Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN2958

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
30-07-2010
Datum publicatie
30-07-2010
Zaaknummer
15-700103-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De meervoudige kamer van de rechtbank Haarlem heeft verdachte vanwege brandstichting en bedreiging van de ex-partner veroordeeld tot terbeschikkingstelling met voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700103-10

Uitspraakdatum: 30 juli 2010

Tegenspraak

Verkort strafvonnis (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 juli 2010 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum Zwolle, te Zwolle.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 11 februari 2010 te Beverwijk opzettelijk brand heeft gesticht in een pand gelegen aan de [straatnaam], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk (in de badkamer)

- met de vlam van een aansteker een doek, althans een (stoffen) voorwerp, aangestoken en/of

- die brandende doek achter/tussen de wasmachine/wasdroger (staande in de badkamer van dat pand) gegooid/gelegd/gestopt/gehouden en/of (in de gang)

- met de vlam van een aansteker een jas aangestoken (terwijl die jas aan de kapstok hing),

in elk geval (telkens) opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een doek en/of een jas in dat pand (badkamer respectievelijk gang), althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die wasmachine en/of wasdroger en/of kapstok en/of een (groot) deel van de inventaris en/of de inboedel van/in dat pand en/of dat pand geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor dat pand en/of (overig) inventaris en/of inboedel van/in dat pand, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor één of meer perso(o)n(en) die zich in en/of nabij dat pand (bevond(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

2.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 december 2009 tot en met 31 december 2009 te Heemskerk, [naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk voornoemde [naam slachtoffer] (via de sms) dreigend de woorden toegevoegd:

- "ik rijg je aan je eigen keukenmes" en/of

- "niet goedsschiks dan kwaadschiks. Sta al weken op ontploffen. Niets of niemand houdt me tegen. Keb niets meer om voor te gaan. Ik neem jou mee. Ik geen kind jij geen kind" en/of

- "je gaat er hoe dan ook aan",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 200 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 14 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren onder de bijzondere voorwaarde van een straatverbod voor [adres en plaatsnaam]. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden wordt opgelegd.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

1.

zij op 11 februari 2010 te Beverwijk opzettelijk brand heeft gesticht in een pand gelegen aan de [straatnaam], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk in de badkamer met de vlam van een aansteker een stoffen voorwerp aangestoken en achter de wasmachine/wasdroger gegooid/gelegd/gestopt/gehouden en in de gang met de vlam van een aansteker een jas aangestoken terwijl die jas aan de kapstok hing, ten gevolge waarvan die wasmachine en wasdroger en kapstok en dat pand gedeeltelijk zijn verbrand,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor dat pand en inventaris en/of inboedel van/in dat pand en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen die zich in dat pand bevonden, te duchten was;

2.

zij op tijdstippen in de periode van 23 december 2009 tot en met 31 december 2009 te Heemskerk, [naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte telkens opzettelijk voornoemde [naam slachtoffer] via de sms dreigend de woorden toegevoegd:

- "ik rijg je aan je eigen keukenmes" en

- "niet goedschiks dan kwaadschiks. Sta al weken op ontploffen. Niets of niemand houdt me tegen. Keb niets meer om voor te gaan. Ik neem jou mee. Ik geen kind jij geen kind" en

- "je gaat er hoe dan ook aan".

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in

haar verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

1. opzettelijk brand stichten terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd.

2. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

6. Strafbaarheid van verdachte

De raadsman heeft ten aanzien van het als feit 1 ten laste gelegde aangevoerd dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden verklaard en daarom moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Anders dan de psycholoog en psychiater, is de raadsman van mening dat op basis van het opsporingsonderzoek een duidelijk verband is te zien tussen de zogenaamde gemuteerde konijnen die verdachte meende te zien en de plaatsen waar brand is gesticht, naar aanleiding waarvan verdachte zou hebben gehandeld zonder dat deze situatie voor haar voorzienbaar is geweest.

