Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BM2038

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
24-03-2010
Datum publicatie
22-04-2010
Zaaknummer
422624 CV EXPL 09-4465 EN 441631 CV EXPL 09-11589
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot nakoming van een huurovereenkomst. Schijn van volmacht? De kantonrechter is van oordeel dat de omstandigheid dat gedaagde aan de makelaar heeft verzocht om bij de eigenaar van het huurobject te informeren naar de mogelijkheid van een lagere huurprijs, niet tot de conclusie kan leiden dat eiser onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht aannemen dat gedaagde aan de makelaar een volmacht had verleend tot bemiddeling bij de totstandkoming van een huurovereenkomst. Zo’n verzoek kan immers evenzeer worden gedaan aan degene die voor de potentiële verhuurder optreedt. De vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 422624 / CV EXPL 09-4465 en

zaak/rolnr.: 441631 / CV EXPL 09-11589

datum uitspraak: 24 maart 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiser in de hoofdzaak]

te [woonplaats]

eiser in de hoofdzaak

hierna te noemen [eiser in de hoofdzaak]

gemachtigde mr. P.J. Sandberg

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[XXX] EN BROOD B.V.

te Amsterdam

gedaagde in de hoofdzaak

hierna te noemen [XXX] & Brood

gemachtigde mr. B. Kochheim-Bossink

en in de vrijwaringszaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[XXX] EN BROOD B.V.

te Amsterdam

eiseres in de vrijwaring

hierna te noemen [XXX] & Brood

gemachtigde mr. B. Kochheim-Bossink

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE RIDDER & STRIJBIS B.V.

te [woonplaats]

2. [gedaagde in de vrijwaring sub 2]

te [woonplaats]

gedaagden in de vrijwaring

hierna te noemen De Ridder & Strijbis en [gedaagde in de vrijwaring sub 2]

gemachtigde C.H.J. Wijers en H.J. Boswinkel

De procedure in de hoofdzaak en in de vrijwaring

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

de dagvaarding in de hoofdzaak van 23 april 2009;

de conclusie van antwoord in de hoofdzaak tevens incidentele conclusie tot vrijwaring van [XXX] & Brood;

de conclusie van repliek in de hoofdzaak tevens conclusie van antwoord in het incident;

het vonnis in het incident tot vrijwaring van 23 september 2009;

de dagvaarding in het incident tot vrijwaring van 13 oktober 2009;

de conclusie van dupliek in de hoofdzaak van [XXX] & Brood;

de rolbeschikking van 4 november 2009 in de hoofdzaak;

de conclusie van antwoord in de vrijwaring van De Ridder & Strijbis en [gedaagde in de vrijwaring sub 2];

de rolbeschikking in de hoofdzaak van 2 december 2009;

de rolbeschikking in de vrijwaring van 2 december 2009;

de conclusie van repliek in de vrijwaring van [XXX] & Brood;

de conclusie van dupliek in de vrijwaring van De Ridder & Strijbis en [gedaagde in de vrijwaring sub 2].

De feiten

1. [eiser in de hoofdzaak] is eigenaar van het pand, gelegen aan de Kruisstraat 31 te Haarlem (hierna: pand 31).

2. [XXX] & Brood houdt zich bezig met het exploiteren van broodwinkels, onder andere op franchisebasis.

3. De Ridder & Strijbis exploiteert een makelaarskantoor.

4. Bij e-mail van 29 juli 2008 heeft [gedaagde in de vrijwaring sub 2], in dienst van De Ridder & Strijbis, onder meer het volgende aa[XXX], directeur van [XXX] & Brood (hierna: [XXX]) bericht:

“Graag maak ik een afspraak zodat ik een paar pandjes kan laten zien die in verhuur komen.”

5. Bij e-mail van 5 augustus 2008 heeft [gedaagde in de vrijwaring sub 2] onder meer het volgende aan [XXX] geschreven:

“Graag hoor ik van je waneer je tijd hebt want ik heb een geweldig pand voor je voor een Smoothiecompany.”

