Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BM2540

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
11-03-2010
Datum publicatie
27-04-2010
Zaaknummer
454639/VV EXPL 10-36
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Werknemer vordert, na twee jaar arbeidsongeschiktheid, wedertewerkstelling in zijn functie op de vestiging waar hij voorafgaande aan zijn arbeidsongeschiktheid werkzaam was. Werkgever voert aan dat eiser geen (spoedeisend) belang heeft bij zijn vordering, omdat hij thans weer werkzaam is in zijn oude functie op een andere standplaats en werkgever hem heeft toegezegd dat wanneer de re-integratie succesvol is, hij in die functie ergens bij werkgever geplaatst zal worden.

De kantonrechter is van oordeel dat werkgever, door uitsluitend op basis van niet bekende criteria te bepalen of de re-integratie al dan niet succesvol is, terwijl ook niet op voorhand duidelijk is waar en op welke voorwaarden eiser vervolgens zal worden geplaatst, handelt in strijd met goed werkgeverschap. Gelet op de omstandigheden van het geval kan van werkgever redelijkerwijs worden verlangd werknemer op zijn oude standplaats te laten re-integreren. De vordering wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2010/109
AR-Updates.nl 2010-0383
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

Zaak/rolnummer: 454639/VV EXPL 10-36

Datum uitspraak: 11 maart 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

[eiser]

wonende te [woonplaats],

eiser,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. J.M.J. Langelaar,

tegen

de naamloze vennootschap TECHNO SERVICE NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

hierna te noemen: TSN,

gemachtigde: mr. V.F.M. Jongerius.

De procedure

[eiser] heeft TSN op 11 februari 2010 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 maart 2010. De gemachtigden hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

a. [eiser], geboren op 6 maart 1966, is sinds 1 juli 1995 bij TSN in dienst in de functie van monteur, tegen een salaris van € 1.777,23 bruto per maand, exclusief vakantiegeld. Hij was werkzaam op de werkplaats in Haarlem.

b. Op 16 januari 2007 heeft [eiser] zich ziek gemeld wegens letsel aan zijn linkerpols dat hij tijdens zijn werk, door het optillen van een zware accu, had opgelopen.

c. Arbeidsdeskundige H. Koster heeft in een rapport van 20 juni 2008 geconcludeerd dat [eiser] wegens beperkte belastbaarheid van de linkerhand en –pols ongeschikt is voor zijn eigen werk of ander werk bij TSN en dat hij zal moeten worden herplaatst in een andere functie bij een andere werkgever.

d. Op 4 juli 2008 hebben TSN en [eiser] een Bijstelling Plan van Aanpak WIA getekend, waarin is opgenomen dat re-integratie in de eigen functie niet mogelijk is en dat [eiser] zal worden aangemeld bij een re-integratiebureau.

e. Sinds november 2008 heeft [eiser] in opdracht van TSN steeds andere werkzaamheden op andere locaties voor TSN verricht.

f. Bij brief van 23 januari 2009 heeft de gemachtigde van [eiser] jegens TSN aanspraak gemaakt op (primair) de met hem overeengekomen passende vervangende werkzaamheden en (subsidiair) een andere structurele terugkeer in een passende functie bij TSN.

g. In zijn beslissing van 30 januari 2009 heeft het UWV TSN verplicht tot doorbetaling van loon omdat TSN niet voldoende heeft gedaan om [eiser] te re-integreren. Volgens UWV had TSN bij het ontbreken van duurzame herplaatsingsmogelijkheden binnen het eigen bedrijf het 2e spoor tijdig moeten inzetten, hetgeen is nagelaten.

h. Op 5 februari 2009 wordt [eiser] door TSN op non-actief gesteld omdat hij goederen van TSN gestolen zou hebben.

