Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN2975

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
21-07-2010
Datum publicatie
30-07-2010
Zaaknummer
157669 / HA ZA 09-722
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst van opdracht. Eisers hebben in opdracht van gedaagde aanvullende verpleeghuiszorg verleend. Gedaagde weigert in verband met een door de Nederlandse Zorgautoriteit opgelegde korting een deel van de declaraties te vergoeden. Eisers mochten erop vertrouwen dat declaraties volledig vergoed zouden worden. Dit zou anders kunnen zijn indien eisers tijdig door gedaagde op de hoogte waren gesteld van de toegepaste korting. Waar zij bij het declareren en ontvangen van gelden ten behoeve van eisers fungeerde als hun vertegenwoordiger, stond het gedaagde niet vrij om zich na de ontvangst van de betalingen te gaan gedragen als verlengstuk van het zorgkantoor. Daar komt bij dat de Nederlandse Zorgautoriteit de korting volledig heeft teruggedraaid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 157669 / HA ZA 09-722

Vonnis van 21 juli 2010

in de zaak van

1. de stichting

STICHTING HERVORMD CENTRUM PENNEMES,

gevestigd te Zaandam, gemeente Zaanstad,

2. de stichting

STICHTING DOOPSGEZIND ZORGCENTRUM "HET MENNISTENERF”,

gevestigd te Zaandam, gemeente Zaanstad,

eiseressen,

advocaat mr. P.W.M. Huisman te Amsterdam,

tegen

de stichting

STICHTING EVEAN ZORG,

gevestigd te Purmerend,

gedaagde,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Pennemes c.s. (eisers gezamenlijk), Hervormd Centrum en Mennistenerf (eisers afzonderlijk) en Evean genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 22 juli 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 4 november 2009

- het proces-verbaal van niet gehouden voortzetting van comparitie van 25 januari 2010

- de akte tevens houdende vermeerdering van eis van Pennemes c.s.

- de akte van Evean.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Hervormd Centrum en Mennistenerf zijn beide zorginstellingen die ieder een verzorgingshuis exploiteren.

2.2. Evean is een zorginstelling die zowel verpleeg- als verzorgingshuizen exploiteert.

2.3. Tot eind 2006 heeft Evean Pennemes c.s. ingeschakeld voor het verlenen van (aanvullende) verpleeghuiszorg (AVZ), dat wil zeggen verzorging in een verzorgingshuis van personen met een verpleeghuisindicatie.

2.4. Pennemes c.s. declareerde genoemde zorg bij Evean en Evean diende deze declaraties (samen met haar eigen declaratie wegens AVZ) in bij het zogenaamde zorgkantoor, die de declaraties beoordeelde en uitbetaalde.

2.5. In elk geval tot het jaar 2005 werd de gehele productie, ook voor zover die de afgesproken productie overtrof, volledig vergoed en aan Evean uitbetaald, waarna Evean deze vergoeding doorbetaalde aan Pennemes c.s.

2.6. Op 6 februari 2007 heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voor het jaar 2006 een ‘beleidsregel verrekening gerealiseerde productie 2006’ (CA-173) vastgesteld die kort gezegd inhield dat ‘de gecontracteerde dagen aanvullende verpleeghuiszorg als percentage van het totale aantal verzorgingsdagen op basis van de productieafspraken’ het landelijk gemiddelde van 33,9% per regio niet te boven mocht gaan. Dit betekende dat niet langer alle zorg die werd geleverd boven de reeds gemaakte productieafspraken zou worden vergoed.

2.7. Op grond van genoemde beleidsregel heeft NZa aan Evean op 1 juni 2007 een korting opgelegd ad € 1.311.244,-, omdat de 33,9% norm in 2006 overschreden zou zijn. Evean heeft daartegen bezwaar gemaakt.

2.8. Bij beslissing op bezwaar van 18 april 2008 schrijft de NZa onder meer:

Naar aanleiding van het bezwaarschrift is echter het volgende gebleken. De afspraken AVZ zijn door één verzorgingshuis namens meerder verzorgingshuizen gemaakt. Bij de beoordeling van de overproductie AVZ en de toetsing aan de gemiddelde norm van 33,9% is hiermee echter geen rekening gehouden. Dit is logisch want uit de aangeboden productiegegevens blijkt deze constructie in het algemeen niet. Dit is ook het geval geweest bij Evean Zorg. Bij Evean Zorg zijn voor de berekening van het percentage aanvullende verpleeghuiszorg alle door Evean Zorg gerealiseerde dagen aanvullende zorg afgezet tegen de verzorgingsdagen van Evean Zorg. Dit levert echter geen juiste weergave op van het percentage aanvullende verpleeghuiszorg ten opzichte van de reguliere verzorgingsdagen. Voor een goede berekening hadden ook de verzorgingsdagen van de overige huizen waar de AVZ daadwerkelijk door Evean Zorg is geleverd moeten worden meegenomen.

