Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BM5923

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-05-2010
Datum publicatie
27-05-2010
Zaaknummer
439302 CV EXPL 09-10657
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot vaststelling van de verdeling van een nalatenschap ingevolge artikel 3:185 BW en veroordeling van gedaagde tot het verlenen van medewerking aan de verdeling.

Eiseres, een van de gerechtigden in een nalatenschap, vordert dat de verdeling van de nalatenschap zodanig wordt vastgesteld dat gedaagde, eveneens gerechtigd in de nalatenschap, zijn aandeel in de nalatenschap aan de overige erven verbeurt. Eiseres legt aan haar vordering ten grondslag dat gedaagde opzettelijk gelden heeft zoek gemaakt althans deze aan de nalatenschap heeft onttrokken.

De kantonrechter is van ordeel dat van opzettelijk verzwijgen, zoek maken of verborgen houden van tot de nalatenschap behorende goederen in de zin van artikel 3:194 lid 2 BW niet is gebleken. De verdeling van de nalatenschap wordt conform de wettelijke verdeling vastgesteld en gedaagde wordt veroordeeld tot het verlenen van medewerking aan die verdeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 439302/ CV EXPL 09-10657

datum uitspraak: 12 mei 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiseres]

te [woonplaats]

eiseres

hierna te noemen eiseres

gemachtigde mr. M.J.P. Schipper

tegen

1. [gedaagde 1]

te [woonplaats]

2. [gedaagde 2]

te [woonplaats]

3. [gedaagde 3]

te [woonplaats]

4. [gedaagde 4]

te [woonplaats]

5. [gedaagde 5]

te [woonplaats]

gedaagden

hierna te noemen gedaagden of respectievelijk [gedaagde 1] (gedaagde sub 1), [gedaagde 2] (gedaagde sub 2) en de overige erven (gedaagden sub 3 tot en met 5)

allen procederend in persoon

De procedure

Eiseres heeft [gedaagde 1] en de overige erven gedagvaard op 17 september 2009. Zij heeft [gedaagde 2] gedagvaard op 22 september 2009.

Gedaagden hebben schriftelijk geantwoord, waarbij [gedaagde 2] en de overige erven hebben aangegeven het eens te zijn met de vordering.

Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft eiseres schriftelijk op het antwoord van [gedaagde 1] gereageerd, waarna [gedaagde 1] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.

Vervolgens is ter griffie nog een schrijven van [gedaagde 2] ontvangen van 28 januari 2010. Deze brief zal buiten beschouwing blijven, nu [gedaagde 2] bij conclusie van antwoord heeft aangegeven zich aan de vordering van eiseres te conformeren en de brief van 28 januari 2010 geen reactie inhoudt op de door eiseres ingediende conclusie van repliek.

De feiten

1. Op 23 juni 2008 is te Beverwijk overleden [erflaatster] (hierna: erflaatster).

2. Eiseres, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn kinderen uit het eerste huwelijk van erflaatster. De overige erven zijn kinderen van een vooroverleden zoon van erflaatster.

3. Erflaatster heeft niet bij uiterste wilsbeschikking over haar nalatenschap beschikt.

4. [gedaagde 1] heeft de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster op zich genomen.

5. Bij brief van 13 november 2008 heeft de gemachtigde van [gedaagde 2] een aantal vragen aan [gedaagde 1] gesteld ter zake van de afwikkeling van de nalatenschap, waaronder de volgende vraag:

“[erflaatster] is op 23 juni 2008 overleden. Op 24 juni 2008 is een bedrag van € 3.500,- van haar rekening afgehaald. Vervolgens is op 7 juli 2008 een bedrag van € 500,- van deze rekening afgehaald. Kunt u uitleggen waar deze bedragen gebleven zijn?”

6. [gedaagde 1] heeft de brief terugzonden met handgeschreven antwoorden. Op de hierboven genoemde vraag heeft hij het volgende geantwoord:

“Die bedragen zijn bij mij voor eventuelen betalingen en die zijn er genoeg.”

7. Bij brief van 5 mei 2009 heeft de gemachtigde van eiseres [gedaagde 1] gesommeerd mee te werken aan de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster.

8. Op 15 mei 2009 heeft [gedaagde 1] een overzicht van door hem opgenomen en betaalde bedragen aan de gemachtigde van eiseres gestuurd. Blijkens dit overzicht resteert van het door [gedaagde 1] opgenomen bedrag van € 4.000,00 na diverse betalingen nog € 2.635,00.

9. Op 22 juni 2009 heeft [gedaagde 1] een e-mailbericht aan de gemachtigde van eiseres gestuurd met onder meer de volgende inhoud:

“wat betreft de verdeling als de belasting rond is dan word er pas verdeeld [...]”