6. Op 19 augustus 2008 heeft [XXX] tezamen met [gedaagde in de vrijwaring sub 2] pand 31 aan de buitenzijde bezichtigd.

7. Op 21 augustus 2008 heeft [gedaagde in de vrijwaring sub 2] een e-mailbericht met onder meer de volgende inhoud aan [XXX] gestuurd:

“Naar aanleiding van ons bezoek op de Kruisstraat moet ik je mededelen dat ik nog even in gevecht ben met de eigenaar. [...] Verder melde hij mij dat hij bezig is met een andere partij met een huurprijs heeft van € 4150,- per maand excl. BTW (eerder die week dacht hij aan huur te vragen tussen € 3000 en € 3500).”

8. Op 21 augustus 2008 heeft [XXX] daarop het volgende geantwoord:

“Huurprijs wordt te hoog. Kijk eens of hij niet in is voor een prijs van € 3.500 ex.”

9. Op 9 september 2008 heeft [gedaagde in de vrijwaring sub 2] [eiser in de hoofdzaak] een e-mailbericht gezonden met onder andere de volgende inhoud:

“Zoals besproken de gegeven van [voornaam] [XXX]. Zou je zo vriendelijk willen zijn om het contract naar ons toe te sturen.”

10. Bij e-mail van 6 oktober 2008 heeft [XXX] onder meer het volgende bericht aan [gedaagde in de vrijwaring sub 2] gezonden:

“Het vestigingsplaatsonderzoek voor de Kruisstraat komt helaas niet goed uit en geeft niet voldoende vertrouwen tot een rendabele exploitatie. Dit heeft ons doen besluiten om deze locatie definitief niet aan te huren.”

11. Op 9 oktober 2008 heeft Speciaalbakker [voornaam] [XXX] B.V. aan De Ridder & Strijbis een kopie van de inschrijving van [XXX] & Brood in de KvK en van het legitimatiebewijs van [XXX] gezonden.

12. [eiser in de hoofdzaak] heeft [gedaagde in de vrijwaring sub 2] een huurcontract doen toekomen tussen Kordelaar als verhuurder en [XXX] & Brood als huurder, ter zake van het winkelpand inclusief de onzelfstandige bovenwoning aan de Kruistraat 31 te Haarlem, voor de duur van 5 jaar, ingaande op 1 februari 2009, tegen een huurprijs van € 42.000,00 exclusief btw per jaar.

13. Bij e-mail van 3 november 2008 heeft [gedaagde in de vrijwaring sub 2] onder andere het volgende aan [XXX] geschreven:

“Graag zou ik een afspraak met je willen maken [...] om het contract te overhandigen.”

14. Op 4 november 2008 heeft [XXX], onder toezending van het e-mailbericht van 6 oktober 2008, aan [gedaagde in de vrijwaring sub 2] doen weten van de huur af te zien.

15. Bij e-mail van 6 november 2008 heeft [gedaagde in de vrijwaring sub 2] aan [XXX] bericht dat “de verhuurder van de Kruisstraat, de heer [eiser in de hoofdzaak], geen genoegen neemt met de ontbinding van jouw kant [...].”

16. Op 6 november 2008 heeft [XXX] hierop onder meer het volgende geantwoord:

“Eind augustus hebben wij diverse keren telefonisch contact gehad omtrent huurprijs, oplevering en voorwaarden. Hierbij komen wij de prijs definitief overeen.

Tijdens deze gesprekken heb ik nogmaals het voorbehoud gemaakt van vestigingsplaatsonderzoek en afgesproken dat dit ongeveer 4 weken duurt. Daarnaast hebben wij afgesproken dat jij zou zorgdragen voor een concepthuurovereenkomst. Vervolgens verstrek ik jou op 4 september de benodigde gegevens voor het concepthuurovereenkomst. Echter een concept is nimmer ontvangen.”

17. Op 7 november 2008 heeft [YYY] van De Ridder & Strijbis aan [XXX] & Brood een e-mail gezonden met onder meer de volgende inhoud:

“Op ons initiatief hebben wij je voor de markt uit getipt over [...] Kruisstraat 31 [...] Voor deze tip, heb je aangegeven ons courtage te zullen betalen, en aangegeven de zaak voor jou te kunnen rondmaken. Zoals je in jouw mail van gisteren [...] aangeeft is er overeenstemming ontstaan over prijs, huurtermijnen, oplevering, en voorwaarden. Voor alle duidelijkheid is er door jou [...] niet gesproken over een vestigingsplaatsonderzoek.”