Gelet op het voorgaande wordt het bezwaar van Evean Zorg gevolgd. De korting in verband met de overproducties AVZ bedroeg € 1.311.244,-. Indien bij de toetsing aan de 33,9% rekening wordt gehouden met alle verzorgingsdagen en alle aanvullende verpleeghuiszorg komt de korting geheel te vervallen.

2.9.

3. Het geschil

3.1. Pennemes c.s. vordert – samengevat – veroordeling van Evean tot betaling van EUR 137.914,16, vermeerderd met rente en kosten. Bij akte vermeerdering eis heeft Mennistenerf haar (deel van de) vordering vermeerderd tot € 70.559,-.

3.2. Evean voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Pennemes c.s. legt aan haar vordering ten grondslag dat zij in de jaren 2003, 2005 en 2006 in opdracht van Evean aanvullende verpleeghuiszorg heeft verleend, deze werkzaamheden bij Evean heeft gedeclareerd en dat Evean deze declaraties gedeeltelijk onbetaald heeft gelaten. Voor Hervormd Centrum betreft het een bedrag in hoofdsom van € 61.761,-; voor Mennistenerf (zoals nader gepreciseerd bij akte) een bedrag in hoofdsom van € 70.559,-.

4.2. Volgens Evean heeft zij aan Hervormd Centrum over 2005-2007 € 64.886 niet uitgekeerd. Ook over 2003 is een bedrag onbetaald gebleven. Nu Hervormd Centrum haar vordering becijfert op € 61.761,- kan het verschil tussen de door partijen genoemde bedragen onbesproken blijven. Voorts heeft Evean erkend dat zij aan Mennistenerf een bedrag van € 70.559,- niet heeft betaald.

4.3. Evean heeft evenzeer erkend dat zij met Pennemes c.s. tot ultimo 2006 afspraken heeft gemaakt over het verlenen door Pennemes c.s. van aanvullende verpleeghuiszorg. Volgens Evean zijn de afspraken daarover niet schriftelijk vastgelegd, maar in de praktijk ontwikkeld en heeft de uitvoering daarvan tot 2006 nooit enig probleem opgeleverd. Evean benadrukt dat zij – naar de rechtbank begrijpt: in het kader van genoemde afspraken – mede fungeerde als kassier tussen Pennemes c.s. enerzijds en het zorgkantoor anderzijds. Volgens Evean moet worden aangenomen dat Pennemes c.s. ‘op de gebruikelijke wijze’ geïnformeerd was door de NZa over de hierboven sub 2.6 bedoelde beleidsregel, waarbij de vergoeding door het zorgkantoor in gevallen van productieoverschrijding werd gelimiteerd. Voorts beargumenteert Evean dat Pennemes c.s. de sub 2.8 genoemde beslissing op bezwaar van de NZa onjuist interpreteert, omdat die, aldus Evean, niet inhoudt dat de AVZ die Pennemes c.s. heeft geleverd voor zover die genoemde norm van 33,9% overschreed, zou worden vergoed.

4.4. De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen sprake is van een overeenkomst van opdracht op grond waarvan – volgens vaste praktijk – Pennemes c.s. in overleg en samenwerking met Evean aanvullende verpleeghuiszorg verleende en Pennemes c.s. de kosten van deze verrichtingen bij Evean declareerde, waarna Evean deze declaraties (tezamen met haar eigen declaraties ter zake AVZ) indiende bij het zorgkantoor en na de uitkering door het zorgkantoor zorg droeg voor betaling aan Pennemes c.s. Tot 2006 werden door Evean (na betaling door het zorgkantoor) alle door Pennemes c.s. gedeclareerde kosten ter zake AVZ volledig vergoed.

