Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BM2041

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-02-2010
Datum publicatie
22-04-2010
Zaaknummer
454326 / AO VERZ 10-78
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst. Bagageafhandelingbedrijf op Schiphol verzoekt (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een medewerker tegen wie een redelijke verdenking bestaat van betrokkenheid bij diefstal. De werknemer ontkent zich aan diefstal schuldig te hebben gemaakt. De kantonrechter is van oordeel dat de geconstateerde onregelmatigheden van dien aard zijn dat, gelet op de aard van het werk van werknemer en de noodzakelijke vertrouwensrelatie, de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve onmiddellijk dient te eindigen. Ook dient de arbeidsovereenkomst te eindigen nu werknemer niet meer over een Schipholpas beschikt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0365
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 454326 / AO VERZ 10-78

datum uitspraak: 12 februari 2010

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MENZIES AVIATION (AVIATION) B.V.

te Luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,

verzoekster

hierna: Menzies

gemachtigde: mr. L.M. van der Sluis

tegen

[verweerder]

te [woonplaats],

verweerder

hierna: [verweerder]

gemachtigde: mr. C.M.E. Schreinemacher

De procedure

Op 28 januari 2010 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Menzies.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 6 februari 2010. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigde(n) van beide partijen hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Menzies heeft producties in het geding gebracht.

De feiten

a. [verweerder], geboren op 2 augustus 1962, is bij (de rechtsvoorgangster van) Menzies in dienst getreden op 2 februari 1998, aanvankelijk voor bepaalde tijd. Op 1 februari 2001 is de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voortgezet. Laatstelijk was [verweerder] werkzaam als bagagemedewerker.

b. Het laatstgenoten salaris bedroeg € 2.033,- per maand, vermeerderd met onregelmatigheidstoeslag en vakantiegeld.

c. In de arbeidsovereenkomst is bepaald:

“Medewerker is ermee bekend dat hij in het kader van de uitoefening van zijn werkzaamheden dient te beschikken over een door de N.V. Luchthaven Schiphol te verstrekken Toegangsbewijs Luchthaven Schiphol (de zogenaamde Schipholpas). (…)

Indien die pas door de N.V. Luchthaven Schiphol wordt ingenomen, zal dat een dringende reden in de zin van artikel 7:677 BW jo artikel 7:678 BW vormen en zal Werkgever Medewerker op staande voet ontslaan.”

Een zelfde bepaling was ook in de eerste arbeidsovereenkomst tussen partijen opgenomen.

d. Een van de kernactiviteiten van Menzies is de bagageafhandeling van passagiers op Schiphol. Eind maart / begin april 2009 is Menzies een campagne gestart om haar personeel ervan te doordringen dat onregelmatigheden bij de bagageafhandeling niet zullen worden getolereerd. In dat kader zijn posters opgehangen met daarop vermeld: “Kom niet in de verleiding, neem je werk niet mee naar huis, Zero Tolerance.”

e. Wegens klachten van passagiers over vermiste goederen en naar aanleiding van een tip dat medewerkers van Menzies zich schuldig zouden maken aan diefstal, is Menzies in samenwerking met de Koninklijke Marechaussee (KMAR) een onderzoek gestart. Bij dat onderzoek is onder meer gebruik gemaakt van camera’s.

f. Op 14 december 2009 heeft de KMAR zes medewerkers van Menzies aangehouden wegens verdenking van (betrokkenheid bij) diefstal uit de bagagekelders. Deze medewerkers zijn door Menzies ontslagen.

g. Op 21 december 2009 heeft Menzies van de KMAR een vertrouwelijk informatie rapport ontvangen, waarin is vermeld:

“Vanaf september 2009 is er door de brigade Recherche & Informatie van de Koninklijke Marechaussee district Schiphol onderzoek gedaan naar mogelijke, door medewerkers van de firma Menzies, gepleegde strafbare feiten op of nabij bagageafhandelingsband 39 in de bagagekelder van de luchthaven Schiphol. Ten aanzien van de in deze rapportage genoemde medewerkers is, op basis van opgenomen camerabeelden, sprake van een zogenaamde redelijke verdenking van enig strafbaar feit en worden zij derhalve als verdachte aangemerkt. Uit het onderzoek is in ieder geval aannemelijk geworden dat de navolgende medewerkers van de firma Menzies zich schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten, te weten diefstal al dan niet in vereniging, danwel gekwalificeerde verduistering danwel poging daartoe.”