18. Op 31 januari 2009 heeft op verzoek van [eiser in de hoofdzaak] een voorlopig getuigengehoor plaatsgevonden voor de kantonrechter te Haarlem. Daarbij is [gedaagde in de vrijwaring sub 2] als getuige gehoord. [gedaagde in de vrijwaring sub 2] heeft desgevraagd onder meer het volgende verklaard:

“Begin augustus heb ik weer contact opgenomen met [XXX] en gevraagd of ik misschien iets anders voor hem mocht zoeken. Dat wilde hij graag. Ik heb hem toen gevraagd of ik daar wat op kon verdienen. [...] Ik voelde een klik. Om die reden heb ik toen een courtage afgesproken van 10%. [...] Rond die tijd belde toevallig [eiser in de hoofdzaak] naar ons kantoor. [...] Inmiddels had ik van [eiser in de hoofdzaak] begrepen dat [...] Kruisstraat 31 een mogelijkheid zou kunnen zijn. [...]

[XXX] heeft verder geen enkel voorbehoud gemaakt. Geen financieringsvoorbehoud of een vestigingsplaatsonderzoek. [...] Mr. Kochheim vraagt mij of er afgesproken was dat ik een concept huurovereenkomst zou toezenden aan [XXX]. Nee, het idee was dat wij die overeenkomst goed zouden bekijken en dat als wij er geen rare dingen aan zouden zien, [XXX] zouden uitnodigen het samen met hem door te nemen en vervolgens tekenen.”

19. [XXX] & Brood heeft bij de Raad van Toezicht van de Nederlandse Vereniging van Makelaars in onroerende goederen en vastgoeddeskundigen NVM te Haarlem een klacht ingediend, inhoudende dat De Ridder & Strijbis in de persoon van [gedaagde in de vrijwaring sub 2] onbevoegd namens haar heeft gehandeld, onduidelijkheid heeft laten bestaan over zijn hoedanigheid en ten onrechte heeft dooronderhandeld en informatie heeft verstrekt aan de verhuurder.

20. Op 10 juni 2009 heeft de Raad van Toezicht de klacht van [XXX] & Brood gegrond verklaard. De Raad van Toezicht heeft daartoe onder meer het volgende overwogen dat:

“[gedaagde in de vrijwaring sub 2] [...] in zijn communicatie niet heeft gewaakt tegen onjuiste beeldvorming over personen, zaken en rechten en over zijn werkwijze, belangen en positie. [...] Het geschil met betrekking tot de vraag of [gedaagde in de vrijwaring sub 2] onbevoegd namens klaagster heeft gehandeld en ten onrechte heeft dooronderhandeld is dan ook een rechtstreeks gevolg van de versluierende houding van [gedaagde in de vrijwaring sub 2] ten aanzien van zijn positie. Door onduidelijkheid te laten bestaan over de vraag of is bemiddeld bij aanhuur, dan wel bij verhuur is tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld.”

21. De Ridder & Strijbis heeft tegen de uitspraak van de Raad van Toezicht geen hoger beroep ingesteld.

De vordering in de hoofdzaak

[eiser in de hoofdzaak] vordert (samengevat) veroordeling van [XXX] & Brood tot betaling van

€ 10.500,00 ter zake van huurpenningen over de maanden februari tot en met 30 april 2009,

€ 3.500,00 per maand ter zake van huurpenningen vanaf 1 mei 2008 en € 833,00 ter zake van buitengerechtelijke kosten. Daarnaast vordert hij veroordeling van [XXX] & Brood tot ingebruikneming van de gehuurde winkelruimte aan de Kruisstraat 31 te Haarlem binnen

8 dagen na betekening van het te wijzen vonnis.

[eiser in de hoofdzaak] legt aan de vordering ten grondslag dat tussen hem en [XXX] & Brood een huurovereenkomst tot stand is gekomen ter zake van de winkelruimte met onzelfstandige bovenwoning aan de Kruisstraat 31 te Haarlem tegen de in de huurovereenkomst opgenomen huurprijs en voorwaarden.

