Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BL6526

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
11-02-2010
Datum publicatie
04-03-2010
Zaaknummer
421757
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opposante heeft zich bij Best Business School ingeschreven voor een opleiding tot grondstewardess. Zij heeft bij Best Business School een toelatingsexamen gedaan, waarvoor Best Business School haar 'met vlag en wimpel' heeft laten slagen. Opposante heeft de opleiding gestaakt, nadat zij had vernomen dat Best Bursiness School bij geen van de gevestigde luchtvaartmaatschappijen bekendheid en erkenning genoot. Opposante is bij verstekvonnis veroordeeld tot betaling aan Best Business School van (het restant) cursusgeld. Opposante vordert vernietiging van het verstekvonnis en beroept zich o.a. op bedrog en dwaling.

De kantonrechter is van oordeel dat bedrog niet is komen vast te staan. Het beroep op dwaling slaagt wel, nu Best Business School bij opposante, die een mbo-opleiding had op niveau 2, veel te hoge verwachtingen heeft gewekt over de kansen om met haar opleiding aan de slag te kunnen komen. Het verstekvonnis wordt vernietigd en de vordering van Best Business School wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton Locatie Zaandam

zaaknummer : 421757

rolnummer : 2579/09

datum uitspraak : 11 februari 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[opposante]

te [woonplaats]

opposante

tevens eisende partij in reconventie

nader te noemen [opposante]

gemachtigde : mr. F.E.C. Koopman te Eindhoven.

tegen:

de besloten vennootschap Best Business School

te Best

geopposeerde

tevens gedaagde in reconventie

nader te noemen Best Business School

gemachtigde : E.A.P. van Lith te Eindhoven.

Verloop van de procedure

Verwezen wordt naar het tussenvonnis van 12 november 2009.

Op 13 januari 2010 heeft een comparitie van partijen plaatsgehad.

De griffier heeft aantekening gehouden van wat is besproken en welke stukken zijn overgelegd.

De inhoud van die stukken kan als hier ingelast en herhaald worden beschouwd.

De vorderingen

De vordering zijn na het laatste tussenvonnis niet gewijzigd.

De verweren

De verweren zijn na het laatste tussenvonnis niet gewijzigd.

Beoordeling van het geschil

Nieuwe feitelijke vaststellingen

Er zijn enkele nieuwe feitelijke vaststellingen te doen.

Voor de leesbaarheid van dit vonnis worden eerdere feitelijke vaststellingen cursief herhaald en nieuwe daar op de logisch juiste plaats aan toegevoegd.

Best Business School bood in 2007 onder meerdere handelsnamen cursussen aan.

Een van die handelsnamen namen was The Stewardess Academy en onder die naam werd -en wordt nog- een opleiding aangeboden tot stewardess of grondstewardess.

Een van de middelen waarvan Best Business School zich bediende was een internetsite.

Een ander middel was de aan [opposante] uitgereikte voorlichtingsfolder die in het geding gebracht is.

[opposante] heeft zich door die internetsite laten voorlichten en heeft vervolgens bij Best Business School een toelatingsexamen gedaan voor een opleiding tot grondstewardess, waarvoor zij volgens Best Business School met vlag en wimpel was geslaagd.

Daarna heeft [opposante] zich ingeschreven en is met de opleiding begonnen.

Al snel kregen zij en een 19-tal medecursisten aanwijzingen dat de opleiding slecht was en dat The Stewardess Academy een instelling was die bij geen enkele luchtvaartmaatschappij bekendheid en erkenning genoot.

Door toedoen van leerlingen en ouders van leerlingen is Best Business School in de politiek en de media in opspraak geraakt.

[opposante] heeft na enkele maanden de opleiding gestaakt.

Aanleiding was dat een medeleerling in aanwezigheid van leerlingen, leiding en leraren zich naar aanleiding van die in de media ontstane commotie zodanig kritisch opstelde tegenover de directie dat zij van school is gestuurd.

Een aantal leerlingen zijn toen ook weggelopen en niet meer terug gekomen.

[opposante] heeft niet aan Best Business School met zoveel woorden aangegeven dat zij de overeenkomst wenste te ontbinden en heeft ook geen reden voor haar vertrek gegeven.

Zij is weggebleven en heeft niet verder betaald.

[opposante] heeft geen betaalbewijs met betrekking tot het in reconventie terug gevorderde lesgeld. Zij leidt de hoogte van haar vordering af uit het verschil tussen het totale lesgeld en de van haar in conventie nagevorderde som.

Beide partijen hebben ter comparitie nog stukken in het geding gebracht.

Best Business School heeft een aantal uitspraken in volgens haar vergelijkbare zaken overgelegd waarin zij in het gelijk is gesteld.

