Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BL5600

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
24-02-2010
Datum publicatie
25-02-2010
Zaaknummer
166242 - KG ZA 10-60
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

VERLENEN VAN KAPVERGUNNING, NOCH GEBRUIK DAARVAN ONRECHTMATIG.

Eiseressen willen bomenkap van (deels) monumentale bomen op voormalig Marinehospitaalterrein te Overveen voorkomen en stellen dat de verlening van de kapvergunning door de gemeente en het gebruikmaken van die vergunning door de ontwikkelaar jegens eiseressen onrechtmatig is. Alle daartoe aangevoerde argumenten worden afgewezen, omdat niet kan worden vastgesteld dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens eiseressen door de kapvergunning te verlenen aan de ontwikkelaar, noch dat de ontwikkelaar onrechtmatig jegens eiseressen heeft gehandeld door van die vergunning gebruik te (willen) maken. De voorzieningenrechter stelt daarnaast vast dat voor een verdere (inhoudelijke) beoordeling van de rechtmatigheid van de verlening van de kapvergunning door de gemeente in dit kort geding geen plaats is, nu in de daartoe bestemde bestuursrechtelijke procedure (onherroepelijk) is beslist, waarbij - tot in hoogste instantie - alle daarbij relevante belangen tegen elkaar zijn afgewogen. Eiseressen worden vervolgens veroordeeld tot betaling van de kosten van het geding, waaronder het driedubbele van het gebruikelijk te begroten bedrag voor salaris advocaat aan de zijde van de gemeente, daar het civielrechtelijk traject dat eiseressen met onderhavige procedure zijn ingeslagen, alleen maar lijkt te zijn ingegeven om de woningbouwplannen op het terrein nog verder op te houden, waarmee de gemeente - lees de gemeenschap - op onnodige kosten is gejaagd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
M en R 2010, 49 met annotatie van FW
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 166242 / KG ZA 10-60

Vonnis in kort geding van 24 februari 2010

in de zaak van

1. de vereniging

VERENIGING MARINEHOSPITAALTERREIN,

gevestigd te Overveen,

2. de stichting

BOMENSTICHTING,

gevestigd te Utrecht,

3. de stichting

STICHTING BESCHERMING ERFGOED ZUID-KENNEMERLAND,

gevestigd te Heemstede,

eiseressen,

advocaat mr. A.H.J. van den Biesen te Amsterdam,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE BLOEMENDAAL,

zetelend te Overveen,

gedaagde,

advocaat mr. J. Elte te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AM,

zetelend te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.R. van Angeren te Amsterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BAM VASTGOED B.V.,

zetelend te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.R. van Angeren te Amsterdam.

Eiseressen zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als de vereniging c.s.. Gedaagden zullen respectievelijk de gemeente, AM en BAM Vastgoed worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van de vereniging c.s.

- de pleitnota van de gemeente

- de pleitnota van AM en BAM Vastgoed.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Eiseres sub 1. is een vereniging van omwonenden van het Marinehospitaalterrein (hierna: het terrein) te Overveen en van andere inwoners van Overveen en Haarlem. Zij heeft als statutair doel onder meer te ijveren voor een ontwerp, inrichting en gebruik van het terrein dat recht doet aan de omgeving van het terrein, de plaats van het terrein in Overveen, het landschappelijk aanzien van het terrein en de belangen van de omwonenden.

Eiseres sub 2. is een landelijke stichting die onder meer tot statutair doel heeft het bevorderen van de zorg en aandacht voor bomen.

Eiseres sub 3. is een regionale stichting die onder meer tot statutair doel heeft de bescherming en de instandhouding van natuurerfgoederen in de regio Zuid Kennemerland.

2.2. De gemeente is eigenaar van het terrein. Op 23 februari 2005 heeft de gemeente een samenwerkingsovereenkomst (hierna: de Samenwerkingsovereenkomst) met BAM Vastgoed gesloten inzake de herontwikkeling van het terrein. In deze Samenwerkingsovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

Artikel 5 - Publiekrechtelijke medewerking Gemeente

5.1 De Gemeente zal, met inachtneming van wettelijke procedures en te betrachten zorgvuldigheid jegens derden, zoveel mogelijk bevorderen dat [na verkregen ontvankelijke aanvragen] alle vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen en goedkeuringen van overheidswege, welke vereist zijn in het kader van de uitvoering van deze Overeenkomst conform het Tijdschema verleend zullen worden. Voor zover de Gemeente deze besluiten zelf dient te nemen, zal zij de desbetreffende aanvragen voortvarend behandelen.

