Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BM2521

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
01-02-2010
Datum publicatie
27-04-2010
Zaaknummer
448930-VV EXPL 09-346
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gezagvoerder bij de KLM vordert in kort geding, na met succes een behandeling te hebben ondergaan in verband met zijn alcoholverslaving, toelating tot de voor de terugkeer als gezagvoerder Boeing 777 benodigde training en tests en de wedertewerkstelling na de voltooiing van deze training en tests, op straffe van een dwangsom. Eerder verzoek van KLM tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met eiser is afgewezen, omdat niet naar objectieve maatstaven kon worden geoordeeld dat het vertrouwen in eiser onherstelbaar en definitief is beschadigd.

De kantonrechter is van oordeel dat eiser, gelet op de afwijzing van het ontbindingsverzoek en in aansluiting op het beleid van KLM dat als uitgangspunt heeft ervoor te zorgen dat de voormalig alcoholverslaafde (opnieuw) goed kan blijven functioneren in zijn/haar functie, alsmede het lange vlekkeloze dienstverband van eiser, een laatste kans verdient om zijn werkzaamheden als gezagvoerder Boeing 777 weer te kunnen uitvoeren. De vordering wordt toegewezen. De kantonrechter ziet in de opstelling van de KLM aanleiding voor oplegging van een dwangsom.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2010/108
AR-Updates.nl 2010-0384
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

Zaak/rolnummer: 448930/VV EXPL 09-346

Datum uitspraak: 1 februari 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

[eiser]

wonende te [woonplaats],

eiser,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. J.W. Stam,

tegen

de naamloze vennootschap KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

gedaagde,

hierna te noemen: KLM,

gemachtigde: mr. P.G. Vestering.

De procedure

[eiser] heeft KLM op 4 januari 2010 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 januari 2010. De gemachtigden hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

a. [eiser], 50 jaar oud, is sinds 23 november 1981 bij KLM in dienst, laatstelijk in de functie van Gezagvoerder Boeing 777 tegen een salaris van € 17.577,99 bruto per maand, exclusief emolumenten.

b. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor KLM-vliegers op vleugelvliegtuigen van toepassing. In artikel 6.4 van deze CAO staat onder meer:”(2) Het is de vlieger verboden alcohol te gebruiken binnen 10 uur vóór de aanvang van een vlucht waarvoor hij als werkend bemanningslid is ingedeeld, (…). (3) Overmatig gebruik van alcohol is de vlieger verboden binnen 24 uur vóór de aanvang van een vlucht waarvoor hij als werkend bemanningslid is ingedeeld, (…).”

c. In Hoofdstuk 1.5.1. van het Vademecum Vliegend Personeel staat onder meer: “Uit het oogpunt van veiligheid en met het oog op de benodigde tijd voor zowel absorptie als oxydatie van alcohol, is van 24 uur tot 10 uur voor het begin van een vlucht of reservedienst overmatig gebruik van alcohol voor vliegend personeel verboden. Als richtlijn hiervoor kunnen de volgende maxima worden genoemd: (…) vier glazen bier “.

d. Op 3 juli 2009 stond [eiser] ingeroosterd voor een vlucht van Schiphol naar Dar es Salaam. Toen [eiser] zich omstreeks 8:15 uur op Schiphol meldde, heeft een veilig-heidsmedewerker aan hem gevraagd of hij alcohol had genuttigd. [eiser] heeft hierop ontkennend geantwoord. [eiser] is verder gegaan met de vluchtvoorbereidingen en heeft de senior purser en de purser over de vlucht gebriefd.

e. KLM Security Services heeft [eiser] vervolgens verzocht mee te werken aan een blaastest. Bij de blaastest om 9:10 uur is een waarde van 0,99 promille gemeten. Bij een tweede blaastest om 9.40 uur is een waarde van 0,90 promille gemeten. [eiser] heeft om 14:10 uur meegewerkt aan een bloedtest, waarbij een waarde van 0,28 promille is gemeten.

f. KLM heeft [eiser] diezelfde dag een vliegverbod opgelegd en hem geschorst hangende verder onderzoek.

