Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN1684

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16-07-2010
Datum publicatie
29-07-2010
Zaaknummer
171649 - KG RK 10-663
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Conservatoir beslag. Weigering verzoek tot verlenging van de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak.

Vakantie van verzoekster en van haar advocaat kunnen, gelet ook op de ratio van de in artikel 700 lid 3 Rv genoemde termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak, geen grond vormen voor verlenging van die termijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 171649 / KG RK 10-663

Beschikking van de voorzieningenrechter van 16 juli 2010

in de zaak van

[Verzoekster],

wonende te Heiloo,

verzoekster,

advocaat mr. J.C.A. Stevens te ’s-Gravenhage.

en

[Gerekwestreerde],

wonende te Midden-Beemster,

gerekwestreerde,

niet verschenen.

1. De beoordeling

1.1. Bij beschikking van 12 juli 2010 heeft de voorzieningenrechter aan verzoekster verlof verleend om onder de Rabobank conservatoir beslag te leggen ten laste van gerekwestreerde. Dit beslag is gelegd op 12 juli 2010. De voorzieningenrechter heeft de termijn waarbinnen de eis in de hoofdzaak dient te worden ingesteld bepaald op 14 dagen na de datum van beslaglegging.

1.2. Het verzoek strekt tot het verkrijgen van verlenging van de termijn waarbinnen de eis in de hoofdzaak moet worden ingesteld. Verzoekster verzoekt om de eis in hoofdzaak binnen zes weken na beslaglegging te mogen instellen. Daartoe is aangevoerd dat zowel de raadsman van verzoekster als verzoekster zelf afwezig zijn en het voor het opstellen van de dagvaarding noodzakelijk blijkt te zijn dat nader overleg plaatsvindt met verzoekster teneinde te bewerkstelligen dat een dagvaarding wordt betekend waarin alle relevante punten aan de orde komen. Volgens verzoekster bevordert dat een efficiënt verloop van de procedure en voorkomt dat te zijner tijd nadere stukken moeten worden overgelegd en vragen van de comparitierechter moeten worden beantwoord.

1.3. Nadat de griffier mr. Stevens, (de waarnemer van) de advocaat van verzoekster, telefonisch heeft gehoord, zal de voorzieningenrechter het verzoek weigeren. Mr. Stevens heeft desgevraagd toegelicht dat verzoekster en haar advocaat mr. Pelle, kantoorgenoot van mr. Stevens, wegens vakantie afwezig zijn. Dergelijke privé-omstandigheden dienen voor risico van verzoekster te blijven en zijn geen grond voor verlenging van de termijn voor het instellen van de hoofdzaak. Dat mr. Pelle de concept-dagvaarding wel gereed had voor zijn vertrek en het vertrek van verzoekster, maar dat de dagvaarding nog nadere uitwerking behoeft, zoals mr. Stevens heeft aangevoerd, komt eveneens voor risico van verzoekster en kan niet leiden tot verlenging van de termijn voor het instellen van de eis in hoofdzaak ten nadele van gerekwestreerde. De voorzieningenrechter heeft bij dit alles de ratio van de in artikel 700 lid 3 Rv genoemde termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak betrokken, te weten dat zo snel mogelijk een procedure aanhangig wordt gemaakt waarin de omvang en gegrondheid van de vordering kunnen worden getoetst zodra ter verzekering daarvan beslag is gelegd (zie voorts Hoge Raad 9 februari 2007, NJ 2007, 103).

2. De beslissing

De voorzieningenrechter weigert het gevraagde verlenging van de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. van der Meer, bijgestaan door mr. J. van der Kluit, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2010.?