Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BM8380

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-05-2010
Datum publicatie
18-06-2010
Zaaknummer
15-700054-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; deels bekennende verdachte; voorwaardelijk opzet; strafmaatverweer wegens intrekking dagvaarding politierechter verworpen.

De rechtbank Haarlem veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Verdachte heeft een groot aantal wapens en munitie van categorie III voorhanden gehad in zijn loods. Met één van die wapens heeft verdachte samen met medeverdachten in zijn loods geschoten, waarbij de kogels de muur van die loods hebben doorboord en de roldeur van een daar achter gelegen pand hebben geraakt. Hierdoor is de betreffende roldeur vernield. De rechtbank acht voorwaardelijk opzet op vernieling van die roldeur bewezen. De rechtbank ziet in de financiële situatie van verdachte grond gelegen om af te wijken van de eis van de officier van justitie. Het strafmaatverweer van de verdediging wordt verworpen, nu verdachte aan het feit dat in eerste instantie voor de politierechte was gedagvaard niet het gerechtvaardigd vertrouwen kan ontlenen dat hem een gevangenisstraf van ten hoogste 12 maanden zou worden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700054-10

Uitspraakdatum: 12 mei 2010

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 april 2010 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Haarlem, Huis van Bewaring Haarlem.

1.Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd:

1.

hij op of omstreeks 25 januari 2010 te Zaandam, gemeente Zaanstad,

een of meer wapens van categorie III, te weten

- een geweer (merk Erma, model E M1.22, kaliber .22 LR), en/of

- een (gas)pistool (merk Canas, model Magnum, kaliber 9mm), en/of

- een (gas)pistool (merk Firtina, model Super Magnum, kaliber 9mm), en/of

- een pistool (merk FN-Herstal, model 1910-22, kaliber 7,65mm),

en/of munitie van categorie III, te weten

- 393, althans één of meer, randvuurpatro(o)n(en) (kaliber .22LR en/of .22LZ), en/of

- 236, althans één of meer, centraalvuurpatro(o)n(en) (kaliber .30M1 en/of 7.65mm en/of 380 auto en/of 6.35mm en/of .357 Magnum en/of .38 Special),

voorhanden heeft gehad;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen)in of omstreeks de periode van 15 januari 2010 tot en met 25 januari 2010 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een roldeur (behorend bij een bedrijfspand gelegen aan de [adres], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door met een (vuur)wapen te schieten op/tegen die roldeur.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd de in beslag genomen stiletto en het in beslag genomen wapen te onttrekken aan het verkeer en de in beslag genomen kruisboog aan verdachte te retourneren.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de als 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de navolgende bewijsmiddelen. Nu verdachte, wat betreft het onder 1 ten laste gelegde feit een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering is, zal de rechtbank – wat betreft dat feit – volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen. De door de rechtbank als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

Ten aanzien van feit 1:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 28 april 2010 afgelegd;

- het proces-verbaal bevindingen d.d. 26 januari 2010, dossierpagina 43 e.v.;

- het proces-verbaal technisch onderzoek wapens & munitie d.d. 3 februari 2010,

dossierpagina 51 e.v..

Ten aanzien van feit 2:

Op 18 januari 2010 heeft een medewerker van het bedrijf [bedrijf] geconstateerd dat een raampje van de roldeur aan de achterzijde van het aan de [adres], gelegen pand stuk was. Vervolgens heeft de beheerder van het pand aangifte gedaan, nadat hij op 25 januari 2010 gezien heeft dat niet alleen het raampje van de deur stuk was, maar dat er ook vier kogelgaten in die roldeur zaten. Als de politie ter plaatse komt, ziet zij aan de buitenzijde van de roldeur drie inslagen, vermoedelijk kogelinslagen. In één van de plastic ramen in de roldeur zien verbalisanten duidelijk zichtbaar een loden fragment van vermoedelijk een projectiel. Ongeveer zes meter vanaf de roldeur is een loods, gevestigd aan de [adres bedrijfspand verdachte], gelegen. Verbalisanten zien dat schuin tegenover de roldeur een aantal uitschotopeningen aanwezig zijn. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de loods aan de [adres bedrijfspand verdachte] zijn eigendom is en dat hij, zijn broer en diens zoon rond 18 of 19 januari 2010 in de avond elk meerdere keren met een geweer in die loods hebben geschoten. Zij schoten daarbij op een flesje dat op een in de loods aanwezige boot stond. Ongeveer drie meter achter de boot bevindt zich de wand van de loods en circa 6 tot 7 meter daarachter bevindt zich de roldeur van het bedrijf [bedrijf]. Verdachte heeft ook verklaard dat hij er tijdens het schieten niet bij stil heeft gestaan dat de kogel de muur van zijn loods zou kunnen doorboren. Het gebruikte geweer is in beslag genomen en uit onderzoek blijkt dat het een vuurwapen betreft.

4.2. Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2

De rechtbank is van oordeel dat verdachte en zijn medeverdachten door, onder de hiervoor geschetste omstandigheden met een vuurwapen in een loods op een plastic flesje te schieten, willens en wetens de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat de kogels zowel het flesje als de muur van de loods zouden doorboren en de op korte afstand achter deze muur gelegen roldeur van een naburig pand zouden raken en vernielen. Het verweer van de verdediging dat verdachte bij het ontbreken van (voorwaardelijk) opzet op vernieling van de roldeur dient te worden vrijgesproken, wordt dan ook verworpen.

