Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN2851

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
14-07-2010
Datum publicatie
29-07-2010
Zaaknummer
435680 - CV EXPL 09-9032
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6694, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gemeente noch netbeheerder aansprakelijk voor schade ten gevolge van een stroomstoring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 435680 / CV EXPL 09-9032

datum uitspraak: 14 juli 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap Freshpoint International BV

statutair gevestigd te Rotterdam en kantoorhoudende te Haarlem

eiseres

hierna te noemen Freshpoint

gemachtigden: mr. B.S. Friedberg en mr. D.I. Madunic

tegen

1. de gemeente Haarlem

zetelend te Haarlem

gedaagde

hierna te noemen: de gemeente

gemachtigde: mr. M.E. Biezenaar

2. de naamloze vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Liander NV

gevestigd te Arnhem

gedaagde

hierna te noemen: Liander

gemachtigde: mr. C.L. Klapwijk

3. de naamloze vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Alliander NV

gevestigd te Arnhem

gevoegde partij aan de zijde van Liander

hierna te noemen: Alliander

gemachtigde: mr. C.L. Klapwijk

Het verdere verloop van de procedure

Verwezen wordt naar de volgende stukken:

- het tussenvonnis in de hoofdzaak van 17 maart 2010 en de daarin genoemde stukken,

- de aanvullende producties (genummerd 14 t/m 18) van Freshpoint,

- de aanvullende productie van Liander, toegezonden bij brief van 19 april 2010 van haar gemachtigde,

- de aantekeningen van de griffier van de op 21 april 2010 gehouden comparitie van partijen.

Vonnis is nader bepaald op vandaag.

De feiten

a. Met ingang van april 2005 heeft de gemeente een bedrijfsruimte aa[adres]s] te [woonplaats] verhuurd aan [XXX] Vleeswaren BV (hierna: [XXX]). Deze bedrijfsruimte maakt deel uit van een groter gebouwd complex aan de [adres].

De gemeente heeft de andere delen aan derden verhuurd.

b. In artikel 5 lid 5 van de huurovereenkomst tussen de gemeente en [XXX] is bepaald: Voor rekening van huurder komt een voorschot voor het gas, water en electra incl. vastrechten. Huurder zal als voorschot op de vergoeding van deze kosten per jaar een vergoeding aan verhuurder betalen (…)

c. Op 23 september 2008 is Kruidenier Foodservices BV met toestemming van de gemeente als huurder in de plaats gesteld van [XXX].

d. De gemeente brengt de huur en het voorschot voor de nutsvoorzieningen maandelijks in rekening aan ‘Kruidenier Foodservices De Vlag PC 44’ te Rotterdam.

e. Volgens uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van Rotterdam is Kruidenier Groep BV de enige aandeelhouder en bestuurder van Kruidenier Foodservices en Freshpoint.

f. Freshpoint gebruikt de bedrijfsruimte aa[adres]s] voor de exploitatie van een groothandel in (diepvries) levensmiddelen.

g. Liander is de netbeheerder in de zin van artikel 10 lid 3 Elektriciteitswet 1998 (hierna: de E-wet) voor het beheer van het elektriciteitnet in onder meer de provincie Noord-Holland.

h. Tussen de gemeente (als afnemer) en Liander (als netbeheerder) bestaat een “Overeenkomst betreffende Aansluiting en Transport van Elektriciteit voor Grootverbruikers”. Op grond van deze overeenkomst houdt Liander een elektriciteitaansluiting voor het complex aan de [adres] in stand en zorgt Liander voor het transport van de elektriciteit op een spanningsniveau van 10 kV.

i. De gemeente draagt zelf zorg voor de omzetting van de spanning van 10 kV naar laagspanning (220 V) waarop de apparatuur in de installatie van de gemeente stroom verbruikt. De omzetting geschiedt door middel van een transformator, die de gemeente huurt van Alliander. De transformator is onderdeel van de elektriciteitinstallatie van de gemeente. De transformator bevindt zich in een transformatorruimte. Deze ruimte is eigendom van de gemeente.