i. Bij brief van 19 mei 2009 heeft de Arbeidsinspectie ten aanzien van het polsletsel van [eiser] geconcludeerd: “Er is sprake van gezondheidsschade (beroepsziekte) na het tillen van een accu op 16 januari 2007.” Voorts is hierin vermeld: “Een degeneratieve scheur past bij overbelasting gedurende langere tijd, waarbij het plaatsen van een zware accu op 16 januari 2007 als luxerend moment kan worden gezien. (…) Gezien het voorgaande is er volgens de criteria van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) en gelet op artikel 9 van de Arbeidsomstandighedenwet (ongevallen en beroepsziekten) sprake van een beroepsziekte.”

j. Een door TSN ingediend verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [eiser] wordt bij beschikking van 29 mei 2009 door de kantonrechter afgewezen. Daarbij wordt overwogen dat de gestelde diefstal niet is bewezen. Voorts is onvoldoende gebleken dat [eiser] zijn verplichtingen inzake re-integratie niet is nagekomen. Ten slotte was volgens de kantonrechter het vertrouwen tussen partijen niet zodanig geschonden dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet meer mogelijk zou zijn.

k. Verder heeft de kantonrechter bij vonnis van 29 mei 2009 de door [eiser] ingediende vordering tot doorbetaling van loon toegewezen, maar de eveneens door [eiser] ingediende vordering tot wedertewerkstelling afgewezen. Daarbij heeft de kantonrechter overwogen dat, mede gelet op de medische toestand van [eiser], onduidelijk is of er voor hem bij TSN passende werkzaamheden beschikbaar zijn.

l. Bij brief van 11 juni 2009 heeft [eiser] zich uitdrukkelijk beschikbaar gehouden voor passende arbeid en aanspraak gemaakt op terugkeer in zijn eigen functie of in een andere passende functie. Voorts heeft hij kenbaar gemaakt het 2e spoor alleen onder protest te volgen.

m. Arbeidsdeskundige F. Schellevis heeft in een op verzoek van [eiser] opgemaakt rapport van 12 augustus 2009 geconcludeerd dat gelet op de beperkte belastbaarheid van de linkerhand en –arm de eigen functie niet passend is.

n. Evenwel heeft de bedrijfsarts, B. Dekker, op 13 augustus 2009 vastgesteld dat [eiser] vanaf 11 augustus 2009 voor 90% arbeidsgeschikt is. Volgens de bedrijfsarts is er weliswaar een lichte beperking van de belastbaarheid van de linker pols, maar hiermee zou [eiser] grotendeels wel zijn eigen werkzaamheden kunnen uitoefenen. De bedrijfsarts adviseert tot een gesprek over werkhervatting.

o. Naar aanleiding van voormeld oordeel van de bedrijfsarts heeft [eiser] per e-mail meerdere keren verzocht om wedertewerkstelling in zijn oude functie en heeft hij ook gesolliciteerd op andere functies bij TSN. TSN heeft vastgehouden aan het door haar ingezette 2e spoor en de sollicitaties afgewezen.

p. In november 2009 heeft [eiser] een klacht ingediend bij de door TSN ingestelde klachtcommissie tegen zijn leidinggevende [XXX] en de betrokken HRM-medewerkster, [YYY].

q. Bij brief van 2 december 2009 heeft TSN aan [eiser] geschreven: “Mijns inziens is TSN u tegemoet gekomen door een andere arbeidsdeskundige dan de heer Koster een arbeidsdeskundige onderzoek te laten uitvoeren, tevens heb ik aangegeven dat als uit de drie onderzoeken blijkt dat u weer monteurswerkzaamheden zou kunnen verrichten, TSN er alles aan zal doen om u intern te herplaatsen in de functie van monteur.”

r. In een rapport van arbeidsdeskundige W. Bonnenberg van 9 december 2009 is opgenomen: “Ik kan niet met stelligheid concluderen dat werknemer al dan niet geschikt is voor het eigen werk in aangepaste vorm; er is geen toegang tot de werkplek geboden.

