Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BL9312

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-03-2010
Datum publicatie
29-03-2010
Zaaknummer
AWB 09 / 4516
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WMO - vaststelling en berekening van de eigen bijdrage gebeurt door het CAK. Geen taak voor B&W.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09 - 4516

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2010

in de zaak van:

[naam eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 januari 2009 heeft verweerder een persoonsgebonden budget (Pgb) aan eiseres toegekend voor hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor de periode tot en met 1 oktober 2009.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 16 februari 2009 bezwaar gemaakt.

Tegen de overschrijding van de termijn om een besluit te nemen op het ingediende bezwaar heeft eiseres bij brief van 8 september 2009 beroep ingesteld.

Bij besluit van 17 september 2009 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Bij brief van 31 oktober 2009 heeft eiseres de rechtbank bericht dat zij het beroep wenst te handhaven. Tevens heeft zij de gronden van beroep aangevuld.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 4 februari 2010. Eiseres is in persoon ter zitting verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. J.C.W. Kieviet, werkzaam bij de gemeente Haarlemmermeer.

2. Overwegingen

2.1 Met betrekking tot het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaarschrift van 8 september 2009, is de rechtbank van oordeel dat niet in geschil is dat de termijn waarbinnen op het bezwaar moest worden beslist is overschreden. Nu verweerder alsnog een beslissing op bezwaar heeft genomen, heeft eiseres geen belang bij een beoordeling dit beroep, zodat dit niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

2.2 Aan eiseres is een persoonsgebonden budget (hierna: Pgb) toegekend ten behoeve van hulp in de huishouding in categorie HBH1 (huishoudelijke werkzaamheden), klasse 2 (2 tot 3,9 uur per week). Het budget bedraagt bij indeling in klasse 2 € 2.849,00 bruto per jaar, betaalbaar in maandelijkse bedragen van € 237,42.

2.3 Eiseres is het oneens met het besluit en heeft in beroep aangevoerd dat verweerder een volstrekt onduidelijk beleid voert. Het is onduidelijk hoeveel het Pgb uiteindelijk netto gaat bedragen omdat de activiteiten van verweerder en het Centraal Administratie Kantoor (hierna: CAK) onvoldoende zijn gecoördineerd. De informatieverstrekking omtrent de eigen bijdrage van het CAK is onvoldoende. Het CAK en verweerder geven verschillende bedragen op. Op basis van verweerders beschikking acht eiseres zich niet in staat om met dit Pgb huishoudelijke hulp in te kopen, en daarmee de werkgelegenheid van de zorgverlening te kunnen garanderen. Verweerder komt tekort in zijn coördinerende taak en zorgplicht. Voorts heeft verweerder het besluit op bezwaar genomen op grond van de verordening die pas op 20 mei 2009 is gepubliceerd en die dus niet van kracht was op het moment van het besluit van 27 januari 2009. Het argument van verweerder dat eiseres gebruik kan maken van zorg in natura is niet ter zake. Eiseres wenst verstrekking van een Pgb.

De rechtbank overweegt het volgende.

2.4 Aan artikel 5, eerste lid van de Wmo is door verweerder uitvoering gegeven door vaststelling van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlemmermeer 2009 (hierna: de Verordening) en het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlemmermeer 2009 (hierna: het Besluit)

2.5 De inwerkingtreding van de Verordening en het Besluit met ingang van 1 april 2009 is bekendgemaakt op 20 mei 2009. Verordening en Besluit zelf bevatten geen overgangsrechtelijke bepalingen. Dit betekent - gelet op het karakter van de bezwaarfase – dat deze regels bij de beoordeling van het nemen van een besluit op bezwaar op 17 september 2009 van toepassing waren. Verweerder heeft terecht de Verordening en het Besluit bij de beoordeling van het bezwaar van eiseres toegepast.

2.6 Voor het college van burgemeester en wethouders is ten aanzien de eigen bijdragen op grond van de Wmo geen taak weggelegd.

2.7 Artikel 15 van de Wmo bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening kan bepalen dat een persoon een eigen bijdrage is verschuldigd.

2.8 In artikel 16 van de Wmo is bepaald dat een eigen bijdrage wordt vastgesteld en geïnd door een door de minister aan te wijzen rechtspersoon.

2.9 Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Regeling maatschappelijke ondersteuning wordt als rechtspersoon als bedoeld in artikel 16 van de wet aangewezen het centraal administratiekantoor, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering.

2.10 Met name de vaststelling van de eigen bijdrage gebeurt dus niet door verweerder, maar door het CAK. Wellicht zijn er andere – en gebruikersvriendelijkere – mogelijkheden om met de vaststelling en berekening van de eigen bijdrage in verband met een Pgb om te gaan, zoals eiseres stelt, maar op grond van de Wmo is verweerder niet gehouden eiseres op dit punt tegemoet te komen. Het beroep van eiseres kan dan ook niet slagen.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1 verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar niet-ontvankelijk;

3.2 verklaart het beroep voor het overige ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel, rechter, en op 18 maart 2010 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.