Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BL7296

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
27-01-2010
Datum publicatie
11-03-2010
Zaaknummer
428626 / CV EXPL 09-6408; 428635 / CV EXPL 09-6413; 428673 / CV EXPL 09-6432
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot personenvervoer. Eisers zijn na annulering van hun vlucht met negen uur vertraging op hun bestemming gearriveerd. Eisers vorderen veroordeling van de luchtvaartmaatschappij tot betaling van een compensatiebedrag ingevolge artikel 5 lid 1 sub c juncto artikel 7 lid 1 sub b van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement. Het beroep van de luchtvaartmaatschappij op buitengewone omstandigheden wordt verworpen, gelet op de prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie in haar arrest van 22 december 2008, zaaknummer C-549/07.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2010, 91

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 428626 / CV EXPL 09-6408

428635 / CV EXPL 09-6413

428673 / CV EXPL 09-6432

datum uitspraak: 27 januari 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER in gevoegde zaken van 7 oktober 2009

in de zaak met zaak/rolnr.: 428626 / CV EXPL 09-6408 van

[eiseres] pro se en in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige]

te [woonplaats]

eiseres

hierna te noemen [eiseres] c.s.

hierna gezamenlijk met de andere eisende partijen te noemen: de passagiers

gemachtigde: Wiggers van Meggelen Gerechtsdeurwaarders & Incasso

tegen

de commanditaire vennootschap met een beherende vennoot Transavia Airlines CV

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Transavia

gemachtigde: mr. J.J. Croon

in de zaak met zaak/rolnr.: 428635 / CV EXPL 09-6413 van

1.[eiseres 1]

2.[eiseres 2] pro se en in de hoedanigheid van de wettelijke vertegenwoordiger van [minderjarige]

allen te [woonplaats]

eiseres

hierna te noemen [eiseres 1] c.s.

hierna gezamenlijk met de andere eisende partijen te noemen: de passagiers

gemachtigde: Wiggers van Meggelen Gerechtsdeurwaarders & Incasso

tegen

de commanditaire vennootschap met een beherende vennoot Transavia Airlines CV

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Transavia

gemachtigde: mr. J.J. Croon

en in de zaak met zaak/rol.nr: 428673 / CV EXPL 09-6432 van

[eisers 1 t/m 14]

[eiseres 15] pro se en in de hoedanigheid van de wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige]

allen te Amsterdam

eiseres

hierna te noemen [eisseres 1] c.s.

hierna gezamenlijk met de andere eisende partijen te noemen: de passagiers

gemachtigde: Wiggers van Meggelen Gerechtsdeurwaarders & Incasso

tegen

de commanditaire vennootschap met een beherende vennoot Transavia Airlines CV

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Transavia

gemachtigde: mr. J.J. Croon

De verdere procedure in de zaken 428626 / CV EXPL 09-6408, 428635 / CV EXPL 09-6413 en 428673 / CV EXPL 09-6432

De kantonrechter heeft op 7 oktober 2009 tussen partijen een vonnis gewezen. Overgenomen wordt wat daarin is overwogen en beslist. Ingevolge dat vonnis hebben de passagiers gerepliceerd, waarna Transavia heeft gedupliceerd. Vonnis is bepaald op heden.

De feiten in de zaken 428626 / CV EXPL 09-6408, 428635 / CV EXPL 09-6413 en 428673 / CV EXPL 09-6432

1. De passagiers hebben een overeenkomst tot personenvervoer door de lucht met Transavia. Op basis van deze overeenkomst zou Transavia de passagiers tegen betaling op 7 juli 2007 om 05.00 uur lokale tijd per luchtvaartuig van Amsterdam, Schiphol Airport, Nederland naar Barcelona, Barcelona Airport, Spanje vervoeren. De afstand van deze vlucht is 1.241 km.

2. Transavia heeft de vlucht van de passagiers geannuleerd, omdat een groot aantal toestellen in die periode aan de grond stonden in verband met technische mankementen.

3. Transavia heeft de passagiers omgeboekt naar een andere vlucht met vertrektijd

12.25 uur.

4. De passagiers zijn 9 uren later dan de oorspronkelijk geplande tijd in Barcelona geland.

Het verweer in de zaken 428626 / CV EXPL 09-6408, 428635 / CV EXPL 09-6413 en 428673 / CV EXPL 09-6432

Transavia betwist de vordering. Zij voert daartoe onder meer het volgende aan.

De vlucht van de passagiers is geannuleerd, omdat een groot aantal toestellen in verband met technische mankementen aan de grond stonden. Deze technische mankementen werden veroorzaakt door buitengewone omstandigheden, in de zin van artikel 5 lid 3 van de verordening. Zo werden twee toestellen door blikseminslag beschadigd, waaronder het toestel dat voor onderhavige vlucht was ingedeeld. Een ander toestel stond aan de grond doordat een voertuig van de grondafhandelaar een aanrijding had met het toestel en een vierde toestel stond aan de grond omdat daar een vogel tegen aangevlogen was. Door de uitval van deze toestellen was het noodzakelijk om een nieuwe planning te maken, waarbij de gevolgen en de overlast voor de passagiers zoveel mogelijk werd beperkt. Als gevolg hiervan is de vlucht van de passagiers geannuleerd, zij konden echter nog dezelfde dag naar Barcelona.