(…)

5.6 Onverminderd het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel zal de Gemeente meewerken aan het verlenen van de benodigde toestemming voor het rooien van de twee waardevolle, mogelijk monumentale bomen, welke met rood zijn gearceerd op de tekeningen volgens Bijlage 5a, alsmede voor het rooien van andere waardevolle mogelijk monumentale bomen, indien strikt noodzakelijk voor de uitvoering van het Ontwikkelingsplan.

Artikel 7 - Grondtransactie

(…)

7.2 De Ontwikkelaar verplicht zich jegens de Gemeente om alle grond, bestemd voor het door de Ontwikkelaar uit te voeren Bouwprogramma in het Plangebied, af te nemen indien de voor de realisatie van het Ontwikkelingsplan benodigde Bruikbare (Bouw-) Vergunningen zullen zijn verkregen en de koopwoningen van de gebouwen A, 8, D en E voor 50% of meer onherroepelijk zullen zijn verkocht, (waarvan tenminste 8 woningen van het Dure Segment). ingebruikname van (een gedeelte van) het Plangebied door Ontwikkelaar wordt hiermee gelijkgesteld.

2.3. Van de Samenwerkingsovereenkomst maakt onderdeel uit een Tweede Addendum. In dit Tweede addendum is onder meer het volgende opgenomen:

2.1 Onderstaand zijn de wijzigingen van de Samenwerkingsovereenkomst en Addendum 1 aangeduid:

(…)

- Aan artikel 7.2 wordt de zinsnede ‘Na onvoorwaardelijke verkoop van 70% van de koopwoningen en na verkrijging van de voor de realisatie van het Ontwikkelingsplan benodigde Bruikbare (Bouw) Vergunningen zal, na goedkeuring van de Raad van Bestuur van Koninklijke BAM Groep N. V., gestart worden met de bouw’, toegevoegd.

2.4. Op 11 juni 2008 heeft de gemeente aan BAM Vastgoed een vergunning verleend voor het vellen van 255 bomen op het terrein (hierna: de Kapvergunning). In de Kapvergunning is ondermeer het volgende opgenomen:

VOORSCHRIFTEN EN BEPERKINGEN

1. U mag de bomen pas kappen vanaf zes weken na de verzenddatum van deze vergunning.

2. Als iemand een verzoek om een voorlopige voorziening indient, moet u de uitspraak van de Voorzieningenrechter afwachten.

3. U moet een herplant uitvoeren met 41 bomen: 12 bomen van de 1e grootte, waarvan de stamomtrek gemeten op 1.30 meter hoogte ten minste 20 tot 25 centimeter moet zijn, 10 bomen van de 2e grootte, waarvan de stamomtrek gemeten op 1.30 meter hoogte ten minste 18 tot 20 centimeter moet zijn en 19 bomen van de 3e grootte, waarvan de stamomtrek gemeten op 1.30 meter hoogte ten minste 14 tot 16 centimeter moet zijn U moet tot herplant overgaan in dit plantseizoen (1 november 2008 tot 1 april 2009) of in het eerstvolgende plantseizoen (1 november 2009 tot 1 april 2010). Er is voldoende ruimte om 41 bomen van de 16, 26 en 36 grootte gezond te laten uitgroeien.

4. Als de herbeplanting niet aanslaat, moet u opnieuw tot herbeplanting overgaan in het eerstvolgende plantseizoen.

5. U mag de vergunning niet gebruiken tijdens het vogelbroedseizoen (15 maart tot 15 juli van ieder jaar).

INFORMATIE

1. Wij wijzen u erop dat u van deze vergunning alleen gebruik kunt maken door of met toestemming van zakelijk gerechtigden (bijvoorbeeld de eigenaar) van de bomen.