g. Eveneens op 3 juli 2009 heeft [eiser] een verklaring afgelegd ten behoeve van bovenvermeld onderzoek, onder meer als volgt: (…) Donderdag 02 juli 2009 heb ik vanaf 16:00 uur tot 23:00 uur 12 flesjes “Brand”bier genuttigd. Tot 10 uur voor de melding van een vlucht mag er geen alcohol meer genuttigd worden. Hier heb ik mij aan gehouden (…)”.

h. [eiser] heeft op 8 juli 2009 contact opgenomen met zijn leidinggevende en meegedeeld een alcoholverslaving te hebben.

i. [eiser] heeft op 9 juli 2009 telefonisch contact opgenomen met de bedrijfsarts.

j. Bij brief van 20 juli 2009 heeft KLM aan [eiser] geschreven het dienstverband te willen beëindigen.

k. Sinds 21 juli 2009 is [eiser] onder behandeling bij de Radboudkliniek in Nijmegen.

l. Op 22 juli 2009 heeft de bedrijfsarts [eiser] bij de keuringsarts van het Aeromedisch instituut als “vliegongeschikt” gemeld met de volgende medische informatie: “Bij de heer [eiser] is circa 2 weken geleden binnen de gestelde limieten een verhoogd alcoholpercentage aangetroffen. Achteraf blijkt dat betrokkene chronisch een extreem alcoholgebruik had.(…) Inmiddels is betrokkene nu wel duidelijk geworden dat hij een alcoholverslaving heeft. (…) Tot dusver werkt de heer [eiser] zeer constructief mee aan de gegeven adviezen en geeft aan abstinent te zijn zonder problemen. (…)”.

m. De brief van 30 juli 2009 van de Inspectie Verkeer en Waterstaat - hierna te noemen: IVW- aan [eiser] luidt onder meer: “(…) Volgens de JAR-FCL bent u ongeschikt tot de behandeling (…) is afgesloten en er uit bloedonderzoeken blijkt dat u geen alcohol meer gebruikt. Daarna kan aan u weer een medische verklaring met een multi-pilot restrictie verstrekt worden met de verplichting om nog enkele jaren regelmatig de resultaten van bloedonderzoeken te overleggen. (…)”.

n. Op 1 september 2009 heeft de bedrijfsarts als volgt gerapporteerd: “(…) De heer [eiser] heeft zich zodra de situatie van zijn ziekte hem duidelijk is geworden onder behandeling gesteld. (…) In de verwachting dat de behandeling aanslaat lijkt de prognose op termijn goed. (…)”.

o. Prof. dr. C.A.J. de Jong van de Radboudkliniek schrijft eind juli 2009 aan [eiser] in zijn samenvatting en conclusie van de met hem en zijn vrouw op 20 en 27 juli 2009 gevoerde gesprekken onder meer: “(…) Nu pas lijkt u zich te realiseren dat uw alcoholgebruik buitensporig is geweest. De conclusie is dat er bij u sprake is van alcoholverslaving, die we tegenwoordig opvatten als een chronische ziekte. (…)”.

p. [eiser] heeft deelgenomen aan het ASG-traject, waarin in samenwerking met de Radboudkliniek in Nijmegen vliegers worden begeleid in het oplossen van een alcoholprobleem. Deze behandeling heeft twaalf weken geduurd.

q. Op 3 augustus 2009 heeft KLM een verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter ingediend. Als grondslag van het verzoek heeft KLM aangevoerd dat zij door de gebeurtenissen op en rond 3 juli 2009 het vertrouwen in [eiser] is kwijtgeraakt.

r. [eiser] heeft een verweerschrift ingediend.

