Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN4345

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-08-2010
Datum publicatie
18-08-2010
Zaaknummer
462164 CV EXPL 10-4590
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De onderhoudsplicht die de ouder op de voet van artikel 1:392 BW jegens zijn kinderen heeft, brengt mee dat de ouder aansprakelijk is voor de kosten, gemaakt ten behoeve van de verzorging en opvoeding van zijn minderjarige kind, nu die minderjarige daarvoor zelf niet kan worden aangesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ROT 2010/222

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 462164 / CV EXPL 10-4590

datum uitspraak: 5 augustus 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de stichting STICHTING DUNAMARE ONDERWIJSGROEP

te Haarlem

eiseres

hierna te noemen Dunamare

gemachtigde H. Terhoeven

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde

hierna te noemen [gedaagde]

procederende in persoon

De procedure

Dunamare heeft [gedaagde] gedagvaard op 29 maart 2010. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.

Dunamare heeft daarop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.

De feiten

1. Dunamare is een onderwijsorganisatie waarbij scholen voor voortgezet onderwijs zijn aangesloten, waaronder het Lourens Janszoon Coster College LJC2 te Haarlem (hierna: LJC2).

2. [gedaagde] is de vader van de minderjarige [XXX] (hierna [XXX]).

3. [XXX] is op 19 maart 2007 ingeschreven voor de brugklas van LJC2.

4. Op het inschrijfformulier is onder andere het volgende vermeld:

“Door ondertekening van het aanmeldingsformulier [...] verklaart de ondertekenaar dat hij/zij zal voldoen aan de gestelde financiële verplichtingen [...].”

5. Dunamare heeft aan [XXX] een boekenpakket verstrekt voor het schooljaar 2008/2009.

6. Dunamare heeft [gedaagde] ter zake een bedrag van € 200,00 in rekening gebracht.

7. [gedaagde] is in gebreke gebleven met betaling.

De vordering

Dunamare vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 244,03.

Dunamare legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] uit hoofde van de inschrijving van [XXX] bij LJC2 gehouden is tot betaling van het bedrag van € 200,00.

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven heeft [gedaagde] Dunamare genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. Dunamare heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 44,03 inclusief btw. Deze kosten komen ingevolge de toepasselijke algemene voorwaarden voor rekening van [gedaagde].

Voorts is [gedaagde] de wettelijke rente verschuldigd vanaf 10 juni 2009.

Het verweer

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan dat hij gescheiden is en dat zijn voormalige echtgenote, die inmiddels is overleden, [XXX] heeft ingeschreven bij LJC2. De op het inschrijfformulier geplaatste handtekening is niet van [gedaagde].

[gedaagde] heeft steeds alimentatie betaald ter voldoening van onder andere de schoolkosten van [XXX]. [gedaagde] is ervan uitgegaan dat de ouders van zijn ex-vrouw na haar overlijden alles zouden betalen.

De beoordeling van het geschil

In het midden kan blijven of [gedaagde] [XXX] bij LJC2 heeft ingeschreven dan wel zijn voormalige echtgenote. Daartoe is het volgende redengevend.

Uitgangspunt is dat de met het gezag beklede ouders, gelet op het bepaalde in artikel 1:392 BW, gehouden zijn tot het verstrekken van levensonderhoud aan hun (minderjarige) kinderen. In aanmerking genomen dat een minderjarige niet kan worden aangesproken voor kosten, gemaakt ten behoeve van zijn verzorging en opvoeding, volgt uit het systeem van de wet dat ieder van de onderhoudsplichtige ouders daarvoor aansprakelijk is. Dit brengt mee dat Dunamare [gedaagde], die na het overlijden van de moeder van [XXX] de enige met het gezag beklede ouder van [XXX] is, voor de kosten van de door haar aan [XXX] verstrekte studieboeken kan aanspreken en dat [gedaagde] deze kosten moet voldoen. De vordering zal derhalve worden toegewezen. Voor zover uit het verweer kan worden afgeleid dat ter zake van deze kosten met de voormalige schoonouders van [gedaagde] afspraken zijn gemaakt, regarderen deze afspraken Dunamare niet. [gedaagde] zal zich in dat geval met zijn voormalige schoonouders moeten verstaan.

De kosten verbonden aan de door Dunamare gestelde - en door [gedaagde] niet betwiste - buitengerechtelijke werkzaamheden, zijn aan te merken als redelijke kosten die voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking komen, en wel voor het gevorderde bedrag dat overeenkomt met het in rapport Voorwerk II vastgelegde geldende tarief.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Dunamare van € 244,03 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 200,00 vanaf 10 juni 2009 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Dunamare tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 92,93

vastrecht € 90,00

salaris gemachtigde € 60,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.