Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BM2046

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-02-2010
Datum publicatie
22-04-2010
Zaaknummer
451922/VV EXPL 10-13
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Werknemer van een bagageafhandelingbedrijf op Schiphol is op staande voet ontslagen wegens verdenking van het plegen van diefstal uit bagage. Werknemer betwist zich aan diefstal te hebben schuldig gemaakt en vordert in kort geding wedertewerkstelling en doorbetaling van salaris.

De kantonrechter is van oordeel dat de geconstateerde onregelmatigheden van dien aard zijn dat deze, gelet op de aard van het werk van eiser en de noodzakelijke vertrouwensrelatie, het ontslag op staande voet rechtvaardigen. Nu juist die onregelmatigheden de reden zijn geweest voor het ontslag, moet dit ontslag vooralsnog als een rechtsgeldig ontslag worden beschouwd waardoor de arbeidsovereenkomst ten einde is gekomen. De vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0367
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

Zaak/rolnummer: 451922/VV EXPL 10-13

Datum uitspraak: 12 februari 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

[eiser]

wonende te [woonplaats],

eiser,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. C.M.E. Schreinemacher,

tegen

de besloten vennootschap MENZIES AVIATION (AVIATION) B.V.,

gevestigd te Luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde,

hierna te noemen: Menzies,

gemachtigde: mr. L.M. van der Sluis.

De procedure

[eiser] heeft Menzies op 26 januari 2010 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 februari 2010. De gemachtigden van partijen hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

a. [eiser], geboren op 2 augustus 1962, is bij (de rechtsvoorgangster van) Menzies in dienst getreden op 2 februari 1998, aanvankelijk voor bepaalde tijd. Op 1 februari 2001 is de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voortgezet. Laatstelijk was [eiser] werkzaam als bagagemedewerker.

b. Het laatstgenoten salaris bedroeg € 2.033,- per maand, vermeerderd met onregelmatigheidstoeslag en vakantiegeld.

c. In de arbeidsovereenkomst is bepaald:

“Medewerker is ermee bekend dat hij in het kader van de uitoefening van zijn werkzaamheden dient te beschikken over een door de N.V. Luchthaven Schiphol te verstrekken Toegangsbewijs Luchthaven Schiphol (de zogenaamde Schipholpas). (…) Indien die pas door de N.V. Luchthaven Schiphol wordt ingenomen, zal dat een dringende reden in de zin van artikel 7:677 BW jo artikel 7:678 BW vormen en zal Werkgever Medewerker op staande voet ontslaan.” Een zelfde bepaling was ook in de eerste arbeidsovereenkomst tussen partijen opgenomen.

d. Een van de kernactiviteiten van Menzies is de bagageafhandeling van passagiers op Schiphol. Eind maart / begin april 2009 is Menzies een campagne gestart om haar personeel ervan te doordringen dat onregelmatigheden bij de bagageafhandeling niet zullen worden getolereerd. In dat kader zijn posters opgehangen met daarop vermeld: “Kom niet in de verleiding, neem je werk niet mee naar huis, Zero Tolerance.”

e. Wegens klachten van passagiers over vermiste goederen en naar aanleiding van een tip dat medewerkers van Menzies zich schuldig zouden maken aan diefstal, is Menzies in samenwerking met de Koninklijke Marechaussee (KMAR) een onderzoek gestart. Bij dat onderzoek is onder meer gebruik gemaakt van camera’s.

f. Op 14 december 2009 heeft de KMAR zes medewerkers van Menzies aangehouden wegens verdenking van (betrokkenheid bij) diefstal uit de bagagekelders. Deze medewerkers zijn door Menzies ontslagen.

g. Op 21 december 2009 heeft Menzies van de KMAR een vertrouwelijk informatie rapport ontvangen, waarin is vermeld:

“Vanaf september 2009 is er door de brigade Recherche & Informatie van de Koninklijke Marechaussee district Schiphol onderzoek gedaan naar mogelijke, door medewerkers van de firma Menzies, gepleegde strafbare feiten op of nabij bagageafhandelingsband 39 in de bagagekelder van de luchthaven Schiphol. Ten aanzien van de in deze rapportage genoemde medewerkers is, op basis van opgenomen camerabeelden, sprake van een zogenaamde redelijke verdenking van enig strafbaar feit en worden zij derhalve als verdachte aangemerkt. Uit het onderzoek is in ieder geval aannemelijk geworden dat de navolgende medewerkers van de firma Menzies zich schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten, te weten diefstal al dan niet in vereniging, danwel gekwalificeerde verduistering danwel poging daartoe.”

