Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN1753

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-07-2010
Datum publicatie
20-07-2010
Zaaknummer
467078/ AO VERZ 10-91
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst. Schending van vertrouwen. Verweerder, in loondienst van de moedervennootschap en statutair bestuurder van een van de werkmaatschappijen, wordt door de vergadering van aandeelhouders uit zijn functie van statutair directeur ontslagen wegens het doorspelen van structureel vertrouwelijke informatie aan derden.

De kantonrechter overweegt dat tussen de positie van verweerder als statutair bestuurder en zijn arbeidsovereenkomst met de moedervennootschap een zodanig verband bestaat dat hij in zijn dagelijks functioneren ten behoeve van de moedervennootschap ernstig wordt belemmerd door zijn ontslag als statutair bestuurder van de werkmaatschappij. Er is derhalve sprake van een wijziging van omstandigheden die meebrengt dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden.

Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt toegewezen. Voldoende aannemelijk is dat verweerder het vertrouwen van werkgever in zodanig ernstige mate heeft geschaad dat hem in redelijkheid geen vergoeding toekomt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0584
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Zaandam

zaak/rep.nr.: 467078/ AO VERZ 10-91

datum uitspraak: 8 juli 2010

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BUHRS MAILING SOLUTIONS B.V.

te Zaandam, gemeente Zaanstad

verzoekster

hierna: BMS

gemachtigde: mr. F.A.C. von Maltzahn

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder

hierna: [verweerder]

gemachtigde: mr. P.M. Roest Crollius.

De procedure

Op 11 mei 2010 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van BMS. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 24 juni 2010. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden van BMS heeft pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

a. BMS is een onderneming die zich bezighoudt met de levering van apparatuur voor het verzendklaar maken van post en reclamefolders en zij heeft verschillende vestigingen in het buitenland. BMS, Buhrs Zaandam en Buhrs Americas maken deel uit van de Buhrs Groep. Bestuurder van BMS is Buhrs Beheer B.V. en als gevolmachtigden van BMS treden op [AAA] ([AAA]) e[BBB] ([BBB]).

De aandelen in Buhrs Zaandam worden gehouden door BMS. De aandelen in BMS worden voor 91 % gehouden door Buhrs Beheer B.V. en voor 9 % door de Stichting Participatie Buhrs (hierna: de Stichting). De directeur van Buhrs Beheer B.V. is [AAA].

b. [verweerder], 52 jaar oud, is op 1 februari 1998 bij de rechtsvoorgangster van BMS in dienst getreden. In 1998 en 1999 vervulde [verweerder] de functie van directeur van Buhrs Americas Inc en werkte in die functie in Amerika. Op 1 september 1999 is [verweerder] benoemd tot statutair bestuurder van Buhrs Zaandam B.V. Hij vervulde daarnaast de functie van toezichthouder van Buhrs Americas.

c. Samen met [AAA] kunnen [verweerder] en [BBB] worden gezien als sleutelfiguren binnen de Buhrs Groep in Nederland.

d. Het laatstelijk geldende salaris van [verweerder] bedraagt € 12.538,38 bruto per maand exclusief emolumenten.

e. [verweerder] is, in ruil voor een kapitaalinjectie die hij heeft gedaan, certificaathouder van aandelen in het kapitaal van BMS. Die aandelen worden gehouden door de Stichting.

f. Als gevolg van de kredietcrisis zijn de resultaten van de Buhrs Groep, en vooral die van Buhrs Zaandam, in 2008 sterk teruggelopen. Sinds oktober 2008 houdt de bank toezicht op BMS. In verband met de tegenvallende resultaten voert BMS sinds eind 2008 gesprekken met private equity partijen teneinde kapitaal aan te trekken. Voor de verschillende geïnteresseerde partijen zijn door KPMG verschillende Investment Overviews opgesteld opdat zij zich een beeld kunnen vormen van hun potentiele investering in de Buhrs Groep.

g. Twee van de geïnteresseerde private equity partijen zijn Coconut Capital N.V. (Coconut) en Value Enhancement Partners B.V. (VEP). De ten behoeve van deze partijen opgestelde Investment Overviews bevatten verschillende informatie betreffende één van de Duitse groepsmaatschappijen van BMS.