[gedaagde in de vrijwaring sub 2] trad voor [XXX] & Brood op als aanhurend makelaar. [XXX] & Brood heeft met [gedaagde in de vrijwaring sub 2] een bemiddelingsovereenkomst ex artikel 7:425 BW gesloten door [gedaagde in de vrijwaring sub 2] opdracht te geven om te bemiddelen bij de aanhuur van winkelruimte. [XXX] & Brood en [gedaagde in de vrijwaring sub 2] zijn daarbij overeengekomen dat [gedaagde in de vrijwaring sub 2] tegen een courtage van 10% van de jaarhuur een pand voor [XXX] & Brood zou zoeken. [XXX] & Brood heeft [gedaagde in de vrijwaring sub 2] bovendien een volmacht verleend zoals bepaald in artikel 3:60 BW althans heeft [XXX] & Brood de schijn van volmachtverlening gewekt door [gedaagde in de vrijwaring sub 2] een bod te laten uitbrengen ter zake van de huurprijs en vervolgens, nadat [eiser in de hoofdzaak] dat aanbod had geaccepteerd, [gedaagde in de vrijwaring sub 2] opdracht te geven om de zaak rond te maken. Door toezending van de benodigde gegevens heeft [XXX] & Brood bevestigd dat [gedaagde in de vrijwaring sub 2] bevoegd was om in zijn naam te handelen.

[gedaagde in de vrijwaring sub 2] heeft als gevolmachtigde van [XXX] & Brood (mondeling) een huurovereenkomst met [eiser in de hoofdzaak] gesloten. Over de essentialia van de huurovereenkomst bestond ten tijde van de totstandkoming van de huurovereenkomst wilsovereenstemming tussen partijen. [XXX] & Brood heeft geen enkel voorbehoud gemaakt, ook niet met betrekking tot een vestigingsplaatsonderzoek. [eiser in de hoofdzaak] betwist bovendien dat dit onderzoek daadwerkelijk is uitgevoerd.

Het verweer in de hoofdzaak

[XXX] & Brood betwist de vordering. Zij voert daartoe, kort samengevat, het volgende aan.

[gedaagde in de vrijwaring sub 2] heeft niet als aanhurend makelaar voor [XXX] & Brood opgetreden. [gedaagde in de vrijwaring sub 2] heeft [XXX] & Brood zelf benaderd met de mededeling “ik heb een geweldig pand voor je”. Daaruit mocht [XXX] & Brood opmaken dat dit een pand uit de eigen portefeuille van De Ridder & Strijbis was en dat [gedaagde in de vrijwaring sub 2] als verhurend makelaar optrad. [XXX] & Brood heeft [gedaagde in de vrijwaring sub 2] dan ook geen opdracht gegeven tot bemiddeling bij de totstandkoming van een huurovereenkomst met [eiser in de hoofdzaak], laat staan een specifieke volmacht om namens hem met [eiser in de hoofdzaak] een huurovereenkomst aan te gaan. Zij heeft [gedaagde in de vrijwaring sub 2] alleen gevraagd om te informeren of een huur van

€ 3.500,00 per maand tot de mogelijkheden behoorde. [gedaagde in de vrijwaring sub 2] was dus slechts de spreekbuis waardoor een boodschap van [XXX] & Brood aan [eiser in de hoofdzaak] werd overgebracht. [XXX] & Brood is geen courtage met [gedaagde in de vrijwaring sub 2] overeengekomen. Hetgeen [gedaagde in de vrijwaring sub 2] daaromtrent heeft verklaard bij het voorlopig getuigenverhoor, is niet juist. De Ridder & Strijbis heeft [XXX] & Brood ook nimmer een courtagenota gestuurd.

Indien er al sprake zou zijn van een bemiddelingsopdracht, dan ligt daarin niet per definitie een volmacht besloten. Omdat [gedaagde in de vrijwaring sub 2] niet bevoegd was om namens [XXX]

& Brood te handelen, heeft hij [XXX] & Brood niet gebonden jegens [eiser in de hoofdzaak].

