Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN0222

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-05-2010
Datum publicatie
06-07-2010
Zaaknummer
160240 / HA ZA 09-1114
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2011:BT2727
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De vordering tot vergoeding van handelsrente wordt afgewezen voor zover de vordering is gegrond op niet-nakoming van geldleningsovereenkomst. Verwijzing naar parlementaire geschiedenis. Matiging buitengerechtelijke incassokosten conform Voorwerk II. Geen handelsrente over beslagkosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 160240 / HA ZA 09-1114

Vonnis van 12 mei 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LOS B.V.,

gevestigd te Haarlem,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R. Vos,

tegen

[Gedaagde],

wonende te Haarlem,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. E.H.J. Slager.

Partijen zullen hierna Los B.V. en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 18 november 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 17 februari 2010

- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens wijziging eis in conventie

- de akte met producties 33 tot en met 38 van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten in conventie en in reconventie

2.1. Los B.V. en Table Partners C.V. (hierna: Table Partners) hebben op 17 december 2007 een overeenkomst van geldlening (hierna: de geldleningsovereenkomst) gesloten, uit hoofde waarvan Los B.V. een bedrag van EUR 20.222,72 aan Table Partners heeft verstrekt. Voor zover hier van belang luidt de geldleningsovereenkomst als volgt:

“(…)

Artikel 1

Hoofdsom

De geldgever verstrekt aan de geldnemer per de opnamedatum ter leen een bedrag van € 20.222,72 zegge: tweeëntwintigduizend tweehonderd en tweeëntwintig euro en tweeënzeventig eurocent, hierna te noemen “hoofdsom”, welk bedrag de geldnemer hierbij verklaart ter leen te hebben ontvangen van, en mitsdien, de geldnemer verschuldigd is.

(…)

Artikel 8

Betaling

(…)

2. De betalingen zullen gerekend worden allereerst te zijn geschied ter voldoening van de kosten, vervolgens van de boetes, extra renten, daarna van de rente en tenslotte van het saldo van de uitstaande hoofdsom.”

2.2. Table Partners heeft op of omstreeks 3 december 2007 en 3 januari 2008 in totaal EUR 2.000,00 op de geldlening aan Los B.V. betaald. Hierna heeft Table Partners geen aflossingen meer gedaan. Vervolgens heeft [gedaagde], beherend vennoot van Table Partners, voornoemde geldlening bij “Overeenkomst van schuld overname” van 17 juni 2008 (hierna: de overnameovereenkomst) overgenomen, welke overeenkomst, voor zover hier van belang, luidt als volgt:

- “dat Los B.V. en de Commanditaire Vennootschap Table Partners een overeenkomst van geldlening zijn aangegaan op 17 december 2007 voor een bedrag groot € 20.222,72. Dat inmiddels op deze geldlening aflossingen hebben plaatsgevonden waardoor de stand per 31-12-2007 € 18.222,72 bedraagt;

(…)

Artikel 1

De Commanditaire Vennootschap Table Partners en [gedaagde] komen overeen dat de schuld ad € 18.222,72, voortvloeiende uit de tussen De Commanditaire Vennootschap Table Partners en Los B.V. overeengekomen geldlening, wordt overgenomen door [gedaagde], De getekende versie van de overeenkomst d.d. 17 december 2007 is als bijlage bij deze schuldovername aangehecht. De overige artikelen van de aangehechte overeenkomst d.d. 17 december 2007 blijven ongewijzigd.

Artikel 2

Hoofdsom

De hoofdsom bedraagt thans € 18.222,72

Artikel 3

Rente

Over de hierboven schuldig gebleven hoofdsom of over het saldo van de uitstaande hoofdsom, is een rente van 4,0% per jaar verschuldigd.

(…)

Artikel 4

Wijze van aflossing

1. Maandelijks zal € 500 worden afgelost. Dit bedrag is voor het eerst verschuldigd op 1 juli 2008 en vervolgens aan het begin van elke volgende maand.

2. Voldoening van de rente welke wordt berekend over het saldo van de uitstaande hoofdsom, geschiedt op basis van achtereenvolgende maandbetalingen, voor het eerst verschuldigd op 1 juli 2008 en vervolgens aan het begin van elke volgende

maand.

Artikel 5

Looptijd, opeisbaarheid en aflosbaarheid

De hoofdsom zal over een periode van 36 maanden worden afgelost met gelijke bedragen van € 500. De lening blijft te allen tijde opeisbaar na schriftelijke waarschuwing en/of ingebrekestelling.

(…)”.