j. Op 29 oktober 2008 om circa 20:00 uur is bij Liander een melding binnengekomen dat de stroom in het complex was uitgevallen. De melding was afkomstig van een lid van de Lapidaristenclub, die verenigingsruimte aan de [adres] d van de gemeente huurt.

k. Liander heeft een monteur naar de locatie gestuurd. Met het oog op de veiligheid moeten de monteurs van Liander zich bij het onderzoeken en oplossen van storingen aan een laagspanninginstallatie houden aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de “Werkinstructie BEI-LS”. Een van die voorwaarden luidt:

tijdens het aan- en afkoppelen en tijdens de meting/beproeving zelf worden in het aan te sluiten netdeel niet tegelijkertijd door andere personen werkzaamheden verricht.

l. De monteur is om ongeveer 21:00 uur bij het complex gearriveerd. Hij trof daar echter niemand van de gebruikers van het complex aan. De monteur heeft die avond alleen kunnen vaststellen dat de stroomonderbreking niet in het net van Liander was opgetreden. Hij heeft de installatie van de gemeente, waaronder de transformator, niet onderzocht.

m. De monteur is de volgende ochtend om 8:00 uur met een collega teruggekomen. Zij hebben de stroomonderbreking toen kunnen verhelpen. Het bleek dat deze was veroorzaakt door een defecte zekering van de transformator. De stroomvoorziening is om 10:50 uur hervat.

De vordering

Freshpoint vordert, samengevat:

I. een verklaring voor recht dat de gemeente met betrekking tot de stroomstoring toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen als verhuurder en aansprakelijk is voor de schade die Freshpoint daardoor geleden,

II. een verklaring voor recht dat Liander onrechtmatig jegens Freshpoint heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de schade die Freshpoint daardoor heeft geleden,

III. hoofdelijke veroordeling van de gemeente en Liander tot betaling van € 44.657,51, te vermeerden met de wettelijke rente daarover,

IV. hoofdelijke veroordeling van de gemeente en Liander tot betaling van € 1.785,00 aan buitengerechtelijke kosten;

V. hoofdelijke veroordeling van de gemeente en Liander tot betaling van de proceskosten.

Freshpoint stelt daartoe (samengevat) het volgende.

- De aansprakelijkheid van de gemeente

Freshpoint huurt de bedrijfsruimte van de gemeente inclusief gas, water en elektriciteit.

De gemeente is tekortgeschoten in de nakomng van haar verplichting om Freshpoint het ongestoorde genot van de nutsvoorzieningen te verschaffen. De stroomonderbreking is een gebrek in de zin van artikel 7:204 BW. Freshpoint heeft de stroomonderbreking bij de gemeente gemeld. De gemeente heeft nagelaten om op 29 oktober 2008 te controleren of de storing was verholpen. Door de lange stroomonderbreking zijn de vriezers in de bedrijfsruimte van Freshpoint uitgevallen. De diepvriesproducten zijn ontdooid en bedorven. De schade van Freshpoint bedraagt € 44.657,51. Hiervoor is de gemeente als verhuurder aansprakelijk.

- De aansprakelijkheid van Liander

Liander is op grond van de E-wet gehouden een stroomonderbreking te verhelpen. De monteur van Liander is op 29 oktober 2008 echter vertrokken terwijl hij wist dat de storing niet was opgelost. Liander heeft daarmee onrechtmatig gehandeld en zij is op die grondslag schadeplichtig jegens Freshpoint.

Het verweer van de Gemeente

De gemeente betwist de vordering. Zij voert (samengevat) het volgende aan.

Niet Freshpoint maar Kruidenier Foodservices BV is de huurder van de bedrijfsruimte aa[adres]s]. De gemeente is dus niet op grond van de huurovereenkomst aansprakelijk voor de schade van Freshpoint. Subsidiair bestrijdt de gemeente dat zij de bedrijfsruimte inclusief gas, water en elektriciteit heeft verhuurd, dat zij wanprestatie heeft gepleegd en dat de stroomonderbreking is aan te merken als een gebrek in de zin van artikel 7:204 BW.

