verklaard omdat de modus operandi overeenkomt met die in de eerste vier feiten en bovendien vast kan worden gesteld dat aangeefster [slachtoffer E] die dag, 29 december 2008, twee maal werd gebeld met een mobiel telefoonnummer dat die dag eveneens contact had met een ander mobiel telefoonnummer, welk laatstgenoemde telefoonnummer eerder die dag is gebruikt om aangever [slachtoffer B] te bellen. Aldus zou uit deze ‘telecomlink’ en de gebruikte modus operandi de betrokkenheid van verdachte bij dit feit blijken.

De rechtbank kan uit deze ‘telecomlink’ niet afleiden dat verdachte de persoon is geweest die geld heeft weggenomen uit de woning van aangeefster dan wel dat hij met deze persoon heeft samengewerkt. De rechtbank kan immers niet vaststellen of de persoon of de personen die op 29 december 2008 beide telefoonnummers hebben gebruikt en met elkaar en met [slachtoffer B] hebben gebeld ook (een van) de personen (is) zijn geweest als degenen die enige weken later, op 17 februari 2009, daadwerkelijk in de woning van aangever [slachtoffer B] zijn geweest. Dat er bij beide feiten blijkbaar van eenzelfde modus operandi sprake is, is op zichzelf, zonder aanvullende feiten en/of omstandigheden, onvoldoende wettig en overtuigend (schakel)bewijs om tot een bewezenverklaring te komen van dit feit. De gebruikte modus operandi is immers (helaas) niet uniek.

Feit 6, feit 7, feit 8, feit 9 en feit 10:

Met de raadsman en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring van deze feiten te komen. Met betrekking tot de feiten 7 en 10 is als bewijsmiddel alleen een aangifte in het dossier voorhanden. Ten aanzien van de feiten 6, 8 en 9 zijn met de aangevers ook fotoconfrontaties gehouden. Niet is evenwel gebleken dat deze fotoconfrontaties met voldoende waarborgen omkleed zijn geweest, zodat de rechtbank aan de uitkomsten van deze fotoconfrontaties - wat daar overigens ook van zij - voorbij gaat. Hoewel bij alle feiten in het dossier, en ook die waarbij de rechtbank tot een vrijspraak komt, een min of meer dezelfde modus operandi te herkennen is, is deze modus operandi niet zodanig uniek dat zij in de omstandigheden van de onderhavige gevallen als schakelbewijs kan dienen. De rechtbank kan daarom, bij ontbreken van andere objectieve bewijsmiddelen, niet uitsluiten dat anderen dan verdachte zich van eenzelfde modus operandi hebben bediend.

4.2 Bewijsoverweging

De raadsman heeft bepleit dat nu bij alle fotoconfrontaties de foto van verdachte zich op plaats nummer vijf bevond de getuigen elkaar kunnen hebben gewezen op dat nummer, zodat van een objectiveerbare herkenning geen sprake meer kan zijn. Voorts stelt de raadsman dat de herkenning van verdachte door aangever [slachtoffer B] op een ‘toevalstreffer’ kan berusten.

Het oordeel van de rechtbank:

Aangever [slachtoffer B] verklaart gemotiveerd dat de persoon op foto 5 afgebeeld bij hem in de woonkamer heeft gezeten, hij weet dit voor 100% zeker. Hoewel zijn vrouw, getuige [slachtoffer C], met hem in de confrontatieruimte aanwezig was, verklaart zij geen van de personen op de foto’s te herkennen. Hieruit concludeert de rechtbank dat beide getuigen oprecht en gemotiveerd geheel en al uit eigen waarneming verklaren. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid van deze fotoherkenning te twijfelen. Daar komt bij dat ook niet gebleken is van enige onderlinge bekendheid van de diverse aangevers, zij zijn ook niet woonachtig in elkaars buurt. Nu de onderhavige fotoherkenning geruime tijd na de fotoconfrontaties in de zaken tenlastegelegd onder 6, 8 en 9 heeft plaatsgevonden, ligt het voorts geenszins voor de hand dat aangever [slachtoffer B] bij aanvang van de fotoconfrontatie ervan op de hoogte zou zijn geweest op welk nummer de foto van verdachte zou worden geplaatst.

