Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN0550

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
19-05-2010
Datum publicatie
07-07-2010
Zaaknummer
160919 - HA ZA 09-1231
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Consumentenkoop gebruikte caravan. Koper heeft tijdig geklaagd. Gelet op aard van de zaak en aard van het gebrek geen toepassing wettelijk vermoeden artikel 7:18, tweede lid, BW. Koper heeft stelling dat gebrek reeds bestond op moment van aankoop onvoldoende onderbouwd. Geen sprake van non-conformiteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 160919 / HA ZA 09-1231

Vonnis van 19 mei 2010

in de zaak van

[Eiser],

wonende te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

eiser,

advocaat mr. J.H.L. Grinwis,

tegen

[Gedaagde] H.O.D.N. AUTO- & CARAVANCENTRUM LORENTZ,

wonende te Leeuwarden,

gedaagde,

advocaat mr. J.H. Heerebout.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 november 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 23 februari 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] heeft op 27 februari 2009 bij [gedaagde] een gebruikte, 13 jaar oude caravan gekocht van het merk LMC. Met inruil van zijn oude caravan heeft [eiser] voor de caravan een bedrag van in totaal € 4.950 betaald.

2.2. [eiser] is op de dag van aankoop met de caravan van Friesland naar zijn woning in Hoofddorp gereden. Hij heeft de caravan diezelfde dag in de winterstalling geplaatst.

2.3. Op of omstreeks 13 mei 2009 heeft [eiser] de caravan uit de winterstalling gehaald en voor een servicebeurt aangeboden bij de firma De Rijk Caravans te Aalsmeer.

2.4. De Rijk Caravans heeft diezelfde dag contact opgenomen met [eiser] en hem meegedeeld dat de caravan een kromme chassisbalk had.

2.5. [eiser] heeft op 13 mei 2009 telefonisch contact opgenomen met [gedaagde].

2.6. [eiser] heeft de caravan ter keuring aangeboden bij de ANWB. Op 20 mei 2009 heeft de ANWB een rapport van expertise uitgebracht. Hierin staat op pagina 4 (onder 2. Voorwoord), met betrekking tot de geconstateerde schade onder meer het volgende vermeld:

“Aangezien deze schade niet door de opdrachtgever zelf veroorzaakt kan zijn, heeft opdrachtgever ons verzocht betreffende caravan op dit punt te onderzoeken en onze bevindingen in een rapport weer te geven.”

Op pagina 4 (onder 3. Onderzoek) van het rapport staan onder meer de volgende bevindingen vermeld:

“1. De caravan hangt aan de achterkant scheef (…);

2. (…);

3. De linker chassisbalk is ter plaatse van de as verbogen en vervormd (…);

(…)”

Voorts staat op pagina 4 van het rapport als toelichting op de bevindingen onder meer het volgende vermeld:

“1. De caravan hangt scheef doordat de linker chassisbalk is verbogen;

2. Deze schade is waarschijnlijk ontstaan doordat te hard over een obstakel of gat in het wegdek is gereden;

(…)”

2.7. De rechtsbijstandverzekeraar van [eiser] heeft [gedaagde] bij brief van 10 juli 2009 meegedeeld de koopovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden en betaling geëist van een bedrag van € 5.275,01, zijnde de koopsom van € 4.950 en een bedrag van € 325,01 voor expertisekosten.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert – samengevat – een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst is ontbonden, alsmede veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 4.950, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eiser] stelt dat de caravan niet beantwoordt aan hetgeen [eiser] hiervan kon en mocht verwachten, zodat er sprake is van non-conformiteit. Ter onderbouwing beroept [eiser] zich op het door de ANWB uitgebrachte expertiserapport.

Strijd met wettelijke substantiëringsplicht?

4.2. Alvorens over te gaan tot de inhoudelijke beoordeling van de zaak zal de rechtbank allereerst ingaan op de stelling van [gedaagde] dat niet voldaan zou zijn aan de eisen van artikel 21 Rv. [gedaagde] heeft gesteld dat [eiser] in strijd met artikel 21 Rv niet heeft voldaan aan zijn wettelijke substantiëringsplicht nu hij heeft nagelaten in de dagvaarding de hem bekende verweren van [gedaagde] te vermelden. Daardoor heeft [eiser] het recht verloren om alsnog op de verweren van [gedaagde] te reageren. [gedaagde] heeft echter nagelaten feiten en omstandigheden, eventueel onderbouwd met stukken, aan te dragen waaruit kan worden afgeleid dat [eiser] bekend was met de verweren van [gedaagde]. De rechtbank gaat reeds daarom voorbij aan deze stelling, daargelaten de vraag wat de consequenties geweest zouden zijn indien [eiser] wel met de verweren bekend was geweest.

Is tijdig geklaagd?

4.3. [gedaagde] heeft aangevoerd dat [eiser] te laat zou hebben geklaagd waardoor hem geen beroep op non-conformiteit toekomt.

