Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BM9281

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
30-06-2010
Datum publicatie
06-07-2010
Zaaknummer
163622 - HA ZA 09-1633
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Letselschade. Geen schade wegens verlies aan arbeidsvermogen, omdat WIA-uitkering hoger is dan hetgeen eiseres zij gedurende haar dienstverband in 2005 verdiende. Gevorderde schadevergoeding in verband met kosten huishoudelijke hulp toegewezen. Gevorderde smartengeld toegwezen. Daarbij is rekening gehouden met alle omstandigheden van het geval. In het onderhavige geval houdt de rechtbank in het bijzonder rekening met a) de herhaalde mishandelingen door gedaagde gedurende een aantal jaren, (b) de medische ingreep en behandeling die zij heeft moeten ondergaan naar aanleiding van de mishandeling en (c) het blijvende letsel aan haar hand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 163622 / HA ZA 09-1633

Vonnis van 30 juni 2010

in de zaak van

[EISERES],

wonende te Leijmuiden, gemeente Kaag en Braassem,

eiseres,

advocaat mr. H. Blaauw,

tegen

[GEDAAGDE],

wonende te Leiden,

gedaagde,

advocaat mr. J.A.M. Koorn-Harkema.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen hebben in de periode van oktober 2004 tot en met december 2006 een affectieve relatie gehad. Zij hebben vanaf begin 2005 te Hoofddorp samengewoond, samen met de minderjarige kinderen van [eiseres].

2.2. [eiseres] heeft op 14 april 2007 aangifte gedaan wegens mishandeling door [gedaagde].

2.3. Bij vonnis van de politierechter te Haarlem van 3 december 2007 is [gedaagde] veroordeeld wegens mishandeling van [eiseres] in de periode 1 februari 2004 tot en met 31 december 2006 en wegens mishandeling van [eiseres] op 23 september 2005 tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde dat het [gedaagde] niet is toegestaan contact op te nemen met [eiseres] gedurende de proeftijd van 2 jaren.

Voorts heeft de politierechter de vordering van [eiseres] als benadeelde partij onder oplegging van de schademaatregel toegewezen tot een bedrag van € 1.000 en deze vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.

2.4. [gedaagde] heeft tegen voornoemd vonnis geen hoger beroep ingesteld.

2.5. Tijdens voornoemde mishandeling op 23 september 2005 heeft [gedaagde] [eiseres] door de ruit van een woning geduwd, waarna [gedaagde] per ambulance naar het LUMC is vervoerd met verwondingen aan haar hoofd en handen.

2.6. Bij brief van 10 november 2008 bericht plastisch chirurg [A] aan de raadsman van [eiseres] onder meer het volgende:

Op 24-11-2005 bezoek bovengenoemde patiënt de polikliniek plastische chirurgie voor de eerste keer.

Reden van komst: handtrauma opgelopen in Leiden daar niet behandeld omdat patiënt fobisch is voor naalden. Hier door de algemene chirurgie behandeld en 6 weken post operatief een niet goed functionerende 2e vinger van de rechter hand.

Waarschijnlijk als gevolg van een letsel van de extensoren thv pols. Bij onderzoek een dystrofie van de rechter pols.

(..)

Op 6-7-2006 werd een tenolyse verricht van de dorsale zijde van de pols. Geen bescherming dystrofie en handelen naar bevinden. (..) Bij deze ingreep worden de pezen naar de eerste vinger gevonden die vast liggen in het littekenweefsel. Ze worden losgemaakt en direct na de ingreep wordt begonnen met intensieve mobilisatie.

(..)

Tenolyse heeft een goed resultaat gehad. Functie nagenoeg volledig. Flex ext goed. Wel problemen bij flexie van de pols met flexie van de vingers. Veel klachten van pijn in de hand pols thv litteken. Tevens fibromyalgie.

(..)

4-1-2007 Second opinion aangevraagd in het AMC op mijn verzoek.

