Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BM5906

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
27-04-2010
Datum publicatie
27-05-2010
Zaaknummer
455128 AO VERZ 10-87
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsrelatie. Kort dienstverband. Geen aanleiding voor vergoeding met correctiefactor 10.

Werkneemster, 29 jaar oud en sedert maart 2008 als stewardess in dienst bij KLM, meldt in december 2008 bij haar leidinggevende een klacht over discriminatoire bejegening door een co-piloot. KLM neemt de klacht in behandeling, maar verzuimt werkneemster inzicht te geven in de actie die jegens de co-piloot is genomen. KLM legt de weigering van werkneemster om met de co-piloot in gesprek te gaan, uit als gebrek aan zelfreflectie en wijzigt de in december 2008 uitgesproken intentie van een onbepaalde tijdscontract in een voorwaardelijke verlenging voor bepaalde tijd. KLM trekt dit besluit later in.

Na een periode van arbeidsongeschiktheid gaat werkneemster weer aan het werk. Zij klaagt vervolgens bij KLM over onheuse en discriminatoire opmerkingen door collega's, maar wil geen namen noemen. In augustus 2009 richt werkneemster zich tot de Commissie Gelijke Behandeling. In december 2009 wordt werkneemster tijdens een vlucht door de captain geschorst wegens gezagsondermijning en het in gevaar brengen van de flight safety. In maart 2010 oordeelt de Commissie Gelijke Behandeling dat KLM in strijd met het verbod van victimisatie heeft gehandeld door terug te komen op de eerder uitgesproken intentie om het jaarcontract van werkneemster om te zetten in een vast contract. Volgens de commissie ontbreekt ieder ander bewijs van benadeling van verzoekster.

De kantonrechter is van oordeel dat KLM de kiem heeft gelegd voor de verstoring van de arbeidsrelatie, waardoor een aanzienlijk hogere vergoeding dan een neutrale vergoeding in de rede ligt. De door werkneemster gestelde “pesterijen en intimidaties en het niet oplossen van situaties waardoor zij zich geïntimideerd en gevictimiseerd voelde” zijn naar het oordeel van de kantonrechter echter niet aannemelijk geworden. Toegewezen wordt een vergoeding van € 4.500,00 bruto (factor C = 2).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0469
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 455128/ AO VERZ 10-87

datum uitspraak: 27 april 2010

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.

te Amstelveen

verzoekster

hierna: KLM

gemachtigde: mr. M. Veerman-Dijkstra

tegen

[verweerster]

te [woonplaats]

verweerster

hierna: [verweerster]

gemachtigde: mr. A.M. Mellema

De procedure

Op 10 februari 2010 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van KLM. [verweerster] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 19 april 2010. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigde van KLM heeft pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

1. [verweerster], 29 jaar oud, is op 3 maart 2008 bij KLM in dienst getreden in de functie van cabin attendant voor de duur van één jaar, tegen een salaris van (laatstelijk) € 1.970,21 bruto per maand exclusief vakantiegeld en overige emolumenten.

2. Op 8 december 2008 heeft de leidinggevende van [verwee[AAA], Unit Manager (hierna: [AAA]), tijdens een zogenoemd 10-maanden gesprek aan [verweerster] doen weten dat KLM voornemens was haar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden.

3. Bij voornoemd gesprek heeft [verweerster] aan [AAA] gemeld dat zij tijdens een vlucht van 6 op 7 december 2008 door de co-pil[XXX] (hierna: [XXX]) op discriminatoire wijze was bejegend.

4. Op een zogenoemd IFR-formulier heeft [verweerster] ingevuld dat [XXX] tegen haar had gezegd: “Moest jij niet al met Sinterklaas terug in Spanje zijn”. [verweerster] heeft daarbij onder andere het volgende aangetekend:

Actually refering to me as being “zwarte piet” This is clearly a racist remark.

5. Op 6 januari 2010 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [AAA] en HR Manager [BBB] enerzijds en [verweerster] anderzijds.

6. Bij brief van 14 januari 2009 heeft [AAA] ter bevestiging van het gesprek van 6 januari 2009 onder meer het volgende aan [verweerster] medegedeeld:

Reden voor dit gesprek was tweeledig. Ten eerste wilden wij u informeren over de acties die wij hebben genomen met betrekking tot uw recentelijk geschreven discriminatieklacht [...] Ten tweede wilden wij in ons gesprek onze zorg uitspreken ten aanzien van uw weerbaarheid en zelfreflectie [...]