Meer subsidiair betwist de gemeente de omvang van de gestelde schade.

Het verweer van Liander en Alliander

Liander en Alliander, als gevoegde partij aan de zijde van Liander, betwisten gezamenlijk de vordering. Zij voeren daartoe (samengevat) het volgende aan.

Liander heeft niet gehandeld in strijd met een wettelijke verplichting of een zorgvuldigheidsnorm. Ten eerste niet, omdat de stroomonderbreking niet is opgetreden in het net, maar in de transformator, die tot de installatie van de gemeente behoort. Ten tweede niet, omdat Liander adequaat en zorgvuldig heeft gehandeld. De monteur heeft nog dezelfde avond vastgesteld dat de storing in ieder geval niet in het netwerk van Liander zat.

De monteur heeft de installatie van de gemeente die avond niet kunnen onderzoeken, omdat hij niemand op de locatie aantrof, ook niet bij Freshpoint. Evenmin hing er een telefoonnummer dat bij calamiteiten kon worden gebeld.

Volgens Werkinstructie BEI-LS mag de monteur niet aan een laagspanninginstallatie werken, indien de mogelijkheid bestaat dat iemand anders (bijv. een gebruiker) daaraan tegelijkertijd werkzaamheden (bijv. het vervangen van een zekering) verricht. De monteur kon dat risico die avond niet met zekerheid uitsluiten. Hij is daarom rond 22:50 uur vertrokken zonder de oorzaak van de stroomonderbreking te hebben kunnen vaststellen. De volgende ochtend om 8:00 uur is hij samen met een collega teruggekeerd. Aangezien er toen wel iemand aanwezig was, konden zij hun werkzaamheden veilig verrichten en is de storing, die bleek te liggen aan een defecte zekering in de transformator, verholpen.

Liander beroept zich (subsidiair) op haar algemene voorwaarden die aansprakelijkheid voor schade uitsluiten, behoudens opzet of grove schuld. Liander stelt zich op het standpunt dat die voorwaarden in dit specifieke geval tevens ten opzichte van Freshpoint moeten werken.

Alliander voert meer in het bijzonder nog het volgende aan. De oorzaak van de stroomonderbreking lag in de installatie van de gemeente, zodat het verhelpen van het defect tot haar domein behoorde. De gemeente heeft met Alliander een overeenkomst “Betreffende levering en beheer van transformator met beveiliging” gesloten. Op grond van deze overeenkomst huurt de gemeente de transformator van Alliander. In de overeenkomst is bepaald dat Alliander stroomonderbrekingen binnen 24 uur na melding zal verhelpen. Alliander onderschrijft de gang van zaken, zoals weergegeven door Liander, en concludeert op grond daarvan dat aan haar verplichting uit de overeenkomst met de gemeente is voldaan, nu de stroomonderbreking binnen 24 uur na melding is verholpen. Ook Alliander is dus niet aansprakelijk voor de schade. Overigens geldt dat ook Alliander aansprakelijkheid voor schade als de onderhavige contractueel heeft uitgesloten.

Liander en Alliander betwisten voorts gemotiveerd de (omvang van de) schade die Freshpoint stelt te hebben geleden. Daartoe voeren zij aan dat Freshpoint de schade niet (voldoende) heeft onderbouwd en dat Freshpoint niet heeft voldaan aan haar verplichting om haar schade te beperken. Het risico dat de stroom uitvalt bestaat nu eenmaal. Gezien de aard van haar bedrijf had het op de weg van Freshpoint gelegen zelf preventieve maatregelen te nemen door bijvoorbeeld een noodaggregaat te plaatsen of een alarm te installeren. Ook had Freshpoint zich tegen het risico van een stroomuitval kunnen verzekeren, aldus nog steeds Liander en Alliander.

