Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BM8272

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
17-06-2010
Datum publicatie
18-06-2010
Zaaknummer
15-740762-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 6 WvW, dodelijk ongeval, politievoertuig;

Verdachte reed in een gepantserd politievoertuig met een snelheid van 90 km per uur gereden op een weg waar 50 km per uur was toegestaan. Door met een dergelijk hoge snelheid in een zodanig voertuig binnen de bebouwde kom een T-splitsing op te rijden, heeft verdachte zich schuldig maakt aan zeer onvoorzichtig rijgedrag, ten gevolge waarvan een aanrijding met dodelijke afloop heeft plaatsgevonden met een medeweggebruiker. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zich als dienstdoend politieambtenaar aan dergelijk rijgedrag heeft schuldig gemaakt en dat hij met zijn handelen veel leed aan anderen heeft toegebracht.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Jwr 2010/71
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740762-09

Uitspraakdatum: 17 juni 2010

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 3 juni 2010 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

primair

hij op of omstreeks 31 augustus 2009 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, als bestuurder van een motorrijtuig (een gepantserd politievoertuig), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor een ander werd gedood,

immers heeft verdachte zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend gereden over de Hoeksteen met een snelheid van (ongeveer) 90 kilometer per uur, althans met een (veel) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur en/of heeft verdachte vervolgens bij het naderen van een T-splitsing met de Vuursteen zijn voertuig niet tot stilstand gebracht binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, ten gevolge waarvan een botsing of aanrijding is ontstaan tussen het voertuig bestuurd door verdachte en een personenauto, bestuurd door [slachtoffer], die zich op het kruisingsvlak van die T-splitsing bevond, waarna en/of waardoor de personenauto die [slachtoffer] bestuurde te water is geraakt, waardoor die [slachtoffer] dusdanig lichamelijk letsel werd toegebracht dat hij op 31 augustus 2009 aan de gevolgen daarvan is overleden;

subsidiair

hij op of omstreeks 31 augustus 2009 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, als bestuurder van een voertuig (een gepantserd politievoertuig), daarmee rijdende op de weg, de Hoeksteen en/of de T-splitsing van de Hoeksteen met de Vuursteen, zich zodanig heeft gedragen dat daardoor gevaar op die weg werd veroorzaakt;

immers heeft verdachte gereden over de Hoeksteen met een snelheid van (ongeveer) 90 kilometer per uur, althans met een (veel) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur en/of heeft verdachte vervolgens bij het naderen van een T-splitsing met de Vuursteen zijn voertuig niet tot stilstand gebracht binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, ten gevolge waarvan een botsing of aanrijding is ontstaan tussen het voertuig bestuurd door verdachte en een personenauto, bestuurd door [slachtoffer], die zich op het kruisingsvlak van die T-splitsing bevond, waarna en/of waardoor de personenauto die [slachtoffer] bestuurde te water is geraakt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit;

- oplegging van taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis;

- ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] tot een bedrag van € 6833,28, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot voornoemd bedrag.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden*1

Op 31 augustus 2009 omstreeks 17.30 uur reed verdachte in een als politievoertuig herkenbare, gepantserde Volkswagen Touareg over de als voorrangsweg aangeduide weg, de Hoeksteen, in de richting van de T-splitsing van die weg met de weg de Vuursteen te Hoofddorp in de gemeente Haarlemmermeer. De ter plaatse toegestane maximumsnelheid bedraagt 50 km per uur *2. Uit onderzoek naar de in de Volkswagen aanwezige Unfalldatenspeicher (UDS) is gebleken dat verdachte de T-splitsing naderde met een veel hogere snelheid dan 50 kilometer per uur. Veertig meter voor de botsing is een snelheid geregistreerd van 89 km per uur *3. Verdachte, die volgens zijn verklaring op weg was naar een door hem waargenomen rookpluim, maakte geen gebruik van de in die auto aanwezige optische en geluidssignalen *4. Vanaf de Vuursteen, voor verdachte komend van rechts, naderde op dat moment een Fiat Seicento, bestuurd door [slachtoffer], die de T-splitsing met de Hoeksteen, de weg waarop verdachte op dat moment reed, opreed en linksaf sloeg *5. Verdachte heeft verklaard dat deze T-splitsing een overzichtelijk kruispunt is en dat hij de Fiat, komend uit de richting van de Vuursteen, ruim voor de kruising signaleerde.*6 Verdachte zette 19,7 meter voor de botsing vanuit een snelheid van 90 kilometer per uur een noodremming in *7, maar was niet in staat een aanrijding met de Fiat te voorkomen. Als gevolg van de aanrijding met de Volkswagen, die 4500 kilogram weegt en op het moment van de botsing een snelheid van 69 km per uur had, is de Fiat op zijn kop in de naast de rijbaan gelegen sloot terecht gekomen *8. De bestuurder van de Fiat, de heer [slachtoffer], is die avond overleden aan een combinatie van longfunctieverlies (door het inademen van water, uitgebreide ribbreuken en schade aan de ademhalingsspieren en bloeduitstorting in beide borstholten), van uitgebreid lichamelijk letsel (inclusief letsel aan de hersenen met zwelling en inklemming) en van aanzienlijk bloedverlies *9.