[eiser] is als één van de verdachte medewerkers in het rapport opgenomen.

h. Nog diezelfde dag is [eiser] met de inhoud van voornoemd rapport geconfronteerd. Hij heeft iedere betrokkenheid bij bagagediefstal ontkend. [eiser] en de andere in het rapport genoemde verdachte medewerkers van Menzies zijn op 21 december 2009 op staande voet ontslagen. De Schipholpas is ingenomen.

i. Bij brief van 22 december 2009 heeft Menzies aan [eiser] bericht:

“(…) Op 21 december 2009 hebben wij van de Koninklijke Marechaussee Schiphol vernomen dat uit het onderzoek voornoemd het aannemelijk is dat u zich schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten in relatie tot bagage die aan anderen toebehoort. De Koninklijke Marechaussee Schiphol beroept zich onder meer op camerabeelden waaruit uw betrokkenheid blijkt. U weet dat wij onregelmatigheden met bagage hoog opnemen. Een ieder die ons zijn bagage toevertrouwd dient er van uit te gaan dat deze correct en conform de regels wordt behandeld. Onregelmatigheden met bagage van anderen is ten strengste verboden. (…) Wij hebben wij u aangegeven dat wij een brief hebben ontvangen waarin staat aangegeven dat er beelden zijn waaruit uw betrokkenheid blijkt. U bleef echter tijdens het gesprek ontkennen dat u zelf enige onregelmatigheid met de bagage van andere te hebben gepleegd. Uw reactie heeft ons er niet van kunnen overtuigen dat u in geen enkele relatie kan worden geplaatst dan wel op een rechtens te rechtvaardigen relatie staat met hetgeen de Koninklijke Marechaussee Schiphol ons heeft medegedeeld. Gezien uw door de Koninklijke Marechaussee aangegeven betrokkenheid bij onregelmatigheden op of nabij de bagageafhandelingsbanden zijn voor ons redenen het vertrouwen in u als medewerker en ook in de functie die u vervulde met onmiddellijke ingang opzeggen. Wij moeten nu eenmaal een medewerker ten volste kunnen vertrouwen.

Na afweging van alle belangen, dus zowel uw belangen als die van de organisatie, menen wij dat wij gerechtvaardigd de arbeidsovereenkomst met u met onmiddellijke ingang kunnen en ook in het bedrijfsbelang moeten beëindigen. Wij hebben u in het gesprek van 21 december 2009 dan ook medegedeeld dat wij de arbeidsovereenkomst met u met onmiddellijke ingang beëindigen.”

j. Bij brief van 23 december 2009 heeft de gemachtigde van [eiser] de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen en doorbetaling van salaris gevorderd. Aan [eiser] zou geen reden voor het ontslag zijn gegeven.

k. Op 13 januari 2010 hebben [XXX] en [YYY] van Menzies in aanwezigheid van notaris mr. P.M. Eversdijk de camerabeelden waarvan melding wordt gemaakt in het onder g. genoemde rapport, bekeken. Daarvan is door voornoemde notaris proces-verbaal opgemaakt, waarin is vermeld:

“Fragment 10 ( gedateerd eenentwintig november tweeduizend negen (21-11-2009), 18.10 uur) De heer … zit op een bagageband; een tas botst tegen hem op, hij bevoelt de tas en laat de tas vervolgens gaan. Hij pakt vervolgens een andere tas, en gaat zitten met deze tas op een kar en pleegt diverse handelingen met de tas. Een mij bekende heer [initialen] [eiser] komt eraan en pakt ook een bagagestuk van de band, gaat naast de heer … zitten en steekt zijn handen in het bagagestuk. (…)

