Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BM8536

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-06-2010
Datum publicatie
20-07-2010
Zaaknummer
08/7736
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douane. Het streven naar een evenwichtige en actieve levensstijl kan voor GN-indeling noch als een specifieke behoefte noch als een bepaalde activiteit worden aangemerkt nu een evenwichtige en actieve levensstijl op verschillende manieren kan worden bereikt (voeding, sport, mentaal) en derhalve op meer activiteiten en/of behoeften betrekking kan hebben. De evenwichtige en actieve levensstijl is dan ook te onbepaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige douanekamer

Zaaknummers: AWB 08/7736, 08/7737 en 08/7861

Uitspraakdatum: 18 juni 2010

Uitspraak in de gedingen tussen

X gevestigd te Z, eiseres,

gemachtigde: [naam gemachtigde],

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Y, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Verweerder heeft bij beschikking van 13 juni 2008, kenmerk: [nummer], de aanvraag van eiseres voor een bindende tariefinlichting (hierna: bti) ingetrokken.

1.2. Verweerder heeft bij beschikkingen van 17 juni 2008, kenmerken: [nummer] en [nummer], twee aanvragen van eiseres voor een bti ingetrokken.

1.3. Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar van 17 en 19 november 2008 de bezwaren afgewezen.

1.4. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd en verweerschriften ingediend.

1.5. Eiseres heeft, na daartoe door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld, schriftelijk gerepliceerd, waarna verweerder schriftelijk heeft gedupliceerd.

1.6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 mei 2010. Gemachtigde van eiseres is daar verschenen. Namens verweerder is verschenen [naam gemachtigde verweerder].

2 Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. De beschikking [nummer] heeft betrekking op een [productnaam 1] met de artikelnummers [nummer] en [nummer]

De kit bestaat uit de navolgende componenten:

[nummer] shaker;

[nummer] medium tabletten doos;

[nummer] kleine F1 container;

[nummer] grote F1 container;

[nummer] [… draagtas;

[nummer] plastic draagtas.

Verweerder heeft voor deze goederen vier afzonderlijke bti’s afgegeven.

2.2. De beschikking [nummer] heeft betrekking op de [productnaam 2] met het artikelnummer [nummer].

De kit bestaat uit de navolgende componenten:

[nummer] Inschrijfformulier internationaal distributeurschap — NL;

[nummer] Marketingplan DVD;

[nummer] Zaken doen met X;

[nummer] Welkomstbrief […];

[nummer] Lees dit eerst;

Nummer] Breng uw business in topvorm met […];

[nummer] Persoonlijk drukwerk;

[nummer]Bestellen? Via internet natuurlijk;

[nummer] Bestelformulierklanten;

[nummer] Kom weer in vorm;

[nummer] Beheers uw gewicht;

[nummer] Eiwitplanner;

[nummer] […] brochure;

[nummer] Multivitamine complex;

[nummer] Vezels en kruidentabletten;

[nummer] Voedings shake vanille;

[nummer] Kruidendrank op instant basis.

Verweerder heeft voor deze goederen vier afzonderlijke bti’s afgegeven.

2.3. De beschikking [nummer] heeft betrekking op een [productnaam 3] met het artikelnummer [nummer].

De kit bestaat uit de navolgende componenten:

[nummer] [productnaam];

[nummer] [productnaam];

[nummer] [productnaam];

[nummer] [productnaam];

[nummer] [productnaam];

[nummer] [productnaam];

[nummer] [productnaam].

Verweerder heeft voor deze goederen zes afzonderlijke bti’s afgegeven.

3. Geschil

3.1. Het geschil betreft de indeling in de gecombineerde nomenclatuur (GN) van de onder 2 genoemde goederen.

3.2. Eiseres is van mening dat de onder 2.1. tot en met 2.3. genoemde goederen met behulp van indelingsregel 3b van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief als assortiment voor de verkoop in het klein als volgt moeten worden ingedeeld:

- met betrekking tot de onder 2.1. genoemde goederen: indeling onder GN-code 3924 1000 als keuken- en tafelgerei, omdat de shaker het wezenlijke karakter bepaald en subsidiair met toepassing van indelingsregel 3c, GN-code 3924 1000 90;

- met betrekking tot de onder 2.2. genoemde goederen: indeling onder GN-code 4820 4090 90 als ander sets formulieren, omdat het wezenlijke karakter van deze kit het inschrijfformulier is, subsidiair met toepassing van indelingsregel 3c, GN-code 8523 4051 00;

- met betrekking tot de onder 2.3. genoemde goederen indeling onder GN-code 2106 9098 45 als andere producten voor menselijke consumptie, omdat het essentiële karakter gevormd wordt door de [productnaam] en subsidiair met indelingsregel 4, GN-code 2106 9098 45.

Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en afgifte van bti’s voor de onder 2.1. tot en met 2.3. bedoelde producten in overeenstemming met de onder de bovenstaande opsomming genoemde GN-codes.

3.3. Verweerder is van mening dat er geen sprake is van een set of assortiment als bedoeld in indelingsregel 3.

Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen.

4. Het toepasselijke recht

Posten van de gecombineerde nomenclatuur:

2106 Producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen:

(…)

2106 90 - andere:

(…)

- - andere:

2106 90 98 - - - andere

3924 Tafelgerei, keukengerei, andere huishoudelijke artikelen en hygiënische en toiletartikelen, van kunststof:

3924 10 00 - keuken- en tafelgerei

4820 Registers, comptabiliteitsboeken, zakboekjes, orderboekjes, kwitantieboekjes, agenda’s, blocnotes en dergelijke artikelen, schriften, onderleggers, opbergmappen, mappen en banden (met losse bladen of andere), omslagen voor dossiers en andere schoolartikelen, kantoorartikelen en dergelijke artikelen (sets kettingformulieren en andere sets formulieren, ook indien voorzien van carbonpapier, daaronder begrepen), van papier of van karton; albums voor monstercollecties of voor verzamelingen, alsmede boekomslagen, van papier of van karton:

(…)

4820 40 - sets kettingformulieren en andere sets formulieren, ook indien voorzien van carbonpapier:

4820 40 90 - - andere

Indelingsregels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur:

1. (…)

2. (…)

3. Indien goederen met toepassing van het bepaalde onder 2 b), of om enige andere reden vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten, geschiedt de indeling als volgt:

a) de post met de meest specifieke omschrijving heeft voorrang boven posten met een meer algemene strekking. Indien echter twee of meer posten elk afzonderlijk slechts betrekking hebben op een gedeelte van de stoffen of bestanddelen waaruit een mengsel of een goed is samengesteld of op een gedeelte van de artikelen, in het geval van goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, worden die posten, met betrekking tot bedoelde mengsels en goederen, aangemerkt als even specifiek, zelfs indien een van de andere posten daarvan een volledigere of nauwkeurigere omschrijving geeft;

b) mengsels, werken die zijn samengesteld uit of met verschillende stoffen dan wel zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen, zomede goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, waarvan de indeling niet mogelijk is aan de hand van het bepaalde onder 3 a), worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan de mengsels, de werken, de stellen of de assortimenten hun wezenlijk karakter ontlenen, indien dit kan worden bepaald;

c) in de gevallen waarin de indeling aan de hand van het bepaalde onder 3 a) en 3 b) niet mogelijk is, wordt van de verschillende in aanmerking komende posten, de post toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst.

4. Goederen die niet kunnen worden ingedeeld overeenkomstig vorenstaande regels, worden ingedeeld onder de post die van toepassing is op de goederen waarmede zij de meeste overeenkomst vertonen.

GS-toelichting indelingsreqel 3:

I. Deze regel behelst drie methoden van indeling van goederen die op het eerste gezicht zouden kunnen worden ingedeeld onder verschillende posten, hetzij met toepassing van regel 2 b, hetzij om welke reden dan ook. Deze methoden treden in werking in de volgorde waarin ze in de regel zijn vermeld. (...) De volgorde der in beschouwing te nemen grondslagen is dus:

a. de meest specifieke omschrijving,

b. het wezenlijke karakter, en

c. de post die in volgorde van nummering het laatst geplaatst is. (...)

GS-toelichting indelingsregel 3b:

VI. Deze tweede methode van indeling heeft alleen betrekking op:

1. mengsels;

2. werken samengesteld uit of met verschillende stoffen;

3. werken vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen;

4. goederen opgemaakt in stellen of assortimenten voor de verkoop in het klein.

Zij wordt enkel toegepast als regel 3 a geen oplossing biedt,

VII. In al deze gevallen moet worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan de

mengsels of de werken hun wezenlijke karakter ontlenen, voor zover dit criterium kan worden toegepast.

VIII. De factor die doorslaggevend is bij het bepalen van het wezenlijke karakter kan verschillen van de ene soort van goederen tot de andere. De goederen kunnen hun wezenlijke karakter ontlenen aan de stof waaruit zij bestaan, aan de artikelen waaruit zij zijn samengesteld, aan de omvang, de hoeveelheid, het gewicht en de waarde daarvan, of wel aan de belangrijkheid van de samenstellende stoffen ten opzichte van het gebruik dat van de goederen zal worden gemaakt.

