Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BM0778

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
04-03-2010
Datum publicatie
12-04-2010
Zaaknummer
09/1506 en 09/1507
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Verzoeker, pr-man van een Surinaamse band, is, samen met andere bandleden, vastgezet in het detentiecentrum Schiphol wegens verdenking van overtrekding van artikel 2 Opiumwet. De strafzaak is vervolgens wegens gebrek aan bewijs geseponeerd.

De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig om voor de onterechte vrijheidsbeneming een vergoeding toe te kennen. De rechtbank hanteert de standaardvergoeding, nu niet is gebleken dat verdachte extra schade heeft geleden door het persbericht over de aanhouding van de band dat door het OM is opgesteld en verspreid.

De rechtbank matigt het bedrag aan kosten van een gekozen raadsman, nu een aantal werkzaamheden niet relevant was voor de strafzaak. Tot slot zal de rechtbank een vergoeding van 540 euro voor indiening en behandeling van het verzoekschrift toekennen. De raadsman heeft zich met name gericht op de zaak van verzoeker zonder meer specifiek in te gaan op de zaak van de andere leden van de band, daarom zal een eenmalig bedrag voor het verschijnen ter zitting worden toegekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Enkelvoudige raadkamer

Registratienummers: 09/1506 en 09/1507

Parketnummer: 15/810271-09

Uitspraakdatum: 4 maart 2010

beschikking (art. 89 en 591a Sv.)

1. Ontstaan en loop van de procedure

Op 15 december 2009 is ter griffie van de rechtbank Haarlem ingekomen een (gecombineerd) door mr. E.G.S. Roethof, advocaat, ingediend verzoekschrift, gedateerd 15 december 2009, van

[verzoeker], verzoeker,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

domicilie kiezende te [adres], ten kantore van mr. E.G.S. Roethof, voornoemd.

Het verzoekschrift strekt respectievelijk tot toekenning van:

1. de gebruikelijke vergoeding ten laste van de Staat ter zake van de schade die verzoeker stelt te hebben geleden ten gevolge van ten onrechte ondergane verzekering wegens verdenking van overtreding van artikel 2 Opiumwet, te weten een bedrag groot € 1050,- (bestaande uit 2 dagen verblijf in het detentiecentrum Schiphol a € 105,- te vermeerderen met factor 5 wegens immateriële schade);

2. vergoeding van een bedrag ad € 2862,91 wegens de door deze met betrekking tot de strafzaak met bovengenoemd parketnummer gemaakte kosten van een raadsman;

3. een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 540,- wegens het indienen en de behandeling ter terechtzitting van onderhavig verzoekschrift.

Op 18 februari 2010 zijn de verzoekschriften in het openbaar in raadkamer behandeld.

Voor verzoeker is verschenen mr. C.T. Pittau.

Tevens was aanwezig de officier van justitie mr. B. Lijnse.

Van het verhandelde in raadkamer is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De inhoud daarvan wordt als hier ingelast beschouwd.

2. Beoordeling

De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd op 17 september 2009 na een sepot wegens gebrek aan bewijs.

Het verzoekschrift is tijdig ingediend.

Verzoeker is op 11 april 2009 in verzekering gesteld en op 12 april 2009 is hij in vrijheid gesteld.

Op de voet van het bepaalde in de artikelen 89 en 90 van het Wetboek van Strafvordering kan verzoeker – nu de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht – aanspraak maken op vergoeding van de door hem wegens ten onrechte ondergane vrijheidsbeneming geleden schade, zo daartoe althans, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Van de zijde van verzoeker is er op gewezen dat onderhavige zaak niet te vergelijken is met een standaard zaak. Er zijn in dit geval een heleboel mensen aangehouden en vast gezet. Allemaal zijn ze vrijwillig door de bodyscan gegaan en hebben ze direct gezegd dat ze geen bollen geslikt hadden. Ze hebben allemaal een nacht vast gezeten. Het OM heeft een persbericht de deur uit gedaan waarin gezegd werd dat de hele band geslikt zou hebben. In Suriname en de Surinaamse gemeenschap in Nederland is de band heel erg bekend en deze stevige berichtgeving, die naderhand niet juist bleek te zijn, heeft de goede naam van de aangehouden personen aangetast. Derhalve dient niet slechts volstaan te worden met de standaardvergoeding, vandaar de vermenigvuldiging met factor 5. Daarbij komt dat [verzoeker] niet tot de band behoorde, zelf zijn ticket heeft gekocht en zelfstandig reisde. Hij was de pr-man van de band. Doordat hij een bekende radio-dj is, heeft hij meer immateriële schade geleden dan de leden van de band. Juist vanwege zijn bekendheid is hij door de berichtgeving in de krant omtrent zijn vermeende betrokkenheid bij drugssmokkel in zijn goede naam aangetast. Ook dienden er juist vanwege zijn bekendheid meer werkzaamheden voor hem verricht te worden waardoor de advocatenrekening hoger is uitgevallen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de standaardvergoeding van een verblijf in het detentiecentrum op Schiphol € 92,50 bedraagt. Daarnaast is de vermenigvuldigingsfactor voor de immateriële schade die geleden zou zijn niet aanwezig. Als er een aantal leden van een band bolletjes geslikt blijkt te hebben dan is het niet meer dan logisch de rest van die band cq mensen die daarbij horen, ook aan te houden en aan nader onderzoek te onderwerpen. Het OM heeft hierin voortvarend opgetreden. Nadat het persbericht is uitgegaan is steeds volledige openheid van zaken gegeven.