[eiser in de hoofdzaak] heeft ook niet mogen aannemen dat sprake was van een toereikende volmacht, nu [XXX] & Brood op geen enkele wijze het vertrouwen bij [eiser in de hoofdzaak] heeft gewekt dat [gedaagde in de vrijwaring sub 2] bevoegd was om namens [XXX] & Brood rechtshandelingen te verrichten. [XXX] & Brood heeft nimmer contact gehad met [eiser in de hoofdzaak]; pas nadat [eiser in de hoofdzaak] haar via zijn advocaat sommeerde de huurovereenkomst na te komen, wist [XXX] & Brood dat [eiser in de hoofdzaak] de verhuurder van pand 31 was. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden, op grond waarvan [eiser in de hoofdzaak] mocht aannemen dat [gedaagde in de vrijwaring sub 2] als gevolmachtigde van [XXX] & Brood handelde. Het enkele feit dat [XXX] & Brood [gedaagde in de vrijwaring sub 2] heeft laten informeren naar een lagere huurprijs kan niet als zo’n bijzondere omstandigheid gelden. Daarbij komt dat het uittreksel uit de Kamer van Koophandel en het legitimatiebewijs van [XXX] niet door [XXX] zelf aan [gedaagde in de vrijwaring sub 2] zijn verstrekt, maar door Speciaalbakkerij [voornaam] [XXX] B.V., die deze gegevens in haar administratie heeft. Speciaalbakkerij [voornaam] [XXX] heeft deze stukken desgevraagd aan [eiser in de hoofdzaak] verstrekt; [XXX] & Brood heeft zelf geen opdracht gegeven tot het verstrekken ervan.

[eiser in de hoofdzaak] komt derhalve geen beroep toe op artikel 3:61 lid 2 BW. Indien hij schade heeft geleden, dan moet hij die op De Ridder & Strijbis dan wel [gedaagde in de vrijwaring sub 2] verhalen.

Daarbij komt dat [XXX] bij de bezichtiging van pand 31 heeft aangegeven eventueel geïnteresseerd te zijn in de huur van dit pand, maar dat dit afhing van een aantal voorwaarden, waaronder het verkrijgen van een positief vestigingsplaatsonderzoek ten behoeve van de aspirant onderhuurder, een franchisenemer van [XXX] & Brood. [gedaagde in de vrijwaring sub 2] zou [XXX] & Brood de door [eiser in de hoofdzaak] te stellen voorwaarden in een conceptovereenkomst aanbieden. Die overeenkomst heeft [XXX] & Brood nimmer gekregen. Met uitzondering van de huurprijs bestond over de overige essentialia dan ook geen wilsovereenstemming. Die wilsovereenstemming is nimmer bereikt, nu [XXX] & Brood door het uitblijven van een positief vestigingsplaatsonderzoek, definitief geen interesse meer had in de huur van het pand.

De beoordeling van het geschil in de hoofdzaak

De kern van het geschil tussen partijen is gelegen in de vraag of tussen [eiser in de hoofdzaak] en [XXX] & Brood een rechtsgeldige huurovereenkomst tot stand is gekomen. Nu vaststaat dat [XXX] & Brood de huurovereenkomst in ieder geval niet zelf heeft gesloten, is voor de beantwoording van deze vraag van belang of in rechte komt vast te staan dat [gedaagde in de vrijwaring sub 2] krachtens een door [XXX] & Brood aan hem verleende volmacht bevoegd was tot het sluiten van de huurovereenkomst dan wel of [eiser in de hoofdzaak] gerechtvaardigd op het bestaan van zo’n volmacht mocht vertrouwen, zodat aan [XXX] & Brood geen beroep toekomt op het ontbreken daarvan.

[XXX] & Brood heeft gemotiveerd betwist aan [gedaagde in de vrijwaring sub 2] volmacht te hebben verstrekt tot het aangaan van een huurovereenkomst met [eiser in de hoofdzaak]. [eiser in de hoofdzaak] heeft bij conclusie van repliek gesteld dat de volmacht besloten ligt in de woorden “Maak het maar rond” die [XXX] & Brood tegen [gedaagde in de vrijwaring sub 2] zou hebben geuit, nadat [eiser in de hoofdzaak] met een huur van € 3.500,00 per maand akkoord was gegaan. [XXX] & Brood heeft gemotiveerd betwist zich in zulke bewoordingen te hebben uitgelaten. Nu in de stukken noch anderszins steun kan worden gevonden voor de stelling van [eiser in de hoofdzaak] - [gedaagde in de vrijwaring sub 2] heeft immers bij het voorlopig getuigenverhoor slechts verklaard “En daarmee was het volgens mij rond” -, kan haar betoog ter zake van het bestaan van een volmacht geen stand houden.