s. Bij beschikking van 29 september 2009 heeft de kantonrechter het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst afgewezen. De kantonrechter heeft in de beschikking onder meer het volgende overwogen: “(…) 5. Naar het oordeel van de kantonrechter kan -op dit moment- niet naar objectieve maatstaven worden geoordeeld dat het vertrouwen in [eiser] voor KLM onherstelbaar en definitief beschadigd is. 6. Hoewel [eiser] op 3 juli 2009 de verantwoordelijkheden die zijn verbonden aan zijn positie als gezagvoerder op grove wijze heeft geschonden, moet deze ernstige misstap worden beoordeeld in het licht van het kort daarna bij hem gerezen besef dat hij aan een alcoholverslaving leed en nog lijdt. [eiser] heeft zich direct na de bewustwording van zijn alcoholproblematiek en de daarmee samenhangende gevolgen voor zijn positie bij KLM bovendien onmiddellijk onder behandeling laten stellen om van de verslaving af te komen en volgens de behandelaars tot op heden met succes. [eiser] heeft -blijkens regelmatige bloedcontrole- na 3 juli 2009 niet meer gedronken en is van plan abstinent te blijven. 7. Uit de gedragingen van [eiser] na 3 juli 2009 moet worden afgeleid dat hij er binnen zijn vermogen alles aan doet om zijn ziekte te overwinnen. Medisch gezien wordt deze doelstelling ook ondersteund. De bedrijfsarts concludeert in het plan van aanpak voor re-integratie op 1 september 2009: In de verwachting dat de behandeling aanslaat lijkt de prognose op termijn goed. Het advies van de bedrijfsarts luidt dan ook dat het einddoel is gericht op werkhervatting in de eigen functie. 8. De omstandigheid dat [eiser] eenmalig een zo ernstige misstap heeft gemaakt, is in het licht van zijn getoonde inzet en inspanningen gericht op herstel, en in aanmerking genomen zijn blanco voorgeschiedenis en een 28-jarig dienstverband, naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende zwaarwegend om een definitieve vertrouwensbreuk te staven. Hierbij weegt in aanzienlijke mate mee dat van KLM als goed werkgever verwacht mag worden dat zij [eiser] ondersteuning biedt bij de aanpak van zijn alcoholprobleem. Door dit na te laten en de deur naar voortzetting van het dienstverband onmiddellijk dicht te doen, heeft KLM zich niet als een zorgvuldig werkgever gedragen. In dit verband geldt dat de vliegveiligheid feitelijk niet in het geding is geweest, en dat er voorheen niet is gebleken van enige hapering in het functioneren van [eiser]. Aldus kan naar het oordeel van de kantonrechter op dit moment de door KLM gestelde vertrouwensbreuk niet definitief worden gerechtvaardigd.(…)”.

t. In een op 1 september 2009 opgemaakte probleemanalyse WIA heeft de bedrijfsarts bij advies voor het plan van aanpak re-integratie aangekruist: Werkhervatting in de eigen functie.

u. In een brief van 10 november 2009 heeft KLM aan [eiser] geschreven: In dit gesprek hebben wij u medegedeeld dat KLM van mening blijft dat u niet terug kunt keren in uw functie als vlieger. Zoals in de ontbindingsprocedure ook door KLM is aangevoerd, is KLM het daarvoor benodigde vertrouwen in u verloren. Dat het ontbindingsverzoek door de kantonrechter is afgewezen maakt dat niet anders.

v. IVW heeft op 17 november 2009 besloten om [eiser] een nieuw medisch brevet toe te wijzen. Daarbij is vermeld: Op 10 november 2009 kreeg ik een melding van het Aeromedisch Instituut dat u weer geschikt bent om te vliegen na een psychiatrische behandeling vanwege een alcoholverslaving. U had zich onder behandeling laten stellen van een psychiater. Volgens de JAR-FCL was u ongeschikt tot de behandeling door de psychiater was afgesloten en er uit bloedonderzoeken bleek dat u geen alcohol meer gebruikt. Uit de bloedonderzoeken blijkt inderdaad dat u gestopt bent met het gebruik van alcohol, zodat aan u weer een medische verklaring met een multi-pilot restrictie verstrekt kan worden.