Ondergetekende heeft u een update gegeven ten aanzien van de acties die er vanuit het bedrijf zijn genomen met betrekking tot uw klacht. [...] heeft ondergetekende u meer informatie gegeven over hoe KLM met een klacht als deze omgaat en nogmaals benadrukt dat discriminatie onacceptabel is en dat het bedrijf iedere klacht hierover serieus neemt. We hebben nogmaals met u besproken welke acties er zijn uitgezet nadat uw klacht binnenkwam. Daarnaast hebben we u informatie gegeven ten aanzien van een door u verwachte terugkoppeling vanuit genoemde acties.

Tijdens het bespreken van bovenstaande gaf u aan zich te verbazen over het gegeven dat ondergetekende u heeft uitgenodigd voor een gesprek. De aandacht zou volgens u moeten liggen bij degene over wie u een klacht hebt geschreven.

[...] U kwam [...] uiterst defensief en niet zelfreflectief over. [...] Op basis van bovenstaande hebben wij het volgende met u afgesproken:

- U schrijft een persoonlijk Plan van Aanpak waarbij u ons aangeeft hoe u zich wilt ontwikkelen in uw zelfreflectie en persoonlijke en professionele ontwikkeling. [...]

Op voorwaarde van een positief advies vanuit het te plannen evaluatiegesprek [...] zijn wij voornemens uw huidige jaarcontract voor bepaalde tijd te verlengen.

7. Op 22 januari 2009 schrijft de gemachtigde van [verweerster] onder meer:

Uw suggestie aan cliënte om een op haar zelfreflectie en weerbaarheid gericht Plan van Aanpak te ontwikkelen [...] is onbegrijpelijk. Het zal toch niet zo zijn, dat KLM te boek wil komen te staan als de organisatie waarin haar personeel klachten over gedrag, dat niet door de beugel kan, niet in een veilige omgeving [...] kan benoemen, maar integendeel daarvoor wordt gestraft door het opleggen van maatregelen?

8. KLM bevestigt het gesprek van 26 januari 2009 aan [verweerster] onder meer als volgt:

U bent van mening dat in plaats van dat uw klacht serieus genomen is, u gestraft wordt voor het feit dat u een klacht heeft ingediend. [...] Wij hebben benadrukt dat de KLM sinds jaar en dag een strikt beleid voert ten aanzien van ongewenst gedrag, waaronder discriminatie op grond van [...] huidskleur [...] Volledig in lijn met dit KLM-beleid is uw klacht wel degelijk ook door de heer [AAA] zeer serieus genomen. Zo heeft hij naar aanleiding van uw klacht contact gehad met de vertrouwenspersoon voor Inflight Services en vervolgens uw klacht voorgelegd aan het betreffende management van de Vliegdienst. De first officer in kwestie, de heer [XXX], heeft zich bereid verklaard tot een persoonlijk gesprek met u. [...] Omdat tijdens het gesprek van 6 januari jl. gerezen twijfels mogelijk ook raken aan uw performance aan boord, is gemeend om de eerder uitgesproken intentie van een onbepaalde tijdscontract te moeten wijzigen in een voorwaardelijke verlenging voor bepaalde tijd. Wij hebben vastgesteld, dat dit gelet op alle aan de orde zijnde omstandigheden achteraf beschouwd niet handig is geweest. [...] De voorwaardelijke verlenging van uw contract is niet meer aan de orde.

9. Bij e-mailbericht van 6 april 2009 heeft KLM aan [verweerster] medegedeeld geen inhoudelijke terugkoppeling aan [verweerster] te kunnen geven over het gesprek met [XXX].

10. Op 3 maart 2009 is de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van [verweerster] omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

11. In april 2009 is [verweerster] uitgevallen wegens ziekte. Volgens de bedrijfsarts is er sprake van werkgerelateerde problematiek en komt de oorzaak van de klachten van [verweerster] voort uit de werksituatie.

