Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BL9858

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
19-02-2010
Datum publicatie
01-04-2010
Zaaknummer
165273-10-59
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

proceskostenveroordeling: Nu de vrouw haar verzoek ter zitting heeft ingetrokken nadat de man had medegedeeld onverwijld aan de inschrijving van de echtscheiding te willen meewerken, terwijl nergens uit is gebleken dat de vrouw vóór de zitting zelf heeft getracht op zo kort mogelijke termijn deze inschrijving te bewerkstelligen, is de onderhavige procedure nodeloos gevoerd en zal de vrouw op grond van artikel 237 Rv in de kosten worden veroordeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EB 2010, 52
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

voorlopige voorzieningen/tegenspraak

zaak-/rekestnr.: 165273/10-59

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 19 februari 2010

in de zaak van:

[naam vrouw],

wonende te [plaats],

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. H. Loonstein, kantoorhoudende te Amsterdam.

tegen

[naam man]

wonende te [plaats],

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. A.K. Oostlander-Vos, kantoorhoudende te Haarlem,

1 Procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de vrouw van 7 januari 2010, ingekomen op 8 januari 2010;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de man van 3 februari 2010.

1.2 De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 5 februari 2010 in aanwezigheid van partijen, bijgestaan door hun advocaten.

2 Beoordeling

2.1 De vrouw heeft in haar verzoekschrift verzocht om wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 21 juli 2009 voor zover hierbij haar verzoek om vaststelling van een kinderbijdrage is afgewezen.

2.2 De vrouw heeft aangevoerd dat de omstandigheden na 21 juli 2009, de dagtekening van de beschikking waarvan wijziging wordt verzocht, in zodanige mate zijn gewijzigd dat deze beschikking niet in stand kan blijven. Zij heeft een beroep gedaan op de beschikking die inmiddels, op 29 december 2009, in de echtscheidingsprocedure tussen partijen is gegeven. Bij deze beschikking is de door de man te betalen kinderbijdrage met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking vastgesteld op € 475 per kind per maand. De vrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat zij er belang bij heeft dat de gevraagde voorziening wordt getroffen, omdat de behoefte van de kinderen vaststaat en het nog wel enige tijd kan duren voordat de beschikking in de registers van de burgerlijke stand wordt ingeschreven.

2.3 De man heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Hij heeft aangevoerd dat de vrouw niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek, omdat er geen wijziging van omstandigheden is. Voorts heeft hij gesteld dat hij zijnerzijds de echtscheidingsbeschikking al had willen inschrijven, maar dat de vrouw de daarvoor benodigde akte van berusting nog niet heeft ondertekend. Nu derhalve deze procedure nodeloos is gevoerd, verzoekt hij de vrouw te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure.

2.4 Nadat de vrouw had gesteld de akte van berusting onmiddellijk te willen ondertekenen, is de behandeling voor korte tijd geschorst. Vervolgens heeft de vrouw haar verzoek ingetrokken, zodat op dit verzoek niet meer behoeft te worden beslist.

2.5 De man heeft gepersisteerd in zijn verzoek om de vrouw in de kosten van deze procedure te veroordelen.

2.6 De rechtbank overweegt als volgt. Nu de vrouw haar verzoek ter zitting heeft ingetrokken nadat de man had medegedeeld onverwijld aan de inschrijving van de echtscheiding te willen meewerken, terwijl nergens uit is gebleken dat de vrouw vóór de zitting zelf heeft getracht op zo kort mogelijke termijn deze inschrijving te bewerkstelligen, is de onderhavige procedure nodeloos gevoerd en zal de vrouw op grond van artikel 237 Rv in de kosten worden veroordeeld.

De kosten aan de zijde van de man worden begroot op € 262 aan verschotten en

€ 904 (2 punten ad € 452) aan salaris van de advocaat.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1 Veroordeelt de vrouw in de proceskosten, aan de zijde van de man begroot op

€ 262 aan verschotten en € 904 aan salaris van de advocaat.

3.2 Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

3.3 Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.B.M. Voorhoeve, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. J. Kroon, griffier, op 19 februari 2010.