4.3. Redengevende feiten en omstandigheden 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van het navolgende:

Parketnummer 15/700137-09

Feiten 1 en 2:

Op 27 januari 2009 wordt er omstreeks 11:00 uur bij de woning van aangever [slachtoffer A] aan de [adres A] in Haarlem aangebeld door twee mannen die aangever vertellen dat er een gaslek is, waardoor aangever sterk de indruk kreeg dat deze twee mannen van het gasbedrijf waren en hen in zijn woning binnen laat. Nadat een van de mannen de kraan in de keuken heeft opengedraaid, zegt deze dat het niet pluis is. Vervolgens zeggen de twee mannen aangever dat zijn huis geëvacueerd moet worden en vragen zij hem of hij geld heeft om elders de nacht te kunnen doorbrengen. Aangever, geboren op [geboortedatum] en dan 83 jaar oud, is zo onder de indruk van de situatie dat hij op aandringen van beide mannen zijn portemonnee aan hen geeft, waaruit zij 700 á 800 euro halen en op tafel leggen. Ook vertelt aangever zijn pincode aan de mannen. Nadat de mannen zijn vertrokken ontdekt aangever dat het geld grotendeels is weggenomen, slechts 100 euro resteert. De volgende dag blijkt er € 2340,- van zijn rekening te zijn opgenomen. Aangever bemerkt op dat moment ook dat zijn pinpas weg is2. Het geldbedrag blijkt op 27 en 28 januari 2009 te zijn gepind bij een viertal geldautomaten in Haarlem en Amsterdam3.

Verdachte wordt op 17 februari 2009 in de buurt van aangever [slachtoffer D], als feit 4 tenlastegelegd, aangehouden, als verdacht van poging diefstal in de woning van voornoemde [slachtoffer D]. Bij zijn aanhouding wordt in het bezit van verdachte een autosleutel aangetroffen waarvan verdachte verklaart dat deze sleutel zijn eigendom is en hoort bij zijn auto, een BMW4. Deze auto wordt vlak bij de woning van aangeefster [slachtoffer D] (voornoemd) aangetroffen en voor onderzoek naar het politiebureau gesleept5. Voor de voorstoel aan de bijrijderszijde wordt een doos aangetroffen met daarin ondermeer twee bankafschriften op naam van aangever [slachtoffer A] voornoemd, [adres A] in Haarlem6.

Ter terechtzitting heeft verdachte geen verklaring kunnen geven hoe de bankafschriften daar, zoals hij zelf ter terechtzitting heeft aangegeven: in zijn auto, terecht gekomen zijn.

Feit 3:

Op 17 februari 2009 wordt er omstreeks 11.15 uur bij de woning van aangever [slachtoffer B], geboren op [geboortedatum] en dan 83 jaar oud, aan de [adres B] in Heemstede aangebeld door een man die zich kenbaar maakt als medewerker van het waterleidingbedrijf en aangever vraagt de kraan open te zetten. De man loopt achter aangever naar binnen en zegt dat hij een nieuwe waterpomp moet plaatsen. De man en aangever zijn in de woonkamer gaan zitten. Aangever ziet even daarna een tweede man door de openstaande voordeur de woning binnen lopen. Vervolgens loopt de tweede man naar boven. Kort daarna komt de vrouw van aangever, getuige [slachtoffer C], geboren op [geboortedatum] en dan 73 jaar oud, naar beneden gelopen, gevolgd door de tweede man. Deze tweede man vraagt aan aangever of hij geen kluis heeft, omdat hij daar de waardevolle spullen in moet doen en waarschuwt voor ontploffingsgevaar. Hierop wordt aangever achterdochtig en verlaten de mannen de woning7. Op dat moment had de vrouw van aangever, getuige [slachtoffer C], geboren op [geboortedatum] en dan 73 jaar oud, op aanraden van de tweede man, die in dit verband sprak van explosiegevaar, sieraden en een geldbedrag van vermoedelijk 150 euro in een plastic tasje gedaan. Wanneer zij weer op haar slaapkamer komt ziet de getuige dat dit plastic tasje is verdwenen8. Later op de dag, nadat de politie is vertrokken, ziet getuige [slachtoffer C] het tasje op het bed liggen. Zij weet dus niet of er iets is vermist.9 Uit een selectie van verdachtenfoto’s herkent aangever met naar eigen zeggen 100% zekerheid de foto van verdachte als de man die op 17 februari 2009 bij hem in de woonkamer heeft gezeten10.