Wel dient u 2 jaar lang maandelijks het CDT in het bloed te laten bepalen om te kunnen controleren of er geen terugval in uw situatie plaats vindt.

w. In Hoofdstuk 1.5.1. van het Vademecum Vliegend Personeel staat vermeld: Er bestaat bij KLM ARBO Services een vaste werkwijze bij deze problematiek. Vanzelfsprekend is het uitgangspunt daarbij een adequate behandeling in te (laten) stellen en te zorgen dat betrokkene (opnieuw) goed kan blijven functioneren in zijn/haar functie.

De vordering

[eiser] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van KLM:

a. om binnen 2 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis [eiser] toe te staan de noodzakelijke training en tests (prof check) ten behoeve van de aantekening Boeing 777 in de Flight Simulator te laten ondergaan (in overleg met de trainingsmanager Boeing 777 van KLM en in het bijzijn van een vertegenwoordiger van VNV) en al hetgeen te doen dat nodig is om [eiser] in zijn gebruikelijke functie als Gezagvoerder Boeing 777 te laten werken, hieronder begrepen op korte termijn te voorzien in alle voorgeschreven opleidingen/ trainingen;

b. om [eiser], wanneer aan de voorgeschreven opleiding/trainingseisen is voldaan, weer in te roosteren als Gezagvoerder Boeing 777 op intercontinentale vluchten volgens het normale routeschema en gebruikelijke verdeling onder andere Gezagvoerders Boeing 777, waarbij de eerste vlucht binnen 10 dagen na het voltooien van de opleiding/training zal plaatsvinden;

c. om te bepalen dat KLM bij het niet nakomen van het voorgaande een dwangsom zal verbeuren van € 50.000,-- voor iedere dag dat zij in gebreke is.

d. althans voorzieningen te treffen, zoveel mogelijk in de lijn met en de strekking van de hiervoor gevorderde voorzieningen.

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij weer wil terugkeren in zijn functie van Gezagvoerder Boeing 777. Die terugkeer is ook in lijn met de beschikking van de kantonrechter te Haarlem en de toepasselijke bepalingen in de Cao (inclusief de daarbij behorende aanhangsels) en in het Vademecum. Hij heeft zich enorm ingespannen om zo snel mogelijk te re-integreren. Nu hij zijn medisch brevet van IVW heeft ontvangen en de alcoholverslaving is behandeld, staat niets aan terugkeer in zijn oude functie in de weg. Hij blijft onder controle van IVW en hij zal de komende twee jaren regelmatig worden gecontroleerd. Hij heeft besloten om nooit meer alcohol te drinken. Er bestaat geen reële kans op recidive, te meer omdat de diepere oorzaak van het probleem is aangepakt. [eiser] heeft zich bereid verklaard om mee te werken aan alcoholtesten en herhalingscursussen om daarmee elke twijfel bij KLM over de veiligheid weg te nemen. Ook is hij bereid om een korte periode niet als gezagvoerder te vliegen, maar als tweede piloot en om eventueel enige tijd met een vaste co-piloot te vliegen.

In een op 6 november 2009 door partijen gevoerd gesprek heeft KLM [eiser] laten weten dat zij niet voornemens is om hem ooit te laten terugkeren in de cockpit van een KLM vliegtuig en dat KLM - indien zij door een rechter gedwongen zou worden om hem in zijn eigen functie te werk te stellen - hem een lege indeling zou verstrekken, zodat hij feitelijk niet meer zou vliegen. KLM wil alleen praten over een beëindiging van het dienstverband of een terugkeer in een functie op de grond. Dit standpunt van KLM vindt [eiser] onredelijk. KLM handelt daarmee in strijd met het Vademecum, dat een terugkeer in de eigen functie mogelijk maakt.

Het verweer

KLM betwist de vordering en voert aan dat zij als vliegmaatschappij meeromvattende belangen te behartigen heeft. Zij is wettelijk verplicht in te staan voor de veilige vluchtuitvoering, ten opzichte van de autoriteiten, haar passagiers en bemanning. KLM is na afweging van alle belangen tot de slotsom gekomen dat zij onvoldoende vertrouwen heeft in [eiser] als piloot. Weliswaar heeft [eiser] zijn medisch brevet terug en lijkt zijn alcoholmisbruik thans onder controle, maar er is een groot risico dat hij in de toekomst toch weer alcohol gaat gebruiken.