Er lijkt verder sprake van een gerezen arbeidsconflict zonder duidelijke medische oorzaak en UWV, afdeling Arbeidsgeschiktheid, zal geen uitspraak m.b.t. dit conflict kunnen doen. De beschikbare informatie, w.o. de taakbelasting van een tweetal CBBS-functies doet wel vermoeden dat het – met een redelijkerwijs van de werkgever te vergen aanpassing – mogelijk moet zijn het eigen werk uit te voeren. (…) Met het niet nader kunnen uitvoeren van een onderzoek valt (ook) geen uitspraak te doen m.b.t. door werknemer genoemd magazijnwerk. V.w.b. het eventueel alsnog inzetten van mediation als middel om de verstoorde arbeidsrelatie te normaliseren, geldt dat werkgever hieraan niet wil meewerken. Opgemerkt wordt op dit punt dat de bedrijfsarts van de Arbo Unie stelt dat de arbeidsverhouding “op enigszins gespannen voet staat”. Een dergelijke formulering sluit niet op voorhand herstel van de arbeidsrelatie uit.”

s. In een rapport van T. Pronk van 15 december 2009 is geadviseerd: : Cliënt moet fysiek in staat zijn zijn eigen werkzaamheden uit te voeren. In de praktijk zal moeten blijken of cliënt het daadwerkelijk ook kan. Aan de werkgever en werknemer is het om een passende oplossing/functie te zoeken voor de huidige situatie. Bij twijfel kan er een proefplaatsing of een praktijksimulatie overwogen worden. Cliënt en werkgever kunnen dan ervaren of de daadwerkelijke belasting past bij de huidige belastbaarheid.”

t. Arbeidsdeskundige S. Zomerdijk heeft in een rapport van 15 januari 2010 geconcludeerd: “De werknemer is geschikt voor het eigen werk bij de eigen werkgever. Gezien het feit dat er sprake is van een recent herstel en de lange duur van de arbeidsongeschiktheid is er naar mijn mening sprake van twijfel aan de duurzaamheid van de prestatie.”

u. Bij brief van 19 januari 2010 heeft TSN geschreven: “U wordt op proef geplaatst voor 3 maanden bij de TSN werkplaats in Amsterdam aan de Disketteweg 10. Het verloop van de re-integratie wordt tussentijds geëvalueerd op 16 februari 2010 en 16 maart 2010 met bovengenoemde medewerkers. Na de drie maanden wordt bij een succesvolle re-integratie een beslissing genomen over een definitieve plaatsing.”

De vordering

[eiser] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van TSN:

a. om aan [eiser] vanaf 11 januari 2010 te betalen en in het vervolg te blijven betalen het overeengekomen volledige salaris ter hoogte van € 1.777,23 bruto per maand te vermeerderen met vakantietoeslag;

b. [eiser] in staat te stellen zin eigen werkzaamheden als monteur voor 26 uur per week bij TSN te hervatten en uit te voeren op de vestiging Haarlem, eventueel en voor zover nodig met redelijkerwijs van TSN te vergen aanpassingen, rekening houdend met de overeengekomen werktijden, op straffe van een direct opeisbare en verbeurd zijnde dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag of gedeelte van de dag dat TSN in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

c. in de kosten van dit geding.

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij weer wil terugkeren in zijn functie van monteur op de vestiging Haarlem waar hij voorheen ook werkzaam was. Op grond van diverse onderzoeken is inmiddels komen vast te staan dat [eiser] weer in staat moet worden geacht zijn oude functie van monteur uit te voeren. TSN is verplicht [eiser] op structurele wijze te laten re-integreren in zijn oude functie en tevens gehouden om, nu het polsletsel is ontstaan door de werkzaamheden, eventueel noodzakelijke aanpassingen te doen. Het stellen van voorwaarden, zoals de proefplaatsing op een andere locatie waarbij uitsluitend TSN bepaalt of de re-integratie succesvol is en de definitieve plaatsing nog onzeker is, is in de gegeven omstandigheden onredelijk en onzorgvuldig jegens [eiser].

Nu TSN blijft weigeren [eiser] tewerk te stellen op de werkplaats Haarlem en hem in een onzeker situatie laat verkeren, heeft [eiser] spoedeisend belang bij de door hem gevraagde voorzieningen.

