Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN1793

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
20-07-2010
Zaaknummer
15-700414-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

gemotiveerde vrijspraak; hennepkwekerij; beschikbaar stellen van een pand/kas

De meervoudige kamer van de rechtbank Haarlem spreekt verdachte vrij van medeplichtigheid aan het kweken van hennep. De rechtbank acht het achterwege laten van een onderzoek in de kas onder de gegeven omstandigheden lichtzinnig, maar dit leidt gelet op de overige omstandigheden niet tot de conclusie dat verdachte zich door het achterwege laten hiervan willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat zich in de kas achter zijn huis een hennepplantage bevond en dat verdachte bij dit feit behulpzaam zou zijn door het ter beschikking stellen van die kas.

De rechtbank acht de eerstgenoemde omstandigheden onvoldoende overtuigend om tot een bewezenverklaring te komen, waarbij immers ‘dubbel opzet’ (al dan niet in voorwaardelijke zin) op de in de tenlastelegging omschreven gedragingen vereist is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700414-09

Uitspraakdatum: 7 juli 2010

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 juni 2010 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd:

[medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven personen op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in de periode van 1 december 2008 tot en met 26 mei 2009 te Rijsenhout, gemeente Haarlemmermeer, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een kas bij een pand gelegen (op een terrein) aan [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 10.631 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde (telkens) hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,

terwijl die [medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven personen bovengenoemd(e) feit(en) begaat in de uitoefening van een beroep of bedrijf,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in de periode van 1 december 2008 tot en met 26 mei 2009 te Rijsenhout, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die [medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven persoon/personen voornoemde kas/pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak.

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak

De rechtbank overweegt dat het dossier diverse aanwijzingen bevat dat verdachte op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de achter zijn woning in een kas aangetroffen hennepplantage. De rechtbank wijst hierbij op de omstandigheid dat verdachte in de kas is geweest op een moment dat het – volgens de getuige [ge[getuige] – erg stonk in de kas (de rechtbank begrijpt: naar hennep). Voorts is op enig moment een (extra) slot aangebracht op de toegangsdeur en heeft verdachte de sleutel hiervan aan [getuige] gegeven met de toevoeging dat de deur voortaan altijd op slot moest. Dit terwijl de kas niet bij verdachte zelf in gebruik was, maar de kas door verdachte werd verhuurd aan [medeverdachte] en [medeverdachte] het door hem gehuurde gedeelte zelf al kon afsluiten. Ten slotte is de getuige [getuige 2] kort in de kas geweest en zag hij direct dat ‘het foute boel was’ en heeft de vader van verdachte twijfel geuit jegens verdachte (de rechtbank begrijpt: twijfel of er wellicht een hennepplantage in de kas was ingericht). Ook waren de paarden van verdachte, die hij zelf ook verzorgde, nabij de kas gestald.

Hier staat tegenover dat verdachte de wetenschap van de hennepplantage ten enenmale heeft ontkend. Hij heeft de kas verhuurd – tegen een niet exorbitant hoog huurtarief van € 4.000,- per jaar – en niet is gebleken dat hij bemoeienis heeft gehad met wat er in de kas gebeurde, mede gelet op het feit dat verdachte elders fulltime werkzaamheden verrichtte. De vader van verdachte heeft op enig moment de afname van elektriciteit bekeken omdat hij argwaan had, maar deze afname bleek niet extreem hoog te zijn. Verdachte is weliswaar in de kas geweest, maar dit betrof slechts een kort moment in de gang, waarbij hij – naar eigen zeggen – niets heeft geroken. Dat getuige [getuige] daarover anders heeft verklaard, doet daaraan niet af, nu de verklaring van [getuige] geen verankering vindt in overige bewijsmiddelen.

De rechtbank acht het achterwege laten van een onderzoek in de kas onder de gegeven omstandigheden lichtzinnig, maar dit leidt gelet op de overige omstandigheden niet tot de conclusie dat verdachte zich door het achterwege laten hiervan willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat zich in de kas achter zijn huis een hennepplantage bevond en dat verdachte bij dit feit behulpzaam zou zijn door het ter beschikking stellen van die kas.

De rechtbank acht de eerstgenoemde omstandigheden onvoldoende overtuigend om tot een bewezenverklaring te komen, waarbij immers ‘dubbel opzet’ (al dan niet in voorwaardelijke zin) op de in de tenlastelegging omschreven gedragingen vereist is.

De rechtbank is derhalve – met de officier van justitie en de raadsman – van oordeel dat niet is bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

6. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.D. Stam, voorzitter,

mrs. J.M. Sassenburg en A.M. Hol, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. G. Drenth,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 juli 2010.

mrs. Stam en Hol zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.