(…)

2.5. Tegen de Kapvergunning hebben eiseres sub 1 en diverse omwonenden van het terrein (hierna: de vereniging en de anderen) bezwaar gemaakt. Bij besluit van 9 oktober 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente het bezwaar deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard. In voormeld besluit is daarnaast ondermeer het volgende overwogen:

Besluit

Wij hebben besloten in aanvulling op en zonodig in afwijking van -de overwegingen van- het advies van de commissie van advies voor de bezwaar- en beroepschriften:

(…)

2. de bezwaren deels gegrond te verklaren voor zover zij betrekking hebben op bepaalde onderdelen van de motivering, en daartoe de motivering in heroverweging als volgt aan te vullen c.q. aan te passen:

Aanvulling motivering

Ter aanvulling van de motivering kapvergunning d. d. 11 juni 2008 annex desbetreffende besluit van 10 juni 2008, BTW 20070077/2008009788, strekkende tot onder meer het verlenen van vrijstelling ex art. 19 WRO (oud) van de bepalingen van het bestemmingsplan “Zijlweg — West e.o.” ten behoeve van het gehele woningbouwproject voor de locatie voormalig Marinehospitaalterrein conform de ingediende bebouwings- en inrichtingstekening, zoals aangegeven op de bij laatstbedoeld besluit behorende terreintekening Nivo 00 nr. BA-T-POOa en van kapvergunning conform de aanvraag met bijbehorende tekening, merken burgemeester en wethouders op dat:

(…)

3. de bezwaren voor het overige ongegrond te verklaren;

4. het bestreden besluit/de bestreden besluiten, zijnde de kapvergunning d.d. 11juni 2008 en het mede daarop betrekkinghebbend besluit van 10 juni 2008, BTW 20070077/2008009788, in stand te laten onder aanvulling van genoemde motivering.

2.6. Tegen het hierboven genoemde besluit van de gemeente van 9 oktober 2008 hebben de vereniging en de anderen beroep ingesteld, welk beroep bij vonnis van de rechtbank Haarlem d.d. 13 januari 2009 ongegrond is verklaard.

2.7. Van het hierboven genoemde vonnis van de rechtbank Haarlem d.d. 13 januari 2009 zijn de vereniging en de anderen in beroep gekomen bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bij uitspraken van 26 augustus 2009 en van 27 januari 2010 is het beroep van de vereniging en de anderen ongegrond verklaard. In de uitspraak van 26 augustus 2009 is ondermeer het volgende opgenomen:

2. Overwegingen

2.1. (…)

Ingevolge artikel 4.3.3a kan de vergunning in elk geval worden geweigerd op grond van:

a. de natuurwaarde van de houtopstand;

b. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;

g. de waarde voor recreatie en leefbaarheid.

2.8. Bij schrijven van 27 januari 2010 heeft BAM Vastgoed aan de gemeente verzocht te mogen starten met de kap van de bomen waarvoor de gemeente een kapvergunning heeft afgegeven.

2.9. Bij schrijven van 3 februari 2010 heeft de gemeente aan BAM Vastgoed conform de Samenwerkingsovereenkomst toestemming gegeven om over te gaan tot het feitelijk uitvoeren van de bedoelde kapwerkzaamheden. In die brief is onder meer het volgende opgenomen:

Uw brief van 27 januari 2010 heeft ertoe geleid dat bij de Raad op 28 januari 2010 begrip is verkregen voor het kappen van de bomen voorafgaande aan het broedseizoen van 15 maart tot 15 juli 2010.

2.10. In Het Weekblad Kennemer Zuid d.d. 4 februari 2010 is een artikel gepubliceerd, waarin ondermeer het volgende is opgenomen:

(…) In hetzelfde artikel is Wethouder Kokke gevraagd op deze uitspraak te reageren: “Natuurlijk wordt er niet begonnen met zaken die niet meer kunnen worden teruggedraaid voordat zeker is dat de bouw doorgaat. Dat is onze stijl en dat heb ik de voorzitter van de VMHT ook al toegezegd”, luidde zijn antwoord.