28-08-2008 Toch weer terug voor verdere behandeling. Mw. heeft steeds meer problemen met de hand functie. (..) Uitleg dat er geen verdere behandelingsopties zijn.

2.7. Bij brief van 5 september 2007 schrijft plastisch chirurg [B] (AMC) aan voornoemde [A]:

Geachte collega,

Op 02-07-2007 werd bovengenoemde patiënte op de polikliniek Plastische-, Reconstructieve- en Handchirurgie gezien.

Wij zagen hem [rechtbank: haar] eerder voor een tweede mening na uitgebreid extensorpeesletsel van de rechterhand ter hoogte van de pols. Destijds was het advies een adhesiolyse van de extensorpezen ter plaatse van het oude litteken te verrichten.

Ons inziens hebt u hiermee het maximale resultaat bereikt en, ondanks dat patiënte hiermee op dit moment niet tevreden is, heb ik geen aanvullende adviezen.

Er is op dit moment een range of motion van de rechterpols van 60º extensie tot 50º flexie op een goede extensiefunctie van alle digiti. Patiënte zegt kramp te krijgen bij schrijven met de rechterhand, waarvoor zij eventueel naar de ergotherapie verwezen kan worden voor adviezen.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert samengevat - een verklaring voor recht dat [gedaagde] jegens haar door de voormelde mishandelingen onrechtmatig heeft gehandeld en volledig aansprakelijk is voor de schade die zij daardoor heeft geleden en nog zal lijden. Zij vordert voorts vergoeding van schade van in totaal € 162.095,08, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [gedaagde] heeft als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat [eiseres] in haar vordering niet kan worden ontvangen, omdat zij reeds zonder enig voorbehoud door de strafrechter is veroordeeld tot betaling van € 1.000 schadevergoeding.

Dit verweer faalt. De strafrechter heeft de vordering van [eiseres] als benadeelde partij in de strafprocedure tegen [gedaagde] gedeeltelijk toegewezen en voor het overige [eiseres] in die vordering niet-ontvankelijk verklaard, hetgeen betekent dat over de vordering van [eiseres] niet is beslist voor zover die het bedrag van € 1.000 overstijgt. Het staat [eiseres] daarom vrij dit deel van haar vordering aan de civiele rechter voor te leggen.

4.2. [gedaagde] heeft in haar processtukken erkend dat zij [eiseres] heeft mishandeld. Voorts is zij wegens mishandeling van [eiseres] strafrechtelijk veroordeeld. Derhalve staat vast dat zij onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld. Dit handelen kan [gedaagde] ook worden toegerekend. Zij heeft weliswaar aangevoerd dat zij het letsel op 23 september 2005 niet met opzet of met welbewuste roekeloosheid heeft toegebracht, maar dit is onvoldoende om een schulduitsluitingsgrond aan te kunnen nemen.

4.3. [gedaagde] heeft voorts aangevoerd dat zij op haar beurt door [eiseres] is mishandeld en dat [eiseres] ‘dergelijke situaties zelf uitlokte’. [gedaagde] zou zelf blauwe plekken hebben opgelopen bij de geweldplegingen over en weer, die werden gepleegd terwijl partijen onder invloed verkeerden van drank en drugs. Voor zover [gedaagde] daarmee een beroep wenst te doen op een rechtvaardigingsgrond, wordt dit beroep verworpen. In het proces-verbaal van politie dat door [eiseres] in het geding is gebracht is weliswaar beschreven dat beide partijen bij meerdere incidenten onder invloed verkeerden. Van letsel aan de zijde van [gedaagde] is echter, anders dan bij [eiseres], geen sprake. Voor zover er dus al sprake was van agressie over en weer, rechtvaardigde dit niet het door [gedaagde] uitgeoefende geweld.

4.4. [gedaagde] heeft niet betwist dat [eiseres] als gevolg van de door [gedaagde] gepleegde mishandelingen schade heeft ondervonden. Reeds om die reden kan de gevorderde verklaring voor recht worden toegewezen.

