Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BM8542

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-05-2010
Datum publicatie
21-06-2010
Zaaknummer
445367CVEXPL09-13291
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toerekenbare terkortkoming? Eiser heeft tweemaal in opdracht van gedaagde drukwerk vervaardigd. Gedaagde heeft de eerste factuur voldaan, maar de tweede niet. Eiser vordert betaling van de tweede factuur. Gedaagde beroept zich erop dat eiser is tekortgeschoten in de uitvoering van de eerste opdracht, zodat gedaagde de eerste factuur ten onrechte heeft voldaan. De tweede opdracht diende ter vervanging van de eerste. Volgens gedaagde is hij eiser daarom voor de tweede opdracht niets verschuldigd. Voorts voert gedaagde aan hij niet tot betaling gehouden is, omdat de tweede opdracht niet naar behoren is uitgevoerd. Hij vordert daarom in reconventie ontbinding van de overeenkomst.

Het eerste verweer wordt als onvoldoende onderbouwd verworpen. Ook het tweede verweer wordt verworpen, nu niet is gebleken dat sprake is van verzuim als bedoeld in artikel 6:82 BW of artikel 6:83 BW. De vordering in reconventie wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 445367 CV EXPL 09-13291

datum uitspraak: 12 mei 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiser] h.o.d.n. Zeefdrukkerij Tussen de Mazen

te [woonplaats]

eiser in conventie

verweerder in reconventie

hierna te noemen: [eiser]

gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor Mellema B.V.

tegen

[gedaagde] h.o.d.n. N.V.I. Nederlandse Vouw Industrie

te [woonplaats]

gedaagde in conventie

eiser in reconventie

hierna te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. L.F. Jansen

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 11 november 2009, met producties,

- de conclusie van antwoord in conventie tevens van eis in reconventie, met een productie,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewezen en op 3 februari 2010 uitgesproken tussenvonnis,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 6 april 2010 gehouden comparitie van partijen,

- de door beide partijen tijdens de comparitie van partijen overgelegde producties.

De feiten

a. [eiser] heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde] zogenaamde “liftmeetkaarten” bedrukt.

b. [gedaagde] heeft daartoe de benodigde materialen aan [eiser] geleverd.

c. [eiser] heeft de eerste serie enkelzijdig bedrukt en daarvoor op 27 februari 2009 een factuur (094307) gezonden ten bedrage van € 4.261,44.

d. [gedaagde] heeft deze factuur voldaan.

e. Bij e-mail van 9 maart 2009 heeft [gedaagde] aan [eiser] laten weten: “Klant was tevreden over het drukwerk en de hechting, positief dus. Stanser heeft de platen van Rail endings foutief gestanst, hele blad. En van de steps een deel nr. s 196-198 t/m 241 – 243. Van beide zouden we weer 7 nieuwe bladen nodig hebben om de sets compleet te maken. Materiaal heb ik liggen en zal ik vandaag per DHL opsturen, ik zal de vellen vast snijden. Kun je me laten weten wanneer je hieraan toekomt?”

f. [eiser] heeft de tweede serie dubbelzijdig bedrukt en daarvoor op 13 maart 2009 een factuur (094313) gezonden ten bedrage van € 3.323,15.

g. [gedaagde] heeft deze factuur onbetaald gelaten.

h. Bij e-mail van 27 april 2009 heeft [gedaagde] in reactie op een sommatie van [eiser] aan [eiser] bericht: “(…) Die tweede grote staat in dispuut daar de kwaliteit niet voldoet, logo en markers zitten dicht, zodra freelift besluit toch te betalen, betaal ik je deze uiteraard. (…)”