[opposante] heeft onder meer een rapport van bevindingen overgelegd van de Inspectie van het Onderwijs dat is opgemaakt naar aanleiding van de in de media ontstane commotie over de onderhavige opleiding van Best Business School. Het rapport is vastgesteld op 21 oktober 2009.

Het geschil

Aard en omvang van het geschil blijken voldoende uit het bovenstaande. Het kan aan de hand van de verweren worden behandeld.

Beoordeling van de geschilpunten

In oppositie (conventie)

In het tussenvonnis is overwogen:

[opposante] beroept zich op dwaling, subsidiair bedrog, meer subsidiair onrechtmatige daad en, meest subsidiair, op schuldeiserverzuim, omdat Best Business School naar achteraf bleek niet in staat was te bieden waartoe zij zich had verbonden.

Best Business School heeft [opposante] en andere cursisten een aantal garanties gegeven, die zij al ras bleek niet te kunnen waarmaken.

[opposante] biedt bewijs aan met getuigenverklaringen van vele van haar medecursisten, die allen de opleiding hebben gestaakt nadat de school in de politiek en de media in opspraak was geraakt.

De kantonrechter verstaat de verweren aldus dat het beroep op bedrog het verst strekkende verweer is.

Dat verweer kan slechts slagen indien kan worden aangetoond dat Best Business School zich heeft schuldig gemaakt aan opzettelijke gedane onjuiste mededelingen of opzettelijke verzwijging van wat Best Business School verplicht was te vermelden of aan andere kunstgrepen.

Uitdrukkelijk vermeldt de wet dat aanprijzingen in algemene bewoordingen, ook al zijn ze onwaar, op zichzelf geen bedrog opleveren.

Het prospectus van Best Business School staat weliswaar bol van dergelijke aanprijzingen in algemene bewoordingen.

Maar uit het hiervoor genoemde rapport van bevindingen van de Onderwijsinspectie is gebleken dat Best Business School wel een door die inspectie erkende opleiding geeft.

Dat is natuurlijk wat anders dan een "erkenning" van een of meer grote luchtvaartmaatschappijen.

Een dergelijke "erkenning" is niet wettelijk geregeld.

In het rapport scoort Best Business School op de punten Naleving van wettelijke vereisten en Informatievoorziening niet hoog (een 2 op een schaal van 1 tot 4)

[opposante] heeft echter geen opzettelijk onjuiste mededelingen of opzettelijke verzwijging van verplichte mededelingen of andere kunstgrepen in de zin van artikel 3:44.3 BW kunnen aanvoeren of aannemelijk maken.

Het subsidiair aangevoerde beroep op dwaling slaagt wel.

Best Business School heeft bij haar kandidaat leerlingen, althans en in ieder geval bij [opposante] die een mbo-opleiding had op niveau 2, veel te hoge verwachtingen gewekt over de kansen om met haar opleiding aan de slag te kunnen komen.

[opposante] en haar raadsman hebben met overgelegde stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat KLM en een aantal grote luchtvaartmaatschappijen die hier in Nederland actief zijn, voor een stewardess of grondstewardess een vooropleidingsniveau van minimaal mbo niveau 3 vereisen.

Het kan wel zijn dat er in het verleden wel eens een of enkele leerlingen van Best Business School bij een dergelijke luchtvaartmaatschappij aan de slag zijn geraakt. Maar dat is naar de huidige toelatingseisen eerder uitzondering dan regel.

Een dergelijke voorlichting mag van een duur betaald instituut als Best Business School worden vereist. Zeker als Best Business School, zoals in dit geval, kandidaten met een relatief lage vooropleiding ter geruststelling een soort toelatingsexamen laat doen om ze daar dan met vlag en wimpel voor te laten slagen.

Bij een succesvol beroep op dwaling kan de kantonrechter op de voet van artikel 6:630.2 BW de gevolgen van de overeenkomst wijzigen om nadeel van de dwalende op te heffen.

De kantonrechter zal de overeenkomst ontbinden per de datum dat [opposante] haar opleiding heeft gestaakt.

Zodoende behoeft zij niets meer na te betalen en kan zij hetgeen zij mogelijk al wel heeft betaald niet meer terug krijgen.

Kosten

Het verstekvonnis wordt vernietigd en de verzetkosten worden gecompenseerd.

Beslissing

De kantonrechter:

In oppositie:

Verklaart het verzet gegrond en vernietigt het vonnis waartegen het was gericht.

En thans opnieuw rechtdoende:

Wijst de vorderingen af.

In reconventie:

Wijst de vordering af.

In oppositie en reconventie:

Belast iedere partij met de eigen kosten.

Aldus gewezen door mr. J.J. van der Valk als kantonrechter, en op 11 februari 2010 in het openbaar uitgesproken en door kantonrechter en griffier ondertekend.