[verweerder] is als één van de verdachte medewerkers in het rapport opgenomen.

h. Nog diezelfde dag is [verweerder] met de inhoud van voornoemd rapport geconfronteerd. Hij heeft iedere betrokkenheid bij bagagediefstal ontkend. [verweerder] en de andere in het rapport genoemde verdachte medewerkers van Menzies zijn op 21 december 2009 op staande voet ontslagen. De Schipholpas is ingenomen.

i. Bij brief van 22 december 2009 heeft Menzies aan [verweerder] bericht:

“(…) Op 21 december 2009 hebben wij van de Koninklijke Marechaussee Schiphol vernomen dat uit het onderzoek voornoemd het aannemelijk is dat u zich schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten in relatie tot bagage die aan anderen toebehoort. De Koninklijke Marechaussee Schiphol beroept zich onder meer op camerabeelden waaruit uw betrokkenheid blijkt. U weet dat wij onregelmatigheden met bagage hoog opnemen. Een ieder die ons zijn bagage toevertrouwd dient er van uit te gaan dat deze correct en conform de regels wordt behandeld. Onregelmatigheden met bagage van anderen is ten strengste verboden. (…) Wij hebben wij u aangegeven dat wij een brief hebben ontvangen waarin staat aangegeven dat er beelden zijn waaruit uw betrokkenheid blijkt. U bleef echter tijdens het gesprek ontkennen dat u zelf enige onregelmatigheid met de bagage van andere te hebben gepleegd. Uw reactie heeft ons er niet van kunnen overtuigen dat u in geen enkele relatie kan worden geplaatst dan wel op een rechtens te rechtvaardigen relatie staat met hetgeen de Koninklijke Marechaussee Schiphol ons heeft medegedeeld.

Gezien uw door de Koninklijke Marechaussee aangegeven betrokkenheid bij onregelmatigheden op of nabij de bagageafhandelingsbanden zijn voor ons redenen het vertrouwen in u als medewerker en ook in de functie die u vervulde met onmiddellijke ingang opzeggen. Wij moeten nu eenmaal een medewerker ten volste kunnen vertrouwen.

Na afweging van alle belangen, dus zowel uw belangen als die van de organisatie, menen wij dat wij gerechtvaardigd de arbeidsovereenkomst met u met onmiddellijke ingang kunnen en ook in het bedrijfsbelang moeten beëindigen. Wij hebben u in het gesprek van 21 december 2009 dan ook medegedeeld dat wij de arbeidsovereenkomst met u met onmiddellijke ingang beëindigen.”

j. Bij brief van 23 december 2009 heeft de gemachtigde van [verweerder] de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen en doorbetaling van salaris gevorderd. Aan [verweerder] zou geen reden voor het ontslag zijn gegeven.

k. Op 13 januari 2010 hebben [XXX] en [YYY] van Menzies in aanwezigheid van notaris mr. P.M. Eversdijk de camerabeelden waarvan melding wordt gemaakt in het onder g. genoemde rapport, bekeken. Daarvan is door voornoemde notaris proces-verbaal opgemaakt, waarin is vermeld:

“Fragment 10 ( gedateerd eenentwintig november tweeduizend negen (21-11-2009), 18.10 uur) De heer … zit op een bagageband; een tas botst tegen hem op, hij bevoelt de tas en laat de tas vervolgens gaan. Hij pakt vervolgens een andere tas, en gaat zitten met deze tas op een kar en pleegt diverse handelingen met de tas. Een mij bekende heer [initialen] [verweerder] komt eraan en pakt ook een bagagestuk van de band, gaat naast de heer … zitten en steekt zijn handen in het bagagestuk. (…)

Fragment 13 (gedateerd negentien november tweeduizend negen (19-11-2009), 16.11 uur) De heer … haalt een bagagestuk van de band, legt hem op een kar, en zit met zijn handen in het bagagestuk. Vervolgens pakt hij een bagagestuk van de kar en doorzoekt het bagagestuk. Een mij bekende heer … haalt iets uit een ander bagagestuk en geeft dit aan de heer … Ondertussen pakt de heer [verweerder] een bagagestuk van de band, gooit dit op de grond tussen twee karren in, gaat erbij zitten, pleegt vervolgens onduidelijke handelingen en legt daarna het bagagestuk weer op de band.