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

1.

hij op 25 januari 2010 te Zaandam, gemeente Zaanstad,

wapens van categorie III, te weten

- een geweer merk Erma, model E M1.22, kaliber .22 LR, en

- een gaspistool merk Canas, model Magnum, kaliber 9mm, en

- een gaspistool merk Firtina, model Super Magnum, kaliber 9mm, en

- een pistool merk FN-Herstal, model 1910-22, kaliber 7,65mm,

en munitie van categorie III, te weten

- 393 randvuurpatronen kaliber .22LR en .22LZ, en

- 236 centraalvuurpatronen, voorhanden heeft gehad;

2.

hij op een tijdstip in de periode van 15 januari 2010 tot en met 25 januari 2010 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk een roldeur behorend bij een bedrijfspand gelegen aan de [adres], toebehorende aan [bedrijf], heeft vernield door met een vuurwapen te schieten tegen die roldeur.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

1: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

2:tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort, vernielen.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sanctie

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de Reclassering Nederland uitgebrachte concept adviesrapport van 28 januari 2010 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een groot aantal wapens en munitie van categorie III voorhanden gehad in zijn loods te [plaats], alwaar die wapens in een kluis lagen opgeborgen. Eén van die wapens heeft verdachte samen met zijn medeverdachten ook daadwerkelijk gebruikt. Op een avond in de periode van 15 januari 2010 tot en met 25 januari 2010 heeft verdachte samen met zijn medeverdachten in zijn loods geschoten. De kogels hebben de muur van die loods doorboord en hebben de roldeur van het daar achter gelegen pand geraakt, waardoor de roldeur is vernield.

Het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid wapens en munitie is niet alleen een strafbaar feit, maar is tevens maatschappelijk onverantwoord, aangezien het een drempelverlagende werking kan hebben om die vuurwapens en munitie op enig moment te gebruiken, hetgeen verdachte en zijn medeverdachten ook gedaan hebben, dan wel ermee te dreigen.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij niet alleen wapens en munitie voorhanden heeft gehad, maar één van die wapens en de daarbij behorende munitie ook daadwerkelijk heeft gebruikt om mee te schieten. Daarnaast is vernieling van een goed een hinderlijk feit dat schade voor de benadeelde veroorzaakt. Daarbij komt dat deze vernieling is veroorzaakt door kogelinslagen, hetgeen de nodige verontrusting bij de benadeelde moet hebben veroorzaakt.

Ten nadele van verdachte neemt de rechtbank voorts in aanmerking dat verdachte in het verleden eerder ter zake van de Wet Wapens en Munitie is veroordeeld.

In de persoonlijke omstandigheden van verdachte, te weten de sinds de detentie van verdachte ontstane benarde financiële situatie van zijn transportbedrijf, is naar het oordeel van de rechtbank grond gelegen om ten voordele van verdachte af te wijken van de straf zoals door de officier van justitie is gevorderd.

De raadsman van verdachte heeft als strafmaatverweer aangevoerd dat de officier van justitie onzorgvuldig te werk is gegaan bij het dagvaarden van verdachte. De officier van justitie heeft verdachte eerst gedagvaard voor een politierechterzitting en daags voor deze zitting de dagvaarding ingetrokken en verdachte gedagvaard voor de meervoudige strafkamer. Door deze gang van zaken is bij verdachte de verwachting gewekt dat er niet meer dan twaalf maanden gevangenisstraf tegen hem geëist zou worden en dat de rechtbank niet meer dan twaalf maanden gevangenisstraf zou opleggen. Gelet hierop kan de rechtbank verdachte slechts een gevangenisstraf van ten hoogste twaalf maanden opleggen, aldus de raadsman.

Het verweer van de raadsman treft geen doel. Aan de door de raadsman geschetste en door de officier van justitie bevestigde gang van zaken kan verdachte niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat hem een gevangenisstraf van ten hoogste twaalf maanden opgelegd zal worden. Niet alleen staat het de officier van justitie vrij om tot het moment van uitroeping van de zaak de dagvaarding in te trekken en voor een ander forum te kiezen, ook na uitroeping van de zaak voor de politierechter kan de zaak, al dan niet ambtshalve, worden verwezen naar een zitting van de meervoudige strafkamer. Overigens zal de rechtbank, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, bij haar strafoplegging een gevangenisstraf van twaalf maanden niet te boven gaan.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar, opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

8. Beslissing omtrent inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen.

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen voorwerpen, te weten een stiletto en een wapen Walther Redhawk met kogeltjes, houder en patronen, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Deze voorwerpen behoren verdachte toe en het ongecontroleerde bezit van voormelde in beslag genomen voorwerpen is in strijd met de wet en het algemeen belang, terwijl deze voorwerpen aangetroffen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane feiten en kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten.

De onder verdachte in beslag genomen kruisboog met telescoop hawk en 6 pijlen dienen te worden teruggegeven aan verdachte.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 36b, 36d, 47, 57, 350 van het Wetboek van Strafrecht;

26, 55 van de Wet Wapens en Munitie.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich voor het einde van de op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Onttrekt aan het verkeer:

- 1.00 STK Stiletto Kl:chroom;

- 1.00 STK Wapen Kl:zwart, WALTHER REDHAWK J42608415, 2xdoosje kogeltjes

4,5mm, 2xhouder, 4xgaspatroon.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- 1.00 STK Kruisboog Kl:zwart, MAN KUNG, met telescoop hawk en 6 pijlen.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.B. de Vries-van den Heuvel, voorzitter,

mrs. M.M.A. van den Boogaard en E. Kanninga-Jonker, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.M. ten Bos,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 mei 2010.

Mr. Van den Boogaard is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.