3. Het geschil

3.1. De vereniging c.s. vordert:

om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

I. Gedaagde sub 1 (de gemeente Bloemendaal) te verbieden op enigerlei wijze medewerking te verlenen aan de in deze zaak besproken bomenkap voordat aan gedaagde sub 1 aan de hand van schriftelijke bescheiden is aangetoond dat voor 70% van de koopwoningen in het onderhavige bouwproject, dat wil zeggen voor 45 appartementen, onvoorwaardelijke koopcontracten getekend zijn;

II. Gedaagde sub 1 op te dragen binnen één dag na het in deze zaak te wijzen vonnis aan de beide andere gedaagden schriftelijk te kennen te geven dat de bij brief van 3 februari 2010 verleende toestemming in die zin wordt geamendeerd dat deze pas effectief wordt nadat aan de gemeente is aangetoond dat voor 70% van de koopwoningen in het onderhavige bouwproject, dat wil zeggen voor 45 appartementen, onvoorwaardelijke koopcontracten getekend zijn;

III. Gedaagde sub 2 te verbieden op enigerlei wijze, al dan niet in overleg met of in opdracht van gedaagde sub 3 gebruik te (doen) maken van de in deze zaak besproken kapvergunning d.d. 11 juni 2008, zoals deze is aangepast bij beslissing op bezwaar d.d. 9 oktober 2008, althans van de zojuist genoemde kapvergunning gebruik te maken alvorens door gedaagden sub 2 en/of gedaagde sub 3 aan eiseressen is aangetoond dat voor 70% van de koopwoningen in het onderhavige bouwproject, dat wil zeggen voor 45 appartementen, onvoorwaardelijke koopcontracten getekend zijn;

IV. Gedaagde sub 3 (BAM Vastgoed B.V.) te verbieden op enigerlei wijze gebruik te (doen) maken van de in deze zaak bespraken kapvergunning d.d. 11 juni 2008, zoals deze is aangepast bij beslissing op bezwaar d.d. 9 oktober 2008, althans van de zojuist genoemde kapvergunning gebruik te maken alvorens door gedaagden sub 2 en/of gedaagde sub 3 aan eiseressen is aangetoond dat voor 70% van de koopwoningen in het onderhavige bouwproject, dat wil zeggen voor 45 appartementen, onvoorwaardelijke koopcontracten getekend zijn.

alles op straffe van een dwangsom van € 1.000,000,-- (zegge één miljoen euro) voor het overtreden van enig onderdeel van het in deze zaak te wijzen vonnis neergelegde gebod c.q. verbod, waarbij elk van de gedaagden dit bedrag verbeurt, ook al zou het desbetreffende niet-naleven van het vonnis in gezamenlijkheid worden uitgevoerd en waarbij eenzelfde dwangsom per gedaagde wordt verbeurd voor elke dag dat de desbetreffende gedaagde volhardt in het niet-naleven van enig onderdeel van het in deze zaak te wijzen vonnis;

met veroordeling van de gedaagden in de kosten van de procedure.

3.2. De gemeente voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Aan haar vorderingen heeft de vereniging c.s. – kort samengevat – ten grondslag gelegd dat de gemeente enerzijds en AM en BAM Vastgoed anderzijds onrechtmatig handelen jegens de vereniging c.s. door toestemming te verlenen voor de kap respectievelijk gebruik te maken van die door de gemeente verleende vergunning. Hiertoe heeft de vereniging c.s. een aantal argumenten opgeworpen, welke hieronder per argument zullen worden besproken en beoordeeld.

4.2. Ten eerste heeft de vereniging c.s. gesteld dat BAM Vastgoed en AM zijn gefuseerd, zodat zij om die reden geen gebruik kunnen maken van de – immers persoonsgebonden – Kapvergunning. Ter verweer hebben AM en BAM Vastgoed gesteld dat, hoewel partijen reeds onder één naam naar buiten treden, van een juridische fusie van BAM Vastgoed en AM thans (nog) geen sprake is. BAM Vastgoed bestaat derhalve nog steeds als rechtspersoon en zal als zodanig de kap verrichten.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Niet in geschil is dat BAM Vastgoed door de vereniging c.s. is gedagvaard en bovendien in het geding is verschenen. Alleen al om die reden is niet aannemelijk dat BAM Vastgoed niet meer bestaat. Voorts is onaannemelijk dat de kap niet door BAM Vastgoed zal worden gerealiseerd, zodat het eerste argument van de vereniging c.s. niet tot toewijzing van haar vorderingen kan leiden.

