Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN2854

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
15-07-2010
Datum publicatie
29-07-2010
Zaaknummer
420284-CV EXPL 09-3637
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzetzaak. De vordering betreft een declaratie van een advocaat in een niet-civiele zaak. Partijen hebben tijdens de comparitie na antwoord besloten dat ze de kwestie van de werkzaamheden van de advocaat zullen voorleggen aan de Geschillencommissie Advocatuur. Deze heeft in maart vonnis gewezen. In het eindvonnis verwijst de kantonrechter naar dat arbitrale vonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 420284/CV EXPL 09-3637

datum uitspraak: 15 juli 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[opposant]

te [woonplaats]

opposant in conventie

eiser in reconventie

hierna te noemen [opposant]

gemachtigde mr. M.M.H. Meulemeesters

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FAEBB B.V.

te Amsterdam

geopposeerde in conventie

verweerster in reconventie

hierna te noemen FAEBB

gemachtigde mr. H.J.G.L Jaeger

In conventie en in reconventie

De procedure

[opposant] heeft FAEBB gedagvaard op 1 april 2010 met mededeling dat hij in verzet komt tegen het verstekvonnis van 25 maart 2009. Bij de verzetdagvaarding heeft [opposant] een reconventionele vordering ingesteld.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 20 mei 2009 een comparitie van partijen gelast die heeft plaatsgevonden op 2 juni 2009, waarbij de griffier aantekeningen heeft gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht en waarvan proces-verbaal is gemaakt. Partijen hebben zich op 20 mei 2010 bij akte uitgelaten over de voortzetting van de procedure.

Het verstekvonnis

Bij het verstekvonnis heeft de kantonrechter [opposant] overeenkomstig de vordering van FAEBB veroordeeld tot betaling van € 3.409,37 vermeerderd met € 450,00 aan buiten¬gerechtelijke incassokosten en met de wettelijke rente over de hoofdsom berekend vanaf de vervaldata van de declaraties van FAEBB tot aan de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van [opposant] in de proceskosten. De vordering van FAEBB had betrekking op door [opposant] niet (volledig) betaalde declaraties van 20 november 2008 en 18 december 2008 voor juridische bijstand verleend door de advocaat mr. Jaeger.

De vordering in oppositie en in reconventie

[opposant] vordert kort gezegd dat hij wordt ontheven van de veroordeling bij het verstekvonnis (zaaknummer 417180) en dat FAEBB niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar oorspronkelijke vordering, althans dat deze wordt afgewezen. In reconventie vordert [opposant] betaling van € 4.138,50. [opposant] had FAEBB al € 5.959,64 op de declaraties betaald, maar dat is volgens [opposant] € 4.138,50 teveel en dat bedrag vordert hij terug.

Het verweer in oppositie en in reconventie

FAEBB heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

De beoordeling van het geschil

1. De geschillen in conventie en in reconventie lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

2. Ter comparitie hebben partijen verklaard dat zij hun geschil voor zover dat ziet op de declaratie van de werkzaamheden verricht door mr. Jaeger, wensen voor te leggen aan de Geschillencommissie Advocatuur (hierna: de Geschillencommissie) . De zaak is daarop naar de rol verwezen voor uitlating door partijen over voortzetting van deze procedure.

3. Bij akte heeft FAEBB de uitspraak van de Geschillencommissie van 2 maart 2010 te Utrecht overgelegd en zij heeft verzocht de procedure voort te zetten en [opposant] te veroordelen tot betaling van € 2.093,34, de incassokosten van € 450,00, de kosten van arbitrage van € 44,63 aan honorarium, de proceskosten en wettelijke rente. Bij die akte heeft FAEBB meegedeeld dat zij bij brief van 10 maart 2010 [opposant] heeft laten weten dat, met in acht neming van de matiging waartoe FAEBB veroordeeld was door de Geschillencommissie, de resterende betalingsverplichting € 2.093,34 beloopt, nog te vermeerderen met de incassokosten en de kosten van arbitrage.

FAEBB vordert dat [opposant] wordt veroordeeld in de proceskosten in conventie en in reconventie, nu de reconventie moet worden afgewezen en [opposant] in conventie eerst bij verzet de redenen heeft aangegeven waarom de declaratie van FAEBB te hoog zou zijn.

[opposant] heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter over de voortzetting van de procedure.

4. De kantonrechter is van oordeel dat eindvonnis kan worden gewezen.

5. Vanwege de uitspraak van de Geschillencommissie moet FAEBB nu niet-ontvankelijk worden verklaard ter zake van de declaratie zelf en de kosten van die procedure. Voor de tenuitvoerlegging van die uitspraak bij uitblijvende nakoming daarvan moet FAEBB zich wenden tot de Voorzieningenrechter van de rechtbank te Utrecht, overeenkomstig artikel 1062 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

6. De kantonrechter is van oordeel dat de buitengerechtelijke incassokosten zijn aan te merken als redelijke kosten die voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking komen, en wel voor een bedrag overeenkomstig het in rapport Voorwerk II vastgelegde geldende tarief van € 300,00, gerelateerd aan het bedrag van de verminderde declaratie. [opposant] had deze kosten kunnen voorkomen door in een eerder stadium zijn bezwaren kenbaar te maken in plaats van pas tijdens deze procedure. De buiten¬gerechtelijke kosten zijn daarom in redelijkheid gemaakt.

7. Gelet op de uitspraak van de Geschillencommissie moet ook [opposant] niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering in reconventie.

8. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

9. Als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij moet [opposant] de proceskosten zowel in conventie als in reconventie dragen.

10. Gelet op het voorgaande kan het verstekvonnis niet in stand blijven. De kantonrechter zal (opnieuw) uitspraak doen.

De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende in oppositie:

In conventie:

- vernietigt het verstekvonnis;

en, opnieuw rechtdoende:

- verklaart FAEBB niet-ontvankelijk in haar vordering ter zake van de declaraties van 20 november 2008 en 18 december 2008;

- veroordeelt [opposant] tot betaling aan FAEBB van € 300,00;

- wijst het meer of anders gevorderde af;

In reconventie:

- verklaart [opposant] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

- veroordeelt [opposant] tot betaling van de proceskosten in conventie, die aan de kant van FAEBB tot en met vandaag worden begroot op € 150,00 aan gemachtigdensalaris.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.