Fragment 14 (gedateerd negentien november tweeduizend negen (19-11-2009), 17.13 uur) Er komt een mij onbekende man met een bagagestuk aangelopen. Hij gaat tussen twee karren zitten. De heer [verweerder] komt ernaar toe en gaat op de bagageband zitten toekijken, terwijl de onbekende man het bagagestuk onderzoekt. De mij onbekende man geeft aan [verweerder] een voorwerp; de heer [verweerder] legt het op de bagageband. Een andere mij onbekende man haalt het voorwerp van de bagageband af en stopt het in zijn zak. Fragment 15 (gedateerd negentien november tweeduizend negen (19-11-2009), 15.43 uur) De heer [verweerder] legt een bagagestuk van de band en legt die op een kar, trekt de rits open en steekt vervolgens zijn handen in het bagagestuk. En doet dit vervolgens nog een keer met andere bagagestukken.”

l. Het Openbaar Ministerie heeft [verweerder] in deze als verdachte aangemerkt en zal tot verdere vervolging overgaan. De inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen [verweerder] is voorzien voor juni 2010.

Het verzoek

Menzies verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, voor het geval blijkt dat de arbeidsovereenkomst nog bestaat, primair wegens een dringende reden en subsidiair wegens veranderingen in de omstandigheden.

Menzies stelt –samengevat – dat het voor haar, gelet op de aard van de werkzaamheden en de omgeving waarin die werkzaamheden worden uitgevoerd, van essentieel belang is dat zij medewerkers die belast zijn met de bagageafhandeling onvoorwaardelijk kan vertrouwen en dat zij bij die bagageafhandeling geen enkele onregelmatigheid kan tolereren. Door de verdenkingen van de KMAR, gebaseerd op camerabeelden waarvan Menzies later ook kennis heeft kunnen nemen, is dit vertrouwen dermate ernstig geschonden dat van Menzies redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarbij komt dat [verweerder] thans niet meer beschikt over een Schipholpas terwijl vrijwel alle activiteiten van Menzies plaatsvinden op vertrouwensgebied waarvoor een Schipholpas noodzakelijk is. [verweerder] kan dus niet terugkeren in zijn eigen functie en Menzies heeft voor hem ook geen andere passende werkzaamheden. Voor zover het voorgaande al niet als een dringende reden kan worden beschouwd, is sprake van een verandering van omstandigheden die rechtvaardigt dat de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang en zonder toekenning van enige vergoeding wordt ontbonden.

Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. [verweerder] voert aan dat hij ten onrechte wordt verdacht van diefstal nu uit de camerabeelden niet is te zien dat hij daarbij betrokken is. Het kan dan redelijkerwijs ook niet zo zijn dat Menzies haar vertrouwen in [verweerder] is verloren. Voorts is de Schipholpas door Menzies ingenomen en is niet gebleken dat [verweerder] deze niet zal terugkrijgen.

Subsidiair, voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding van € 45.598,46 bruto.

De beoordeling

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst

De kantonrechter stelt vast dat het verzoek geen verband houdt met een opzegverbod.

Beoordeeld dient te worden of de door Menzies aangevoerde omstandigheden van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve onmiddellijk dient te eindigen. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is.

Zoals Menzies heeft aangegeven is het voor haar bedrijfsvoering van essentieel belang dat haar medewerkers vertrouwd kunnen worden en dat zich bij de bagageafhandeling geen onregelmatigheden voordoen. Blijkens de campagne “Zero Tolerance” heeft zij dit in 2009 nog eens extra duidelijk gemaakt aan haar werknemers. Menzies mag wat dat betreft dus hoge eisen stellen aan haar werknemers.