IX. Als werken vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen worden voor

toepassing van deze regel niet alleen die werken aangemerkt waarvan de samenstellende

delen tot een praktisch onscheidbaar geheel zijn samengevoegd, maar ook die waarvan de

samenstellende delen scheidbaar zijn, mits deze delen aan elkaar zijn aangepast en

onderling elkaars complement zijn en samen een geheel vormen, waarvan de delen

gewoonlijk niet afzonderlijk te koop worden aangeboden Als voorbeelden van deze laatste

groep goederen kunnen worden genoemd: 1. asbakken, samengesteld uit een houder waarin

een los asreservoir is geplaatst; 2. huishoudkruidenrekjes, samengesteld uit een speciaal

ingericht schapje (meestal van hout) en een daarbij passend aantal lege kruidenpotjes van

daartoe aangepaste vorm en afmetingen. De bestanddelen van deze samengestelde

goederen worden in het algemeen opgemaakt in één en dezelfde verpakking.

X. Voor de toepassing van deze regel moet de uitdrukking ‘goederen opgemaakt in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein’ worden opgevat betrekking te hebben op goederen die tegelijkertijd:

a. bestaan uit ten minste twee verschillende artikelen die op het eerste gezicht kunnen worden ingedeeld onder verschillende posten. Daarom kunnen bijvoorbeeld zes fonduevorkjes niet worden aangemerkt als stel of assortiment in de zin van deze regel;

b. bestaan uit producten of artikelen die samen worden aangeboden om in een behoefte te voorzien of om een bepaalde activiteit uit te voeren, en

c. zodanig zijn opgemaakt dat zij, zonder opnieuw te worden verpakt, rechtstreeks aan de verbruiker kunnen worden verkocht (bijvoorbeeld in koffertjes, in dozen, op kartons).”

De uitdrukking omvat derhalve stellen of assortimenten bestaande uit, bijvoorbeeld

verschillende voedingsmiddelen bestemd om samen te worden gebruikt bij het vervaardigen

van een schotel. Voorbeelden van stellen of assortimenten die met toepassing van regel 3 b

kunnen worden ingedeeld zijn:

1. a. stellen of assortimenten samengesteld uit een sandwich bestaande uit een broodje met

rundvlees, al dan niet met kaas (post 1602), en patates frites (post 2004): indeling onder

post 1602.

b. stellen of assortimenten waarvan de bestanddelen bestemd zijn om samen te worden

gebruikt bij de bereiding van een spaghettischotel, bestaande uit een pakje ongekookte

spaghetti (post 1902), een zakje geraspte kaas (post 0406) en een blikje tomatensaus

(post 2103), opgemaakt in een karton: indeling onder post 1902.

Niet als stel of assortiment kunnen worden aangemerkt bepaalde voedingsmiddelen die

gezamenlijk worden aangeboden en die bijvoorbeeld bestaan uit:

- een blik garnalen (post 1605), een blik leverpastei (post 1602), een blik kaas (post 0406),

een blik met plakjes spek (post 1602) en een blik cocktailworstjes (post 1601), of

- een fles alcoholhoudende drank van post 22.08 en een fles wijn van post 2204.

In het geval van deze twee voorbeelden en van soortgelijke producten, moet ieder artikel

afzonderlijk worden ingedeeld naar aard en samenstelling;

2. stellen of assortimenten voor het opmaken van het haar, bestaande uit een tondeuse (post

8510), een kam (post 9615), een schaar (post 8213), een borstel (post 9603) en een

handdoek van textiel (post 6302), opgemaakt in een doos van leder (post 4202): indeling

onder post 8510;

3. tekendozen, bestaande uit een lineaal (post 9017), een rekenschijf (post 9017), een

passer (post 9017), een potlood (post 9609) en een potloodslijper (post 8214), opgemaakt in

een doos van kunststof in vellen (post 4202): indeling onder post 9017.

XI. Regel 3 b is niet van toepassing op goederen bestaande uit verschillende afzonderlijk

verpakte producten die samen in vaste verhoudingen worden aangeboden (ook indien in één

gezamenlijke verpakking), bijvoorbeeld voor de industriële vervaardiging van dranken. (...)