2.3. Bij factuur d.d. 23 november 2008 heeft [gedaagde] vier aflossingstermijnen van in totaal EUR 2.232,97 verrekend met door Los B.V. aan hem verschuldigde commissie. Daarna heeft [gedaagde] geen aflossingen meer gedaan. Vervolgens zijn (de gemachtigde van) Los B.V. en [gedaagde] bij akte van betalingsregeling d.d. 6 april 2009 een betalingsregeling van EUR 500,00 per maand (hierna: de betalingsregeling) overeengekomen.

2.4. De betalingsregeling luidt, voor zover hier van belang, als volgt, waarbij als eerste ondergetekende Los B.V. wordt aangemerkt en als tweede ondergetekende [gedaagde]:

“AKTE VAN BETALINGSREGELING

------------------------------------------------

TOTAAL VERSCHULDIGD inclusief tot heden gemaakte kosten, onverminderd rente

(…)

ARTIKEL 1

De tweede ondergetekende erkent gaaf en onvoorwaardelijk de vordering welke de gerechtsdeurwaarder 0.J. Boeder ten behoeve van de eerste ondergetekende ter incasso in handen heeft tot bovenvermeld totaalbedrag conform de gemelde aanmaning, vermeerderd met de extra administratiekosten, exclusief rente;

(…)

ARTIKEL 3

De tweede ondergetekende is er mede bekend en gaat er mede akkoord, dat bij in gebreke blijven met de stipte betaling van een of meer termijnen de afbetalingsregeling zonder aanmaning of ingebrekestelling vervalt en dat alsdan het totaal verschuldigde inclusief de genoemde extra administratie kosten afbetaling en de nog te vallen wettelijke c.q. geconvenieerde rente, terstond en ineens opeisbaar wordt;

(…)

ARTIKEL 5

Alle betalingen van de tweede ondergetekende zullen allereerst in mindering strekken op de buitengerechtelijke incassokosten en extra administratiekosten afbetaling, rente en overige eventueel reeds gevallen en nog te vallen proces- en executie kosten, ongeacht enige andere omschrijving op een betalings- c.q. stortingsbewijs.

(…)”.

2.5. [gedaagde] heeft in het kader van de betalingsregeling twee termijnen van in totaal EUR 1.000,00 voldaan.

2.6. Onder meer bij brief van 13 juli 2009 heeft de gemachtigde van Los B.V. aan [gedaagde] bericht dat de betalingsregeling is vervallen, nu [gedaagde] met de nakoming hiervan in gebreke is gebleven.

2.7. Bij brief van 4 augustus 2009 heeft de raadsman van [gedaagde] onder meer het volgende aan Los B.V. bericht:

“Heden ontving ik van cliënt een betekende dagvaarding met beslagstukken, waarmee uw cliënte aanspraak maakt op betaling van een totaalbedrag van € 21.478,20. Cliënt betwist in ieder geval de opeisbaarheid van de vordering van uw cliënt met een beroep op verrekening en opschorting.

Tot op heden heeft uw cliënte namelijk een bedrag van € 60.988,97 onbetaald gelaten, terwijl diensten goed en deugdelijk zijn geleverd en dit bedrag van rechtswege opeisbaar is.”

2.8. Ter onderbouwing van zijn vordering in reconventie heeft [gedaagde] een door zijn medewerkster opgesteld overzicht overgelegd (productie 28), waarin onder meer het volgende is opgenomen:

<i>Nog te betalen:</i>

betalingsoverzicht

2.9. Als productie 32 is door [gedaagde] overgelegd een ongedateerde factuur van Los B.V., gericht aan Ministerie van artiesten t.a.v. [gedaagde], met omschrijving “Facturering boeken LOS 2008 1500 stuks (13575 - 11295) x 0,65”en vermelding van een betalen bedrag van € 1.570,92 inclusief BTW.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Los B.V. vordert na vermeerdering van eis - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van [gedaagde] tot betaling van EUR 23.049,12, te vermeerderen met rente en kosten. In de gevorderde hoofdsom is een bedrag aan rente en kosten begrepen, waaronder de kosten van het conservatoir beslag.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.3. [gedaagde] vordert samengevat - uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van Los B.V. tot betaling van EUR 67.678,52, vermeerderd met rente en kosten, de kosten van het conservatoir beslag daaronder begrepen.