In conventie

De vordering en het verweer

[eiser] vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 3.909,89. Het gaat daarbij om de onder de feiten onder f. genoemde hoofdsom, € 450,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 136,74 aan vervallen rente. [eiser] stelt hiertoe dat de eerste serie op verzoek van [gedaagde] enkelzijdig is gedrukt en dat deze kennelijk ook naar tevredenheid is afgeleverd nu [gedaagde] de daaraan verbonden kosten heeft voldaan. Verder stelt [eiser] dat hij de tweede serie op verzoek van [gedaagde] dubbelzijdig heeft bedrukt, deze aan [gedaagde] heeft geleverd en dat [gedaagde] op dat moment niet heeft gereclameerd. [gedaagde] heeft, ondanks aanmaning, niet aan zijn betalingsverplichting voldaan. [eiser] heeft zijn vordering uit handen gegeven. De daarmee gemoeide kosten wenst hij op [gedaagde] te verhalen.

[gedaagde] voert aan dat de eerste serie in strijd met de opdracht niet dubbelzijdig, maar enkelzijdig is bedrukt. [gedaagde] heeft de daarbij behorende factuur weliswaar voldaan, maar dat was omdat hij [eiser] nog “nodig” had voor de tweede serie. De tweede serie, die in feite de eerste foutieve serie verving, heeft [gedaagde] direct na ontvangst doorgezonden naar Freelift in Engeland. Freelift meldde dat de liftmeetkaarten niet goed waren en [gedaagde] heeft dit ook direct -telefonisch- aan [eiser] meegedeeld. [gedaagde] heeft derhalve tijdig gereclameerd. Hij betwist dan ook nog iets verschuldigd te zijn.

In reconventie

De vordering en het verweer

[gedaagde] vordert (samengevat) ontbinding van de tussen partijen gesloten overeenkomst, verklaring voor recht dat [eiser] aansprakelijk is voor de door [gedaagde] geleden schade op te maken bij staat en te vereffenen volgends de wet alsmede veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 4.261,44. Het gaat bij dat laatste om de onder de feiten onder c. genoemde factuur. [gedaagde] stelt hiertoe dat de opdracht was op deze serie dubbelzijdig te drukken maar dat [eiser] deze enkelzijdig gedrukt heeft geleverd. [eiser] is derhalve toerekenbaar te kort geschoten in de nakoming van de overeenkomst en [gedaagde] heeft ten onrechte de factuur voldaan. Verder is door het handelen van [eiser] de relatie tussen [gedaagde] en Freelift geëindigd, waardoor [gedaagde] schade lijdt, waarvan de omvang thans nog niet vaststaat.

[eiser] betwist de vordering en heeft daartegen verweer gevoerd, op welk verweer -voor zover van toepassing- hierna zal worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

In conventie

Het verst strekkende verweer van [gedaagde] is dat de levering waarvan betaling wordt gevorderd, een vervanging is van de eerste levering die in strijd met de opdracht enkelzijdig in plaats van dubbelzijdig is afgedrukt. Aangezien de eerste (foutieve) levering reeds is betaald, is [gedaagde] voor de tweede levering geen betaling verschuldigd, aldus [gedaagde].

Dit verweer kan niet slagen. In feite beroept [gedaagde] zich op een nadere afspraak die eruit bestond dat [eiser] de tweede serie gratis zou bedrukken ter vervanging van de eerdere foutieve levering. [eiser] heeft die nadere afspraak betwist evenals de stelling van [gedaagde] dat de eerste serie dubbelzijdig afgedrukt had moeten worden. Gelet op deze betwisting, alsmede de e-mail van 9 maart 2009 waaruit volgt dat [gedaagde] tevreden was over de levering, en het feit dat [gedaagde] zonder voorbehoud de factuur voor die levering heeft betaald, heeft [gedaagde] zijn verweer onvoldoende onderbouwd. In dat verband had van [gedaagde] tenminste mogen worden verwacht dat hij nader had aangegeven wanneer en op welke wijze hij had geklaagd over de eerste levering en hoe en wanneer de nadere afspraak voor een “gratis” tweede levering tot stand was gekomen. Nu hij dit heeft nagelaten, wordt het verweer gepasseerd.