Het verweer

TSN betwist de vordering. Zij stelt dat [eiser] bij de vordering tot doorbetaling van loon geen (spoedeisend) belang heeft omdat TSN het overeengekomen loon zal blijven doorbetalen zolang [eiser] zijn werkzaamheden in Amsterdam blijft uitvoeren. Bij de vordering tot wedertewerkstelling heeft [eiser] geen (spoedeisend) belang in die zin dat hij thans weer werkzaam is in zijn oude functie en TSN hem heeft toegezegd dat wanneer de re-integratie succesvol is, hij in die functie ergens bij TSN geplaatst zal worden. Het gaat dan nog slechts om de standplaats. TSN is van mening dat van haar redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat zij [eiser] terugplaatst naar Haarlem, omdat aldaar de arbeidsverhoudingen verstoord zijn, de werkzaamheden in Amsterdam beter passen bij de beperkte belastbaarheid van [eiser] en [eiser] gelet op het eerder ingezette 2e spoor ook geen aanspraak kan maken op terugkeer in Haarlem.

De beoordeling

De gevorderde voorlopige voorziening komt slechts voor toewijzing in aanmerking als in dit geding aan de hand van de feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een soortgelijke vordering van [eiser] zal worden toegewezen. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat dit het geval is.

Uitgangspunt is dat ingevolge artikel 7:658a BW op TSN een actieve plicht tot re-integratie in de eigen functie rust en voorts dat zij zich op grond van artikel 7:611 BW jegens [eiser] als een goed werkgever dient te gedragen.

De kantonrechter stelt vast dat partijen aanvankelijk voor ogen hadden om het 2e spoor in te zetten omdat er in 2008 vanuit werd gegaan dat het gelet op de beperkingen die [eiser] toen had, niet mogelijk was hem bij TSN te re-integreren. Het UWV heeft vervolgens geoordeeld dat TSN onvoldoende had gedaan aan die re-integratie op het 2e spoor. Bovendien ontstond in 2009 een nieuwe situatie omdat bleek dat het letsel aan de pols en hand van [eiser] zodanig was hersteld dat in elk geval volgens de bedrijfsarts terugkeer in de oude functie, wellicht met enige aanpassingen, mogelijk was. [eiser] zelf had voordien al aangegeven dat hij terug wilde keren in zijn oude functie (of een andere passende functie bij TSN) en dat hij slechts onder protest nog meewerkte aan het 2e spoor. Inmiddels hebben drie andere deskundigen ook bevestigd dat [eiser] zou kunnen terugkeren in zijn functie van monteur.

Gelet op die (deels gewijzigde) omstandigheden mocht TSN niet meer blijven vasthouden aan het 2e spoor en kan zij zich er thans ook niet meer op beroepen dat [eiser] door in 2008 in te stemmen met het 2e spoor en/of door mee te werken aan het uitvoeren van werkzaamheden op andere locaties als het ware afstand heeft gedaan van zijn vaste standplaats Haarlem.

De stelling van TSN dat [eiser] geen belang heeft bij zijn vorderingen omdat hij thans, weliswaar in Amsterdam, in zijn oude functie van monteur werkzaam is en TSN hem heeft toegezegd dat hij bij een succesvolle re-integratie structureel bij één van de vestigingen van TSN in de functie van monteur zal worden geplaatst, wordt gepasseerd. In de gegeven omstandigheden, waaronder begrepen de lange voorgeschiedenis, handelt TSN in strijd met goed werkgeverschap indien uitsluitend door haar, op basis van niet bekende criteria, zal worden bepaald of de re-integratie al dan niet succesvol is, terwijl ook niet op voorhand duidelijk is waar en op welke voorwaarden [eiser] vervolgens zal worden geplaatst.