3.4. Los B.V. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [gedaagde] betwist de opeisbaarheid en verschuldigdheid van het door Los B.V. gevorderde bedrag primair met een beroep op verrekening met hetgeen hij in reconventie jegens haar vordert en subsidiair met een beroep op opschorting. Of deze verweren slagen is afhankelijk van de beoordeling van de vordering in reconventie. De rechtbank zal daartoe daarom eerst overgaan en vervolgens op deze verweren in conventie terugkomen.

in reconventie

4.2. [gedaagde] legt aan zijn vordering in reconventie ten grondslag dat hij in opdracht en ten behoeve van Los B.V. diverse (management)werkzaamheden heeft verricht en dat door zijn tussenkomst diverse sponsorovereenkomsten tot stand zijn gekomen tussen Los B.V. en diverse derden op grond waarvan [gedaagde] recht heeft op commissie over inkomsten die Los B.V. op grond van die overeenkomsten heeft genoten. Volgens [gedaagde] is Los B.V. in gebreke gebleven met de betaling hiervan tot een bedrag van EUR 64.513,64 en verkeert Los B.V. per 11 augustus 2009 in verzuim.

4.3. Los B.V. heeft de vordering in reconventie van [gedaagde] betwist en aangevoerd dat partijen de samenwerking in juli 2008 hebben beëindigd en dat partijen in dat kader tot afrekening van de onderlinge aanspraken zijn gekomen. Daarbij heeft Los B.V. een bedrag van EUR 16.746,84 aan [gedaagde] voldaan, waarmee de verhouding tussen partijen is afgewikkeld. De commissie die Los B.V. verschuldigd was aan [gedaagde] betrof een vergoeding voor verrichte managementwerkzaamheden en niet een vergoeding voor het aanbrengen van sponsorovereenkomsten. Van door [gedaagde] verrichte (management)werkzaamheden is na de afrekening in juli 2008 geen sprake meer geweest. Ook ter zake van de diverse sponsorovereenkomsten heeft [gedaagde] geen werkzaamheden meer verricht, aldus Los B.V.

4.4. Ter gelegenheid van de comparitie heeft de rechtbank vastgesteld dat de optelsom van de in het (als productie 28 overgelegde) overzicht opgenomen vorderingen van [gedaagde] op Los B.V. - wanneer de vorderingen die zijn vermeld onder het kopje “Nog te betalen” in het hiervoor onder 2.8 opgenomen deeloverzicht buiten beschouwing worden gelaten - vrijwel overeenstemt met het bedrag dat Los B.V. blijkens dit overzicht reeds aan [gedaagde] heeft voldaan. [gedaagde] heeft in reactie hierop verklaard dat het geschil in reconventie zich gelet hierop toespitst op de vorderingen die zijn vermeld in het hiervoor onder 2.8 opgenomen deeloverzicht. De rechtbank zal zich bij haar beoordeling van de reconventionele vordering daarbij aansluiten.

4.5. [gedaagde] heeft voorts ter gelegenheid van de comparitie verklaard, en daarmee is komen vast te staan, dat hij ter zake van de in genoemd deeloverzicht onder “Nog te betalen” genoemde vorderingen geen facturen aan Los B.V. heeft verzonden. Ook bevinden zich geen onderliggende facturen bij de gedingstukken. Naar het oordeel van de rechtbank dient de vordering in reconventie te worden afgewezen, nu deze vordering onvoldoende is onderbouwd. Tegenover het gemotiveerde verweer van Los B.V. dat in juli 2008 de samenwerking tussen Los B.V. en [gedaagde] was geëindigd en dat partijen toen de op dat moment nog over en weer openstaande vorderingen hebben voldaan, is door [gedaagde] onvoldoende gesteld. Ook de stelling van [gedaagde] dat de reconventionele vordering mede ziet op posten die een medewerkster van hem in het kader van afrekening in juli 2008 is vergeten mee te nemen en die de boekhouder later heeft ontdekt, is niet met concrete feiten of stukken onderbouwd. Ten slotte heeft [gedaagde] geen stukken in het geding gebracht noch anderszins onderbouwd waaruit blijkt dat Los B.V., ook na juli 2008 nog, een verplichting had tot het betalen van een vergoeding aan [gedaagde] ter zake van het aanbrengen van sponsorovereenkomsten. Uit de door [gedaagde] in het geding gebrachte overeenkomst tussen OTIB en de directeur van Los B.V. (productie 38) blijkt zulks in ieder geval niet.

4.6. Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering in reconventie zal worden afgewezen. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Los B.V. worden begroot op:

- salaris advocaat 894,00 (2 punten x factor 0,5 x tarief EUR 894,00).

