Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BM5869

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
21-04-2010
Datum publicatie
26-05-2010
Zaaknummer
428625- CV EXPL 09-6407
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eisers hebben in 2007 met Transavia overeenkomsten van personenvervoer door de lucht in de zin van artikel 8:1390 BW gesloten. Transavia heeft de vlucht van eisers geannuleerd en eisers omgeboekt naar een andere vlucht. Eisers zijn ongeveer 6 uren later dan de oorspronkelijk geplande tijd op de plaats van bestemming (Allicante) geland. Eisers vorderen veroordeling van Transavia tot betaling van een compensatie van € 400,00 per passagier, overeenkomstig artikel 5 en 7 van de Verordening (EG) nr. 61/2004.

De kantonrechter verklaart eisers niet ontvankelijk in hun vorderingen, omdat deze na afloop van de in artikel 8:1835 BW genoemde vervaltermijn van twee jaren zijn ingesteld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2010/146 met annotatie van P.J.M. Ros
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 428625 / CV EXPL 09-6407

428632 / CV EXPL 09-6411

428664 / CV EXPL 09-6429

428695 / CV EXPL 09-6441

datum uitspraak: 21 april 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER in de gevoegde zaken van 21 oktober 2009

in de zaak met zaak/rolnr.: 428625 / CV EXPL 09-6407 van

[eiser 1]

[eiser 2]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [eisers 1 en 2]

hierna gezamenlijk met de andere eisende partijen te noemen de passagiers

gemachtigde Wiggers van Meggelen Gerechtsdeurwaarders & Incasso

tegen

de commanditaire vennootschap met een beherende vennoot

TRANSAVIA AIRLINES C.V.

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Transavia

gemachtigden mr. R.L.S.M. Pessers en mr. A.K. Sjouw

in de zaak met zaak/rolnr.: 428632 / CV EXPL 09-6411 van

[eiser 3]

[eiser 4]

te [woonplaats]

eisende partijen

hierna te noemen [eisers 3 en 4]

hierna gezamenlijk met de andere eisende partijen te noemen de passagiers

gemachtigde Wiggers van Meggelen Gerechtsdeurwaarders & Incasso

tegen

de commanditaire vennootschap met een beherende vennoot

TRANSAVIA AIRLINES C.V.

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Transavia

gemachtigden mr. R.L.S.M. Pessers en mr. A.K. Sjouw

in de zaak met zaak/rolnr.: 428664 / CV EXPL 09-6429 van

[eiser 5]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [eiser 5]

hierna gezamenlijk met de andere eisende partijen te noemen de passagiers

gemachtigde Wiggers van Meggelen Gerechtsdeurwaarders & Incasso

tegen

de commanditaire vennootschap met een beherende vennoot

TRANSAVIA AIRLINES C.V.

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Transavia

gemachtigden mr. R.L.S.M. Pessers en mr. A.K. Sjouw

en in de zaak met zaak/rolnr.: 428695 / CV EXPL 09-6441 van

[eiser 6]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [eiser 6]

hierna gezamenlijk met de andere eisende partijen te noemen de passagiers

gemachtigde Wiggers van Meggelen Gerechtsdeurwaarders & Incasso

tegen

de commanditaire vennootschap met een beherende vennoot

TRANSAVIA AIRLINES C.V.

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Transavia

gemachtigden mr. R.L.S.M. Pessers en mr. A.K. Sjouw

De verdere procedure in de zaken 428625/CV EXPL 09-6407,

428632/CV EXPL 09-6411, 428664/CV EXPL 09-6429 en 428695/CV EXPL 09-6441

Bij vonnis van 21 oktober 2009 in het incident tot voeging heeft de kantonrechter de zaken met bovenvermelde zaak-/rolnummers gevoegd. De kantonrechter verwijst voor de loop van de procedure tot dan toe en de vordering van de passagiers naar dat vonnis. Transavia heeft schriftelijk geantwoord. Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, hebben de passagiers schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna Transavia nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.