De vraag is vervolgens of redelijkerwijs van TSN kan worden gevergd dat zij [eiser] terugplaatst in Haarlem. Voor het antwoord op die vraag is relevant dat blijkens de beslissing van het UWV TSN de re-integratie van [eiser] niet op de juiste wijze heeft opgepakt, dat [eiser] vanaf november 2008 ondanks zijn protesten steeds in andere tijdelijke, en vaak ook niet passende, functies is geplaatst (wat niet aansluit op een structurele re-integratie) en dat TSN niet vlot en adequaat heeft gereageerd op de e-mails van [eiser] in verband met het werkhervattingadvies van de bedrijfsarts. Gelet hierop kan thans redelijkerwijs van TSN worden verlangd dat zij [eiser] laat re-integreren in Haarlem. Daar voerde hij voorheen immers zijn werkzaamheden uit en gelet op de kortere reistijd en de opvang van zijn kinderen heeft [eiser] ook belang bij die standplaats. Terugplaatsing in Haarlem past ook bij de re-integratie in de eigen functie, waaronder naar het oordeel van de kantonrechter ook is begrepen re-integratie op de oude standplaats.

Voor zover sprake zou zijn van een verstoring van de arbeidsverhoudingen, is het aan TSN om hiervoor een oplossing te zoeken. Die verstoring is immers veeleer ontstaan door toedoen van TSN dan door [eiser]. Dat [eiser] naar aanleiding van het uitblijven van een reactie op zijn redelijke verzoeken om contact over werkhervatting gebruik heeft gemaakt van een bij TSN bestaande klachtmogelijkheid, kan aan hem niet worden tegengeworpen, net zo min als het feit dat hij juridische procedures tegen TSN heeft aangespannen teneinde zijn rechten op loonbetaling en werkhervatting veilig te stellen. Bovendien is [eiser] steeds bereid geweest mee te werken aan normalisatie van de arbeidsverhoudingen, terwijl TSN suggesties van [eiser] daartoe, zoals gesprekken of mediation, heeft afgewezen.

De stelling van TSN dat de werkzaamheden in Amsterdam fysiek lichter en daarom beter geschikt zijn voor [eiser], is door [eiser] betwist en door TSN niet nader onderbouwd, zodat de kantonrechter daaraan voorbij gaat. Daar komt bij dat in elk geval arbeidsdeskundige Bronnenberg, net als de bedrijfsarts eerder had gedaan, heeft vastgesteld dat in verband met de fysieke beperkingen van [eiser] mogelijk slechts enkele redelijkerwijs van TSN te vergen aanpassingen noodzakelijk zijn. Derhalve moet ook Haarlem als een geschikte standplaats worden beschouwd.

De slotsom is dan ook dat het gevorderde zal worden toegewezen, waaronder begrepen de loonvordering. Uit de stellingen van TSN volgt immers dat het loon van [eiser] alleen zal worden betaald zolang [eiser] in Amsterdam werkt, terwijl uit de toewijzing van de vordering van [eiser] voortvloeit dat hij in Haarlem wordt tewerkgesteld.

De proceskosten komen voor rekening van TSN, omdat zij in het ongelijk zal worden gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt TSN bij wijze van voorlopige voorziening:

a. om aan [eiser] vanaf 11 januari 2010 te betalen en in het vervolg te blijven betalen het overeengekomen volledige salaris ter hoogte van € 1.777,23 bruto per maand te vermeerderen met vakantietoeslag;

b. om [eiser] in staat te stellen zin eigen werkzaamheden als monteur voor 26 uur per week bij TSN te hervatten en uit te voeren op de vestiging Haarlem, eventueel en voor zover nodig met redelijkerwijs van TSN te vergen aanpassingen, rekening houdend met de overeengekomen werktijden, op straffe van een direct opeisbare en verbeurd zijnde dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag of gedeelte van de dag dat TSN in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

- veroordeelt TSN tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiser] tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 94,93

vastrecht € 208,00,

salaris gemachtigde € 400,00;

te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer RBS 56.99.90.629 ten name van MvJ arrondissement Haarlem onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, bijgestaan door mr. K. Wolt, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.