Fragment 13 (gedateerd negentien november tweeduizend negen (19-11-2009), 16.11 uur) De heer … haalt een bagagestuk van de band, legt hem op een kar, en zit met zijn handen in het bagagestuk. Vervolgens pakt hij een bagagestuk van de kar en doorzoekt het bagagestuk. Een mij bekende heer … haalt iets uit een ander bagagestuk en geeft dit aan de heer … Ondertussen pakt de heer [eiser] een bagagestuk van de band, gooit dit op de grond tussen twee karren in, gaat erbij zitten, pleegt vervolgens onduidelijke handelingen en legt daarna het bagagestuk weer op de band.

Fragment 14 (gedateerd negentien november tweeduizend negen (19-11-2009), 17.13 uur) Er komt een mij onbekende man met een bagagestuk aangelopen. Hij gaat tussen twee karren zitten. De heer [eiser] komt ernaar toe en gaat op de bagageband zitten toekijken, terwijl de onbekende man het bagagestuk onderzoekt. De mij onbekende man geeft aan [eiser] een voorwerp; de heer [eiser] legt het op de bagageband. Een andere mij onbekende man haalt het voorwerp van de bagageband af en stopt het in zijn zak. Fragment 15 (gedateerd negentien november tweeduizend negen (19-11-2009), 15.43 uur) De heer [eiser] legt een bagagestuk van de band en legt die op een kar, trekt de rits open en steekt vervolgens zijn handen in het bagagestuk. En doet dit vervolgens nog een keer met andere bagagestukken.”

l. Het Openbaar Ministerie heeft [eiser] in deze als verdachte aangemerkt en zal tot verdere vervolging overgaan. De inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen [eiser] is voorzien voor juni 2010.

De vordering

[eiser] vordert bij wijze van voorlopige voorzieningen:

a. Menzies te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het vonnis [eiser] weder te werk te stellen in zijn werk dat hij voor diens ontslag verrichtte op de plek waar hij gewoonlijk zijn werkzaamheden verrichtte en op dezelfde werktijden als in het verleden een en ander op verbeurte van een dadelijk opeisbare dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat Menzies hiermee in gebreke mocht blijven;

b. Menzies te veroordelen aan [eiser] het hem toekomende salaris uit te betalen vanaf 21 december 2009 totdat de dienstbetrekking rechtsgeldig zal zijn geëindigd, alsmede Menzies te veroordelen een voorschot aan salaris van € 1.300,- netto aan [eiser] te betalen binnen zeven dagen na betekening van het vonnis;

c. Menzies te veroordelen in de kosten van deze procedure.

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de opzegging van 21 december 2009 nietig is nu daarvoor geen dringende reden aanwezig was, zodat [eiser] recht heeft op weder te werkstelling en doorbetaling van loon. Nu [eiser] geen inkomsten heeft, heeft hij spoedeisend belang bij het door hem gevorderde.

Het verweer

Menzies heeft aangevoerd dat het voor haar, gelet op de aard van de werkzaamheden en de omgeving waarin die werkzaamheden worden uitgevoerd, van essentieel belang is dat zij medewerkers die belast zijn met de bagageafhandeling onvoorwaardelijk kan vertrouwen en dat zij bij die bagageafhandeling geen enkele onregelmatigheid kan tolereren. Door de verdenkingen van de KMAR, gebaseerd op camerabeelden waarvan Menzies later ook kennis heeft kunnen nemen, is dit vertrouwen dermate ernstig geschonden dat van Menzies redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarbij komt dat [eiser] thans niet meer beschikt over een Schipholpas terwijl vrijwel alle activiteiten van Menzies plaatsvinden op vertrouwensgebied waarvoor een Schipholpas noodzakelijk is. [eiser] kan dus niet terugkeren in zijn eigen functie en Menzies heeft voor hem ook geen andere passende werkzaamheden.

De beoordeling

De gevorderde voorlopige voorzieningen komen slechts voor toewijzing in aanmerking als in dit geding aan de hand van de feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een soortgelijke vordering van [eiser] zal worden toegewezen.