De feiten in de zaken 428625/CV EXPL 09-6407, 428632/CV EXPL 09-6411,

428664/CV EXPL 09-6429 en 428695/CV EXPL 09-6441

1. De passagiers hebben met Transavia een overeenkomst gesloten op grond waarvan Transavia de passagiers tegen betaling op 7 april 2007 om 12.00 uur lokale tijd per vliegtuig van Eindhoven, Nederland naar Alicante, Spanje zou vervoeren. De afstand van deze vlucht is 1.538 km.

2. Op de overeenkomst zijn de door Transavia gehanteerde algemene voorwaarden van toepassing. Hierin is onder meer opgenomen:

“Artikel IX (…) De vervoerder is gerechtigd om een vlucht te doen uitvoeren door een andere Vervoerder en/of met een ander luchtvaartuig en/of vervoermiddel, zonder dat daarvan voorafgaand schriftelijk kennis dient te worden gegeven. (…)

Artikel XV (…) Elk recht op schadevergoeding vervalt indien geen vordering wordt ingesteld binnen 2 jaar vanaf de datum van aankomst op de bestemming, vanaf de datum dat het luchtvaartuig had moeten aankomen of vanaf de datum waarop het vervoer is geëindigd. (…)”

3. Transavia heeft de vlucht van de passagiers geannuleerd en de passagiers omgeboekt naar een andere vlucht met vertrektijd 17.40 uur. De passagiers zijn ongeveer 6 uren later dan de oorspronkelijk geplande tijd in Allicante geland.

4. De passagiers hebben zich op het standpunt gesteld dat Transavia gehouden is hen overeenkomstig artikel 5 en 7 van de Verordening (EG) nr. 61/2004 te compenseren, aangezien hun vlucht is geannuleerd. De onderhavige vorderingen tot –samengevat–betaling van een compensatie van € 400,00 per passagier, zijn daarop gestoeld.

Het verweer in de zaken 428625/CV EXPL 09-6407, 428632/CV EXPL 09-6411,

428664/CV EXPL 09-6429 en 428695/CV EXPL 09-6441

Transavia betwist de vorderingen. Zij voert aan dat de passagiers niet ontvankelijk zijn in hun vorderingen, omdat zij hun vordering na het verstrijken van de vervaltermijn hebben ingesteld. Op de tussen partijen gesloten overeenkomsten zijn het Verdrag van Montréal (hierna: het VvM) en artikel 8:1835 BW van toepassing, waarin een vervaltermijn van twee jaar is opgenomen. In de algemene voorwaarden van Transavia is deze vervaltermijn herhaald. Deze termijn is gaan lopen op 7 april 2007 en is op 6 april 2009 verstreken. Transavia is op 19 juni 2009 gedagvaard. Stuiting van een vervaltermijn is niet mogelijk, zodat de passagiers hun vordering te laat hebben ingesteld.

Nu Transavia betwist gehouden te zijn enige compensatie te betalen, betwist zij tevens de wettelijke rente. Tot slot betwist Transavia de buitengerechtelijke kosten. Deze zijn niet gespecificeerd en vallen onder een eventueel toe te wijzen proceskostenveroordeling.

De beoordeling van het geschil in de zaken 428625/CV EXPL 09-6407,

428632/CV EXPL 09-6411, 428664/CV EXPL 09-6429 en 428695/CV EXPL 09-6441

1. De kantonrechter zal de passagiers niet ontvankelijk verklaren in hun vorderingen omdat deze - zoals Transavia terecht heeft gesteld - na afloop van een vervaltermijn van twee jaren, en derhalve te laat, zijn ingesteld. Ter toelichting dient het volgende.

2. Partijen hebben overeenkomsten gesloten die zijn aan te merken als overeenkomsten van personenvervoer door de lucht in zin van artikel 8:1390 BW, zoals de passagiers ook zelf bij dagvaarding hebben gesteld. Weliswaar hebben zij bij conclusie van repliek betwist dat zij dergelijke overeenkomsten hebben gesloten, maar dit standpunt hebben zij onvoldoende onderbouwd. Vast staat immers dat Transavia de passagiers uitsluitend door de lucht heeft vervoerd, zoals ook door partijen was beoogd bij het sluiten van de overeenkomsten en zoals Transavia als luchtvaartmaatschappij gewoonlijk pleegt te doen. Dat in artikel XV van de algemene voorwaarden staat dat Transavia zich het recht voorbehoud om passagiers met andere vervoersmiddelen dan met een luchtvaarttoestel te vervoeren, doet hier niet aan af.