4.3. Als tweede argument heeft de vereniging c.s. naar voren gebracht dat aan de Kapvergunning “de betekenis is komen te ontvallen”, omdat er feitelijk geen sprake kan zijn van de in de Kapvergunning genoemde herplantverplichting, nu deze niet vóór 1 april 2010 zal zijn voldaan. Ter verweer hebben de gemeente en BAM Vastgoed gesteld dat bij de bepaling van de in de Kapvergunning genoemde data geen rekening is gehouden met de termijnen voor bezwaar en beroep, maar dat de herplantverplichting tevens uit de Samenwerkingsovereenkomst volgt, althans dat een redelijke uitleg van die overeenkomst meebrengt dat op BAM Vastgoed een herplantverplichting rust.

Met de gemeente en BAM Vastgoed is de voorzieningenrechter van oordeel dat het niet (kunnen) voldoen aan de herplantverplichting binnen de in de Kapvergunning genoemde termijnen nog niet meebrengt dat van een herplantverplichting dientengevolge geen sprake (meer) zou zijn. Nu BAM Vastgoed bovendien heeft erkend dat op haar een dergelijke verplichting rust en zij ter zitting heeft toegezegd aan haar verplichting, als bedoeld in de Kapvergunning, te zullen voldoen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de betekenis -geldigheid, zo de vereniging c.s. dat heeft bedoeld - niet aan de Kapvergunning is komen te ontvallen, zodat het door de vereniging c.s. ter zake opgeworpen argument geen doel treft.

4.4. Het derde argument van de vereniging c.s. luidt - kort gezegd - dat de bepalingen in de Samenwerkingsovereenkomst en het Tweede Addendum zó dienen te worden gelezen dat slechts mag worden overgegaan tot de kap, indien ten minste 70% van de te realiseren woningen op het terrein ‘onvoorwaardelijk’ is verkocht.

Het verweer van BAM Vastgoed en AM is dat dit argument van de vereniging c.s. berust op een onjuiste lezing van de relevante bepalingen uit de Samenwerkingsovereenkomst.

Met AM en BAM Vastgoed is de voorzieningenrechter van oordeel dat de door de vereniging c.s. voorgestane interpretatie van de Samenwerkingsovereenkomst een onjuiste is. Uit de desbetreffende bepalingen volgt immers (slechts) een verplichting voor BAM Vastgoed om te starten met de bouw zodra 70% van de koopwoningen onvoorwaardelijk zal zijn verkocht, maar niet valt te lezen dat BAM Vastgoed pas op dat moment (en niet eerder) mág starten met de bouw. Bovendien staat het partijen (waarbij uitsluitend gedoeld wordt op de gemeente en BAM Vastgoed; de vereniging c.s. is immers geen partij bij de Samenwerkingsovereenkomst) vrij om onderling nader anders overeen te komen. Naar het oordeel van de voorzieningrechter is het onmiskenbaar de bedoeling van zowel de gemeente als van BAM Vastgoed dat thans met de kap kan worden gestart. Ook dit argument kan dan ook niet tot toewijzing van de vorderingen van de vereniging c.s. leiden.

4.5. Als vierde argument heeft de vereniging c.s. – samengevat – gesteld dat de Kapvergunning slechts is verleend voor “het gehele woningbouwproject voor de locatie voormalig Marinehospitaalterrein conform de ingediende bebouwings- en inrichtingstekening, zoals aangegeven op de bij laatstbedoeld besluit behorende terreintekening Nivo 00 nr. BA-T-POOa”. Omdat de Kapvergunning thans (dreigt te) word(t)(en) gebruikt voor andere doeleinden dan voornoemde, mag BAM Vastgoed geen gebruik van de Kapvergunning maken.