Thans dient de vraag aan de orde te komen of [XXX] & Brood door haar gedragingen zodanige schijn van bevoegdheid heeft doen ontstaan dat bij [eiser in de hoofdzaak] het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat aan [gedaagde in de vrijwaring sub 2] een toereikende volmacht tot het sluiten van een huurovereenkomst was verleend of dat sprake is van zodanige bijzondere omstandigheden, dat [eiser in de hoofdzaak] mocht aannemen dat [gedaagde in de vrijwaring sub 2] als gevolmachtigde van [XXX] & Brood handelde.

Anders dan [eiser in de hoofdzaak] is de kantonrechter van oordeel dat de omstandigheid dat [XXX] & Brood [gedaagde in de vrijwaring sub 2] heeft verzocht om na te gaan of de huur op een bedrag van

€ 3.500,00 kon worden gesteld, niet tot de conclusie kan leiden dat [eiser in de hoofdzaak] onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht aannemen dat [XXX] & Brood aan [gedaagde in de vrijwaring sub 2] een volmacht had verleend. Zo’n verzoek kan immers evenzeer worden gedaan aan degene die voor de potentiële verhuurder optreedt. Ook het toezenden van het uittreksel uit de Kamer van Koophandel en de kopie van het paspoort van [XXX] door [voornaam] [XXX] B.V. valt niet aan te merken als bijzondere omstandigheid, nu [eiser in de hoofdzaak] de stelling van [XXX] & Brood dat het verzoek tot afgifte van die stukken niet aan [XXX] is gericht, maar rechtstreeks aan de administratie van Speciaalbakkerij [voornaam] [XXX] en dat [XXX] geen opdracht heeft gegeven tot het verstrekken van de gegevens, niet gemotiveerd heeft betwist. Daarbij is van belang dat eveneens als onbetwist is komen vast te staan, dat [XXX] al bij e-mailbericht van 6 oktober 2008 aan [gedaagde in de vrijwaring sub 2] had laten weten af te zien van de huur. De omstandigheid dat dit bericht [gedaagde in de vrijwaring sub 2] ten gevolge van zijn vakantie niet heeft bereikt, kan niet voor risico van [XXX] & Brood komen.

Het voorgaande brengt mee dat de vraag of sprake is van een door [XXX] & Brood gewekte, zodanige schijn van volmachtverlening dat [eiser in de hoofdzaak] op grond daarvan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht aannemen dat [XXX] & Brood aan [gedaagde in de vrijwaring sub 2] een toereikende volmacht had verleend, ontkennend dient te worden beantwoord.

Dit leidt tot de slotsom, dat de grondslag aan de vordering van [eiser in de hoofdzaak] komt te ontvallen, zodat deze zal worden afgewezen.

De proceskosten komen voor rekening van [eiser in de hoofdzaak] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

De vordering in de vrijwaring en de beoordeling daarvan

[XXX] & Brood vordert hoofdelijke veroordeling van De Ridder & Strijbis en [gedaagde in de vrijwaring sub 2], des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om aan [XXX] & Brood al datgene te betalen waartoe [XXX] & Brood in de hoofdzaak ten behoeve van [eiser in de hoofdzaak] zal worden veroordeeld, met hoofdelijke veroordeling van De Ridder & Strijbis en [gedaagde in de vrijwaring sub 2] in de kosten van het geding in de hoofdzaak en de vrijwaring.

Nu de vordering in de hoofdzaak wordt afgewezen, ontbreekt aan de vordering in vrijwaring de grond, zodat ook deze zal worden afgewezen.

De proceskosten komen voor rekening van [XXX] & Brood omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

In de hoofdzaak

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [eiser in de hoofdzaak] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [XXX] & Brood tot en met vandaag worden begroot op € 1.600,00 aan salaris van de gemachtigde.

In de vrijwaring

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [XXX] & Brood tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van

De Ridder & Strijbis en [gedaagde in de vrijwaring sub 2] worden begroot op € 800,00 aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.