3. Nu partijen overeenkomsten hebben gesloten in de zin van artikel 8:1390 BW, is de in artikel 8:1835 BW opgenomen vervaltermijn van twee jaar van toepassing. Deze vervaltermijn geldt immers voor iedere vordering terzake van een overeenkomst van luchtvervoer en vangt aan met de dag volgend op de dag van aankomst van het luchtvaarttuig ter bestemming of de dag, waarop het luchtvaartuig had moeten aankomen of vanaf de onderbreking van het luchtvervoer. De onderhavige vorderingen zijn niet binnen deze termijn ingesteld, zodat zij zijn vervallen. De overige stellingen en weren op dit punt, waaronder de stelling dat de betreffende algemene voorwaarden van Transavia onredelijk bezwarend zou zijn, behoeven geen bespreking. In het onderhavige geval wordt immers reeds op grond van de wet geoordeeld dat sprake is van een vervaltermijn van twee jaren.

4. De passagiers hebben nog aangevoerd dat het beroep van Transavia op een vervaltermijn in strijd zou zijn met de processuele goede trouw. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijzen de passagiers naar het vonnis van 6 mei 2009 van de kantonrechter met betrekking tot dezelfde vlucht als in deze procedure. Dit vonnis is in gezag van gewijsde gegaan. Nu Transavia het vonnis van 6 mei 2009 blijkbaar naast zich neerlegt en weigert om daar verder gevolg aan te geven door de passagiers op dezelfde vlucht niet te compenseren conform gewoonte, wet en jurisprudentie, handelt Transavia in strijd met de processuele goede trouw en dient haar verweer te worden afgewezen, aldus de passagiers.

5. De kantonrechter deelt dit standpunt niet. Het vonnis van 6 mei 2009 is gewezen tussen de partijen Transavia, Maertens en Neggers en heeft alleen rechtskracht tussen deze partijen. De passagiers kunnen daarom geen rechtstreekse rechten ontlenen aan dit vonnis. Niet gebleken is dat partijen hebben afgesproken dat de onderhavige vorderingen conform het vonnis van 6 mei 2009 worden afgewikkeld. De passagiers hebben gesteld dat partijen hebben afgesproken één zaak bij wijze van proefproces aan te brengen, maar Transavia heeft dit betwist en de passagiers hebben hun stelling niet feitelijk onderbouwd -zij hebben geen correspondentie, gespreksverslagen of enig ander bewijs overgelegd waaruit deze afspraak zou blijken- noch concreet bewijs aangeboden. Tot slot overweegt de kantonrechter dat het de passagiers, bijgestaan door raadslieden, vrijstond om Transavia tijdig te dagvaarden, teneinde hun vorderingsrechten zeker te stellen. Dat de (gemachtigden van de) passagiers dat hebben nagelaten, komt voor hun risico.

6. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de passagiers niet ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vorderingen. De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat deze in het ongelijk worden gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

in de zaken 428625/CV EXPL 09-6407

- verklaart [eisers 1 en 2] niet ontvankelijk in hun vorderingen;

- veroordeelt [eisers 1 en 2] hoofdelijk tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Transavia tot en met vandaag worden begroot op € 200,00 aan salaris van de gemachtigde en verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.

in de zaken 428632/CV EXPL 09-6411

- verklaart [eisers 3 en 4] niet ontvankelijk in hun vorderingen;

- veroordeelt [eisers 3 en 4] hoofdelijk tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Transavia tot en met vandaag worden begroot op € 200,00 aan salaris van de gemachtigde en verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.

in de zaken 428664/CV EXPL 09-6429

- verklaart [eiser 5] niet ontvankelijk in zijn vorderingen;

- veroordeelt [eiser 5] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Transavia tot en met vandaag worden begroot op € 120,00 aan salaris van de gemachtigde en verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.

in de zaken 428695/CV EXPL 09-6441

- verklaart [eiser 6] niet ontvankelijk in zijn vorderingen;

- veroordeelt [eiser 6] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Transavia tot en met vandaag worden begroot op € 120,00 aan salaris van de gemachtigde en verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. Boom en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.