Anders dan de raadsman heeft aangevoerd, volgt de rechtbank de conclusie van psychiater [naam psychiater] dat verdachte de ochtend van het ten laste gelegde feit niet het medicijn Concerta had ingenomen en het daarom minder waarschijnlijk was dat zij die ochtend last had van visuele hallucinaties, de brandhaarden niet overeenkwamen met de plekken waar verdachte beesten gezien zou hebben en in brand stak en verdachte bovendien al langere tijd op de hoogte was van het feit dat de beesten die zij zag hallucinaties waren. Met name de eerder door verdachte vertoonde ‘acting out’ in het kader van de aanwezige borderline persoonlijkheidsstoornis lijkt verband te houden met het ten laste gelegde feit. De rechtbank neemt de conclusie van de psychiater dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd derhalve over, te meer nu ook in het psychologisch pro justitia rapport tot dezelfde conclusie wordt gekomen. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.

Nu ook overigens geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit, acht de rechtbank verdachte strafbaar.

7. Motivering van sanctie en maatregel

Bij de beslissing over de sanctie en maatregel die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege Tactus, Verslavingszorg, uitgebrachte Reclasseringsadvies van 27 april 2010, het door Reclassering Nederland uitgebrachte Maatregelrapport van 12 juli 2010, het door drs. [naam psycholoog], klinisch psycholoog, opgemaakte psychologisch Pro Justitia rapport van 4 mei 2010 en de aanvullende rapportage van 1 juli 2010, het door [naam psychiater] psychiater, opgemaakte psychiatrisch Pro Justitia rapport van 27 april 2010 en de aanvullende rapportage van 29 juni 2010, is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 11 februari 2010 in de woning waar zij kort daarvoor een kamer had gehuurd, op twee plekken opzettelijk brand gesticht. Ten tijde van de brandstichtingen lagen zowel de verhuurder als twee andere personen die een kamer in de woning huurden te slapen. Toen zij wakker werden van het brandalarm was reeds sprake van rookontwikkeling. Zij hebben de twee brandhaarden vervolgens geblust, waarna ook de brandweer ter plaatse kwam. Verdachte heeft nadien aangegeven, dat zij beesten zag waarvoor zij veel angst had en die zij om die reden in brand stak. Verdachte zelf heeft na de brandstichting het huis verlaten om naar haar therapie te gaan. Verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan een zeer ernstig feit, nu door haar handelingen niet alleen een gedeelte van het pand is beschadigd maar in het pand bovendien mensen aanwezig waren voor wie levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was. De rechtbank rekent het verdachte sterk aan dat zij, ondanks dat zij wist dat personen in de woning woonachtig waren, zich er niet van heeft vergewist of deze personen aanwezig waren en hen voor de brand heeft gewaarschuwd. In plaats daarvan heeft verdachte zelf de woning verlaten. Delicten als het onderhavige behoren tot de categorie strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en die hevige gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken.

Naast dit feit heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan bedreiging van haar ex-partner. Verdachte heeft hem in de periode rond kerst en oud en nieuw 2009 een drietal sms-berichten gestuurd inhoudende diverse bedreigingen met de dood. Ook dit betreft een zeer ernstig feit waarvan bekend is dat het een grote inbreuk maakt op de persoonlijke integriteit van de betreffende slachtoffers. Zoals blijkt uit de slachtofferverklaring geldt dit ook voor de ex-partner van verdachte, te meer nu de bedreigingen zijn geuit in het kader van de tijdelijk stopgezette omgangsregeling tussen verdachte en hun beider zoon en verdachte in de periode voor de bedreigingen diverse malen heeft getracht zich toegang tot de woning van haar ex-partner en hun zoon te verschaffen.

