Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BM5913

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-04-2010
Datum publicatie
27-05-2010
Zaaknummer
168431 / FA RK 10-1204
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bopz: Verzoek te laat, geneeskundige verklaring geheeld door aanvulling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

voorlopige machtiging na inbewaringstelling

zaak-/rekestnr.: 168431 / FA RK 10-1204

beschikking van de enkelvoudige kamer van 29 april 2010,

betreffende

[naam],

geboren op [datum] 1961,

hierna: betrokkene,

wonende te [plaats],

thans verblijvende in het [naam], afdeling PAAZ te [plaats],

advocaat mr. M. de Klerk, kantoorhoudende te Velserbroek.

1 Procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 9 april 2010 op de griffie van de rechtbank ontvangen verzoek van de officier van justitie van dezelfde datum tot het doen voortduren van het verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis, met bijlagen;

- de geneeskundige verklaring van 7 april 2010, ingekomen op 13 april 2010;

- het behandelingsplan van 15 maart 2010, ingekomen op 14 april 2010;

- de ter zitting van 29 april 2010 overgelegde verklaring van de geneesheer-directeur;

- het verhandelde ter zitting van 29 april 2010, waar betrokkene is bijgestaan door

mr. M. de Klerk.

2 Beoordeling

2.1 De machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis is op 18 maart 2010 verleend voor de duur van drie weken, te weten tot 9 april 2010. Gelet op hetgeen in artikel 31, tweede lid van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) is bepaald en het feit dat het verzoekschrift van de officier van justitie tot het doen voortduren van het verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis (voorlopige machtiging) op 9 april 2010 is ingediend, stelt de rechtbank vast dat het aanhangige verzoek een dag te laat is ingediend.

2.2 Het feit dat de officier van justitie het verzoekschrift niet voor het einde van de geldigheidsduur van de voorafgaande machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling heeft ingediend, staat niet in de weg aan verlening van de verzochte voorlopige machtiging. Wel staat het door wettelijke termijnen beschermde belang van betrokkene eraan in de weg dat de voorlopige machtiging wordt verleend voor een langere duur dan verzocht, te rekenen vanaf de datum waarop de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling is verstreken.

2.3 Bij het verzoekschrift is de geneeskundige verklaring van 7 april 2010 van de psychiater dr. [naam] overgelegd. Gelet op hetgeen in artikel 31, eerste lid, juncto artikel 16, eerste lid, tweede volzin Wet Bopz is bepaald, dient de geneeskundige verklaring afkomstig te zijn van de geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis waarin de betrokkene is opgenomen. De geneesheer-directeur heeft ter zitting van 29 april 2010 verklaard dat hij de bevindingen van dr. [naam] volledig onderschrijft en waartoe hij ook een schriftelijke verklaring heeft afgegeven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de geneesheer-directeur daarmee blijk gegeven van zijn instemming met – en van zijn verantwoordelijkheid voor – de bevindingen van de rapporterende psychiater.

De raadsman van betrokkene heeft ter zitting aangegeven het aan de geneeskundige verklaring klevend gebrek door de verklaring van de geneesheer-directeur als geheeld te beschouwen.

2.4 De rechtbank stelt vast dat de aangevulde geneeskundige verklaring, de gegevens bevat die zij nodig heeft voor verlening van de verzochte machtiging en dat deze gegevens door de bevoegde autoriteit zijn verstrekt. De rechtbank kan daarom haar oordeel baseren op de geheelde geneeskundige verklaring.

2.5 Uit de overgelegde stukken (waaronder het opgemaakte behandelingsplan) en het verhandelde ter zitting, blijkt dat betrokkene door een stoornis van de geestvermogens gevaar veroorzaakt, welk gevaar niet kan worden afgewend door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis.

Betrokkene geeft onvoldoende blijk van de nodige bereidheid tot verblijf aldaar.

2.6 Gelet op het bovenoverwogene en het verzoek van de behandelend psychiater ter zitting om de machtiging voor de duur van drie maanden te verlenen, zal het verzoek aldus worden toegewezen, met dien verstande dat de ingangsdatum wordt bepaald op 8 april 2010 zodat de voorlopige machtiging geldt tot 8 juli 2010.

3 Beslissing

De rechtbank:

Verleent machtiging tot het doen voortduren van het verblijf van betrokkene in een

psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van drie maanden, met ingang van 8 april 2010 tot 8 juli 2010.

Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Otter, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van A. Hausenblasová, griffier, op 29 april 2010.