h. Op 9 maart 2010 heeft [verweerder] via zijn privé e-mailadres het voor VEP bestemde Investment Overview aan Coconut gemaild. [verweerder] heeft daarover geen overleg gevoerd met [AAA] en/of [BBB].

i. In een gesprek op 23 maart 2010 heeft [verweerder] erkend dat hij ten onrechte het VEP Investment Overview aan Coconut heeft doen toekomen en hij heeft hiervoor zijn excuses gemaakt. De inhoud van dit gesprek is bevestigd bij brief van 29 maart 2010 waarin – voor zover van belang – het volgende staat:

(…)Tijdens ons gesprek van 23 maart 2010 heeft u toegegeven dat u, zonder onze uitdrukkelijke toestemming, zeer vertrouwelijke informatie heeft verstrekt (…) aan 1 van de betrokken Private Equity partijen zijnde Coconut Capital. Het betrof een document wat gericht was aan een andere Private Equity partij wat eerder door ons aan u in het kader van interne informatieverstrekking ter beschikking was gesteld. Wij achten dit feit zeer ernstig en betreuren dit zeer. U zult begrijpen dat ons vertrouwen hiermee ernstige schade heeft opgelopen. We gaan er zondermeer vanuit dat u in het vervolg van genoemd traject de noodzakelijke vertrouwelijkheid in acht zult nemen. Verder verzoeken wij u nadrukkelijk om geen enkele vertrouwelijke informatie in welke aard of vorm dan ook aan personen (binnen of buiten Buhrs) of organisaties ter beschikking te stellen zonder dat wij u voorafgaand schriftelijke toestemming hebben gegeven.(…)

j. Uit onderzoek van het e-mail verkeer van [verweerder] is gebleken dat hij vanaf januari 2010 allerlei bedrijfsinformatie doorzond naar zijn privé e-mail adres, een aantal malen met als onderwerp de vermelding “Coconut Capital” erin.

k. Per e-mail van 3 maart 2010 heeft [verweerder] de met Coconut Capital gesloten Non Disclosure Agreement aan zijn echtgenote gestuurd onder de vermelding “ confidential”.

l. In februari 2010 is er tussen [verweerder] en [AAA] e-mailverkeer over een eventuele overname door [verweerder] van Buhrs Zaandam B.V. In dit verband stuurt [AAA] aan [verweerder] op 26 februari 2010 een e-mail met – voor zover van belang – de volgende inhoud:

(…)Het is zeker denkbaar dat jij als directeur Buhrs Zaandam een groter belang (verhoudingen te bespreken) in Buhrs Zaandam zou verkrijgen samen met een financiele partij en hiermee Buhrs Zaandam zou “ overnemen”. Gezien de richting die nu besproken wordt is het niet logisch en wenselijk dat derden het BMS KPMG Investment Overview krijgen. We dienen ieen plan te maken op BZ niveau. Het is erg belangrijk dat we samen optrekking in de richting van de bank en financiele partij.(…)

m. Het hiervoor bedoelde e-mailverkeer tussen [verweerder] en [AAA] heeft [verweerder] via zijn privé mail doorgestuurd [XXX] (hierna: [XXX]).

[XXX] is werkzaam als lokale Sales manager Poly & Paper Wrapping Systems van Buhrs Zaandam producten bij Buhrs Americas. Tot het takenpakket van [verweerder] als bestuurder van Buhrs Zaandam behoort het management van die productlijn. [XXX] maakt geen deel uit van de directie van Buhrs Americas. Ook heeft [verweerder] via zijn privé mail een deel van deze e-mails doorgestuurd aan de heren [YYY] en [ZZZ], partners van Coconut.

n. In een e-mail van 24 maart 2010 laat [XXX] aan [verweerder] weten welke activa van Buhrs Zaandam hij zou willen overnemen, welk overzicht grotendeels overeenkomt met het overnamevoorstel dat Coconut op 26 maart 2010 aan BMS heeft gedaan.