Feit 4:

Op 17 februari 2009 wordt aangeefster [slachtoffer D], geboren op [geboortedatum] en dan 79 jaar oud, omstreeks 12.00 uur op haar huistelefoon in haar woning aan de [adres D] in Zandvoort gebeld door een man die zich voordoet als medewerker van Nuon, met de mededeling dat er een gaslek in haar woning zou zijn en dat zijn collega zo voor de deur zou staan om het lek te repareren. Hij vraagt haar te gaan kijken of zijn collega al voor de deur staat. Inderdaad blijkt er op dat moment een man voor de deur van haar woning te staan die naar binnen stapt en aangeefster zegt in de huiskamer te gaan zitten. Aangeefster voelt zich overrompeld en wil dat de man haar huis verlaat, aan welk verzoek de man na enig tegenstribbelen gehoor geeft. Aangeefster belt vervolgens bij haar buurman aan om haar verhaal te doen. Daarna loopt zij weer terug naar haar eigen woning om de voordeur op slot te doen. Ze gaat haar huis binnen en ziet een man van haar trap af komen. Ze heeft de man gevraagd wat hij hier deed. De man zegt dat hij helemaal niet van de trap komt. Terwijl hij dat zegt, staat de man nog op de trap. De man heeft de voordeur open gedaan en loopt naar buiten11. Op straat is ondertussen door de buurman voornoemd een politieagent gewaarschuwd dat er een vreemde man in de woning van aangeefster zou zijn geweest. De verbalisant ziet een man lopen en hoort aangeefster herhaaldelijk roepen dat deze man van de trap van haar woning af kwam lopen. Hierop wordt de man staande gehouden en deze maakt zich desgevraagd bekend als [verdachte], hierna verdachte te noemen. Wanneer verdachte wordt gevraagd naar wat hij zojuist heeft gedaan, antwoordt hij dat hij ‘niets had gedaan’.

Gevraagd naar zijn betrokkenheid bij het vierde feit verklaart verdachte ter terechtzitting dat hij die dag in dienst van zijn zwager colporteerde en flyers uitdeelde. Hij was de woning van aangeefster [slachtoffer D] binnengelopen omdat de voordeur op een kier stond. Hij wilde binnen roepen of er iemand thuis was. Verdachte ontkent op de trap te zijn geweest. Verdachte heeft geen verklaring kunnen geven waarom hij, terwijl hij aan het colporteren zou zijn, tegen de verbalisant verklaart dat hij ‘niets had gedaan’.