De vordering

Eiseres vordert, naar haar vordering te hebben verminderd, (samengevat):

1. de verdeling vast te stellen van c.q. te verdelen de tot de nalatenschap van erflaatster behorende tegoeden, aldus dat aan eiseres en aan [gedaagde 2] ieder 1/3 gedeelte en aan de overige erven ieder 1/9 gedeelte wordt toebedeeld van een bedrag van € 3.848,77;

2. ter uitvoering van het gevorderde sub 1, [gedaagde 1] te veroordelen tot:

- betaling van € 3.847,77 op de betreffende bankrekening althans derdenrekening van de advocaat van eiseres, vermeerderd met de wettelijke rente;

- het verlenen van medewerking aan de onder 1 bedoelde verdeling en de opheffing van de mede op zijn naam staande Fortis rekening, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat hij hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van € 2.500,00, met bepaling dat indien dit maximum zal zijn bereikt, dit vonnis in de plaats treedt van al die rechtshandelingen die [gedaagde 1] ter uitvoering van de opheffing dient te verrichten.

Eiseres legt aan de vordering het volgende ten grondslag.

Van het door [gedaagde 1] uit de nalatenschap van erflaatster opgenomen bedrag van

€ 4.000,00, resteert nog € 2.635,00. Dit bedrag dient te worden vermeerderd met een bedrag van € 178,77 dat DELA heeft uitgekeerd uit hoofde van de uitvaartverzekering van erflaatster en met een belastingteruggaaf van € 1.035,00. [gedaagde 1] handelt onrechtmatig jegens eiseres door eigenmachtig gelden te onttrekken aan de nalatenschap en niet over te gaan tot de verdeling van de nalatenschap onder de erfgenamen.

Omdat erflaatster niet bij testament over haar nalatenschap heeft beschikt, zijn in beginsel de kinderen van erflaatster ieder gerechtigd in ¼ deel van de nalatenschap en de kleinkinderen ieder voor (1/4 x 1/3 =) 1/12 deel. Door opzettelijk gelden zoek te maken althans aan de nalatenschap te onttrekken, heeft [gedaagde 1] ingevolge artikel 3:194 lid 2 BW zijn aandeel aan de andere erfgenamen verbeurd. Van het bedrag van € 3.848,77 dient derhalve aan eiseres en [gedaagde 2] elk 1/3 gedeelte te worden toebedeeld en aan de overige erfgenamen elk 1/9 deel.

Het verweer

[gedaagde 1] voert, kort samengevat en voor zover van belang, het volgende aan tegen de vordering van eiseres. [gedaagde 1] weet dat zijn broer en zus recht hebben op hun deel in de nalatenschap. Het is [gedaagde 1] echter in het verkeerde keelgat geschoten dat zijn broer en zus direct na het overlijden van hun moeder begonnen over de erfenis. [gedaagde 1] heeft tegen de gemachtigde van eiseres gezegd dat er verdeeld zou worden, nadat de fiscus de belastingteruggaaf had overgemaakt. Dat is gebeurd op 13 juli 2009, maar [gedaagde 1] ontving pas bericht van de bank op 14 oktober 2009. Na diverse betalingen en bijstortingen resteert ter verdeling een bedrag van € 3.711,00. Dit bedrag moet door vier worden gedeeld, zodat aan eiseres € 927,75 toekomt. [gedaagde 1] is bereid dit bedrag aan eiseres te voldoen, als zij hem haar bankrekeningnummer ter beschikking stelt.

De beoordeling van het geschil

Ingevolge artikel 3:194 lid 2 BW verbeurt een deelgenoot, die met het oogmerk de rechten van de andere deelgenoten te verkorten, opzettelijk tot de gemeenschap behorende goederen verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt, zijn aandeel in die goederen aan de andere deelgenoten. Uit de dagvaarding blijkt dat eiseres niet betwist dat [gedaagde 1] de betalingen, genoemd in het door hem opgestelde overzicht van 15 mei 2009, heeft verricht ter voldoening van schulden van erflaatster. Van opzettelijk verzwijgen, zoek maken of verborgen houden van tot de nalatenschap van erflaatster behorende goederen in de zin van artikel 3:194 lid 2 BW, is dan ook niet gebleken. De door eiseres gevorderde verdeling, waarbij [gedaagde 1] zijn aandeel in de nalatenschap aan de andere deelgenoten verbeurt, zal daarom als ongegrond worden afgewezen. De kantonrechter zal ingevolge artikel 3:185 BW de verdeling zodanig vaststellen, dat van de nalatenschap aan eiseres, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ieder ¼ deel zal worden toebedeeld en aan de overige erven ieder 1/12 deel.