Uitgangspunt is dat de vorderingen van [eiser] alleen voor toewijzing in aanmerking komen, indien aannemelijk wordt dat het hem gegeven ontslag nietig is zodat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is blijven voortbestaan. De kantonrechter dient derhalve de geldigheid van het op 21 december 2009 gegeven ontslag te beoordelen. Blijkens de ontslagbrief van 22 december 2009 is het ontslag gebaseerd op door de KMAR aangegeven betrokkenheid van [eiser] bij onregelmatigheden bij of op de bagageafhandelingsband waardoor het vertrouwen van Menzies in [eiser] verloren is gegaan. Vast staat dat het ontslag onverwijld na het bekend worden van deze reden is gegeven en blijkens de ontslagbrief ook onmiddellijk aan [eiser] is meegedeeld.

Het gaat in deze dan nog om de vraag of de redenen die Menzies heeft aangevoerd voor het ontslag van [eiser] op 21 december 2009 kunnen worden aangemerkt als een dringende reden in de zin van artikel 7:678 BW. De kantonrechter is op grond van de in dit kort geding aangevoerde feiten en omstandigheden voorshands van oordeel dat dit het geval is. Daartoe is het volgende redengevend.

Zoals Menzies heeft aangegeven is het voor haar bedrijfsvoering van essentieel belang dat haar medewerkers vertrouwd kunnen worden en dat zich bij de bagageafhandeling geen onregelmatigheden voordoen. Blijkens de campagne “Zero Tolerance” heeft zij dit in 2009 nog eens extra duidelijk gemaakt aan haar werknemers. Menzies mag wat dat betreft dus hoge eisen stellen aan haar werknemers.

Vast staat dat [eiser] door de KMAR en het openbaar ministerie is aangemerkt als verdachte van betrokkenheid bij diefstal, al dan niet in vereniging, danwel gekwalificeerde verduistering danwel poging daartoe. Daarbij heeft de KMAR zich gebaseerd op camerabeelden die later door afgevaardigden van Menzies bekeken zijn. Voor zover op grond van die beelden al niet de betrokkenheid van [eiser] bij voornoemde strafbare feiten kan worden vastgesteld (hetgeen ter beoordeling van de strafrechter is), volgt daaruit in elk geval wel dat [eiser] betrokken is geweest bij onregelmatigheden bij de bagageafhandeling. Immers, meerdere malen wordt gezien dat [eiser] zijn handen in een bagagestuk steekt. Voorts is hij aanwezig bij een incident waarbij een andere medewerker iets uit een bagagestuk haalt en aan een ander geeft, zonder dat gesteld of gebleken is dat [eiser] hiertegen op enigerlei wijze bezwaar heeft gemaakt. Ten slotte is [eiser] behulpzaam bij het overhandigen van een voorwerp aan een medewerker die dat voorwerp in zijn zak stopt.

De redenen die [eiser] heeft aangegeven voor deze gedragingen (hij deed een openstaande rits juist dicht, hij bevestigde een nieuw bagagelabel aan een koffer en hij gaf een snoepje aan een collega) overtuigen niet. Niet valt immers in te zien waarom het dan nodig zou zijn om de handen in de bagage te steken, terwijl [eiser] ook niet kan uitleggen waarom hij toekijkt terwijl een collega een bagagestuk onderzoekt.

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat ook als niet zou komen vast te staan dat [eiser] zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal of verduistering, de geconstateerde onregelmatigheden van dien aard zijn dat deze, gelet op de aard van het werk van [eiser] en de noodzakelijke vertrouwensrelatie, het ontslag op staande voet rechtvaardigen. Nu juist die onregelmatigheden de reden zijn geweest voor het ontslag, moet dit ontslag vooralsnog als een rechtsgeldig ontslag worden beschouwd waardoor de arbeidsovereenkomst ten einde is gekomen. De vorderingen van [eiser] zullen dan ook worden afgewezen.

De proceskosten komen voor rekening van [eiser], omdat hij hoofdzakelijk in het ongelijk zal worden gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Menzies tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

salaris gemachtigde € 200,00;

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, bijgestaan door mr. K. Wolt, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.