4.4. Voor een consumentenkoop, waarvan in het onderhavige geval sprake is (artikel 7:5 BW), is in artikel 7:23 BW bepaald dat tijdig is geklaagd wanneer de koper binnen bekwame tijd na de ontdekking van het gebrek hiervan kennis heeft gegeven aan de verkoper, waarbij een kennisgeving binnen twee maanden na de ontdekking als tijdig wordt beschouwd.

4.5. [gedaagde] heeft de stelling van [eiser] dat het gebrek aan de caravan pas aan het licht is gekomen nadat [eiser] deze voor een servicebeurt had weggebracht, op of rond 13 mei 2009, niet weersproken. Evenmin heeft [gedaagde] weersproken dat [eiser] en [gedaagde] op 13 mei 2009 telefonisch contact hebben gehad, waarbij [eiser] aan hem heeft meegedeeld dat de caravan een kromme chassisbalk heeft.

4.6. Nu hiermee als vaststaand moet worden aangenomen dat [eiser] op of vlak na de dag van ontdekking van het gebrek [gedaagde] hiervan in kennis heeft gesteld, volgt hieruit dat [eiser] tijdig heeft geklaagd. De stelling van [gedaagde] dat de caravan meer dan twee maanden in het bezit is geweest van [eiser], kan hem niet baten, nu blijkens artikel 7:23 BW het tijdstip van ontdekking relevant is voor het antwoord op de vraag of tijdig is geklaagd en niet hoe lang de afgeleverde zaak in het bezit is van de koper. De rechtbank komt daarom thans toe aan de vraag of sprake is van non-conformiteit.

Is sprake van non-conformiteit?

4.7. Uit het bepaalde in artikel 7:17 BW volgt dat voor een geslaagd beroep op non-conformiteit bepalend is of de zaak op het moment van aflevering aan de overeenkomst voldoet.

4.8. Vooropgesteld dient te worden dat in de onderhavige procedure tussen partijen niet in geschil is dat, zoals [eiser] heeft gesteld en [gedaagde] niet heeft weersproken, de caravan een kromme chassisbalk heeft. Evenmin is tussen partijen in geschil dat dit gebrek ertoe leidt dat de caravan niet voor normaal gebruik geschikt is en dat [eiser] mocht verwachten dat een zodanig gebrek bij de aankoop van de caravan niet aanwezig zou zijn. Het onderhavige geschil spitst zich toe op de vraag of het gebrek reeds bestond op het moment van aankoop van de caravan. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, staat daarmee vast dat sprake is van non-conformiteit.

4.9. [eiser] heeft gesteld dat het gebrek aan de caravan reeds aanwezig was op het moment van aankoop. [gedaagde] heeft deze stelling gemotiveerd bestreden. Gelet op het bepaalde in artikel 150 Rv rust in beginsel op [eiser], als degene die zich beroept op de rechtsgevolgen van het door hem gestelde gebrek, de bewijslast van deze stelling. Artikel 7:18, lid 2, BW, bepaalt evenwel dat bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, indien de afwijking van het overeengekomene zich binnen een termijn van zes maanden na aflevering openbaart, tenzij de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet. Het doel van deze bepaling is de consument-koper tegemoet te komen wanneer het voor deze moeilijk is te bewijzen dat een gebrek al bestond op het moment van aflevering van de zaak. De rechtbank zal allereerst nagaan of het wettelijk vermoeden van artikel 7:18, lid 2, BW van toepassing is en daarbij de aard van de zaak en de aard van de afwijking in aanmerking nemen.

4.10. Het gaat in het onderhavige geval om een gebruikte caravan van 13 jaar oud. Naar de aard van de zaak kunnen daaraan minder hoge kwaliteitseisen worden gesteld dan aan een nieuwe, ongebruikte caravan. Dit komt ook tot uitdrukking in de voor de caravan betaalde koopprijs. Hoewel de omstandigheid dat het gaat om een gebruikte caravan op zich niet leidt tot het oordeel dat geen plaats zou zijn voor toepassing van het wettelijk vermoeden van artikel 7:18, lid 2, BW, kan dit wel het geval zijn wanneer de aard van het gebrek in samenhang met de aard van de zaak hiertoe aanleiding geeft. Daarom zal de rechtbank ook nader ingaan op de aard van het gebrek. De geconstateerde afwijking, een kromme chassisbalk, is volgens het ANWB-rapport waarschijnlijk ontstaan doordat te hard met de caravan over een gat of obstakel in de weg is gereden. Deze waarschijnlijke oorzaak is door partijen niet weersproken. Het staat voorts vast dat [eiser], na aankoop van de caravan, zelf met de caravan van Friesland naar Hoofddorp is gereden. Het is derhalve mogelijk dat het gebrek ontstaan is tijdens het naar huis rijden door [eiser]. Hierbij dient bovendien in aanmerking te worden genomen dat een gebruikte caravan van 13 jaar oud geacht moet worden kwetsbaarder te zijn voor het optreden van een gebrek als het onderhavige dan een nieuwe, ongebruikte caravan. Deze omstandigheden dienen naar het oordeel van de rechtbank voor risico van [eiser] te komen. Het zou onder deze omstandigheden derhalve niet redelijk zijn het wettelijke vermoeden, dat er in dit geval toe zou leiden dat [eiser] niet hoeft te bewijzen dat het gebrek reeds bestond op het moment van aankoop, in het nadeel van [gedaagde] van toepassing te achten. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval de aard van de zaak, en in samenhang daarmee de aard van de afwijking, zich verzetten tegen toepassing van het wettelijk vermoeden van artikel 7:18, lid 2, BW. Op [eiser] rust derhalve de last te stellen en zo nodig te bewijzen dat het gebrek aan de caravan aanwezig was op het moment van aankoop.