4.5. [gedaagde] heeft betwist dat [eiseres] als gevolg van het incident op 23 september 2005 aan haar rug is verwond. Dit verweer slaagt. [eiseres] heeft noch in haar aangifte van 14 april 2007, noch in haar eerdere aangifte van 29 september 2005 vermeld dat zij door de val door de ruit is verwond aan haar rug. Op dit punt heeft [eiseres] derhalve niet aan haar stelplicht voldaan, omdat zij onvoldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat zij als gevolg van mishandeling door [gedaagde] aan haar rug is verwond en niet heeft uitgelegd waarom die verwonding bij herhaling niet bij de politie is gemeld.

4.6. Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] [eiseres] in de periode 1 februari 2004 tot en met 31 december 2006 heeft mishandeld door haar meermalen in het gezicht of op het lichaam te stompen, tegen de benen te schoppen en aan haar haren te trekken, waardoor zij pijn heeft ondervonden.

4.7. Tussen partijen is voorts niet in geschil dat [gedaagde] [eiseres] op 23 september 2005 door een ruit heeft geduwd als gevolg waarvan [eiseres] letsel aan haar hoofd en – vooral – haar handen heeft opgelopen en zich in het ziekenhuis heeft moeten laten behandelen.

4.8. Het debat van partijen spitst zich toe op de vraag wat de ernst was van het letsel dat [eiseres] heeft ondervonden als gevolg van voornoemd incident op 23 september 2005, alsmede de omvang van de schade. Voorts is tussen partijen in geschil of sprake is van eigen schuld aan de zijde van [eiseres]. Deze vragen zullen hieronder achtereenvolgens worden behandeld.

4.9. [gedaagde] heeft aangevoerd dat [eiseres] na haar operatie (tenolyse) in 2006 en de nadien gevolgde fysiotherapie (vrijwel) volledig is hersteld en dat de verergerde klachten van [eiseres] waarmee zij zich in augustus 2008 bij het Spaarne ziekenhuis heeft gemeld niet kunnen worden herleid tot de gedragingen van [eiseres] en dat [gedaagde] “zelf heeft zorg gedragen voor de toenemende klachten”. Dit verweer wordt verworpen. Uit de sub 2.6 geciteerde brief van de behandelend arts blijkt dat [eiseres] zich in 2008 wederom bij die arts heeft gemeld “voor verdere behandeling”, nadat eerder in juli 2007 bij de second opinion in het AMC reeds was gebleken dat de (rest)klachten van [eiseres] niet verder behandelbaar zijn. Daaruit volgt dat [eiseres] als gevolg van haar mishandeling door [gedaagde] op 23 september 2005 blijvend letsel heeft overgehouden aan haar (rechter)hand.

4.10. Volgens [eiseres] heeft zij schade geleden als gevolg van verlies aan arbeidsvermogen. Zij becijfert haar totale schade op € 87.475,29. Uit de door haar overgelegde stukken blijkt dat zij voorafgaand aan het incident tot en met 6 september 2005 in dienst was bij SEB Rijn en Vliet te Leiden, alwaar zij over de periode van 1 januari 2005 tot en met 6 september 2005 in totaal € 5.078 bruto heeft verdiend. Uit een overgelegde loonstrook van februari 2005 blijkt dat zij een dienstverband had van 33,33% waarmee zij € 517,89 bruto, zijnde € 471,36 netto per maand verdiende. Thans ontvangt [eiseres] een WIA-uitkering van (per februari 2009) € 1.175,15 bruto (€ 922,42 netto). Blijkens de jaaropgave 2008 is dit € 16.547 op jaarbasis.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat [eiseres] “vrijwel geen arbeidsverleden” heeft.

De rechtbank komt op grond van de door [eiseres] aangedragen gegevens tot de conclusie dat zij geen schade heeft geleden wegens verlies aan arbeidsvermogen. Uit voornoemde gegevens blijkt immers dat haar WIA-uitkering hoger is dan hetgeen zij in 2005 verdiende.