Bij KLM is een vliegbrevet (inclusief medisch brevet) niet meer dan een startbewijs. KLM dient ook zelf de overtuiging te hebben dat een vlieger in staat is op een veilige manier te vliegen. De teruggaaf van het vliegbrevet aan [eiser] hoeft naar de mening van KLM dan ook niet te leiden tot een terugkeer naar zijn functie in de cockpit. De internationale regels sluiten herplaatsing na problematisch alcoholgebruik weliswaar niet uit, maar een automatisme is dit evenmin. Vastgesteld dient eerst te worden dat er naar alle waarschijnlijkheid geen veiligheidsrisico is. Sommige vliegtuigmaatschappijen hanteren het beleid dat bij een (ernstige) overschrijding van de alcohollimiet, direct ontslag volgt. Zo is bijvoorbeeld bij Alaska Airlines bepaald dat voor een piloot die zich meldt voor dienst met een alcoholpromillage van 0,4 of hoger direct ontslag volgt.

De omstandigheden zijn zodanig dat KLM er onvoldoende vertrouwen in heeft dat [eiser] in de toekomst steeds veilig vluchten kan uitvoeren als piloot. [eiser] heeft niet alleen de regels betreffende alcoholgebruik overtreden, maar hij heeft op 3 juli 2009 tot 3x toe ontkend alcohol te hebben gebruikt. Waar [eiser] zelf een belangrijke eigen verantwoordelijkheid had, heeft hij die verantwoordelijkheid niet genomen. Daardoor is de vliegveiligheid wel in gevaar geweest. [eiser] was op 3 juli 2009 al in stap 3 van het aanmeldproces. Indien de beveiligingsmedewerker minder oplettend was geweest, dan was [eiser] gewoon in het vliegtuig gestapt. KLM kent de zogenaamde “not fit to fly”-procedure. Deze procedure biedt de piloot de zeer laagdrempelige mogelijkheid om zich tijdig zonder opgaaf van redenen voor een vlucht af te melden als hij twijfelt of hij in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren. [eiser] had van deze mogelijkheid gebruik moeten maken. [eiser] heeft echter zijn alcoholgebruik op verschillende manieren verborgen gehouden. Hij dronk al langer overmatig. Als hij bij de jaarlijkse medische keuring het juiste aantal alcoholeenheden per dag had opgegeven, had hij eerder geholpen kunnen worden. Juist de omstandigheid dat [eiser] zijn alcoholgebruik heeft ontkend, niet wilde inzien dat hij een alcoholprobleem had en zelf geen hulp heeft gevraagd, maakt dat KLM geen vertrouwen meer in [eiser] heeft. Het risico bestaat immers dat wanneer hij in de toekomst weer te veel alcohol heeft gebruikt, hij dit niet uit zich zelf zal melden zeker nu hij zich zelf daarmee in een onhoudbare positie zal brengen.

[eiser] zal zijn leven lang gevoelig blijven voor alcohol. Piloten werken voortdurend in een omgeving met prikkels tot het gebruik van alcohol en er is dus een verhoogd risico op alcoholgebruik. In het algemeen helpt KLM (conform de regeling in het Vademecum) piloten die een alcoholprobleem hebben en sluit zij een terugkeer in de functie niet uit. [eiser] is echter te ver gegaan zonder zelf zijn probleem te onderkennen. [eiser] is weliswaar bereid om mee te werken aan alcoholtests en herhalingscursussen, maar een sluitend systeem in dat opzicht is echter onmogelijk. KLM is niet in staat vliegers voorafgaand aan elke vlucht te testen op alcohol. KLM acht een terugkeer van [eiser] als piloot derhalve onverantwoord. KLM verzoek een eventuele dwangsom te beperken en te maximeren.

De beoordeling

De gevorderde voorlopige voorziening komt slechts voor toewijzing in aanmerking als in dit geding aan de hand van de feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een soortgelijke vordering van [eiser] zal worden toegewezen. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat dit het geval is.