5. Beoordeling van het geschil

5.1. Verweerder heeft op de onder 1.1. en 1.2. genoemde aanvragen voor bti’s in zijn beschikkingen telkens als beslissing vermeld dat de aanvraag wordt ingetrokken. In zijn onder 1.3. genoemde uitspraken op bezwaar heeft verweerder vermeld dat hier sprake is van een vergissing. Er had volgens verweerder moeten staan: “BTI aanvraag afgewezen”. Verweerder deelt in de uitspraken op bezwaar mee deze fout hiermee te hebben hersteld, dat eiseres door zijn vergissing niet in haar belangen is geschaad en wijst de bezwaren af. De rechtbank oordeelt hierover als volgt. Het standpunt dat verweerder niet bevoegd is de aanvragen van eiseres in te trekken, is juist. Derhalve bevatten de onder 1.1. en 1.2. genoemde beschikkingen onjuiste beslissingen. Verweerder heeft evenwel in zijn uitspraken op bezwaar de schending van het vormvoorschrift hersteld. Eiseres is door de vergissing van verweerder niet benadeeld nu zij had kunnen begrijpen dat het een verschrijving betreft die geen afbreuk doet aan de inhoud van het besluit. Wat verweerder in wezen bedoelde blijkt uit de beschikkingen. Dat eiseres ook de strekking van de beschikkingen begrepen heeft blijkt uit haar bezwaarschriften. Verweerder heeft de besluiten waartegen de bezwaren zijn gericht onder impliciete toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht terecht in stand gelaten. De dicta van de onder 1.3. genoemde uitspraken zijn in zoverre juist.

[productnaam 1]

5.2.1. Voor de onder 2.1. genoemde goederen ([productnaam 1]) is een bti aangevraagd voor een plastic tas, met daarin een tas van textiel, met daarin een kunststof shaker, twee ronde doosjes en een tablettendoos. Deze goederen kunnen onder verschillende GN-codes worden ingedeeld. [Het product met productnaam 1] heeft volgens eiseres tot doel de gebruiker een aantal artikelen aan te reiken die het eenvoudig maken om buitenshuis het [X-voedingsprogramma] te volgen. Volgens eiseres is de activiteit of behoefte in dezen het hebben van een gezonde en actieve levensstijl waarbij de specifieke behoefte van de gebruiker ingevuld kan worden door een bepaalde kit, eventueel aangevuld met andere producten. Hiermee wordt voldaan aan het criterium dat [het product met productnaam 1] moet voorzien in een behoefte of nodig is voor een bepaalde activiteit, namelijk het voeren van een gezonde en actieve levensstijl.

5.2.2. Gelet op de GN-toelichting bij indelingsregel 3b en met name onderdeel X en de daarbij gegeven voorbeelden van goederen die al dan niet kunnen worden aangemerkt als goederen opgemaakt in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, is de rechtbank van oordeel dat de hierboven genoemde goederen niet kunnen worden aangemerkt als goederen opgemaakt in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, omdat zij niet bestaan uit producten of artikelen die samen worden aangeboden om in een behoefte te voorzien of om een bepaalde activiteit uit te voeren. Uit de bij de GN-toelichting gegeven voorbeelden blijkt dat bedoelde activiteit of behoefte vrij nauwkeurig bepaald moet zijn en voorts dat daarvoor specifieke attributen benodigd zijn. Het voeren van een gezonde en actieve levensstijl kan in dit kader noch als een specifieke behoefte noch als een bepaalde activiteit worden aangemerkt nu een gezonde actieve levensstijl op verschillende manieren kan worden bereikt (voeding, sport, mentaal) en dus op meer activiteiten en/of behoeften betrekking kan hebben. De behoefte of activiteit is daarmee te weinig bepaald en specifiek.

[productnaam 2]

5.3.1. Voor de onder 2.2. genoemde goederen ([productnaam 2]) is een bti aangevraagd voor een kartonnen doos, met daarin twee formulieren, informatie gedrukt in folders, brochures en brieven, twee metalen buttons, een DVD en een aantal goederen geschikt voor menselijke consumptie zoals multivitaminetabletten, vezels- en kruidentabletten, voedingsshake en kruidendranken. Deze goederen kunnen onder verschillende GN-codes worden ingedeeld. De behoefte waarin de [productnaam 2] voorziet is volgens eiseres dat een persoon een overeenkomst met X wil sluiten om onafhankelijk X Distributeur te worden. Deze [productnaam] koopt hij van een andere onafhankelijke X Distributeur. Deze onafhankelijke X Distributeur wordt daarmee zijn sponsor. Met de aankoop van de [productnaam 2] komt de persoon in het bezit van een contract met een uniek identificatienummer (hierna: ID). Met deze ID is de persoon in staat om zich door middel van de verkoop van X producten een inkomen te verwerven en tevens een organisatie op te bouwen van andere onafhankelijke X Distributeurs.