[gedaagde] heeft vervolgens aangevoerd dat hij voor de tweede levering geen betaling verschuldigd is, omdat de kwaliteit daarvan onvoldoende was hetgeen volgt uit de overgelegde exemplaren van de liftkaarten. Dit heeft hij ook telefonisch aan [eiser] meegedeeld. Gelet daarop vordert [gedaagde] in reconventie ontbinding van de overeenkomst. [eiser] betwist dat de tweede levering niet voldeed en ook dat [gedaagde] dit tijdig aan hem heeft gemeld.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor een geslaagd beroep op ontbinding is nodig dat [eiser] in verzuim was. Van verzuim kan alleen sprake zijn indien [eiser] (tijdig) in gebreke is gesteld (ex artikel 6:82 BW) dan wel indien sprake was van een fatale termijn of wanneer [eiser] zelf heeft aangegeven niet te zullen nakomen (zie artikel 6:83 BW). Gesteld noch gebleken is dat van het voorgaande sprake was. [gedaagde] heeft ter comparitie aangegeven dat hij de tweede levering niet zelf heeft gecontroleerd en meteen heeft doorgestuurd naar zijn klant, Freelift. Freelift heeft hem laten weten dat de levering niet voldeed, maar heeft de levering niet geretourneerd, zodat [gedaagde] zelf niet heeft kunnen constateren dat de producten die hij heeft doorgezonden, gebreken vertoonden. [gedaagde] heeft vervolgens aan [eiser] laten weten dat hij hem zou betalen indien Freelift ook zou betalen, maar niet is gebleken dat hij [eiser] in de gelegenheid heeft gesteld de gestelde gebreken (voor zover die zich ook hebben voorgedaan in de aan Freelift toegezonden producten) te herstellen. Derhalve kan het beroep op ontbinding niet slagen en is [gedaagde] gehouden [eiser] alsnog te betalen.

Het vorenstaande heeft tot gevolg dat de vordering van [eiser], nu deze voor het overige onvoldoende gemotiveerd is weersproken, kan worden toegewezen.

Waar de overige stellingen van partijen niet tot een ander oordeel kunnen leiden behoeven deze geen verdere bespreking.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

In reconventie

Gelet op hetgeen hiervoor in conventie is overwogen zal de tussen partijen gesloten overeenkomst niet zal worden ontbonden en is er geen aanleiding is om [eiser] te veroordelen tot terugbetaling van het door [gedaagde] betaalde bedrag. Dit onderdeel van de vordering wordt afgewezen.

Met betrekking tot de verklaring voor recht dat [eiser] aansprakelijk is voor de door [gedaagde] geleden schade overweegt de kantonrechter het volgende. Schadevergoeding wegens niet-nakoming is alleen aan de orde indien nakoming blijvend onmogelijk is dan wel indien sprake is van verzuim. Gelet op hetgeen de kantonrechter hiervoor heeft overwogen, is van verzuim geen sprake, terwijl voorts gesteld noch gebleken is dat de nakoming blijvend onmogelijk was. Voor schadevergoeding bestaat derhalve geen grond. Daar komt bij dat [gedaagde] het causaal verband tussen de schade en de niet-nakoming als ook de omvang van de schade onvoldoende heeft onderbouwd. De enkele stelling dat tussen [gedaagde] en Freelift een goede relatie tot stand had kunnen komen en dat daaruit wellicht meerdere opdrachten voort zouden kunnen vloeien, welke stelling niet nader is gesubstantieerd, is daarvoor onvoldoende. Deze vordering zal dan ook worden afgewezen.

Gelet op de samenhang tussen de conventie en de reconventie zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

In conventie

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 3.909,89, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.323,15 vanaf 11 november 2009 tot de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiser] tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 82,25

vastrecht € 208,00

salaris gemachtigde € 350,00;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

In reconventie

wijst de vordering af;

compenseert de proceskosten in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.