4.2. Bewijsoverweging

De raadsman heeft betoogd dat geen sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, nu verdachte niet aanmerkelijk onvoorzichtig dan wel onoplettend zou hebben gereden. In het bijzonder heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte in de veronderstelling verkeerde dat hij, als bijzonder opsporingsambtenaar op weg naar een melding, 70 km per uur mocht rijden, dat er (oog)contact met het slachtoffer was en hij (mede) daarom mocht menen dat het slachtoffer hem voorrang zou verlenen. Bovendien heeft [slachtoffer] de bocht fors afgesneden naar links, hetgeen wellicht van invloed is geweest op de ontstane aanrijding.

Bij de beoordeling van het verweer stelt de rechtbank voorop dat verdachte toen hij ter plaatse in een als zodanig herkenbaar gepantserd politievoertuig reed met een snelheid van 90 kilometer per uur, geen opdracht of toestemming van de meldkamer van de Koninklijke Marechaussee op Schiphol, waarmee hij contact had gehad, had om de ter plaatse geldende maximumsnelheid te overschrijden. Verdachte voerde geen optische en/of geluidssignalen. Daarnaast had verdachte geen aanwijzingen, zoals hij zelf verklaard heeft, dat de situatie rondom de door hem waargenomen rookpluim het noodzakelijk maakte dat hij zich met overschrijding van de ter plaatse geldende maximumsnelheid naar die rookpluim moest begeven. Naar het oordeel van de rechtbank kon verdachte noch op grond van het gesprek met de meldkamer noch op grond van de Beschikking houdende vrijstelling van de bepalingen van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 tot de conclusie komen dat voor hem een maximumsnelheid van 70 kilometer per uur gold, zijnde de maximumsnelheid die de Brancherichtlijn optische en geluidssignalen politie een voorrangsvoertuig toestaat. Voor verdachte gold op het moment van de aanrijding aldus de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur.

Verdachte was er voorts van op de hoogte dat het gepantserde voertuig waarin hij reed een gewicht had van 4500 kilogram en dat dit voertuig dientengevolge een langere remweg heeft dan een niet gepantserd voertuig en de schade bij een botsing aanzienlijk groter zal zijn. In aanmerking genomen dat ander verkeer, waaronder verkeer dat vanaf een zijweg de door verdachte bereden weg naderde, doordat verdachte geen optische of geluidssignalen voerde, niet in het bijzonder op de nadering en de aanzienlijke snelheid van het door verdachte bestuurde politievoertuig werd geattendeerd en dat dit voertuig een langere remweg had dan een gemiddeld voertuig, had verdachte zich er rekenschap van behoren te geven dat hij onder die omstandigheden door overschrijding van de maximumsnelheid in de mate waarin hij dat heeft gedaan bij de nadering van de T-splitsing van de Hoeksteen met de Vuursteen, voor van een zijweg komende medeweggebruikers een zeer gevaarlijke situatie in het leven riep, waardoor de kans aanmerkelijk was dat daarop door die medeweggebruikers niet tijdig kon worden ingespeeld. Aldus is verdachte in zeer aanzienlijke mate tekort geschoten in het voorzichtig weggedrag dat van hem als bestuurder van een gepantserd politievoertuig onder de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Het feit dat de bestuurder van de door verdachte aangereden Fiat Seicento verdachte geen voorrang heeft verleend en bij het oprijden van de T-splitsing de bocht naar links heeft afgesneden, doet - gelet op het hiervoor overwogene - daaraan niet af.

Anders dan door de raadsman van verdachte is betoogd, is de rechtbank dan ook van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zeer onvoorzichtig rijgedrag, waardoor een aan zijn schuld te wijten ongeval met dodelijke afloop heeft plaatsgevonden.