5.3.2. Gelet op de GN-toelichting bij indelingsregel 3b en met name onderdeel X en de daarbij gegeven voorbeelden van goederen die al dan niet kunnen worden aangemerkt als goederen opgemaakt in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, is de rechtbank van oordeel dat de hierboven genoemde goederen niet kunnen worden aangemerkt als goederen opgemaakt in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, omdat zij niet bestaan uit producten of artikelen die samen worden aangeboden om in een behoefte te voorzien of om een bepaalde activiteit uit te voeren. Uit de bij de GN-toelichting gegeven voorbeelden blijkt dat bedoelde activiteit of behoefte vrij nauwkeurig bepaald moet zijn en voorts dat daarvoor specifieke attributen benodigd zijn. De behoefte van een persoon om X Distributeur/ondernemer te worden, kan in dit kader noch als een specifieke behoefte noch als een bepaalde activiteit worden aangemerkt nu het starten van een onderneming in gewichtsbeheersingsproducten op verschillende manieren kan worden bereikt. Daar komt bij dat de gemachtigde van eiseres ter zitting verklaard heeft dat het drukwerk en de DVD grotendeels algemene informatie voor startende ondernemers bevat die niet is toegesneden op X Ditributeurs. De productnaam 2 is daarmee een [product] die bij het starten van elke onderneming behulpzaam kan zijn en is daarmee onvoldoende specifiek.

[productnaam 3]

5.4.1. Voor de onder 2.3. genoemde goederen ([productnaam 3] ) is een bti aangevraagd voor een kartonnen doos, met daarin twee folders en een aantal goederen geschikt voor menselijke consumptie zoals multivitaminetabletten, vezels- en kruidentabletten en een voedingsshake. Deze goederen kunnen onder verschillende GN-codes worden ingedeeld. De behoefte waarin volgens eiseres wordt voorzien is de behoefte van de eindgebruiker om een evenwichtige en actieve levensstijl te hebben, gebruik makend van een op hem afgestemd persoonlijk voedingsprogramma gebaseerd op het X-programma.

5.4.2. Gelet op de GN-toelichting bij indelingsregel 3b en met name onderdeel X en de daarbij gegeven voorbeelden van goederen die al dan niet kunnen worden aangemerkt als goederen opgemaakt in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, is de rechtbank van oordeel dat de hierboven genoemde goederen niet kunnen worden aangemerkt als goederen opgemaakt in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, omdat zij niet bestaan uit producten of artikelen die samen worden aangeboden om in een behoefte te voorzien of om een bepaalde activiteit uit te voeren. Uit de bij de GN-toelichting gegeven voorbeelden blijkt dat bedoelde activiteit of behoefte vrij nauwkeurig bepaald moet zijn en voorts dat daarvoor specifieke attributen benodigd zijn. Het streven naar een evenwichtige en actieve levensstijl kan in dit kader noch als een specifieke behoefte noch als een bepaalde activiteit worden aangemerkt nu een evenwichtige en actieve levensstijl op verschillende manieren kan worden bereikt (voeding, sport, mentaal) en derhalve op meer activiteiten en/of behoeften betrekking kan hebben. De evenwichtige en actieve levensstijl is dan ook te onbepaald.

5.5. Het subsidiaire beroep van eiseres op de toepassing van indelingsregels 3c en 4 kan niet slagen, immers, indelingsregels 3c en 4 kunnen alleen worden toegepast indien voorgaande indelingsregels niet kunnen worden toegepast. Verweerder heeft bij de indeling van de diverse onderhavige goederen indelingsregel 1 toegepast bij de aanvraag van de verschillende bti’s. Daartegen heeft eiseres geen bezwaren gemaakt, zodat deze in rechte vaststaan en de rechtbank er van uit gaat dat eerst indelingsregel 1 kan en moet worden toegepast.

5.6. Het beroep van eiseres op andere bti’s kan niet slagen. Deze bti’s betreffen andere producten en zijn afgegeven aan andere rechthebbenden. Alleen de rechthebbende van een bti kan hierop een beroep doen.

Gelet op het vorenstaande dienen de beroepen ongegrond te worden verklaard.

6. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

7. Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 18 juni 2010 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. A.J. Roke, voorzitter, mr. A. van Dongen en mr. C.J. Hummel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. de Jong, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (douanekamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.