De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

in conventie

4.7. Los B.V. stelt dat [gedaagde] in gebreke is gebleven met de nakoming van zijn verplichtingen uit de overnameovereenkomst en vordert thans terugbetaling. Tussen partijen is niet in geschil dat Los B.V. uit hoofde van de overnameovereenkomst een vordering heeft op [gedaagde] ter hoogte van EUR 15.989,75 aan hoofdsom. Voorts heeft [gedaagde] de verschuldigdheid van de hiervoor onder 2.9 vermelde factuur van Los B.V. ad € 1.570,92 inclusief BTW niet bestreden. [gedaagde] betwist echter de opeisbaarheid en verschuldigdheid van deze door Los B.V. gevorderde bedragen primair met een beroep op verrekening met hetgeen hij in reconventie jegens haar vordert en subsidiair met een beroep op opschorting. Zoals hiervoor onder 4.6 overwogen zal de vordering in reconventie worden afgewezen. Hieruit volgt dat in conventie geen grond voor een recht tot verrekening of opschorting bestaat. De vordering in conventie zal, voor zover het voornoemde bedragen ad EUR 15.989,75 en EUR 1.570,92 betreft, dan ook worden toegewezen als gevorderd.

wettelijke (handels)rente, buitengerechtelijke incassokosten en beslagkosten

4.8. Los B.V. maakt over de op grond van de overnameovereenkomst gevorderde hoofdsom van EUR 15.989,75 primair aanspraak op de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a vanaf dertig dagen na factuurdata, subsidiair op de wettelijke rente vanaf 29 juli 2009 tot aan de dag van algehele voldoening. Over het onder 2.9 genoemde factuurbedrag van EUR 1.570,92 vordert Los B.V. primair wettelijke handelsrente, subsidiair wettelijke rente vanaf 17 februari 2010 tot aan de dag van algehele voldoening.

4.9. [gedaagde] bestrijdt dat Los B.V. recht heeft op wettelijke (handels)rente, nu partijen in artikel 3 van de overnameovereenkomst een rente van 4% zijn overeengekomen. De rechtbank volgt [gedaagde] hierin niet, nu artikel 3 (niet meer dan) het rentepercentage aangeeft dat bij tijdige nakoming van betalingsverplichtingen door [gedaagde] is verschuldigd. Nu vast staat dat [gedaagde] met de nakoming van zijn betalingsverplichting in gebreke is gebleven, is hij de (gefixeerde) schadevergoeding wegens vertraging in de voldoening van een geldsom op grond van de artikelen 6:119 en 6:119a BW verschuldigd.

4.10. De rechtbank oordeelt ten aanzien van de door Los B.V. gevorderde wettelijke handelsrente als volgt. In artikel 6:119a BW is bepaald dat onder een handelsovereenkomst wordt verstaan de overeenkomst om baat die een of meer van de partijen verplicht iets te geven of te doen en die tot stand is gekomen tussen een of meer natuurlijke personen die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf of rechtspersonen. Los B.V. heeft aan zijn primaire rentevordering ten aanzien van de op grond van de overnameovereenkomst gevorderde hoofdsom kennelijk de stelling ten grondslag gelegd dat in het onderhavige geval sprake is van een handelsovereenkomst. De rechtbank verwerpt die stelling en overweegt daartoe het volgende Het gaat bij een (overname van een) geldleningovereenkomst niet om een overeenkomst tot het leveren van goederen of diensten tegen betaling. Uit de tekst van artikel 6:119a BW en de wetsgeschiedenis volgt immers dat de wetgever het begrip handelstransactie heeft verbonden aan die handelstransacties waarvoor een factuur moet worden uitgereikt. Verwezen wordt naar de parlementaire geschiedenis over de totstandkoming van artikel 6119a BW (MvT, Kamerstukken II 2001/02, 28 239, nr. 3, p. 8–9), waaruit kan worden afgeleid dat de wetgever de (hogere) wettelijke handelsrente uitsluitend van toepassing heeft willen verklaren op (handels)overeenkomsten waarvoor een factuur wordt uitgereikt. Nu dat bij een overeenkomst van geldlening niet het geval is, is de bepaling over de wettelijke handelsrente niet van toepassing. De primaire rentevordering van Los B.V. dient derhalve te worden afgewezen. In plaats daarvan zal over genoemde hoofdsom van EUR 15.989,75 de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 29 juli 2009 worden toegewezen, zoals subsidiair gevorderd.

Over het meergenoemde factuurbedrag van € 1.570,92 is de wettelijke handelsrente toewijsbaar als gevorderd.