4.11. [gedaagde] heeft de stelling van [eiser] dat dit het geval was, gemotiveerd bestreden. [gedaagde] heeft onder meer aangevoerd dat sprake is van schade die na aankoop van de caravan is ontstaan. Indien de chassisbalk reeds krom was geweest op het moment van aankoop van de caravan, had [eiser] dit bij de koop al kunnen zien, aldus [gedaagde]. Volgens hem moet [eiser] de schade zelf hebben veroorzaakt doordat hij op de terugweg uit Friesland te hard heeft gereden. De rechtbank acht, gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde], de stelling van [eiser] dat de chassisbalk van de caravan reeds krom was op het moment van aankoop, onvoldoende onderbouwd. Hierbij neemt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking. [eiser] heeft zich ter onderbouwing van zijn stelling beroepen op de constatering in het door hem overgelegde ANWB-rapport dat de schade niet door de opdrachtgever zelf veroorzaakt kan zijn. Het ANWB-rapport vermeldt echter tevens dat de schade waarschijnlijk is ontstaan doordat te hard over een gat of obstakel in de weg is gereden. Nu tussen partijen niet in geschil is dat [eiser] zelf met de caravan naar huis is gereden, en er geen reden is om aan te nemen dat de schade niet tijdens die rit kan zijn ontstaan, is onduidelijk is wat bedoeld wordt met de constatering in het rapport dat de schade niet door de opdrachtgever zelf veroorzaakt kan zijn. Deze constatering kan naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval niet dienen ter onderbouwing van de stelling dat de schade reeds aanwezig was op het moment van aankoop. In zoverre gaat de rechtbank dan ook aan deze constatering voorbij. Voorts dient in aanmerking te worden genomen dat [eiser] in verband met de aankoop van de caravan het caravancentrum van [gedaagde] tweemaal heeft bezocht, de eerste maal om de caravan te bekijken en de tweede maal om de caravan op te halen. [eiser] kan geacht worden verstand te hebben van caravans, hij heeft immers vaker caravans gekocht. Bij de bezoeken aan het caravancentrum heeft [eiser] de caravan goed bekeken en daarbij tevens onder de caravan gekeken. [eiser] heeft ter zitting verklaard dat hij bij de bezichtiging van de caravan niet heeft gezien dat deze aan de achterkant scheef hing. Hoe het kan dat, ondanks voornoemde omstandigheden die erop wijzen dat er in ieder geval geen zichtbaar gebrek aanwezig was op het moment van aankoop van de caravan, het zo zou kunnen zijn dat de chassisbalk op dat moment reeds krom was, heeft [eiser] niet nader onderbouwd. Bovendien heeft [eiser] de caravan direct op de dag van de aankoop in de winterstalling geplaatst. Daar heeft de caravan meer dan twee maanden gestaan alvorens [eiser] de caravan voor een servicebeurt heeft weggebracht. Het gebrek is pas aan het licht gekomen bij het bedrijf dat de servicebeurt uitvoerde. Nu [eiser] niet heeft gesteld dat het om een onzichtbaar gebrek ging, noch heeft betwist dat het gebrek zichtbaar moet zijn geweest, had het op zijn weg gelegen een verklaring te geven voor het feit dat het gebrek pas aan het licht is gekomen nadat de caravan uit de winterstalling is gehaald. Nu hij dit heeft nagelaten heeft hij niet aan zijn stelplicht voldaan en is dus geen plaats voor bewijslevering zijnerzijds over de toestand van de caravan ten tijde van de aankoop.

4.12. Het voorgaande leidt ertoe dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van non-conformiteit van de caravan. [eiser] was derhalve niet bevoegd op deze grond de koopovereenkomst te ontbinden. De gevraagde verklaring voor recht en de vordering tot terugbetaling van de koopprijs dienen om deze reden met inbegrip van de nevenvorderingen te worden afgewezen.

4.13. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- vast recht 313,00

- salaris advocaat 768,00 (2,0 punten × tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 1.081,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op EUR 1.081,00,

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Roëll, voorzitter, mr. H.J.M. Burg en mr. M.C. van As, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2010.?