Tranasvia voert aan dat niet de blikseminslag zelf de buitengewone omstandigheid is, maar het technische mankement als gevolg van de blikseminslag. Transavia had geen redelijke maatregelen kunnen treffen om de technische mankementen te voorkomen.

Transavia is niet gehouden de buitengerechtelijke kosten te voldoen. Deze zijn niet gespecificeerd en vallen onder een eventueel toe te wijzen proceskostenveroordeling.

De beoordeling van het geschil

in de zaken 428626 / CV EXPL 09-6408, 428635 / CV EXPL 09-6413 en 428673 / CV EXPL 09-6432

Transavia heeft bij dupliek verzocht om onderhavige zaak aan te houden totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan in de zaak C-529/08. Dat verzoek wordt gepasseerd nu de president van het Hof van Justitie doorhaling van de zaak heeft gelast.

Beoordeeld moet worden of de door Transavia gestelde oorzaak van de annulering van de vlucht, een technisch mankement als gevolg van blikseminslag, heeft te gelden als een buitengewone omstandigheid als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de verordening, dat luidt: “Een luchtvaartmaatschappij die een vlucht uitvoert, is niet verplicht compensatie te betalen als bedoeld in artikel 7 indien zij kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.”

Het Hof van Justitie heeft in haar arrest van 22 december 2008, zaaknummer C-549/07 hieromtrent een prejudiciële beslissing gegeven. Daarbij is samenvattend geoordeeld dat een technisch mankement bij een luchtvaartuig dat annulering van een vlucht tot gevolg heeft, niet valt onder het begrip „buitengewone omstandigheden” in de zin van artikel 5 lid 3 van de verordening, tenzij dit probleem voortvloeit uit gebeurtenissen die wegens hun aard of hun oorsprong niet inherent zijn aan de normale uitoefening van de activiteit van de betrokken luchtvaartmaatschappij, en waarop deze geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen.

Gelet op dit arrest is de kantonrechter van oordeel dat het door Transavia gedane beroep op buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de verordening niet kan slagen. De door gedaagde aangevoerde samenloop van omstandigheden, moet naar het oordeel van de kantonrechter worden aangemerkt als inherent aan de normale uitoefening van de activiteit van gedaagde. Weliswaar is –anders dan in de zaak met zaak/rolnr. 395686 / CV EXPL 08-10553– nu bekend dat het vliegtuig dat voor onderhavige vlucht stond ingepland is getroffen door blikseminslag. Dit laat echter onverlet dat die blikseminslag reeds dagen voor de geplande vlucht heeft plaatsgevonden. Dat maakt dat niet gesproken kan worden van buitengewone omstandigheden op het moment van de vlucht, op dat moment waren immers niet meer de weersomstandigheden de buitengewone omstandigheid, maar het technisch mankement dat daaruit volgde. Dat Transavia geen daadwerkelijke invloed uit kon oefenen op de omstandigheid dat het betreffende vliegtuig door de bliksem is getroffen maakt dat niet anders.

in de zaak 428626 / CV EXPL 09-6408

Bovenstaande brengt met zich dat de gevorderde compensatie van € 250,00 per persoon, derhalve € 500,00 in totaal moet worden toegewezen.

De passagiers hebben € 89,25 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De door de passagiers verrichtte werkzaamheden hebben meer omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden toegewezen.

in de zaak 428635 / CV EXPL 09-6413

Bovenstaande brengt met zich dat de gevorderde compensatie van € 250,00 per persoon, derhalve € 750,00 in totaal moet worden toegewezen.

De passagiers hebben € 178,50 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De door de passagiers verrichtte werkzaamheden hebben meer omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden toegewezen.

in de zaak 428673 / CV EXPL 09-6432

Bovenstaande brengt met zich dat de gevorderde compensatie van € 250,00 per persoon, derhalve € 4.000,00 in totaal moet worden toegewezen.

De passagiers hebben € 714,00 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De door de passagiers verrichtte werkzaamheden hebben meer omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden toegewezen.

in de zaken 428626 / CV EXPL 09-6408, 428635 / CV EXPL 09-6413 en 428637 / CV EXPL 09-6432

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

De proceskosten komen voor rekening van Transavia omdat deze in alle zaken in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

in de zaak 428626 / CV EXPL 09-6408

- veroordeelt Transavia tot betaling aan [eiseres] c.s. van € 589,25 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 26 december 2008 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt Transavia tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] c.s. tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 85,98

vastrecht € 158,00

salaris gemachtigde € 200,00

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

in de zaak 428635 / CV EXPL 09-6413

- veroordeelt Transavia tot betaling aan [eiseres 1] c.s. van € 928,50 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 11 juli 2008 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt Transavia tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiseres 1] c.s.

tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 85,98

vastrecht € 158,00

salaris gemachtigde € 200,00

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

in de zaak 428673 / CV EXPL 09-6432

- veroordeelt Transavia tot betaling aan [eisseres 1] c.s. van € 4.714,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 26 november 2008 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt Transavia tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eisseres 1] c.s. tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 85,98

vastrecht € 208,00

salaris gemachtigde € 400,00

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. Boom en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.