o. Uit onderzoek is ook naar voren gekomen dat [verweerder] informatie over het budget van Buhrs Americas heeft doorgestuurd aan [XXX]. Deze informatie bevat vertrouwelijke gegevens over salarissen en andere vertrouwelijke financiële details van werknemers van Buhrs Americas. De CEO van Buhrs Americas, de heer[CCC] (hierna: [CCC]) stuurt in dit verband op 7 april 2010 een e-mail aan [AAA] en [BBB] met onder meer de volgende inhoud:

(…)This e-mail appears to be a “draft” budget prepared[XXX] using Buhrs Americas budget tools. You will see in this budget that Tony includes three (3) Buhrs Americas employees. Please note that the e-mail was sent to [voornaam] [verweerder]’s personal e-mail address (…)

(…)This is an e-mail string betw[XXX] and [DDD]. It appears from this e-mail that Tony had shared information related to the possible sale of BZ with [DDD](…)

Uit de inhoud van deze e-mail blijkt dat nog een andere werknemer [DDD], is geïnformeerd over de mogelijke verkoop van Buhrs Zaandam.

p. Op 7 april 2010 is [verweerder] op staande voet ontslagen als werknemer van BMS. In de bevestigingsbrief van dezelfde datum is het volgende, voor zover van belang, vermeld:

(…)Inmiddels hebben wij moeten vaststellen dat u de vertrouwelijkheid in het kader van het Traject anderszins vergaand geschonden heeft. Zo is – onder meer – gebleken dat u structureel vertrouwelijke informatie aan de heer T. [XXX], een werknemer van Buhrs Americas doorspeelt inzake (i) het budget van Buhrs Americas (daaronder begrepen allerlei financiele gegevens over onze medewerkers); (ii) details omtrent het Traject en zelfs (iii) persoonlijke e-mailcorrespondentie afkomstig van ondergetekende.

Dit is des te ernstiger daar,, toen wij op 30 maart jl. expliciet aan u vroegen of u behalve het door u erkende geval nog anderszins informatie aan anderen had gegeven, dit stellig door u werd ontkend. Het zou u, zo stelde u, immers om de belangen van de hele groep gaan.

Tevens hebben wij vastgesteld dat u zich in een conflict dat Buhrs Americas met een paar medewerkers heeft, heeft gemengd zonder daarvan (bewust) de directeur van Buhrs Americas tijdig en volledig op de hoogte te stellen, terwijl u wel de heer [XXX] op de hoogte heeft gehouden.. U heeft hiermee de autoriteit van de heer [CCC] ondermijnd en het vertrouwen volledig geschaad.

Het feit dat u in een tijd waarin kapitaalversterking voor de Buhrs Groep zeer belangrijk is, u zich stelselmatig niet aan de afspraken met betrekking tot vertrouwelijkheid houdt, u desgevraagd informatie achterhoudt, de directie van de Buhrs Groep tegenwerkt en de ondermijning van het gezag van onze Amerikaanse directeur heeft geleid tot een volstrekt verloren vertrouwen in u bij de directie. In ons gesprek heeft u nieuwe informatie verstrekt in die zin dat o[XXX] (Buhrs Americas) en [EEE] (Buhrs-Zaandam) door u (in meer of mindere mate) zijn geinformeerd over de ontwikkelingen inzake Private Equity en Coconut Capital in het bijzonder.

Een en ander levert een dringende reden voor beëindiging van uw arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang op.(…)

q. Door de algemene vergadering van aandeelhouders van Buhrs Zaandam is op 22 april 2010 een schorsingsbesluit genomen.

r. Op 8 april 2010 is [verweerder] ontslagen als toezichthouder van Buhrs Americas.

s. Op 20 april 2010 heeft de ondernemingsraad van Buhrs Zaandam positief geadviseerd op het voorgenomen ontslag van [verweerder].

t. Tijdens de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van Buhrs Zaandam van 22 april 2011 is [verweerder] ontslagen als directeur van Buhrs Zaandam. De notulen van die vergadering bevatten, voor zover van belang, het volgende:

(…)Besluitvorming

Er wordt overgegaan tot besluitvorming. In haar hoedanigheid van enig aandeelhouder van de Vennootschap besluit BMS:

i) tot ontslag van de heer [verweerder] als directeur van de Vennootschap en als werknemer van BMS met ingang van 22 april 2010; (…)

u. In een brief van 26 april 2010 van BMS aan [verweerder] meldt BMS het volgende, voor zover van belang:

(…)Op 22 april 2010 heeft Buhrs Mailing Solutions B.V. (“BMS”) in haar hoedanigheid van enig aandeelhouder van Buhrs Zaandam B.V. (“Buhrs Zaandam”) in een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders besloten om u met onmiddellijke ingang te ontslaan als statutair bestuurder van Buhrs Zaandam en als werknemer van BMS. (…) Het besluit betekent dat uw arbeidsovereenkomst met ingang van 22 april 2010 is beëindigd.(…)

v. Bij vonnis van 7 mei 2010 in kort geding is BMS veroordeeld tot doorbetaling van het loon e.d. aan [verweerder].

Het verzoek

BMS verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, voor het geval blijkt dat de arbeidsovereenkomst nog bestaat, wegens gewichtige redenen bestaande uit een dusdanig verlies van vertrouwen van BMS in [verweerder] dat voortzetting van het dienstverband niet meer mogelijk is.

BMS stelt –samengevat – dat [verweerder], in een periode waarin de Buhrs Groep zich in financieel zeer zwaar weer bevindt, structureel vertrouwelijke informatie heeft doorgespeeld aan derden. Daarnaast heeft [verweerder] volgens BMS op ernstige wijze de autoriteit van de directie van Buhrs Americas ondermijnd en ook diens vertrouwen geschonden.

Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek, subsidiair tot onvoorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een onvoorwaardelijke vergoeding berekend met een C-factor 2 en meer subsidiair tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een voorwaardelijke vergoeding. [verweerder] voert naar de kern weergegeven aan dat BMS ten onrechte stelt dat hij stelselmatig het vertrouwen heeft geschonden. Op zijn verweer zal, voor zover van belang, bij de beoordeling nader in worden gegaan.

De beoordeling

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst

1. De kantonrechter stelt vast dat het verzoek geen verband houdt met een opzegverbod.

2. Vooropgesteld wordt dat aannemelijk is geworden dat tussen de positie van [verweerder] als statutair bestuurder van Buhrs Zaandam en de arbeidsovereenkomst met BMS een zodanig verband bestaat dat [verweerder] in zijn dagelijks functioneren ten behoeve van de Buhrs Groep ernstig wordt belemmerd door zijn statutair ontslag als bestuurder van Buhrs Zaandam. Er is derhalve sprake van een wijziging van omstandigheden die meebrengt dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden.

Vergoeding

3. BMS heeft geen vergoeding aangeboden.

4. Voor de vraag of aan [verweerder] een vergoeding toekomt is van belang of en zo ja in hoeverre [verweerder] een verwijt kan worden gemaakt van de ontstane situatie. In dit verband heeft BMS het volgende aangevoerd. [verweerder] heeft het vertrouwen van BMS ernstig geschaad doordat hij:

structureel vertrouwelijke informatie heeft doorgespeeld aan derden (vooral aan [XXX]) waaronder (i) gedetaillieerde informatie over het kapitaalversterkingstraject, (ii) details betreffende het budget van Buhrs Americas en (iii) persooonlijk, niet voor derden bedoelde, e-mail correspondentie van [AAA] aan [verweerder]. Ook zou [verweerder] de autoriteit van de directie van Buhrs Americas hebben ondermijnd en aldus diens vertrouwen hebben geschonden, doordat hij de directie van Buhrs Americas heeft buitengesloten toen hem ter ore kwam dat enkele werknemers problemen met het management hadden.

5. [verweerder] heeft de door BMS gestelde verwijten grotendeels betwist. Hij heeft erkend dat hij het voor VEP bestemde Investment Overvies ten onrechte aan Coconut Capital heeft verstrekt. Volgens [verweerder] was hierbij sprake van een “domme vergissing”, waarvoor hij zijn excuses heeft gemaakt. Het was beslist niet zijn bedoeling om vertrouwelijk informatie bestemd voor de ene partij aan een andere partij te verstrekken.