Uitgangspunt is dat de kantonrechter in de beschikking van 29 september 2009 de door KLM verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft afgewezen, omdat niet naar objectieve maatstaven kon worden geoordeeld dat het vertrouwen in [eiser] onherstelbaar en definitief is beschadigd. Uit die beslissing moet naar het oordeel van de kantonrechter worden afgeleid dat [eiser] uiteindelijk weer in zijn eigen functie zal moeten terugkeren. Dat volgt ook uit het advies van de bedrijfsarts van 1 september 2009, waarin is opgenomen dat het einddoel is gericht op werkhervatting in de eigen functie. Voorts sluit dit aan op het beleid zoals weergegeven in het Vademecum (zie vaststaande feiten onder w.).

Op grond van hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd, staat vast dat [eiser] sinds 3 juli 2009 abstinent is, dat hij een behandeling tegen zijn alcoholverslaving met succes heeft afgerond en dat hij zijn medisch brevet weer terug heeft gekregen. Dat laatste kon alleen nadat was vastgesteld dat de vliegveiligheid niet in gevaar komt. Er hebben zich verder geen nieuwe omstandigheden voorgedaan waardoor het vertrouwen van KLM opnieuw geschaad kan zijn.

KLM voert evenwel aan dat zij een eigen verantwoordelijkheid voor de vliegveiligheid heeft en dat zij op grond daarvan een eigen afweging mag maken, net zoals elke vliegtuigmaatschappij dat op haar eigen manier doet. Uit die afweging volgt volgens KLM dat het risico van een nieuw alcoholmisbruik door [eiser] niet is uit te sluiten. Hoe groot dit risico is, valt thans niet vast te stellen. [eiser] heeft, gelet op de gang van zaken op 3 juli 2009, blijk gegeven van onvoldoende zelfinzicht en discipline en daardoor is het onverantwoord om [eiser] opnieuw te laten vliegen. Volgens KLM volgt uit hetgeen op 3 juli 2009 (en daarvoor) is gebeurd dat wanneer [eiser] weer met alcohol de fout in gaat, hij dit verborgen zal houden, waardoor de vliegveiligheid in gevaar komt.

Dit verweer moet worden verworpen. [eiser] heeft destijds weliswaar blijk gegeven van onvoldoende zelfinzicht en discipline, maar dat is nu juist kenmerkend voor mensen die een alcoholverslaving hebben. Dat [eiser] niet eerder heeft ingezien dat hij een alcoholverslaving had, dat hij daarvan niet eerder melding aan de KLM heeft gedaan en dat hij de effecten van overmatig alcoholgebruik verkeerd heeft ingeschat, kan hem, gelet op het ziektebeeld, niet zodanig ernstig worden aangerekend dat hij op grond daarvan nooit meer mag vliegen. Ook de stelling dat [eiser] de “not fit to fly-procedure” had moeten volgen, wordt gepasseerd. [eiser] voelde zich op dat moment immers in staat om te vliegen. Dat [eiser] bij de jaarlijkse medische keuringen gelogen zou hebben over het aantal door hem gebruikte alcoholeenheden per dag is in deze procedure niet aannemelijk geworden.

Voorts heeft [eiser] het nodige gedaan om de zorgen van KLM ten aanzien van de vliegveiligheid te verminderen. Een van de door IVW gestelde voorwaarde aan het op 17 november 2009 toegewezen medisch brevet is dat [eiser] gedurende twee jaar maandelijks het CDT in het bloed dient laten te bepalen om te kunnen controleren of er geen terugval in zijn situatie plaats vindt. Tot op heden heeft [eiser] wekelijks zijn bloed laten testen en hij is bereid daarmee door te gaan. [eiser] heeft verder aangegeven dat hij daarnaast bereid is om zijn volledige medewerking te verlenen aan eventuele door KLM uit te (laten) voeren alcohol-testen en er geen bezwaar tegen te hebben als KLM hem voor elke vlucht laat controleren.