De overige verwijten die eiseres blijkens de inleidende dagvaarding aan [gedaagde 1] maakt ter zake van de wijze waarop hij de nalatenschap van erflaatster heeft beheerd, kunnen niet tot een andere conclusie leiden, nu eiseres deze nadrukkelijk niet aan de onderhavige vordering ten grondslag legt.

Wat er ook zij van de door [gedaagde 1] aangevoerde verklaring voor zijn eigenmachtig optreden, dit bevrijdt hem niet van de uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeiende verplichting de overige erfgenamen te betrekken bij en inzicht te geven in het beheer van de nalatenschap van erflaatster. Door ondanks diverse verzoeken en aanmaningen in gebreke te blijven met het verlenen van medewerking aan de verdeling van de nalatenschap, handelt [gedaagde 1] jegens eiseres (en de overige erfgenamen) in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. Het verweer dat hij eerst in oktober 2009 van de bank heeft vernomen dat de fiscus een belastingteruggave had gedaan, kan hem niet baten, nu als onbetwist vast staat dat de fiscus al op 17 juni 2009 een mededeling van terugbetaling aan het adres van [gedaagde 1] heeft gestuurd.

De vordering tot veroordeling van [gedaagde 1] om op eerste verzoek van eiseres zijn medewerking te verlenen aan de verdeling van de nalatenschap en de opheffing van de Fortis rekening, is derhalve gegrond en zal worden toegewezen. Er is geen aanleiding voor het opleggen van een dwangsom, zodat dit gedeelte van de vordering wordt afgewezen.

Partijen verschillen van mening over de omvang van de te verdelen nalatenschap. Volgens eiseres gaat het om € 3.848,77; volgens [gedaagde 1] om € 3.711,00. In ieder geval staat tussen partijen vast dat het bedrag van € 2.635,00 dient te worden vermeerderd met het bedrag dat DELA heeft uitgekeerd. Uit de brief van DELA van 6 augustus 2009 blijkt dat het gaat om € 178,77 (en niet, zoals [gedaagde 1] aanvoert, om € 178,00). Voorts zijn partijen het erover eens dat sprake is van een belastingteruggave. Volgens eiseres gaat het om een bedrag van € 1.035,00; volgens [gedaagde 1] om € 848,00. Blijkens de door [gedaagde 1] overgelegde mededeling van de belastingdienst van 17 juni 2009 is de teruggaaf van

€ 1.035,00 verminderd met € 187,00 ter zake van zorgtoeslag en kosten, zodat een bedrag van € 848,00 resteert. Bij gebreke van betwisting door eiseres, zal van dit laatste bedrag worden uitgegaan. Volgens [gedaagde 1] stond voorts op de bankrekening nog een saldo van € 135,01, zodat dit bedrag ook tot de nalatenschap moet worden gerekend. Het bedrag van

€ 85,00 dat [gedaagde 1] naar zijn zeggen “moest betalen aan de deurwaarder voor de papieren van de advocaat” moet buiten beschouwing blijven, nu gesteld noch gebleken is dat dit bedrag ten laste moet komen van de nalatenschap van erflaatster.

Daarmee komt het totaal van de te verdelen nalatenschap uit op (€ 2.635,00 + € 178,77 +

€ 848,00 + 135,01 =) € 3.796,78. [gedaagde 1] zal worden veroordeeld om dit bedrag op de derdenrekening van de advocaat van eiseres te storten. De vordering wordt voor het overige afgewezen. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding, nu niet is gebleken dat het verzuim tegen een eerdere datum is ingetreden.

De proceskosten zullen worden gecompenseerd nu partijen over en weer in het (on)gelijk worden gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- stelt de verdeling van de tot de nalatenschap van erflaatster behorende goederen, aangehouden bij de Fortis Bank, aldus vast dat van het bedrag van € 3.796,78 aan eiseres, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ieder ¼ deel en aan de overige erven ieder 1/12 deel wordt toebedeeld;

- veroordeelt [gedaagde 1] om ter uitvoering van de hiervoor vastgestelde verdeling:

1. een bedrag van € 3.796,78 te voldoen op de betreffende bankrekening althans op de derdenrekening van de advocaat van eiseres, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 17 september 2009 tot aan de dag van de algehele voldoening;

2. op eerste verzoek zijn medewerking te verlenen aan de verdeling van de nalatenschap en de opheffing van de rekening bij de Fortis Bank, op straffe van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag dat hij hiermee in gebreke blijft tot een maximum van € 2.500,00;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.