Vast staat dat [verweerder] door de KMAR en het openbaar ministerie is aangemerkt als verdachte van betrokkenheid bij diefstal, al dan niet in vereniging, danwel gekwalificeerde verduistering danwel poging daartoe. Daarbij heeft de KMAR zich gebaseerd op camerabeelden die later door afgevaardigden van Menzies bekeken zijn. Voor zover op grond van die beelden al niet de betrokkenheid van [verweerder] bij voornoemde strafbare feiten kan worden vastgesteld (hetgeen ter beoordeling van de strafrechter is), volgt daaruit in elk geval wel dat [verweerder] betrokken is geweest bij onregelmatigheden bij de bagageafhandeling. Immers, meerdere malen wordt gezien dat [verweerder] zijn handen in een bagagestuk steekt. Voorts is hij aanwezig bij een incident waarbij een andere medewerker iets uit een bagagestuk haalt en aan een ander geeft, zonder dat gesteld of gebleken is dat [verweerder] hiertegen op enigerlei wijze bezwaar heeft gemaakt.

Ten slotte is [verweerder] behulpzaam bij het overhandigen van een voorwerp aan een medewerker die dat voorwerp in zijn zak stopt.

De redenen die [verweerder] heeft aangegeven voor deze gedragingen (hij deed een openstaande rits juist dicht, hij bevestigde een nieuw bagagelabel aan een koffer en hij gaf een snoepje aan een collega) overtuigen niet. Niet valt immers in te zien waarom het dan nodig zou zijn om de handen in de bagage te steken, terwijl [verweerder] ook niet kan uitleggen waarom hij toekijkt terwijl een collega een bagagestuk onderzoekt.

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat ook als niet zou komen vast te staan dat [verweerder] zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal of verduistering, de geconstateerde onregelmatigheden van dien aard zijn dat, gelet op de aard van het werk van [verweerder] en de noodzakelijke vertrouwensrelatie, de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve onmiddellijk dient te eindigen.

Daar komt nog bij dat [verweerder] thans niet meer beschikt over een Schipholpas die noodzakelijk is voor de uitvoering van zijn werkzaamheden. Dat die Schipholpas van belang is, volgt ook uit de arbeidsovereenkomst. Gelet op het strafrechtelijke onderzoek dat nog loopt en de strafzitting die naar verwachting in juni 2010 zal plaatsvinden, is redelijkerwijs niet te verwachten dat [verweerder] op afzienbare termijn weer over een Schipholpas kan beschikken. Ook op die grond dient de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve onmiddellijk te eindigen.

Er zijn dus voldoende gewichtige redenen om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, zodat het verzoek in zoverre toewijsbaar is.

Vergoeding

Menzies heeft geen vergoeding aangeboden aangezien de redenen om tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst over te gaan, in zijn risicosfeer liggen. [verweerder] verzoekt om toekenning van een vergoeding van € 45.598,46 bruto, waarbij hij is uitgegaan van twaalf dienstjaren en een factor C = 1,5. Hij voert daartoe aan dat hij gedurende twaalf jaar op onberispelijke wijze bij Menzies heeft gefunctioneerd, dat het gelet op zijn leeftijd niet eenvoudig zal zijn om een andere baan te vinden en dat Menzies een verwijt te maken valt nu zij het niet voor [verweerder] heeft opgenomen terwijl zij de camerabeelden heeft gezien waarop geen stelende [verweerder] te zien was en ook zijn toelichting hebben gehoord.

Gelet op de omstandigheden die hebben geleid tot dit ontbindingsverzoek en die in de risicosfeer van [verweerder] liggen, komt het toekennen van enige vergoeding de kantonrechter niet billijk voor. De kantonrechter zal deze dan ook niet toekennen.

Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking, omdat dit niet tot een andere beslissing leidt.

Vanwege de aard van deze procedure draagt iedere partij de eigen kosten.

De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst, voor het geval deze nog bestaat, met ingang van 12 februari 2010;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het anders of meer verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Dijk, bijgestaan door mr. K. Wolt, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.