Parketnummer 15/710249-10

primair:Op 10 februari 2010 wordt getuige [naam], geboren op [geboortedatum] en dan 82 jaar oud, gebeld in haar woning in Vught, aan de [adres], door een man die zich uit geeft als medewerker van de gemeente met de mededeling dat er een gaslek zou zijn. De getuige [getuige] wordt gevraagd naar haar waardevolle spullen en gezegd dat deze mogelijk in veiligheid gebracht moeten worden. Tijdens het telefoongesprek wordt er aangebeld en staan er twee mannen voor de deur. Zij vertellen dat zij voor de gaslekkage komen. Getuige [getuige] geeft de telefoon aan een van de mannen en licht haar echtgenoot in. Een van de twee mannen gaat direct naar boven, zij volgt hem. De man vraagt of er nog iemand boven is en de getuige antwoordt dat de hulp boven aan het werk is. Hierop gaat de man direct naar beneden12. Aangever [slachtoffer K], geboren op [geboortedatum] en dan 87 jaar oud, bevindt zich beneden en hoort een van de mannen zeggen dat er een gaslek zou zijn. Vervolgens ziet hij de man, die een korte tijd bij hem in de keuken is geweest, opeens gehaast vertrekken. Van zijn vrouw, getuige [getuige] voornoemd, hoort hij dat een van de mannen haar had gevraagd of zij contact geld en sieraden in huis hadden en dat hij haar had gevraagd of zij die spullen niet mee naar buiten zouden nemen, omdat zij het huis mogelijk moesten verlaten13. De verbalisanten zien verdachte en een medeverdachte over de weg rennen. Wanneer verdachte de verbalisanten ziet, rent hij hard van hen weg. Op het aanroepen ‘stop, politie!’ reageert hij niet. Door hem met de dienstauto de pas af te snijden kan verdachte staande worden gehouden14. Bij zijn verhoor inverzekeringstelling verklaart verdachte op zoek naar werk bij diverse woningen in Vught te hebben aangebeld en flyers te hebben uitgedeeld, maar nergens binnen te zijn geweest15. In politieverhoor verklaart verdachte bij een woning naar binnen te zijn gegaan, bij een vrouw van circa 75 jaar oud en met haar boven te hebben gekeken of er werk was voor hem. Zijn collega en medeverdachte [naam] was met haar man in de keuken. Over gas zou niet zijn gesproken16. Ter terechtzitting verklaart verdachte die dag in Vught te hebben geflyerd voor het bedrijf van zijn zwager, hoewel hij op dat moment reeds een eigen bedrijf voor dakonderhoud aan het opstarten was. Hij had geen ladder bij zich en wilde via het raam op de bovenverdieping naar het dak kijken of daar werk was, aldus verdachte. Verdachte ontkent met de bewoners te hebben gesproken over een gaslek.

Overweging ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten:

Verdachte is bij arrest van 6 maart 2001 door het gerechtshof te Arnhem onherroepelijk veroordeeld voor een twaalftal feiten –grotendeels kort gezegd inhoudende- diefstal en oplichting van bejaarden door zich (met anderen) als dakdekker voor te doen. Bij arrest van 24 januari 2006 is verdachte wederom door het gerechtshof te Arnhem onherroepelijk veroordeeld voor een tiental soortgelijke feiten -kort gezegd inhoudende- diefstal en oplichting van bejaarden door zich (met anderen) als medewerker van het gas- of energiebedrijf voor te doen en de slachtoffers te benaderen met de mededeling dat er een gaslek in of onder de woning was geconstateerd. Telkens werd er gevraagd of er waardevolle spullen in de woning aanwezig waren.

De rechtbank stelt vast dat bovenstaande feiten (1 en 2, 3, 4 en het primair tenlastegelegde feit onder parketnummer 15/710249-10) zich allen kenmerken (en wat betreft feit 2 mogelijk is gemaakt) door het gebruik van dezelfde modus operandi, te weten het benaderen van (hoog) bejaarden in een hoedanigheid die de schijn van betrouwbaarheid moet wekken, zoals een medewerker van een energiebedrijf, het waterleidingbedrijf of de gemeente, met de mededeling dat er bepaald defect in de woning is geconstateerd, zoals een gaslek, waarop de bewoners naar de aanwezigheid van geld, sieraden of waardevolle voorwerpen wordt gevraagd. Hoewel het gebruik van deze modus operandi niet uniek is, staat het voor de rechtbank voldoende vast dat in ieder geval verdachte zich van deze modus operandi in voormelde zaken heeft bediend.