6. Zoals tijdens de mondelinge behandeling nog is benadrukt door BMS wordt [verweerder] vooral verweten dat hij, buiten [AAA] en [BBB] om, doende is geweest om te bezien of hij – samen met [XXX] – tot een overname van Buhrs Zaandam zou kunnen komen en hij hiertoe al het één en ander aan stappen heeft gezet, onder andere door vertrouwelijk informatie aan [XXX] en/of anderen te verstrekken. Vaststaat dat [verweerder] zonder toestemming of medeweten van [AAA] en [BBB] een voor een andere partij bestemd Investment Overview aan Coconut heeft doen toekomen. [verweerder] doet dit af als een domme vergissing, maar dit is in het licht van wat zich verder heeft afgespeeld niet aannemelijk. Uit de e-mail correspondentie blijkt immers duidelijk van contacten tussen [XXX] en [verweerder] met betrekking tot de eventuele overname van Buhrs Zaandam zonder dat [AAA] en [BBB] daarbij worden betrokken. Verwezen wordt naar dat wat hiervoor onder de feiten is gerelateerd in dit verband. Dit terwijl in dezelfde periode [AAA] en [BBB], zoals onbetwist is gesteld, er alles aan deden om Buhrs Zaandam en/of de Buhrs Groep overeind te houden en in dat kader gesprekken met de bank en met mogelijke private equity partners voerden.

Dat [verweerder] e-mail correspondentie vanaf begin 2010 onder het kopje “Coconut” via zijn privé e-mailadres liet lopen en doorstuurde aan [XXX] geeft steun aan de stelling van BMS dat hij doelbewust bezig was zijn eigen plan te trekken en daar geen openheid van zaken over heeft gegeven op momenten waarop dat wel van hem had mogen worden verwacht. Dat [XXX] niet zomaar een werknemer was maar een belangrijke persoon voor de productline P&PWS in Amerika maakt dit niet anders.

7. Daarnaast is aannemelijk geworden dat [verweerder] ook nog op een andere wijze het vertrouwen in hem heeft geschaad, doordat hij bepaalde zaken niet met de CEO van Buhrs Americas, M. [CCC], heeft besproken terwijl dat wel van hem mocht worden verwacht. Dat BMS ook in die handelwijze van [verweerder] steun vindt voor haar stelling dat [verweerder] buiten [AAA] en [BBB] om zijn plannen aan het uitwerken c.q. voorbereiden was en vertrouwelijke gegevens heeft doorgegeven aan personen voor wie die gegevens niet bestemd waren, is niet onbegrijpelijk.

8. BMS is terecht van mening dat van [verweerder], zeker gelet op diens positie in de organisatie en de financiële problemen waarmee de Buhrs Groep te maken had, volledige openheid van zaken had mogen worden verwacht. Voldoende aannemelijk is dan ook dat [verweerder], door dit na te laten, het vertrouwen in zodanig ernstige mate heeft geschaad dat hem in redelijkheid geen vergoeding toekomt. Daarbij is meegewogen dat [verweerder] een man is van 52 jaar, die al 12 jaar aan de Buhrs Groep verbonden is. De kantonrechter is evenwel van oordeel dat deze omstandigheden niet moeten leiden tot een ander oordeel.

9. De kantonrechter heeft zich er rekenschap van gegeven dat in de arbeidsovereenkomst tussen partijen een concurrentiebeding is opgenomen en dat [verweerder] als medecertificaathouder financiële belangen heeft die verder reiken dan waar het gaat om zijn salaris en emolumenten. Daarmee is bij de beslissing om aan [verweerder] geen vergoeding toe te kennen geen rekening gehouden. Van partijen wordt verwacht dat zij over de verdere afwikkeling tussen hen nader overleg zullen hebben.

10. Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking, omdat dit niet tot een andere beslissing leidt.

11. Vanwege de aard van deze procedure draagt iedere partij de eigen kosten.

De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst(, voor het geval deze nog bestaat,) met ingang van

1 augustus 2010;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.C. Smits, bijgestaan door mr. A.J. Schoone, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.