Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN2837

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
29-07-2010
Zaaknummer
459368 / CV EXPL 10-3527
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incassokosten afgewezen. De vordering betreft een door gedaagde in november 2008 betaalde tandartsnota, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten. Bij betaling heeft gedaagde een verkeerd kenmerk vermeld. Het factuurbedrag is in december 2008 op zijn rekening teruggestort met een zodanige omschrijving, dat het gedaagde niet duidelijk kon zijn dat het om de door hem betaalde tandartsnota ging. In februari 2009 is gedaagde gesommeerd tot betaling van de tandartsnota. Gedaagde heeft bij herhaling om een toelichting op de vordering gevraagd, omdat hij de factuur al had betaald. Pas in januari 2010 kreeg hij nadere informatie van de gemachtigde van eisende partij. Hierdoor is het ten dele aan de eisende partij zelf te wijten dat betaling is uitgebleven. Op grond van deze omstandigheden acht de kantonrechter het in rekening brengen van incassokosten niet redelijk, zodat deze worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 459368 / CV EXPL 10-3527

datum uitspraak: 7 juli 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap NMT FACTORING EN CLEARING SERVICES B.V.

te Nieuwegein

eiseres

hierna te noemen: NMT

gemachtigde: A.H. Groenewegen

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde

hierna te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

De procedure

NMT heeft [gedaagde] gedagvaard op 9 maart 2010. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.

Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft NMT schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna [gedaagde] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.

De feiten

a. Op 22 september 2008 heeft NMT een factuur met nummer 6112627061011 ten bedrage van € 69,70 aan [gedaagde] gestuurd voor door tandarts Berkenhof verleende tandheelkundige hulp. De tandarts heeft de vordering op [gedaagde] aan NMT gecedeerd.

b. Op 12 november 2008 heeft [gedaagde] € 69,70 aan NMT betaald.

c. Op 5 december 2008 is € 69,70 op de bankrekening van [gedaagde] gestort met de omschrijving: Infomedics Fact Dubbele betaling, fact. 202200281001.

d. Op 22 december 2008 heeft [gedaagde] € 5,00 wegens herinneringskosten betaald.

e. Bij brief van 3 februari 2009 heeft de gemachtigde van NMT [gedaagde] gesommeerd tot betaling van € 69,70 vermeerderd met rente, administratiekosten en incassokosten .

f. Op 5 januari 2010 schrijft de gemachtigde van NMT aan [gedaagde]:

We hebben geïnformeerd bij het NMT er was inderdaad een betaling overgemaakt echter is dit bedrag overgemaakt op een onjuist kenmerk. Daardoor is er verwarring veroorzaakt betreffende twee nota’s. Hierdoor is zijn betaling van € 69,30 geretourneerd. De vordering dient dan ook nog te worden voldaan.

g. Bij brief van 20 januari 2010 schrijft de gemachtigde van NMT aan [gedaagde]:

De betaling is geretourneerd naar het rekeningnummer waar het van is afgeschreven. De opdrachtgever geeft geen rekeningnummers door.

De vordering

NMT vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 127,54. Dit bedrag bestaat uit € 69,70 aan hoofdsom, € 3,50 aan administratiekosten, € 17,34 aan contractuele rente tot 6 maart 2010 en € 37,00 aan buitengerechtelijke incassokosten.

NMT stelt daartoe het volgende. Ondanks sommatie heeft NMT het factuurbedrag niet van [gedaagde] ontvangen. Hierdoor heeft NMT haar vordering uit handen moeten geven en buitengerechtelijke kosten moeten maken. Op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden van NMT, komen deze kosten, evenals de gevorderde contractuele rente, voor rekening van [gedaagde].

Het verweer

[gedaagde] betwist dat hij buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd. Hij voert daartoe het volgende aan. Hij heeft de factuur al op 12 november 2008 betaald. Nadat hij een aanmaning had ontvangen, heeft zijn partner meerdere malen vragen gesteld over de vermeende vordering. Pas op 19 maart 2010 heeft [gedaagde] telefonisch van de gemachtigde van NMT vernomen dat het factuurbedrag op 5 december 2008 door Infomedics op zijn rekening was teruggestort. Bovendien heeft de gemachtigde van NMT slechts standaardbrieven verstuurd die niet voor vergoeding in aanmerking komen.

De beoordeling van het geschil

1. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de hoofdsom en de contractuele rente over de hoofdsom, zodat de vordering in zoverre toewijsbaar is.

2. Het gaat verder alleen nog over de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. Dienaangaande wordt het volgende overwogen. Weliswaar heeft [gedaagde] een fout gemaakt door bij zijn betaling van 12 november 2008 een verkeerd kenmerk te vermelden, maar daar staat tegenover dat de omschrijving (“dubbele betaling”) en herkomst (“Infomedics”) van de terugstorting van 5 december 2008 niet duidelijk zijn. Onbetwist is dat [gedaagde] bij herhaling tevergeefs om een toelichting op de vermeende vordering heeft gevraagd, omdat hij de factuur al had betaald. Pas in januari 2010 kreeg hij nadere informatie van de gemachtigde van NMT. Hierdoor is het ten dele aan NMT zelf te wijten dat betaling is uitgebleven. Op grond van deze omstandigheden acht de kantonrechter het in rekening brengen van incassokosten niet redelijk, zodat deze zullen worden afgewezen.

3. Wel geldt dat [gedaagde] uiteindelijk ook zelf - aan de hand van de brieven van 5 en

20 januari 2010 en zijn eigen bankafschriften - had kunnen zien en begrijpen, dat de in die brieven genoemde retournering van € 69,70 geen andere kon zijn dan de bijstorting van Infomedics. Het ging immers om exact hetzelfde bedrag dat binnen een tijdbestek van drie weken van zijn rekening was af- en bijgeschreven. [gedaagde] is gedagvaard op

9 maart 2010, terwijl hij eind januari 2010 al had kunnen en behoren te weten dat het factuurbedrag inderdaad nog openstond. Toch heeft [gedaagde] toen niet alsnog betaald. Daarmee heeft hij de procedure over zichzelf afgeroepen en daarom moet hij de proceskosten dragen.

4. NMT heeft nog gesteld dat [gedaagde] administratiekosten verschuldigd is omdat zij [gedaagde] twee herinneringen heeft verzonden, de eerste 30 dagen na factuurdatum en

de tweede veertien dagen nadien. Nu [gedaagde] onbetwist heeft aangevoerd dat hij op

22 december 2008 al € 5,00 aan herinneringskosten heeft betaald, zal de vordering tot betaling van de administratiekosten worden afgewezen.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan NMT van € 90,54 te vermeerderen met de contractuele rente ad 18% per jaar over € 69,70 vanaf 6 maart 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van NMT tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd,

exploot € 73,89

vastrecht € 90,00

salaris gemachtigde € 60,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. Stolp en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.