Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BM8554

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
19-05-2010
Datum publicatie
21-06-2010
Zaaknummer
453029 CV EXPL 10-1199
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ex-echtelieden vorderen over en weer schadevergoeding van elkaar. De vrouw vordert (in conventie) vergoeding van materiële schade ten gevolge van de vernieling door de man van haar brommobiel. De man beroept zich op eigen schuld van de vrouw en op matiging ex artikel 6:109 BW. Hij vordert (in reconventie) vergoeding van door hem geleden immateriële schade ten gevolge van door de vrouw geuite bedreigingen en een door de vrouw tegenover de politie afgelegde valse verklaring.

De kantonrechter matigt de op de man rustende verplichting tot schadevergoeding tot nihil, gelet op de eigen schuld van de vrouw en de beperkte draagkracht van de man. Zij houdt er tevens rekening mee dat partijen al langere tijd een buitengewoon slechte relatie met elkaar onderhouden en regelmatig conflicten met elkaar hebben, zodat toekenning van een schadevergoeding tot gevolg zal hebben dat partijen wederom en wellicht langdurig met elkaar te maken krijgen met alle negatieve gevolgen van dien. De vordering van de man wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2010/156 met annotatie van P. Abas
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 453029 CV EXPL 10-1199

datum uitspraak: 19 mei 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eis[eiseres]

te [woonplaats]

eiseres in conventie

verweerster in reconventie

hierna te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. S.J.M. Jaasma

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde in conventie

eiser in reconventie

hierna te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. C.F.M. Raaijmakers

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 20 januari 2010, met producties,

- de conclusie van antwoord in conventie tevens van eis in reconventie, met producties,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewezen en op 17 maart 2010 uitgesproken tussenvonnis,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 13 april 2010 gehouden comparitie van partijen,

- de door [gedaagde] ten behoeve van de comparitie van partijen overgelegde producties.

De feiten

a. [eiseres] en [gedaagde] zijn ex-echtelieden.

b. [gedaagde] heeft op 8 november 2007 aan de aan [eiseres] toebehorende brommobiel, Aixam, type 500-4, kenteken [nummer], schade toegebracht door daarop geweldshandelingen uit te oefenen.

c. [eiseres] heeft op 8 november 2007 aangifte van vernieling gedaan.

d. [gedaagde] is door de politierechter veroordeeld voor deze vernieling tot een boete van € 450,-. Tevens is een eerder opgelegde proeftijd verlengd.

e. De door [eiseres] in deze strafzaak ingediende vordering tot schadevergoeding is door de politierechter niet ontvankelijk verklaard.

f. De kosten van herstel van de Aixam zijn in een offerte van 14 november 2007 door de firma E. Rijnders te Den Haag begroot op € 2.165,15 (inclusief b.t.w.).

In conventie

De vordering en het verweer

[eiseres] vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.602,92. Het gaat daarbij om de onder de feiten genoemde hoofdsom, € 15,00 aan gemaakte reiskosten, € 324,77 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 98,00 ter zake van de eigen bijdrage in verband met de aangevraagde toevoeging. [eiseres] stelt hiertoe dat [gedaagde] zonder enige aanleiding de Aixam van [eiseres] heeft beschadigd en dat [eiseres] daardoor schade lijdt.

[gedaagde] heeft, ondanks aanmaning, niet aan zijn betalingsverplichting voldaan. [eiseres] heeft haar vordering uit handen gegeven. De daarmee gemoeide kosten wenst zij op [gedaagde] te verhalen.

[gedaagde] voert aan dat hij weliswaar de schade heeft toegebracht, maar dat [eiseres] voorafgaande aan dat incident de huidige echtgenote van [gedaagde] heeft bedreigd. [eiseres] heeft in het verleden ook bedreigingen geuit aan het adres van [gedaagde]. Tevens heeft [eiseres] een valse verklaring tegen over de politie heeft afgelegd, waardoor [gedaagde] ten onrechte vijf dagen in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Dit alles bij elkaar maakt dat [eiseres] ook schuld heeft aan het incident en de daarbij ontstane schade. Verder klopt de hoogte van de schade niet. [gedaagde] heeft alleen de ruit van de Aixam vernield. De overige schadeposten zijn ten onrechte opgevoerd. Tenslotte doet [gedaagde] een beroep op artikel 6:109 BW, waarin is bepaald dat toekenning van een schadevergoeding onder omstandigheden kan leiden tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen.