Ten aanzien van de vergoeding van de kosten van de raadsman stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat het bedrag dat gevraagd wordt gematigd dient te worden nu meer dan de helft van de rekening kosten bedraagt die gemaakt zijn nadat [verzoeker] in vrijheid gesteld is. De contacten met het OM in afwachting van het sepot komen wel voor vergoeding in aanmerking. De contacten met de promotor die worden opgevoerd komen niet voor vergoeding in aanmerking.

De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de gevraagde vergoeding voor de onterechte vrijheidsbeneming gronden van billijkheid aanwezig zijn om een vergoeding voor 1 dag toe te kennen. Zij gaat hierbij uit van het standaardtarief dat gehanteerd wordt voor verblijf in het detentiecentrum te Schiphol, te weten € 92,50.

Ten aanzien van de gevorderde vermenigvuldigingsfactor met betrekking tot de gestelde immateriële schade, overweegt de rechtbank als volgt. In de standaardvergoeding welke toegekend wordt voor het verblijf van een dag in het detentiecentrum is reeds verdisconteerd een bedrag aan immateriële schade geleden door dit verblijf. Gesteld is dat de aanhouding van verzoeker extra immateriële schade met zich heeft gebracht nu door het persbericht opgesteld en verspreid door het OM verzoeker, die een bekende DJ is, ten onrechte in een kwaad daglicht is gesteld en dit terwijl hij in het geheel geen onderdeel uitmaakte van de groep. De rechtbank overweegt hieromtrent dat verzoeker als PR man meereisde met de band en in die zin betrokkenheid had bij de band, waarvan een gedeelte bolletjes bleek te hebben geslikt, reden waarom er aanleiding bestond voor het OM om verzoeker evenzeer aan te houden. Niet gebleken is dat in het persbericht de naam van verzoeker is genoemd dan wel daarin is gesteld dat alle aangehouden personen, waaronder verzoeker, daadwerkelijk bolletjes met daarin cocaïne zouden hebben geslikt, nu er geen persbericht is overgelegd namens verzoeker. Voor zover de goede naam van verzoeker in een slecht daglicht zijn komen te staan door de inverzekeringstelling van 1 dag, is zijn goede naam wederom gezuiverd na de spoedige vrijlating, welke berichten ook de pers zullen hebben bereikt.

Tevens ziet de rechtbank aanleiding het bedrag aan kosten van een gekozen raadsman te matigen. Zij acht niet aannemelijk dat de kosten voor de promotor relevant waren ten aanzien van de strafzaak, deze kosten zullen derhalve niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ook de contacten met de pers acht de rechtbank niet relevant ten aanzien van de strafzaak. De activiteiten die verricht zijn ten behoeve van verzoeker vinden daarbij grotendeels plaats nadat verzoeker in vrijheid is gesteld. Dat er op dat moment nog enige werkzaamheden in de strafzaak verricht dienen te worden acht de rechtbank aannemelijk. Deze werkzaamheden kunnen bestaan uit contacten met cliënt cq het OM en het bestuderen van het dossier. De overige werkzaamheden acht de rechtbank, ook na toelichting door de raadsman ter terechtzitting, niet relevant voor de strafzaak en zullen derhalve niet voor vergoeding in aanmerking kunnen komen.

Voor de rechtsbijstand, verleend voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering, acht de rechtbank gronden van billijkheid aanwezig de gevraagde vergoeding ten bedrage van € 540,- toe te kennen, waarbij nu de raadsman zich met name gericht heeft op de zaak van verzoeker, zonder meer specifiek in te gaan op de zaak van de andere leden van de band, die allen ten onrechte een dag in detentie hebben doorgebracht, een eenmalig bedrag voor het verschijnen ter zitting zal worden toegekend.

Daarom zal de rechtbank, gelet op de toepasselijke wetsvoorschriften als volgt beslissen

3. Beslissing

De rechtbank:

Kent aan verzoeker een vergoeding ten laste van de Staat toe van € 1965,- (zegge: negentienhonderd en vijfenzestig euro), welk bedrag als volgt is samengesteld:

- € 92,50 wegens een verblijf van 1 dag krachtens inverzekeringstelling in het detentiecentrum te Schiphol;

- € 1872,50 ter zake de kosten van rechtsbijstand met betrekking tot de strafzaak en voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift.

Wijst af het overigens meer of anders verzochte.

Beveelt de uitbetaling door de griffier van deze rechtbank van de bij deze beschikking aan verzoeker toegekende vergoeding op de derdenrekening van verzoekers advocaat, bankrekening nummer [nummer] ten name van Advocatenkantoor Roethof te Amsterdam, onder vermelding van “schadevergoeding [verzoeker]/OM”.

4. Samenstelling enkelvoudige raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door mr. F.G. Hijink, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. E. de Witte, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2010.