12. KLM heeft bij brief van 17 juni 2009 een gesprek met [verweerster] van 10 juni 2009 onder andere als volgt aan haar bevestigd:

Het relaas betrof een aaneenschakeling van ervaringen, die als feiten werden gepresenteerd. Helaas werden er geen namen, data etc. vermeld. [...] Reden waarom naar de mening van KLM een en ander dan ook nader dient te worden onderzocht. Daarbij is de medewerking van uw cliënte onontbeerlijk.

13. Op 28 augustus 2009 heeft [verweerster] haar werkzaamheden voor KLM hervat.

14. Op 6 december 2009 is [verweerster] tijdens een vlucht door de captain op non-actief gesteld wegens het in gevaar brengen van de flight safety.

15. Op 7 december 2009 heeft KLM [verweerster], hangende het onderzoek naar het incident op 6 december 2009, geschorst.

16. Op 29 januari 2010 heeft KLM aan [verweerster] laten weten geen vertrouwen meer in de werkrelatie met [verweerster] te hebben wegens de ernst van het incident (gezagsondermijning met het in gevaar brengen van Flight Safety tot gevolg) en uw reactie hierop en een ontslagprocedure aangekondigd.

17. het oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling (hierna: CGB) van 29 maart 2010 op het verzoek van [verweerster] van 12 augustus 2009 luidt, voor zover van belang:

3.16 Vast staat dat in het gesprek van 6 januari 2009 de intentie om het jaarcontract van verzoekster om te zetten in een vast contract, zonder geldige reden omgezet is in een voorwaardelijke verlenging. [...] Als er problemen waren geconstateerd in de weerbaarheid en zelfreflectie van verzoekster, lag het op de weg van verweerster deze punten tijdens de 10-maanden gesprek aan de orde te stellen [...] Door daarentegen aanmerkingen van deze aard te verbinden aan verzoekster discriminatieklacht terwijl deze nog niet was afgehandeld, heeft verweerster [...] in strijd gehandeld met het verbod van victimisatie.

[...]

3.29 Alles overziende is de Commissie van oordeel dat niet meer is komen vast te staan dan dat verweerster jegens verzoekster in strijd met het verbod van victimisatie heeft gehandeld door terug te komen op een eerder gemaakte afspraak, zoals verwoord onder 3.16. Met betrekking tot de overige punten [...[ heeft verweerster [...] redelijke verklaringen gegeven [...] Ieder ander bewijs van benadeling van verzoekster ontbreekt.

Het verzoek

KLM verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden en subsidiair wegens veranderingen in de omstandigheden.

KLM stelt –samengevat – het volgende. [verweerster] heeft er blijk van gegeven niet bereid te zijn tot enige zelfkritiek en zelfreflectie. Ondanks de vele pogingen van KLM om het incident met [XXX] op een goede manier op te lossen, is [verweerster] blijven volharden in haar houding van wantrouwen jegens KLM. [verweerster] gaat onophoudelijk met collega’s en leidinggevenden in discussie over algemene onderwerpen, die zij ten onrechte op zichzelf betrekt. Een en ander is uiteindelijk geculmineerd in het Flight Safety incident van 6 december 2009. Gelet op de ernst van dat incident dient de arbeidsovereenkomst met [verweerster] primair te worden ontbonden op grond van een dringende reden.

Alle gebeurtenissen hebben ertoe geleid dat KLM het vertrouwen in [verweerster] heeft verloren. Dit brengt een zodanige verandering in de omstandigheden mee, dat de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn dient te worden ontbonden.

Voor toekenning van een vergoeding aan [verweerster] is geen grond, nu de verstoring van de arbeidsrelatie geheel aan haar te wijten is.

Het verweer

[verweerster] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. In de eerste plaats voert zij aan dat het in strijd is met het opzegverbod van artikel 8 jº 5 AWGB.

[verweerster] betwist dat zij op 6 december 2009 de Flight Safety in gevaar heeft gebracht. Tot op de dag van vandaag is haar niet duidelijk wat zij op 6 december 2009 verkeerd heeft gedaan. De verklaringen van de purser en de captain zijn in zo algemene termen gesteld dat daaruit niets valt af te leiden. Daar komt bij dat de captain is afgegaan op verklaringen van de purser terwijl hij zelf achter een dichte deur in de cockpit zat. Van een dringende reden om de arbeidsovereenkomst te ontbinden is dan ook geen sprake.