4.11. Los B.V. vordert voorts vergoeding van buitengerechtelijke kosten ad EUR 2.854,17, zijnde 15% van de hoofdsom, primair op grond van hetgeen partijen zijn overeengekomen in artikel 8 lid 2 van de geldleningsovereenkomst, waarin is opgenomen dat betalingen in de eerste plaats strekken in mindering op de kosten, hetgeen volgens Los B.V. impliceert dat partijen de verschuldigdheid van die kosten zijn overeengekomen. Subsidiair wijst Los B.V. op het feit dat [gedaagde] de verschuldigdheid heeft erkend door ondertekening van de akte betalingsregeling. Meer subsidiair vordert Los B.V. vergoeding van de kosten op grond van het bepaalde in de artikelen 6:74 en 6:96 BW, op grond waarvan de kosten ter verkrijging van vergoeding buiten rechte als vermogenschade wordt aangemerkt. [gedaagde] betwist de verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten.

4.12. Los B.V. heeft onderbouwd voor welke werkzaamheden de gevorderde buitengerechtelijke (incasso)kosten zijn gemaakt. Tussen partijen staat ook vast dat tussen (de gemachtigde van) Los B.V. en [gedaagde] een betalingsregeling is getroffen en daarvoor zijn kosten gemaakt. Daarnaast heeft (de gemachtigde van) Los B.V. diverse aanmaningen overgelegd die aan [gedaagde] zijn verstuurd. Los B.V. heeft echter niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat ten behoeve van Los B.V. werkzaamheden zijn verricht die een hogere vergoeding rechtvaardigen dan is aanbevolen in het rapport Voor-werk II. De gevorderde vergoeding wegens buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zal om die reden worden gematigd tot een bedrag gelijk aan twee punten van het toepasselijke liquidatietarief, zijnde € 1.158. Nu [gedaagde] reeds het hiervoor onder 2.5 genoemde bedrag van EUR 1.000 heeft voldaan, en deze betaling op grond van artikel 1 van de overnameovereenkomst in verbinding met artikel 8 lid 2 van de geldleningsovereenkomst in de eerste plaats in mindering strekt op de kosten, zal de rechtbank ter zake van de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 158 toewijzen. Artikel 6:119a BW is niet van toepassing op schadevergoedingsbedragen, zodat over genoemd bedrag de subsidiair gevorderde wettelijke rente ex artikel 6:119 BW zal worden toegewezen, zulks vanaf de dag van dagvaarding, nu de stellingen geen grondslag bieden voor een eerdere ingangsdatum.

4.13. Los B.V. vordert ten slotte vergoeding van de kosten van de conservatoire maatregelen en heeft bij akte stukken met betrekking tot het gelegde conservatoir beslag overgelegd. Ingevolge het bepaalde in artikel 706 Rv kunnen beslagkosten van de beslagene worden teruggevorderd, tenzij het beslag nietig, onnodig of onrechtmatig is. Uit de stukken kan genoegzaam worden afgeleid dat de conservatoire beslagen met inachtneming van de wettelijke vereisten zijn gelegd, hetgeen toewijzing van een vergoeding van de beslagkosten met zich brengt. Deze zullen worden begroot op EUR 191,75 voor verschotten (EUR 130,58 + EUR 61,17) en EUR 579,00 (1 rekest x tarief EUR 579,00) voor het salaris van de advocaat. Nu het voor het beslagrekest betaalde vastrecht in mindering is gebracht op het voor de onderhavige procedure verschuldigde vastrecht, en dit vastrecht in de hierna vast te stellen proceskostenveroordeling is begrepen, is in het kader van de vergoeding van beslagkosten geen plaats voor toewijzing van het gevorderde vastrecht voor het beslagrekest.

Artikel 6:119a BW is niet van toepassing op schadevergoedingsbedragen, zodat over de beslagkosten de subsidiair gevorderde wettelijke rente ex artikel 6:119 BW zal worden toegewezen, zulks met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

4.14. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Los B.V. worden begroot op:

De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Los B.V. te betalen een bedrag van EUR 15.989,75, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 29 juli 2009 tot aan de dag van volledige voldoening,

5.2. veroordeelt [gedaagde] om aan Los B.V. te betalen een bedrag van EUR 1.570,82, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 17 februari 2010 tot aan de dag van volledige voldoening,

5.3. veroordeelt [gedaagde] om aan Los B.V. terzake van buitengerechtelijke incassokosten te betalen een bedrag van EUR 158,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 31 juli 2009 tot aan de dag van volledige voldoening,

5.4. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Los B.V. tot op heden begroot op EUR 1.712,25, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de 15e dag na betekening van dit vonnis,

5.5. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het beslag, begroot op een bedrag van EUR 770,75, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de 15e dag na betekening van dit vonnis,

5.6. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.8. wijst de vordering af,

5.9. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Los B.V. tot op heden begroot op EUR 894,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de 15e dag na betekening van dit vonnis.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Jochem en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2010.?