De rechtbank stelt vast dat verdachte op 17 februari 2009 op aanwijzing van aangeefster [slachtoffer D] op heterdaad is aangehouden. Slechts drie kwartier eerder die dag werd eenzelfde modus operandi gebruikt. De aangever van dat feit ([slachtoffer B]) herkent verdachte bij een fotoconfrontatie. Ook wordt die dag de auto van verdachte aangetroffen met daarin een tweetal bankafschriften op naam van de aangever van het eerste en tweede tenlastegelegde feit ([slachtoffer A]). Hoewel deze bankafschriften van een latere datum zijn dan de pleegperiode van het eerste en tweede tenlastegelegde feit, blijkt daar naar het oordeel van de rechtbank niet uit dat verdachte niets te maken zou hebben met deze feiten. Integendeel is de rechtbank van oordeel dat juist uit het bezit van deze bankafschriften blijkt dat verdachte een meer dan bijzondere interesse heeft getoond voor de bancaire poststukken van aangever. Dit valt te rijmen met het feit dat de bankpas van aangever is ontvreemd en met het feit dat verdachte, met kennis van de pincode, in staat is geweest een groot geldbedrag te pinnen. Ten slotte heeft de rechtbank geen reden te twijfelen aan de verklaringen van aangever en getuige van het onder parketnummer 15/710249-10 tenlastegelegde feit ([slachtoffer K] en [naam]) -inhoudende- dat hen is gezegd dat er een gaslek zou zijn, en acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij slechts in de woning zou zijn geweest om het dak te bekijken volstrekt ongeloofwaardig. Bij dit laatste weegt de rechtbank mee dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij die dag aan het flyeren was voor zijn zwager, terwijl er in de auto waarin verdachte reed geen flyers zijn aangetroffen. Voorts heeft verdachte ter terechtzitting wisselend verklaard omtrent de reden van het flyeren bezien in het licht van het starten van zijn eigen bedrijf.

Overweging ten aanzien van het medeplegen:

De rechtbank stelt aldus vast dat verdachte tekens een van de personen is geweest die is betrokken bij het plegen van bovenstaande feiten. Uit elk van de aangiften blijkt dat de verdachten volgens een vaste modus operandi in een bewuste en nauwe samenwerking hebben gehandeld. Daarmee kan ook het medeplegen van verdachte bewezen worden verklaard, nu de rechtbank binnen dit gestructureerde samenwerkingsverband niet vast behoeft te stellen welke rol verdachte precies heeft gespeeld. Dit geldt evenzeer voor het onder 2 (parketnummer 15/700137-09) tenlastegelegde feit, mede gelet op de tijdstippen waarop de pinhandelingen met de ontvreemde bankpas hebben plaatsgevonden, kort nadat die bankpas gestolen was en aan verdachte en zijn mededader de bijbehorende pincode bekend was geworden.

4.4 Bewezenverklaring

feit 1:

hij op 27 januari 2009 te Haarlem, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een woning gelegen aan de [adres A] te Haarlem een geldbedrag (ongeveer 700 Euro) toebehorende aan [slachtoffer A] (geboren [geboortedatum]);

feit 2:

hij in de periode van 27 januari 2009 tot en met 28 januari 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit geldautomaten heeft weggenomen 2.340,- Euro toebehorende aan [slachtoffer A] (geboren [geboortedatum]), waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van een valse sleutel, immers heeft verdachte telkens een gestolen bankpas op naam van die [slachtoffer A] door de geldautomaat gehaald en/of gevoerd en/of laten halen/voeren en telkens een aan de rechtmatige houder van die pas opgegeven geheime pincode ingetoetst;

feit 3 (subsidiair):

hij op 17 februari 2009 te Heemstede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres B] te Heemstede) weg te nemen geld en/of goederen, althans datgene wat van hun gading zou blijken te zijn, toebehorende aan [slachtoffer B] (geboren [geboortedatum] en [slachtoffer C] (geboren [geboortedatum]), immers hebben verdachte en zijn mededader

- bij de woning van die [slachtoffer B] en [slachtoffer C] aangebeld en

- vervolgens tegen die [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] gezegd dat hij een medewerker van het Waterleidingsbedrijf was en

- terwijl die [slachtoffer B] op verzoek de waterkraan opendraaide tegen die [slachtoffer B] gezegd dat hij een nieuwe waterpomp bij die [slachtoffer B] en [slachtoffer C] moest plaatsen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 4:

hij op 17 februari 2009 te Zandvoort ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen uit een woning (gelegen aan de [adres D] te Zandvoort) geld en/of goederen van hun gading, toebehorende aan [slachtoffer D] (geboren [geboortedatum]), immers hebben verdachte en zijn mededader

- die [slachtoffer D] opgebeld en tegen die [slachtoffer D] gezegd dat hij een medewerker van de Nuon was en dat er een gaslek was en

- gezegd dat zij, [slachtoffer D], de telefoon op de haak moest leggen om te kijken of zijn collega al voor de deur stond en

- (toen die [slachtoffer D] de deur had geopend) tegen die [slachtoffer D] gezegd dat zij naar binnen moesten gaan en dat daar uitgelegd zou worden wat er zou gaan gebeuren, en