Evenmin is gebleken van een zodanige verandering in de omstandigheden dat van KLM niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [verweerster] voort te zetten. Mede gelet op het feit dat zij steeds goed heeft gefunctioneerd, begrijpt [verweerster] niet wat zij heeft misdaan dat KLM nu geen vertrouwen meer in haar heeft, terwijl zij vóór het incident met [XXX] nog voornemens was [verweerster] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden.

Subsidiair, voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerster] om toekenning van een vergoeding van € 21.279,46 bruto. Zij voert daartoe aan, dat de kern van de problemen die tussen partijen zijn ontstaan, ligt in de wijze waarop KLM de schuld van de gebeurtenis met co-piloot [XXX] bij [verweerster] heeft gelegd. In plaats van [verweerster] in bescherming te nemen, kreeg [verweerster] het verwijt dat zij zichzelf in een slachtofferrol plaatste en dat het haar ontbrak aan het vermogen tot zelfreflectie en aan weerbaarheid. Bovendien is [verweerster] na 6 januari 2009 bij herhaling het slachtoffer geweest van treiterijen en intimidaties door collega’s en leidinggevenden. Mede gelet op het feit dat [verweerster] nog steeds geen terugkoppeling van KLM heeft gekregen over de kwestie [XXX], rechtvaardigt dit alles een vergoeding met toepassing van de correctiefactor C = 10. Daar komt bij dat [verweerster] steeds een onberispelijk dienstverband met KLM heeft gehad en dat zij niet gemakkelijk bij een andere luchtvaartmaatschappij een functie zal vinden met net zulke gunstige arbeidsvoorwaarden als bij KLM. Onverkorte toepassing van de kantonrechterformule leidt in dit geval tot een onredelijke uitkomst, gelet op het korte dienstverband van [verweerster].

De beoordeling

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst

De kantonrechter stelt vast dat het verzoek geen verband houdt met een opzegverbod, nu niet is gebleken dat de grondslag van het ontbindingsverzoek is gelegen in het feit dat [verweerster] een beroep heeft gedaan op artikel 5 AWGB door een verzoek bij de Commissie Gelijke Behandeling in te dienen. Het hierop betrekking hebbende verweer wordt derhalve verworpen.

[verweerster] heeft desgevraagd ter zitting verklaard dat zij het moeilijk vindt om naar KLM terug te keren, omdat zij eraan twijfelt dat zij daar goed en veilig zal kunnen werken.

De kantonrechter is dan ook van oordeel dat er voldoende gewichtige redenen zijn om het dienstverband op korte termijn te doen eindigen wegens de verstoring van de arbeidsrelatie tussen partijen. De arbeidsovereenkomst tussen partijen zal daarom worden ontbonden tegen 15 mei 2010.

Vergoeding

Vooropgesteld wordt dat [verweerster] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de bron van de verstoring van de arbeidsrelatie gelegen is in de wijze waarop KLM is omgegaan met de klacht van [verweerster] over de bejegening door co-piloot [XXX]. KLM heeft zich er steeds, ook tijdens de mondelinge behandeling van het verzoekschrift, op beroepen dat zij de kwestie geheel volgens de daarvoor geldende regels heeft behandeld. Volgens KLM heeft zij aan [verweerster] duidelijk gemaakt dat ook KLM vond dat het gedrag van [XXX] niet door de beugel kon, en haar steeds een update gegeven van de acties die zij heeft ondernomen. Toen [verweerster] volhardde in haar weigering om met [XXX] een gesprek aan te gaan, was het duidelijk dat de zaak voor [verweerster] was afgedaan, aldus KLM.

