Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BL7625

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-03-2010
Datum publicatie
16-03-2010
Zaaknummer
AWB 09/3550
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Weigering verzoek om terug te komen op eerdere besluiten met betrekking tot benoemingen - en met name de daarbij toegepaste inschaling - kan de marginale toets doorstaan."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09 - 3550 AW

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 maart 2010

in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. A.J. Abbing, advocaat te Amersfoort,

tegen:

het bestuur van de Luchtverkeersleiding Nederland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 juli 2008 heeft verweerder eiseres bericht dat de toegepaste methodiek inzake haar benoeming en beloning met als gevolg dat eiseres is ingepast in schaal 44D, trede 1 correct is toegepast.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 14 augustus 2008 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 12 juni 2009 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 22 juli 2009, aangevuld bij brief van 21 augustus 2009, beroep ingesteld.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 23 februari 2010, alwaar eiseres in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. Abbing, voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam]

2. Overwegingen

2.1 Eiseres is op 3 maart 2003 in dienst getreden bij verweerder. Aanvankelijk is eiseres in opleiding geweest voor verkeersleider, maar die opleiding is op 22 juni 2006 wegens onvoldoende resultaat stopgezet. Bij brief van 4 juli 2006 is dat aan eiseres medegedeeld en is haar eervol ontslag aangezegd met een opzegtermijn van drie maanden. Tevens is in de brief vermeld dat eiseres gedurende die opzegtermijn (tijdelijk) tewerkgesteld zou worden als verkeersleidingsassistent/Start-Up Controller Tower/Approach (verder: verkeersleidingsassistent).

2.2 Ingaande 1 september 2006 is eiseres, hangende de opzegtermijn, benoemd in de functie van verkeersleidingsassistent, niveau 2. In de benoemingsbrief van 22 september 2006 is toegelicht dat voor de bepaling van functieniveau is uitgegaan van de datum, waarop eiseres tijdens het opleidingstraject het examen benodigd voor verkeersleidingsassistent heeft behaald (29 juli 2004).

2.3 Vervolgens is eiseres per 1 september 2007 benoemd in de functie van VLA-Ground Controller, niveau 2. In de benoemingsbrief van 10 oktober 2007 is wederom expliciet aangegeven dat de datum waarop eiseres tijdens het opleidingstraject het examen VLA-Ground (13 april 2005) heeft gehaald als uitgangspunt is genomen voor het bepalen van het niveau waarop zij is ingepast.

2.4 Bij brief van 23 juni 2008 heeft eiseres verweerder er op gewezen dat een collega van haar, die hetzelfde opleidingstraject tot verkeersleider heeft gevolgd, vier periodieken hoger is ingeschaald dan zij, terwijl die collega ([naam]) op een later tijdstip bij verweerder in dienst is getreden dan zij zelf. Daarom maakt eiseres in haar brief alsnog bezwaar tegen de inpassing in de salarisschaal 44D, trede 01 met het verzoek aan verweerder aan die onrechtvaardigheid iets te doen. Eiseres heeft dientengevolge gevraagd op de zelfde wijze te worden ingeschaald als haar collega [naam] voornoemd.

2.5 Eiseres stelt dat zij zowel bij de benoeming tot verkeersleidingsassistent, niveau 2 als tot benoeming tot VLA-Ground Controller, niveau 2, telkens twee periodieken had moeten krijgen, zoals volgens haar ook is voorgeschreven in de Regeling Loopbaanvorming voor Uitvoerende Operationele Functies LVNL (verder: RLBV).

2.6 Verweerder heeft het verzoek van eiseres beschouwd als een verzoek om terug te komen op zijn eerdere besluiten met betrekking tot de hiervoor beschreven benoeming(en) van eiseres en dit verzoek, ook na bezwaar van eiseres, afgewezen.

2.7 In geschil is het antwoord op de vraag of het (bestreden) besluit van verweerder op die benoemingen niet terug te komen de beperkte rechterlijke toets kan doorstaan. Voor de beantwoording van deze vraag overweegt de rechtbank het volgende.

2.8 Op 1 september 2006, de datum waarop eiseres is benoemd als verkeersleidingsassistent, niveau 2, had zij sedert het behalen van het examen tot verkeersleidingsassistent meer dan twee jaar operationele werkervaring en voldeed zij dientengevolge volledig aan de eisen van de functie, waarin zij benoemd zou worden. Vanwege haar (meer dan) twee jaar operationele werkervaring is zij direct benoemd in de salarisschaal gekoppeld aan de functie verkeersleidingassistent, niveau 2 en niet eerst in de aanlooprang niveau 1.

2.9 Op 1 september 2007, de datum waarop eiseres is benoemd in de functie van VLA-Ground Controller, niveau 2, had zij sinds het behalen van het examen tot VLA-Ground Controller eveneens meer dan twee jaar operationele werkervaring. Zij voldeed derhalve direct aan de eisen van die functie. Ook weer vanwege haar twee jaar operationele werkervaring, is eiseres direct van de salarisschaal behorende bij de functie verkeersleidingsassistent, niveau 2 benoemd in de functie van VLA-Ground Controller, niveau 2, dat wil zeggen wederom zonder tussenschaal.