Ook is hij bereid om gedurende een periode met een vaste co-piloot te vliegen, die hem voor wat betreft het gebruik van alcohol zou kunnen controleren.

KLM heeft gesteld dat een controle voor iedere vlucht niet haalbaar is, maar dat is naar het oordeel van de kantonrechter een omstandigheid die voor rekening van KLM dient te komen. KLM heeft angst voor een mogelijke terugval van [eiser]. [eiser] geeft haar een reële mogelijkheid om die angst grotendeels weg te nemen en KLM dient daarvan gebruik te maken.

Kortom, de (voorheen) aan alcohol verslaafde [eiser] loopt weliswaar een groter risico weer in de fout te gaan, maar dat risico is kenbaar en daarmee ook controleerbaar, mede door gebruik te maken van de door [eiser] aangeboden controle-instrumenten. Bovendien weet [eiser] als geen ander dat hij zich op dit terrein geen enkele fout meer kan veroorloven.

Dat andere vliegtuigmaatschappijen wellicht een strenger beleid voeren bij problematisch alcoholgebruik van hun piloten vormt geen rechtvaardiging voor de door KLM gemaakte afweging dat [eiser] als piloot niet meer te vertrouwen is. KLM voert een dergelijk beleid blijkens het overgelegde Vademecum immers niet. Daaruit volgt immers dat gewerkt wordt aan hervatting van de oude functie. Gelet op hetgeen de kantonrechter hiervoor heeft overwogen, valt niet in te zien, waarom KLM in de situatie van [eiser] van haar vaste werkwijze afwijkt.

Gelet op voormelde omstandigheden en het lange vlekkeloze dienstverband dat [eiser] voor zijn misstap had opgebouwd, is de kantonrechter voorshands van oordeel dat [eiser] een laatste kans verdient om zijn werkzaamheden als gezagvoerder Boeing 777 weer te kunnen uitvoeren. De kantonrechter zal de gevorderde toelating tot de voor de terugkeer als gezagvoerder Boeing 777 benodigde training en tests en de wedertewerkstelling na de voltooiing van deze training en tests toewijzen.

Mede op grond van de reactie van KLM op de tijdens de mondelinge behandeling gestelde vraag wat zij met een toewijzend vonnis zou gaan doen en de onder u. geciteerde brief, oordeelt de kantonrechter een dwangsom op zijn plaats. De kantonrechter ziet aanleiding om de gevorderde dwangsom te matigen en te maximeren.

De proceskosten komen voor rekening van KLM, omdat zij in het ongelijk zal worden gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt KLM bij wijze van voorlopige voorziening:

a. om [eiser] binnen twee dagen na betekening van dit vonnis toe te staan de noodzakelijke training en tests (prof check) ten behoeve van de aantekening Boeing 777 in de Flight Simulator te ondergaan, dit in overleg met de trainingmanager Boeing 777 van KLM en in het bijzijn van een vertegenwoordiger van VNV en tevens om al hetgeen te doen wat nodig is om [eiser] in zijn gebruikelijke functie als Gezagvoerder Boeing 777 te laten werken, hieronder begrepen op korte termijn te voorzien in alle voorgeschreven opleidingen/trainingen;

b. om [eiser], wanneer aan de voorgeschreven opleiding/trainingseisen is voldaan, concreet als Gezagvoerder Boeing 777 in te roosteren voor zijn gebruikelijke vluchten,

te weten intercontinentale vluchten volgens het normale routeschema voor Boeing 777

en gebruikelijke verdeling onder de andere Gezagsvoerders Boeing 777,

waarbij zijn eerste intercontinentale vlucht binnen 10 dagen na het voltooien van de opleiding/training zal plaatsvinden;

- bepaalt dat KLM een dwangsom verbeurt van € 5.000,-- voor iedere dag dat deze de hiervoor (bij a. en b.) gegeven beslissingen niet nakomt, tot een voorlopig maximum van

€ 300.000,-- ;

- veroordeelt KLM tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiser] tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 87,39,

vastrecht € 110,00,

salaris gemachtigde € 400,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, bijgestaan door mr. W.G. van Gastelen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.