Naar het oordeel van de kantonrechter miskent KLM met haar stellingname in de “kwestie [XXX]” dat zij niet heeft gedaan wat van haar als goed werkgever mocht worden verwacht. Het is een verplichting van KLM als werkgever om aan [verweerster], die met een serieuze klacht over discriminatoir gedrag bij haar is gekomen, terug te koppelen hoe zij die klacht inhoudelijk heeft behandeld en afgedaan. KLM stelt dat zij dit heeft gedaan, als blijkt uit de hierboven aangehaalde gespreksbevestiging van 14 januari 2009. Daaruit kan naar het orodeel van de kantonrechter evenwel niet worden afgeleid wat het resultaat is geweest van de confrontatie van [XXX] met zijn uitlating jegens [verweerster]. Door [verweerster] te bevestigen welke acties zij heeft uitgezet en te benadrukken dat discriminatie voor KLM onacceptabel is, heeft KLM nog niet aannemelijk gemaakt dat zij de reactie van [XXX] op de klacht aan [verweerster] heeft teruggekoppeld, laat staan dat KLM een eventuele sanctie heeft opgelegd en daarvan aan [verweerster] mededeling heeft gedaan. Door in reactie op de klacht aan [verweerster] over te brengen dat [XXX] een gesprek met haar wil voeren, en vervolgens de afwijzing van dit voorstel uit te leggen als niet-zelfreflectief, heeft KLM de kiem gelegd voor de verstoring van de arbeidsrelatie. Zoals in de daaropvolgende periode is gebleken, is het als gevolg hiervan veroorzaakte wantrouwen bij [verweerster] ernstig geëscaleerd, waarvoor KLM dan ook de verantwoordelijkheid draagt. Hiervan treft KLM een zodanig verwijt dat toekenning van een -aanzienlijke hogere dan een neutrale- vergoeding in de rede ligt.

Voor toekenning van een vergoeding aan [verweerster] in de orde van grootte zoals door haar verzocht, is echter geen (billijkheids)grond aan te wijzen. [verweerster] heeft tegenover KLM en ook in dit geding een aantal voorvallen van pestgedrag en discriminatoire opmerkingen van collega’s en leidinggevenden genoemd, maar het is bij die enkele stelling gebleven. KLM schrijft in de bevestiging van het gesprek van 10 juni 2009:

Het relaas betrof een aaneenschakeling van ervaringen, die als feiten werden gepresenteerd. Helaas werden er geen namen, data etc. vermeld (…) Reden waarom naar de mening van KLM een en ander dan ook nader dient te worden onderzocht. Daarbij is de medewerking van uw cliënte onontbeerlijk (..)

Door de gestelde incidenten niet met naam en toenaam te melden, heeft [verweerster] KLM ook niet in de gelegenheid gesteld deze meldingen van ongewenst gedrag te onderzoeken. Aldus zijn de door [verweerster] gestelde “pesterijen en intimidaties en het niet oplossen van situaties waardoor zij zich geïntimideerd en gevictimiseerd voelde” niet aannemelijk geworden.

Zoals door de Commissie gelijke Behandeling is geoordeeld heeft KLM wel laakbaar gehandeld door de toezegging aan [verweerster] om haar jaarcontract om te zetten in een vast contract om te zetten in een voorwaardelijke verlenging van de arbeidsovereenkomst. Ook dit getuigt niet van goed werkgeverschap, en heeft de arbeidsrelatie verder onder druk gezet.

Gelet op de hiervoor besproken omstandigheden, acht de kantonrechter het billijk om aan [verweerster] vanwege de ontbinding een vergoeding van € 4.500,00 bruto toe te kennen. KLM heeft geen vergoeding aangeboden, zodat zij in de gelegenheid zal worden gesteld het verzoek in te trekken.

Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking, omdat dit niet tot een andere beslissing leidt.

Vanwege de aard van deze procedure draagt iedere partij de eigen kosten.

De beslissing

De kantonrechter:

stelt partijen ervan in kennis van plan te zijn de arbeidsovereenkomst te ontbinden met ingang van 15 mei 2010 en aan [verweerster] ten laste van KLM een vergoeding toe te kennen zoals hierna is vermeld;

bepaalt dat KLM de gelegenheid heeft het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op 10 mei 2010 te 15.00 uur ter griffie ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan de wederpartij;

voor het geval KLM het verzoek niet intrekt wordt nu vast als volgt beslist:

ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van 15 mei 2010;

kent aan [verweerster] ten laste van KLM een vergoeding toe van € 4.500,00 bruto, ineens te voldoen, als aanvulling op een uitkering op grond van een sociale verzekeringswet of een lager inkomen uit arbeid;

veroordeelt KLM tot betaling van die vergoeding;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af wat meer of anders is verzocht;

voor het geval KLM het verzoek wel intrekt:

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Dubois, bijgestaan door drs. A.J. Verkruisen , griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.