- is hij, verdachte, of zijn mededader vervolgens naar de bovenverdieping van die woning gelopen, op zoek naar geld en/of (een) goed(eren) van hun gading, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Parketnummer 15/710249-10

primair:

hij op 10 februari 2010 te Vught, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer K] (geboren [geboortedatum]) te bewegen tot de afgifte van enig geldbedrag en een hoeveelheid sieraden, tezamen en in vereniging met anderen met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid als volgt heeft gehandeld: zijnde en / of hebbende hij, verdachte, en / of (één of meer van) zijn mededaders

- zich telefonisch voorgedaan als zijnde een medewerker van de gemeente Vught en als zijnde personen, bezig met een onderzoek naar een gaslek buiten de woning van die [slachtoffer K] en

- gevraagd of er contant geld en/of sieraden in de woning aanwezig waren en/of dat geld en/of die sieraden meegenomen zouden worden als zij de woning zouden verlaten (daar zij mogelijk de woning moesten verlaten),

- en gevraagd of er nog andere personen in de woning aanwezig waren, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

De rechtbank leest de tenlastelegging van feit 3 subsidiair gelet op de tekst van het onder primair tenlastegelegde overeenkomstig de kennelijke bedoeling van de steller van die tenlastelegging verbeterd ten aanzien van de derde en achtste zin, nu – naar hetgeen de rechtbank uit het standpunt van de verdediging heeft opgemaakt - de verdediging die tenlasteleggingen kennelijk ook aldus heeft begrepen en verdachte door de verbeteringen van die misslagen daarom niet in zijn verdediging is geschaad.

De rechtbank leest de tenlastelegging van Parketnummer 15/710249-10 onder primair overeenkomstig de kennelijke bedoeling van de steller van die tenlastelegging verbeterd ten aanzien van de veertiende zin. De rechtbank is van oordeel dat verdachte door de verbeteringen van die misslagen niet in zijn verdediging is geschaad.

Voor zover er in de tenlastelegging van de overige feiten taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze door de rechtbank verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 15/700137-09:

Feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen.

Feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd.

Feit 3 subsidiair: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen

Feit 4: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen

Parketnummer 15/710249-10:

primair: poging tot oplichting.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sancties

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met een ander (dan wel anderen) schuldig gemaakt aan (pogingen) tot diefstal en oplichting in een viertal woningen van hoog bejaarde mensen. Verdachte heeft zijn slachtoffers kennelijk bewust uitgekozen op hun hoge leeftijd en dientengevolge op hun kwetsbaarheid.Hij heeft hen daarbij op een wijze benaderd die bij hen een angstreactie teweeg moest brengen, doorgaans door als gefingeerde medewerker van de gemeente, het waterleidingbedrijf of het gasbedrijf zijn slachtoffers te vertellen dat er een gaslek in hun woning zou zijn en/of dat er explosiegevaar zou zijn. Van het vertrouwen dat verdachte en zijn mededader(s) in die hoedanigheid uitstraalden maakten zij misbruik door hun slachtoffers, die zich mede door hun hoge leeftijd meer dan een ander in een hulpbehoevende situatie bevinden, te bewegen geldbedragen, sieraden, waardevolle goederen en/of een pinpas af te geven. In één geval heeft verdachte en/of zijn mededader ook een groot geldbedrag opgenomen met een gestolen bankpas.

De rechtbank is van oordeel dat dit buitengewoon ernstige feiten zijn. Verdachte heeft deze door hun hoge leeftijd kwetsbare personen doelbewust als gemakkelijke prooi uitgekozen en hen op een uitgekookte, voorbedachte en geoefende wijze benaderd. Met zijn optreden heeft verdachte het vertrouwen van zijn slachtoffers, die door hun leeftijd veelal in hoge mate afhankelijk zijn van de hulp van anderen, ernstig geschaad. De rechtbank neemt hierbij ook in beschouwing dat de feiten steeds werden gepleegd bij de slachtoffers thuis, waardoor het gevoel van veiligheid dat een ieder in en rond zijn huis probeert te waarborgen, ernstig is geschaad. Bovendien brengen deze feiten ook een gevoel van onbehagen teweeg in de omgeving van de slachtoffers, bij hun familieleden en in de samenleving in het algemeen.