In de door [naam psycholoog] en [naam psychiater] opgestelde pro justitia-rapporten wordt vastgesteld dat verdachte lijdt aan ziekelijke stoornissen van de geestvermogens in de vorm van een eetstoornis NAO, een posttraumatische stressstoornis, ADHD en volgens psychiater [naam psychiater] tevens in de vorm van hallucinaties die mogelijk een bijwerking zijn van de voor verdachtes ADHD stoornis voorgeschreven Concerta. Daarnaast is bij verdachte sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, namelijk een borderline persoonlijkheidsstoornis.

Beide deskundigen komen – onder andere – tot de conclusie dat verdachte als gevolg van de ADHD en de borderline persoonlijkheidsstoornis, haar woede afreageerde met acting-out gedrag. Geadviseerd wordt verdachte ten aanzien van het feit waarover de psycholoog en psychiater rapporteren, te weten feit 1, verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

De deskundigen hebben voorts geconcludeerd dat de kans op recidive hoog is, wanneer met name de borderline persoonlijkheidsstoornis onvoldoende behandeld blijft. Samen met de ADHD problematiek blijft dit verdachte kwetsbaar houden voor het opnieuw ontstaan van woedeaanvallen. Voorts spelen ernstige trauma’s uit het verleden een rol en dienen onder andere ook het verlies van inkomen, gemis aan toekomstperspectief en het kunnen zien van haar zoon in ogenschouw te worden genomen. De deskundigen komen tot de conclusie dat ter voorkoming van ernstige recidive de maatregel TBS met voorwaarden moet worden opgelegd. De voorkeur gaat uit naar een behandeling bij de FPA (forensisch psychiatrische afdeling) te Heiloo, zodat verdachte contact kan houden met haar zoon en haar sociale omgeving.

De rechtbank neemt voormelde conclusies over en maakt deze tot de hare. Dit betekent dat het als feit 1 bewezen verklaarde verdachte slechts in verminderde mate kan worden toegerekend. Hoewel de deskundigen niet over het als feit 2 bewezen verklaarde als zodanig hebben gerapporteerd, gaat de rechtbank er op grond van voornoemde rapportages evenwel vanuit dat de ziekelijke stoornissen en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van verdachte ook ten tijde van het begaan van het als feit 2 bewezen verklaarde aanwezig waren, nu dit feit zich slechts kort voor het andere bewezen verklaarde feit heeft voorgedaan en uit de rapportages bovendien blijkt dat verdachte reeds jaren te kampen heeft met de betreffende psychische problematiek. De rechtbank is derhalve van oordeel dat ook het als feit 2 bewezen verklaarde verdachte slechts in verminderde mate kan worden toegerekend.

Door Reclassering Nederland is een maatregelrapport d.d. 12 juli 2010 uitgebracht ter voorbereiding van een eventuele TBS met voorwaarden. In dit rapport concludeert de rapporteur [naam rapporteur], op basis van uitlatingen van gz-psychologe [naam psycholoog] van FPA De Dijk te Heiloo, primair tot aanhouding van de behandeling van het onderzoek ter terechtzitting teneinde verdachte in het kader van voorwaarden bij de schorsing van de voorlopige hechtenis voor een proefperiode van vier maanden een klinische behandeling bij de FPA te Heiloo te laten ondergaan. Blijkens de toelichting van [naam rapporteur] ter terechtzitting van 16 juli 2010 is de behandeling in het kader van een schorsingsvoorwaarde evenwel niet haalbaar gebleken en wordt alsnog tot het in voornoemd rapport gedane (subsidiaire) advies tot oplegging van een TBS-maatregel met voorwaarden geadviseerd. Deze voorwaarden houden naast een meldingsgebod, een drugs- en alcoholverbod en diverse voorwaarden betreffende het gedrag van verdachte, ook een klinische behandelverplichting in de FPA De Dijk te Heiloo in.