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

hij op 31 augustus 2009 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, als bestuurder van een motorrijtuig, een gepantserd politievoertuig, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor een ander werd gedood,

immers heeft verdachte zeer onvoorzichtig gereden over de Hoeksteen met een snelheid van ongeveer 90 kilometer per uur, zijnde een veel hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur en heeft verdachte vervolgens bij het naderen van een T-splitsing met de Vuursteen zijn voertuig niet tot stilstand gebracht binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, ten gevolge waarvan een botsing is ontstaan tussen het voertuig bestuurd door verdachte en een personenauto, bestuurd door [slachtoffer], die zich op het kruisingsvlak van die T-splitsing bevond, waarna en waardoor de personenauto die [slachtoffer] bestuurde te water is geraakt, waardoor die [slachtoffer] dusdanig lichamelijk letsel werd toegebracht dat hij op 31 augustus 2009 aan de gevolgen daarvan is overleden.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde is strafbaar en levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sancties

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft met een snelheid van 90 km per uur gereden op een weg waar 50 km per uur was toegestaan. Verdachte reed daarenboven in een gepantserd politievoertuig, dat aanzienlijk zwaarder is dan een gemiddeld voertuig. Door met een dergelijk hoge snelheid in een zodanig voertuig binnen de bebouwde kom een T-splitsing op te rijden, heeft verdachte zich schuldig maakt aan zeer onvoorzichtig rijgedrag, ten gevolge waarvan een aanrijding met dodelijke afloop heeft plaatsgevonden met medeweggebruiker [slachtoffer].

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zich als dienstdoend politieambtenaar aan dergelijk rijgedrag heeft schuldig gemaakt en dat hij met zijn handelen veel leed aan anderen heeft toegebracht. Zoals - onder meer - uit de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt, is het verdriet van de nabestaanden door het onverwachte overlijden van hun dierbare amper in woorden uit te drukken.

De rechtbank houdt evenwel ook rekening met de verklaring van verdachte dat hij niet de intentie had een dergelijk ongeval te veroorzaken, alsmede met de gevolgen die de dodelijke aanrijding voor hem gehad heeft en nog steeds heeft. Zo heeft verdachte zijn baan (mede) door de dodelijke aanrijding verloren, is hem veel negatieve (media)aandacht ten deel gevallen en zal ook hij de rest van zijn leven met het gebeurde moeten leven. De rechtbank houdt voorts rekening met feit dat verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister, niet eerder met politie en justitie in aanraking gekomen.

Op grond van het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te noemen aantal uren moet worden opgelegd.

Gelet op de aard van het feit ziet de rechtbank tevens aanleiding aan verdachte als bijkomende straf de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen te ontzeggen. Gezien de mate van onvoorzichtigheid waarmee verdachte gereden heeft, is de rechtbank van oordeel dat een ontzegging voor de duur van zes maanden, zoals door de officier van justitie is gevorderd, hieraan onvoldoende recht doet. De rechtbank zal dan ook een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen opleggen van een langere duur dan gevorderd. In hetgeen door en namens verdachte is aangevoerd omtrent het mogelijke verlies van zijn nieuwe baan bij een onvoorwaardelijke ontzegging, ziet de rechtbank geen aanleiding de ontzegging geheel in voorwaardelijke vorm op te leggen. De rechtbank zal evenwel een deel van de ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen in voorwaardelijke vorm opleggen, mede om verdachte er gedurende de op twee jaren te bepalen proeftijd van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan.

8. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 6883,24 ingediend tegen verdachte, welke vordering ter terechtzitting is teruggebracht tot € 6833,28, wegens materië¬le schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit: niet door de uitvaartverzekering gedekte kosten voor de uitvaart van [slachtoffer], dankbetuigingen en een grafmonument, alsmede kosten voor rechtsbijstand.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade, die door verdachte niet betwist is, tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoe¬dingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 6833,28.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Artikelen 9, 22c, 22d, 36f van het Wetboek van Strafrecht;

Artikelen 6, 175, 179 van de Wegenverkeerwet 1994.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van HONDERDTACHTIG (180) UREN taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door negentig (90) dagen hechtenis.

Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van ACHTTIEN (18) MAANDEN, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 9 maanden, vooralsnog niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich voor het einde van de op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij] geleden schade tot een bedrag van € 6833,28 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde partij], voornoemd, rekeningnummer 39.23.49.272, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 6833,28, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 69 dagen hechtenis.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de

verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

11. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.B. de Vries-van den Heuvel, voorzitter,

mrs. T. van Muijden en J.G. Tielenius Kruythoff, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. van de Vijver,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 juni 2010.

Mr. Tielenius Kruythoff is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

*1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

*2 Proces-verbaal van verkeersongevalsanalyse d.d. 5 oktober 2009 (dossierpagina 103).

*3 Rapport van Kast GmbH m.b.t. UDS-evaluatie d.d. 14 september 2009 (dossierpagina’s 139 e.v.)

*4 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 3 juni 2010.

*5 Proces-verbaal van verkeersongevalsanalyse d.d. 5 oktober 2009 (dossierpagina 111).

*6 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 3 juni 2010.

*7 Rapport van Kast GmbH m.b.t. UDS-evaluatie d.d. 14 september 2009 (dossierpagina’s 139 e.v.)

*8 Proces-verbaal van verkeersongevalsanalyse d.d. 5 oktober 2009 (dossierpagina 111).

*9 Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut betreffende pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood d.d. 6 april 2010.