4.5. Het geschil tussen partijen is ontstaan als gevolg van het feit dat het zorgkantoor op grond van voor haar geldende nieuwe beleidsregels vanaf 2006 de geleverde overproductie aan AVZ boven de norm van 33,9% niet meer vergoedde. Evean stelt zich op het standpunt dat zij in haar rechtsverhouding met Pennemes c.s. gehouden is deze norm toe te passen. De rechtbank kan Evean daarin niet volgen. Daartoe is het volgende van belang. Tussen partijen staat vast dat Evean belast was met de declaratie van de mede door Pennemes c.s. geleverde AVZ en dat Pennemes c.s. tot 2006 haar declaraties steeds volledig vergoed kreeg, ook indien sprake was van overschrijding van het jaarlijks met het zorgkantoor afgesproken productieniveau. Pennemes c.s. mocht er derhalve, ook toen zij in 2006 afspraken maakte met Evean over de AVZ, op vertrouwen dat haar declaraties ter zake vergoed zouden worden. Dat zou anders kunnen zijn als Pennemes c.s. op de hoogte was van de wijziging in de financiering waartoe van overheidswege was besloten. Gegeven de positie van Evean als ‘kassier’ en de verdere taakverdeling tussen partijen, lag het op de weg van Evean om Pennemes c.s. daarover te informeren. Pennemes c.s. heeft bij brief van 27 november 2007 (productie 3 bij dagvaarding) aan Evean meegedeeld dat zij ‘te laat op de hoogte is gesteld van de productiestop’. Evean heeft sub 14 van de conclusie van antwoord aangevoerd dat ‘aangenomen moet worden dat Pennemes c.s. op de gebruikelijke wijze geïnformeerd was door de NZa door middel van het toezenden van de beleidsregel’. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat Pennemes c.s. niet bekend was met de nieuwe financieringsregels, nu Evean onvoldoende heeft gesteld om aan te kunnen nemen dat Pennemes c.s. daarvan wel op de hoogte was.

4.6. Voorts is van belang dat Evean op grond van de onderlinge afspraken belast was met het – mede namens Pennemes c.s. – indienen van declaraties bij het zorgkantoor, het ontvangen van betaling op die declaraties en het doorbetalen van die betalingen aan Pennemes c.s. (de door Evean genoemde kassiersfunctie). Onder die omstandigheden stond het Evean niet vrij om, waar zij bij het declareren en ontvangen van gelden ten behoeve van Pennemes c.s. fungeerde als haar vertegenwoordiger, zich na de ontvangst van de betalingen in 2008 te gaan gedragen als verlengstuk van het zorgkantoor.

4.7. Daar komt bij dat de NZa bij de sub 2.8 genoemde beslissing van 18 april 2008 de korting van € 1.311.244,- op de declaratie van Evean ter zake de geleverde overproductie aan aanvullende verpleeghuiszorg volledig heeft teruggedraaid. Dit brengt mee dat de declaratie van Evean, het deel van Pennemes c.s. daaronder begrepen, volledig is vergoed. Ook om die reden is Evean gehouden om de declaratie van Pennemes c.s. volledig te voldoen. Iedere andere uitkomst zou ertoe leiden dat Pennemes c.s. voor een deel van de door haar uitgevoerde zorg geen vergoeding zou ontvangen, terwijl Evean – die de declaratie heeft geïncasseerd – betaald zou krijgen terwijl daarvoor geen zorg is geleverd. Evean heeft nog aangevoerd dat het gedeelte van het budget dat zij wel heeft ontvangen maar niet heeft doorbetaald aan Pennemes c.s. ‘terug zou moeten vloeien naar de financier’. Dat standpunt kan de rechtbank echter niet volgen, omdat NZa na bezwaar van Evean heeft beslist dat voornoemde korting volledig komt te vervallen en er dus een rechtsgrond is (ontstaan) voor de betaling door het zorgkantoor van het eerder gekorte deel van de declaratie door Evean, nog daargelaten dat is gesteld noch gebleken dat Evean de door haar bedoelde gelden heeft terugbetaald aan het zorgkantoor.

4.8. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering in hoofdsom ad in totaal € 132.320,- zal worden toegewezen. De gevorderde handelsrente tot en met 31 mei 2009 ad € 19.311,16 zal bij gebrek aan betwisting eveneens worden toegewezen, evenals de rente vanaf die datum en de gevorderde buitengerechtelijke kosten ad € 2.842,-.

4.9. Evean zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Pennemes c.s. worden begroot op:

- dagvaarding EUR 85,98

- vast recht 3.035,00

- salaris advocaat 3.552,50 (2,5 punten × tarief EUR 1.421,00)

Totaal EUR 6.673,48

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt Evean om aan Pennemes c.s. te betalen een bedrag van EUR 154.473,16 (éénhonderdvierenvijftig duizendvierhonderddrieënzeventig euro en zestien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het bedrag van EUR 154,473,16 vanaf 1 juni 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt Evean in de proceskosten, aan de zijde van Pennemes c.s. tot op heden begroot op EUR 6.673,48,

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2010.?