2.10 De rechtbank stelt voorop dat de wijze waarop eiseres op 1 september 2006 en op 1 september 2007 is benoemd in de betreffende functies geheel in overeenstemming was met de bepalingen van de RLBV. Inpassing in de tredenlijn behorende bij niveau 2 vindt plaats op een salaris dat twee treden hoger ligt dan het oorspronkelijke salaris, niveau 1. Bij eiseres ontbreekt het oorspronkelijke niveau 1 salaris, omdat zij niet eerder in de betreffende functies, niveau 1 was benoemd en verweerder heeft eiseres dientengevolge zonder de (extra) dubbele periodiek in haar nieuwe functieschaal, niveau 2, ingedeeld. Eiseres heeft niet langer betwist dat de bedoelde benoemingen in overeenstemming met de betreffende regelgeving zijn gedaan. Het is met name het resultaat dat eiseres onredelijk vindt.

2.11 Vooropgesteld zij evenwel dat, zoals tijdens de hoorzitting in bezwaar uitvoerig is besproken en door verweerder ook is bevestigd, de RLBV uitgaat van een opleidingstraject, gevolgd door een aanstelling in de functie waarvoor die opleiding gevolgd is en niet voor de situatie van eiseres, die als aspirant VKL de aanvankelijke opleiding niet heeft gehaald, maar uiteindelijk met de opgedane ervaring als aspirant VKL wel is doorgestroomd in een VLA-functie (van een hoger salaris naar een lager salaris).

2.12 De rechtbank onderkent dat in het geval eiseres minder dan twee jaar operationele werkervaring zou hebben gehad zij eerst zou zijn ingeschaald in de bijbehorende schaal, niveau 1 en daarna pas (met de volgens de RLBV bijbehorende dubbele periodiek) in de functieschaal, niveau 2, hetgeen geldt voor zowel de functie verkeersleidingassistent als die van VLA-Ground Controller. Met andere woorden de langere werkervaring pakte in het geval van eiseres (en een vijftal collegae die in dezelfde positie verkeren) nadelig uit omdat zij een ander traject heeft gevolgd dan de collega ([naam]) met wie zij zich heeft vergeleken.

2.13 Het voorgaande is het directe gevolg van de omstandigheid dat eiseres vanwege het voldoen aan de daarvoor geldende ervaringseis van twee jaar, telkens meteen in haar functieschaal, niveau 2 moest worden benoemd – de rechtbank wijst er op dat artikel 10, tweede lid RLBV spreekt over “wordt” en niet over “kan” -en verweerder de inpassing niet vergezeld heeft doen gaan met een dubbele periodiek. Dat bij een directe inpassing in die schaal, niveau 2, twee periodieken zouden moeten worden toegekend staat niet expliciet vermeld in de RLBV. Naar de opvatting van verweerder heeft eiseres dan ook geen recht op een dergelijke dubbele inpassingperiodiek.

2.14 Volgens eiseres is er door verweerders handelwijze sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel. Eiseres stelt dat zij gelijk behandeld dient te worden als de heer [naam].

2.15 Naar het oordeel van de rechtbank is er bij de collega [naam] en eiseres geen sprake van gelijke gevallen, alleen al niet omdat [naam] een geheel andere achtergrond heeft dan eiseres en vanuit een andere positie is ingestroomd dan eiseres. Bepalend is dat [naam] een andere carrièrelijn heeft gevolgd waarin dus wel een tussenstap bij de benoeming naar een hogere salarisschaal paste.

2.16 Hierbij komt nog dat door verweerder is gesteld – verweerder heeft dit ter zitting bevestigd – dat de heer [naam] de uitzondering op de regel vormt en dat eiseres – gelijk de overige 5 personen die zij heeft genoemd – overeenkomstig de hiervoor besproken regel(s) is behandeld. De rechtbank heeft geen aanleiding het voorgaande in twijfel te trekken. Eiseres heeft ter zitting de juistheid hiervan ook niet langer betwist.

2.17 Het vorenstaande neemt niet weg dat eiseres moet worden toegegeven dat het resultaat weinig bevredigend is, zij het dat de geschetste verschillen inmiddels niet meer voorkomen nu verweerder een andere overigens minder gunstige inschalingtechniek toepast bij carrièrewijzigingen als hier aan de orde.

2.18 Bij nadere brief van 9 februari 2010 heeft eiseres nog een aantal nadere stukken ingezonden, waaronder de met ingang van 1 januari 2008 ingevoerde gewijzigde Regeling LVB, alsmede correspondentie aan de collega [naam] voornoemd, omtrent diens carrièrepad en inschaling. Wat er van deze Regeling verder ook zij, nu verzocht is terug te komen op besluitvorming uit 2006 en 2007 is de inhoud van die regeling niet relevant voor het onderhavige geding.

2.19 Het geheel overziende is de rechtbank voor oordeel dat verweerders besluit om niet terug te komen op zijn eerdere besluitvorming de marginale rechterlijke toets kan doorstaan.

2.20 Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling wordt geen aanleiding gezien.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.S. Korteweg-Wiers, rechter, en op 8 maart 2010 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. H.R.A. Horring, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.