De beoordeling van het geschil

De vordering tegen de gemeente

1. Freshpoint baseert haar vordering tegen de gemeente op het bestaan van een huurovereenkomst tussen haar en de gemeente met betrekking tot de bedrijfsruimte aa[adres]s] te [woonplaats]. Daarvan uitgaande stelt Freshpoint dat de stroomonderbreking kwalificeert als een gebrek in de zin van artikel 7:204 BW, dat zij ten gevolge van dat gebrek in haar huurgenot is geschaad en dat de gemeente is tekortgeschoten in haar verplichting het gebrek te (laten) verhelpen, zodat de gemeente schadeplichtig is.

2. De gemeente heeft primair het bestaan van een huurovereenkomst met Freshpoint gemotiveerd betwist. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat verweer gegrond.

Uit de brief van 23 september 2008 van de gemeente die is gericht aan Kruidenier Foodservices BV en die is ondertekend door de gemeente, [XXX] en Kruidenier Foodservices BV, blijkt dat laatstgenoemde vennootschap als huurder van de bedrijfsruimte in de plaats is gesteld van [XXX]. Dat niet Kruidenier Foodservices, maar (haar zustervennootschap) Freshpoint de bedrijfsruimte vervolgens is gaan gebruiken brengt op zichzelf niet mee dat Freshpoint ook de huurder is geworden.

Dat geldt ook voor de betaling van de huur. Vast staat dat de gemeente de huur c.a. factureert aan de Kruidenier Foodservices. Een verbintenis tot betaling van (bijv.) huurpenningen kan door een ander dan de schuldenaar (oftewel de huurder) worden voldaan, maar dat betekent niet dat die ander op grond daarvan het huurrecht verkrijgt. Voor dat laatste is de medewerking van de verhuurder vereist. Uit de stellingen van Freshpoint is echter niet gebleken dat de gemeente die medewerking heeft verleend dan wel dat de gemeente (op enig moment) wist en ermee heeft ingestemd dat Freshpoint haar huurder was (geworden).

3. Nu er - naar het oordeel van de kantonrechter - met betrekking tot de bedrijfsruimte geen huurovereenkomst tussen de Gemeente en Freshpoint bestaat, kan de gemeente op die grondslag niet aansprakelijk zijn voor door Freshpoint ten gevolge van de stroomonderbreking geleden schade. De vordering van Freshpoint tegen de gemeente moet reeds daarom worden afgewezen.

4. Overigens zou de kantonrechter tot dezelfde uitkomst zijn gekomen, indien tussen Freshpoint en de gemeente wel een huurovereenkomst had bestaan. Ook dan zou de vordering zijn gestrand, en wel op grond van het volgende. Met name is niet gebleken dat Freshpoint de stroomonderbreking in de avond van 29 oktober 2008 bij de gemeente

heeft gemeld. Evenmin is gebleken dat de gemeente die avond door een ander van de stroomonderbreking op de hoogte is gesteld. Integendeel, de gemeente heeft - niet gemotiveerd weersproken - aangevoerd dat zij pas na 30 oktober 2008 van de stroomonderbreking heeft vernomen. Dit betekent dat er ook geen enkele feitelijke grondslag bestaat voor het door Freshpoint gestelde tekortschieten van de gemeente met betrekking tot (het verhelpen van) de stroomonderbreking, nog daargelaten de vraag of de gemeente überhaupt contractueel is gehouden voor een ongestoorde levering van elektriciteit zorg te dragen, wat de gemeente betwist en ook niet zonneklaar uit de huurovereenkomst blijkt.

5. Met het bovenstaande behoeft het (meer subsidiaire) verweer van de gemeente over de omvang van de schade geen bespreking.

De vordering tegen Liander

6. De beoordeling van deze vordering geschiedt op de voet van artikel 96 Rv, waarbij Freshpoint en Liander zich uitdrukkelijk het recht van hoger beroep hebben voorbehouden.