In reconventie

De vordering en het verweer

[gedaagde] vordert (samengevat) veroordeling van [eiseres] tot betaling van € 5.000,00 ter zake van immateriële schadevergoeding. De immateriële schade is het gevolg de hiervoor genoemde bedreigingen en valse verklaring bij de politie.

[eiseres] betwist de vordering en voert aan dat deze vordering niet is onderbouwd.

De beoordeling van het geschil

In conventie

1. Uitgangspunt is dat nu [gedaagde] erkent dat hij de vernielingshandelingen ten aanzien van de Aixam heeft verricht terwijl hij daarvoor ook strafrechtelijk is veroordeeld, hij in beginsel aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. Hij heeft immers onrechtmatig gehandeld ten opzichte van [eiseres]. [gedaagde] beroept zich echter op eigen schuld aan de zijde van [eiseres], hetgeen zou moeten leiden tot een vermindering van de schadevergoedingsverplichting. Verder beroept hij zich op matiging ex artikel 6:109 BW nu toekenning van volledige schadevergoeding zou leiden tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen.

2. Uit de overgelegde stukken en uit hetgeen ter comparitie naar voren is gekomen, volgt evenwel dat partijen al langere tijd een buitengewoon slechte relatie met elkaar onderhouden en regelmatig conflicten met elkaar hebben. De enige manier om dergelijke conflicten te voorkomen lijkt te zijn dat partijen elkaar volstrekt mijden. Dat lukt echter niet altijd omdat zij samen drie zoons hebben, die overigens ook een actieve rol in de conflicten lijken te hebben, en ook vaak op dezelfde braderieën komen.

3. Naar het oordeel van de kantonrechter moet het incident waarbij [gedaagde] geweldshandelingen op de Aixam van [eiseres] heeft uitgeoefend worden beschouwd in het licht van deze conflicten. [eiseres] kan, door toch weer contact te zoeken met [gedaagde] en zich zonder noodzaak in zijn directe leefomgeving te begeven, een zekere mate van eigen schuld aan het incident worden verweten. Daarmee wordt uiteraard het handelen van [gedaagde] niet gerechtvaardigd, maar dit is voor de kantonrechter wel reden om de vergoedingsplicht van [gedaagde] te beperken.

4. Verder is de kantonrechter van oordeel dat toekenning van een volledige schadevergoeding in de gegeven omstandigheden tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zal leiden. Daarbij wordt niet alleen rekening gehouden met de wijze waarop de schade is ontstaan, maar ook met de beperkte draagkracht van [gedaagde] die van een bijstandsuitkering leeft. Voorts is van belang dat toekenning van een schadevergoeding tot gevolg zal hebben dat partijen wederom en wellicht langdurig met elkaar te maken krijgen met alle negatieve gevolgen van dien. Gelet daarop zal de kantonrechter de verplichting tot schadevergoeding matigen tot nihil.

In reconventie

5. Met [eiseres] is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] zijn vordering tot vergoeding van immateriële schade onvoldoende heeft onderbouwd. Het had op zijn weg gelegen meer feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit het door hem gestelde psychische lijden kan worden afgeleid alsook het causaal verband tussen dat lijden en het handelen van [eiseres]. Het enkele in algemene termen stellen van dat lijden, terwijl [gedaagde] daarvoor geen professionele hulp heeft gezocht, is onvoldoende.

6. Daarbij komt nog dat [gedaagde] ter comparitie heeft aangevoerd dat de psychische schade vooral is veroorzaakt doordat hij vijf dagen ten onrechte in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Deze omstandigheid kan, zonder nadere toelichting en onderbouwing die ontbreken, niet voor rekening van [eiseres] worden gebracht nu het niet [eiseres], maar justitie is die beslist over het al dan niet in voorlopige hechtenis nemen van [gedaagde]. Het vorenstaande leidt er toe dat de vordering zal worden afgewezen.

In conventie en in reconventie

Gelet op de samenhang tussen de conventie en de reconventie en gelet op de tussen partijen bestaande rechtsverhouding zullen de proceskosten worden gecompenseerd in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

In conventie

wijst de vordering af;

In reconventie

wijst de vordering af;

In conventie en in reconventie

compenseert de proceskosten tussen partijen in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.