Ten nadele van verdachte neemt de rechtbank voorts in aanmerking dat verdachte in het verleden vele malen eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten. Niet alleen is gebleken dat verdachte opnieuw in herhaling is gevallen, verdachte heeft bovendien zelfs gedurende de schorsing van de hem voor deze feiten opgelegde voorlopige hechtenis een soortgelijk strafbaar feit gepleegd.

De rechtbank ziet echter in de omstandigheid dat verdachte wordt vrijgesproken van het vijfde hem ten laste gelegde feit, welk feit door de officier van justitie in zijn strafeis is verdisconteerd, aanleiding om af te wijken van de 30 maanden gevangenisstraf zoals door de officier van justitie is gevorderd.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

Verder is de rechtbank van oordeel dat het onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven BMW personenauto dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezenverklaarde feit met behulp van deze auto is begaan of voorbereid. Deze auto behoort aan verdachte toe, gezien het feit dat verdachte het voertuig ook ter terechtzitting aanduidt als ‘zijn auto’ en alleen, zoals hijzelf aangeeft, vanwege de omstandigheid dat verdachte zich niet kan verzekeren op naam van zijn vriendin staat.

8. Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij mw. [naam]- [slachtoffer G] heeft een vordering tot schadevergoeding van USD 5000,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 7 (parketnummer 15/700137-09) tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat nu verdachte wordt vrijgesproken van dit feit zij de benadeelde partij niet kan ontvangen in haar vordering.

Ook benadeelde partij [naam] - [slachtoffer E], die - zo merkt de rechtbank op - een vordering tot schadevergoeding van nihil heeft ingediend, kan niet ontvangen worden in haar vordering nu de rechtbank verdachte ook met betrekking tot feit 5 (parketnummer 15/700137-09) vrijspreekt.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Artikelen 33, 33a, 45, 47, 57, 310, 311, 326 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 3 primair, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 ten laste is gelegd en spreekt hem van deze feiten vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partijen mw. [naam]- [slachtoffer G] en [naam] - [slachtoffer E] niet-ontvankelijk in de vordering.

Verklaart verbeurd nummer 31 van de beslaglijst, te weten een personenauto BMW, kleur grijs.

Gelast de teruggave aan de rechthebbende [slachtoffer A] van nummers 19 en 20 van de beslaglijst, te weten bankbescheiden.

Gelast de teruggave aan verdachte van nummers 1 tot en met 18 en 20 tot en met 30 van de beslaglijst.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Ph. Burgers, voorzitter,

mr. P.M. Wamsteker en mr. C.M. Cichowski-van der Kleijn, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.J. van Bree,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 juli 2010.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A] d.d. 3 februari 2009, dossierpagina’s 194-195.

3 Een schriftelijk stuk, te weten een overzicht van financiële mutaties d.d. 3 februari 2009, dossierpagina’s 204 t/m 208.

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 februari 2009, dossierpagina’s 17-18.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 februari 2009, dossierpagina’s 20-21.

6 Proces-verbaal van onderzoek voertuig d.d. 18 februari 2009

7 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer B] d.d. 17 februari 2009, dossierpagina’s 147, 148, 149.

8 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer C] d.d. 17 februari 2009, dossierpagina 153.

9 Procesverbaal van verhoor getuige [slachtoffer C] d.d. 17 februari 2009, dossierpagina 155.

10 Proces-verbaal van opsporingsconfrontatie d.d. 2 maart 2009, dossierpagina 157.

11 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer D] d.d. 17 februari 2009, dossierpagina’s 45-46.

12 Proces-verbaal van verhoor getuige G.M. [naam] d.d. 10 februari 2010, dossierpagina’s 73-74.

13 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer K] d.d. 10 februari 2010, dossierpagina’s 69-70.

14 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 februari 2010, dossierpagina’s 63-64.

15 Proces-verbaal van verhoor inverzekeringstelling verdachte d.d. 10 februari 2010, dossierpagina 16.

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 februari 2010, dossierpagina 28.