7. Freshpoint heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat Liander een onrechtmatige daad heeft gepleegd. Volgens Freshpoint heeft Liander in strijd gehandeld met verplichtingen die ingevolge de E-wet op Liander rusten. Daarover wordt het volgende overwogen. Het beheer van het elektriciteitsnet in Noord-Holland is ingevolge de E-wet opgedragen aan Liander. Dit betekent naar het oordeel van de kantonrechter dat Liander in beginsel aansprakelijk is voor gebreken in het netwerk als gevolg van slecht beheer, waaronder het niet adequaat reageren op gebreken in het netwerk. Uit de door Liander uitvoerig beschreven - en door Freshpoint niet gemotiveerd weersproken - feitelijke gang van zaken blijkt dat Liander direct na de melding van de stroomonderbreking een monteur naar de locatie heeft gestuurd. De monteur heeft het netwerk onderzocht en daarin geen gebrek geconstateerd. De volgende ochtend is de oorzaak van de storing gevonden in de transformator, en die behoort niet tot het door Liander beheerde netwerk. In het licht van deze feiten kan Freshpoint niet worden gevolgd in haar stelling dat Liander haar wettelijke taak als netwerkbeheerder heeft geschonden, zodat op die grond geen onrechtmatige daad van Liander kan worden aangenomen.

8. Freshpoint heeft de aansprakelijkheid van Liander voorts gebaseerd op onzorgvuldig handelen van de monteur van Liander. Freshpoint stelt daartoe dat de monteur de locatie heeft verlaten, terwijl hij wist dat de stroomonderbreking niet was opgelost. Daardoor heeft de stroomonderbreking lang voortgeduurd, met alle schade vandien, aldus Freshpoint. Naar het oordeel van de kantonrechter faalt ook deze grondslag.

Daartoe wordt het volgende overwogen. Op grond van de - onder de feiten genoemde - werkinstructie mag een monteur geen werkzaamheden aan de laagspanninginstallatie van de afnemer verrichten, als niet aan alle in de werkinstructie genoemde voorwaarden is voldaan, waaronder de voorwaarde dat: “tijdens het aan- en afkoppelen en tijdens de meting/beproeving zelf worden in het aan te sluiten netdeel niet tegelijkertijd door andere personen werkzaamheden verricht”. Doordat de monteur niet met zekerheid kon vaststellen dat aan die voorwaarde was voldaan (hij trof niemand aan en er was niemand bereikbaar) kon en mocht de monteur de transformatorruimte niet onderzoeken, omdat daardoor een levensgevaarlijke situatie zou kunnen ontstaan. De monteur is de volgende dag in de vroege ochtend teruggekomen. Omdat toen wel aan alle (veiligheids)voorwaarden was voldaan, kon het transformatorhuis worden onderzocht, de oorzaak van de storing worden gedetecteerd en de storing worden verholpen. De storing is daarmee uiteindelijk ruim binnen 24 uur opgelost. In het licht van al deze omstandigheden is door Freshpoint onvoldoende onderbouwd dat sprake is geweest van onzorgvuldig c.q. onrechtmatig handelen van de monteur van Liander dan wel van Alliander.

9. Nu hiervoor is geoordeeld dat Liander noch wegens schending van de E-wet noch wegens schending van een zorgvuldigheidsnorm aansprakelijk is voor de schade die Freshpoint stelt te hebben geleden ten gevolge van de stroomonderbreking in kwestie, zal de vordering tegen Liander eveneens worden afgewezen.

10. Hetgeen Liander en Alliander verder nog hebben aangevoerd - onder meer over (de hoogte van) de door Freshpoint gestelde schade - behoeft daarmee geen bespreking meer.

11. De proceskosten in de hoofdzaak en in het incident komen voor rekening van Freshpoint omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt Freshpoint tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van de gemeente tot en met vandaag worden begroot op € 1.200,00 aan salaris van de gemachtigde en aan de kant van Liander en Alliander op € 1.800,00 aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. Stolp en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.