4.11. [eiseres] heeft voorts gesteld dat zij schade heeft geleden en zal lijden, omdat zij niet in staat is zelfstandig (alle) huishoudelijke taken te verrichten, zodat zij kosten moet maken voor huishoudelijke hulp. Deze schade betreft in totaal € 53.655,79, aldus [eiseres]. De rechtbank acht, gelet op de aard van het letsel van [eiseres], voldoende aannemelijk dat zij kosten voor huishoudelijke hulp dient te maken. [gedaagde] betwist dit ook niet, maar bestrijdt slechts de door [eiseres] opgevoerde hoogte van die kosten. De rechtbank schat deze kosten op € 20 per week oftewel € 1.040 per jaar vanaf 1 januari 2006 (de maand na haar verhuizing) tot en met augustus 2046 (de maand dat zij 70 jaar wordt), in totaal (en contant gemaakt) € 28.425.

4.12. [eiseres] begroot haar immateriële schade op € 14.000, waarop het reeds door [gedaagde] betaalde bedrag ad € 1.000 in mindering strekt. Volgens [gedaagde] is deze schadepost niet groter dan € 2.180.

Mede gelet op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, met inachtneming van de opgetreden geldontwaarding, begroot de rechtbank het smartengeld op € 12.500 (waarvan reeds € 1.000 door [gedaagde] is voldaan). Daarbij is rekening gehouden met alle omstandig¬he¬den van het geval, waaronder enerzijds de aard van de aansprakelijkheid en ander¬zijds de aard, de duur en de intensiteit van de pijn, het verdriet, de gederfde levens¬vreugde en de ernst van de inbreuk op het rechtsgevoel van benadeelde, die het gevolg zijn van de gebeurtenis waarop de aan¬spra¬kelijkheid berust. In het onderhavige geval houdt de rechtbank in het bijzonder rekening met a) de herhaalde mishandelingen door [gedaagde] gedurende een aantal jaren, (b) de medische ingreep en behandeling die zij heeft moeten ondergaan naar aanleiding van de mishandeling op 23 september 2005 en (c) het blijvende letsel aan haar hand, zoals door haar behandelend arts beschreven en hierboven sub 2.6 geciteerd.

4.13. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. [eiseres] heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

4.14. [gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord als verweer gevoerd dat de schade van [eiseres] voor 75% voor haar eigen rekening moet blijven, omdat zij na het incident van 23 september 2005 haar herstel heeft gefrustreerd, doordat zij niet al haar afspraken met het ziekenhuis is nagekomen. Daarop heeft [eiseres] bij conclusie van repliek uitgebreid en gedocumenteerd toegelicht dat zij haar klachten zonder onderbreking heeft laten behandelen, ondanks dat ze enkele afspraken met het ziekenhuis heeft afgebeld. Bij conclusie van dupliek heeft [gedaagde] die toelichting niet betwist. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat die toelichting juist is, hetgeen tot de slotsom leidt dat de stelling van [gedaagde] dat [eiseres] haar herstel heeft gefrustreerd wordt verworpen.

4.15. De door [eiseres] gevorderde rente zal worden toegewezen vanaf 23 september 2005, nu dit deel van de vordering niet is betwist.

4.16. De rechtbank ziet aanleiding de proceskosten te compenseren nu partijen over en weer in belangrijke mate in het ongelijk zijn gesteld.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. verklaart voor recht dat [gedaagde] door [eiseres] te mishandelen (in de periode van 1 februari 2004 tot en met 31 december 2006 en in het bijzonder op 23 september 2005) onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en dat zij aansprakelijk is voor de schade die [eiseres] daardoor heeft geleden en nog zal lijden;

5.2. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van EUR 39.925 (negenendertigduizend negenhonderdenvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 23 september 2005 tot aan de dag van volledige betaling;

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor wat betreft het sub 5.2 bepaalde;

5.4. compenseert de proceskosten in die zin dat ieder de eigen kosten draagt;

5.5. wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse als voorzitter en mrs. S. Sicking en J.C. van den Bos als leden van de meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2010.?