Gelet op de inhoud van de genoemde rapporten, met gelijkluidende adviezen, en de ernst van de feiten in combinatie met hetgeen de rechtbank tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat een TBS met voorwaarden noodzakelijk is, tot naleving waarvan verdachte zich ter zitting uitdrukkelijk bereid heeft verklaard.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat voldaan wordt aan de eisen die de wet aan het opleggen van een TBS met voorwaarden stelt, te weten:

- bij verdachte bestond ten tijde van het plegen van de feiten een gebrekkige ontwikkeling en een ziekelijke stoornis van haar geestvermogens;

- op de gepleegde misdrijven is een gevangenisstraf van vier jaren of meer gesteld (feit 1) respectievelijk betreft het een specifiek feit in de wet genoemd waar TBS voor is toegelaten (feit 2); en

- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist die maatregel.

De rechtbank zal verdachte de volgende voorwaarden stellen:

1- verdachte zal zich houden aan de aanwijzingen haar te geven door of namens Reclassering Nederland;

2- verdachte zal zich klinisch laten behandelen in de FPA De Dijk te Heiloo, waarbij verdachte zich aan alle geïndiceerde behandel- en begeleidingsvormen zal houden zolang dit door de behandelaren, in overleg met Reclassering Nederland, noodzakelijk wordt geacht, ook als dit inhoudt het accepteren van voorgeschreven medicatie dan wel een wijziging van medicatie;

3- verdachte zal geen alcohol en drugs gebruiken en zal daartoe alcoholtesten en urinecontroles accepteren;

4- verdachte dient controle te krijgen dan wel abstinentie te bereiken met betrekking tot de benzodiazepine afhankelijkheid en zal daartoe middelencontrole accepteren;

5- verdachte houdt de Reclassering op de hoogte van haar verblijfplaats, indien deze al dan niet tijdelijk anders is dan het bij de Reclassering bekende adres;

6- verdachte is per week 7 keer 24 uur telefonisch bereikbaar voor de Reclassering. Hierover zijn vooraf met verdachte en/of de behandelinstelling afspraken gemaakt;

7- verdachte zal begeleiding en toezicht van de Reclassering accepteren. In dit kader is openheid, betreffende de vastgestelde risicogebieden ten opzichte van de reclasseringswerker essentieel;

8- verdachte toont initiatief in het contact met de reclasseringswerker. Indien er sprake is van ‘verzuim in het contact’, dan dient verdachte een geldige (verifieerbare) reden te hebben. De niet nagekomen afspraak wordt, in overleg met de reclasseringswerker, op zo kort mogelijke termijn alsnog door verdachte nagekomen;

9- verdachte geeft de Reclassering schriftelijke toestemming om trajectrelevante informatie in te winnen dan wel te verstrekken aan derden, in het bijzonder aan Bureau Jeugdzorg. Dit in het kader van resocialisatie, dan wel het kunnen inschatten van recidive en/of gevaarsrisico’s;

10- verdachte zal meewerken aan eventuele plannen ten aanzien van een voortgezette behandeling elders en/of nazorg, zoals de behandelaars dit in overleg met de Reclassering noodzakelijk achten;

11- verdachte stelt zich tijdens de behandeling behandelbaar op. Dit houdt in dat verdachte zich actief opstelt, meewerkt, en openheid geeft over haar ‘belevingswereld’, ook als dit inhoudt het bespreken van het delictscenario. Indien verdachte deze inspanning niet levert, zal dit gemeld worden aan de officier van justitie;

12- indien noodzakelijk geacht door de Reclassering gaat verdachte ermee akkoord dat de Reclassering contact onderhoudt met het sociale netwerk (steunsysteem) van verdachte. Dit kunnen betreffen contacten met partner, familieleden, vrienden, kennissen, werkgever, verenigingsleven etc.;

13- verdachte dient, zodra de behandeling dat toelaat, te beschikken over werk, dan wel een zinvolle, gestructureerde dagbesteding.

Daarnaast acht de rechtbank een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur noodzakelijk. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan. Daarnaast acht de rechtbank het noodzakelijk een straatverbod voor [adres en plaatsnaam], als bijzondere voorwaarde bij de voorwaardelijk op te leggen straf op te nemen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 37a, 38, 38a, 57, 157 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Gelast de terbeschikkingstelling van verdachte en stelt daarbij de volgende voorwaarden betreffende haar gedrag:

1- verdachte zal zich houden aan de aanwijzingen haar te geven door of namens Reclassering Nederland;

2- verdachte zal zich klinisch laten behandelen in de FPA De Dijk te Heiloo, waarbij verdachte zich aan alle geïndiceerde behandel- en begeleidingsvormen zal houden zolang dit door de behandelaren, in overleg met Reclassering Nederland, noodzakelijk wordt geacht, ook als dit inhoudt het accepteren van voorgeschreven medicatie dan wel een wijziging van medicatie;

3- verdachte zal geen alcohol en drugs gebruiken en zal daartoe alcoholtesten en urinecontroles accepteren;

4- verdachte dient controle te krijgen dan wel abstinentie te bereiken met betrekking tot de benzodiazepine afhankelijkheid en zal daartoe middelencontrole accepteren;

5- verdachte houdt de Reclassering op de hoogte van haar verblijfplaats, indien deze al dan niet tijdelijk anders is dan het bij de Reclassering bekende adres;

6- verdachte is per week 7 keer 24 uur telefonisch bereikbaar voor de Reclassering. Hierover zijn vooraf met verdachte en/of de behandelinstelling afspraken gemaakt;

7- verdachte zal begeleiding en toezicht van de Reclassering accepteren. In dit kader is openheid, betreffende de vastgestelde risicogebieden ten opzichte van de reclasseringswerker essentieel;

8- verdachte toont initiatief in het contact met de reclasseringswerker. Indien er sprake is van ‘verzuim in het contact’, dan dient verdachte een geldige (verifieerbare) reden te hebben. De niet nagekomen afspraak wordt, in overleg met de reclasseringswerker, op zo kort mogelijke termijn alsnog door verdachte nagekomen;

9- verdachte geeft de Reclassering schriftelijke toestemming om trajectrelevante informatie in te winnen dan wel te verstrekken aan derden, in het bijzonder aan Bureau Jeugdzorg. Dit in het kader van resocialisatie, dan wel het kunnen inschatten van recidive en/of gevaarsrisico’s;

10- verdachte zal meewerken aan eventuele plannen ten aanzien van een voortgezette behandeling elders en/of nazorg, zoals de behandelaars dit in overleg met de Reclassering noodzakelijk achten;

11- verdachte stelt zich tijdens de behandeling behandelbaar op. Dit houdt in dat verdachte zich actief opstelt, meewerkt, en openheid geeft over haar ‘belevingswereld’, ook als dit inhoudt het bespreken van het delictscenario. Indien verdachte deze inspanning niet levert, zal dit gemeld worden aan de officier van justitie;

12- indien noodzakelijk geacht door de Reclassering gaat verdachte ermee akkoord dat de Reclassering contact onderhoudt met het sociale netwerk (steunsysteem) van verdachte. Dit kunnen betreffen contacten met partner, familieleden, vrienden, kennissen, werkgever, verenigingsleven etc.;

13- verdachte dient, zodra de behandeling dat toelaat, te beschikken over werk, dan wel een zinvolle, gestructureerde dagbesteding.

Draagt Reclassering Nederland op verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de voorwaarden.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) dagen.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 14 (veertien) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

– verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

– verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat zij zich gedurende de proeftijd niet zal begeven naar het adres [naam adres en woonplaats]

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Heft op het bevel van voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de gevangenisstraf.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.M. van Santen, voorzitter,

mrs. J.W.H.G. Loyson en J.N.A. Jolink, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier, mr. E.M. ten Bos,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 juli 2010.