Naar de voorzieningenrechter begrijpt, beroept de vereniging c.s. zich op de nadere motivering van de gemeente bij de Kapvergunning d.d. 9 oktober 2008. Dit beroep kan echter niet tot toewijzing van de vorderingen van de vereniging c.s. leiden. De voorzieningrechter overweegt daartoe als volgt. Uit de door de vereniging c.s. aangehaalde passage van de nadere motivering volgt niet voorshands dat BAM Vastgoed in het onderhavige geval niet van de Kapvergunning gebruik zou mogen maken. Ook de bewoordingen van de verleende Kapvergunning rechtvaardigen de door de vereniging c.s. voorgestane beperking van de Kapvergunning niet. Zou zulks anders zijn, dan zou dat in feite neerkomen op een weigeringsgrond die niet voorkomt op de in artikel 4.3.3a lid 1 van de APV opgenomen gronden. Dit argument kan de vorderingen dan ook niet dragen.

4.6. Tot slot heeft de vereniging c.s. aangevoerd dat de gemeente heeft toegezegd dat niet met de kap zal worden begonnen voordat onomstotelijk vast staat dat de bouw daadwerkelijk zal plaatsvinden. Ter onderbouwing heeft de vereniging c.s. gewezen op een uitspraak die wethouder Kokke daaromtrent zou hebben gedaan.

Ter verweer heeft de gemeente gesteld dat de wethouder de desbetreffende uitspraken in de eerste plaats niet heeft gedaan namens (het college van burgemeester en wethouders van) de gemeente en dat de wethouder de uitspraak daarnaast in een andere context heeft geplaatst, zodat op grond daarvan de uitspraak van de wethouder niet kan worden gezien als een toezegging van het bevoegde gezag.

4.7. Gezien de gemotiveerde betwisting door de gemeente van de stelling van de vereniging c.s., is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende vast komen te staan dat een dergelijke toezegging als die waarop de vereniging c.s. doelt is gedaan. Daarentegen is wèl komen vast te staan dat de gemeente aan BAM Vastgoed heeft toegezegd dat laatstgenoemde een aanvang mag maken met de kap. Het is daarom veel aannemelijker dat, indien de kap zou worden verboden, de gemeente alsdan inbreuk maakt op een door haar gedane toerzegging aan BAM Vastgoed dan dat, indien de kap niet zou worden verboden, de gemeente inbreuk maakt op een door de wethouder gedane toezegging aan (één van de) eisers.

4.8. Voor een verdere (inhoudelijke) beoordeling van de rechtmatigheid van de verlening van de Kapvergunning door de gemeente is in dit kort geding geen plaats, nu in de daartoe bestemde bestuursrechtelijke procedure (onherroepelijk) is beslist, waarbij - tot in hoogste instantie - alle daarbij relevante belangen tegen elkaar zijn afgewogen. Daar komt nog bij dat de Raad van de gemeente nog recent heeft ingestemd met een kap voor het komend broedseizoen.

4.9. Concluderend overweegt de voorzieningenrechter dat niet kan worden vastgesteld dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens de vereniging c.s. door de Kapvergunning te verlenen aan BAM Vastgoed, noch dat BAM Vastgoed onrechtmatig jegens de vereniging c.s. heeft gehandeld door van die vergunning gebruik te (willen) maken. In het onderhavige geval doen zich geen omstandigheden voor die, hoewel het kappen van de bomen op het terrein wellicht in strijd is met de statutaire doelstellingen van de vereniging c.s., in dit concrete geval het handelen van BAM Vastgoed overeenkomstig de door de gemeente verleende Kapvergunning jegens de vereniging c.s. onrechtmatig doen zijn. De gevraagde voorzieningen zullen derhalve worden geweigerd.

4.10. De vereniging c.s. zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Voor wat betreft die kosten overweegt de voorzieningenrechter nog als volgt. Naar de gemeente met recht heeft aangevoerd, valt niet goed in te zien welke rechtens te beschermen belangen bij dit onderhavige kort geding gediend zijn (waren), nu alle bestuursrechterlijke procedures (ook die met betrekking tot het geldende bestemmingsplan en de bouwvergunning) in duidelijke bewoording tot in hoogste instantie ongegrond zijn verklaard en waarbij alle ruimtelijke en sectorale belangen die hierbij een rol spelen, te weten van volkshuisvesting tot en met cultuurhistorie en natuurbehoud, op een zorgvuldige wijze tegen elkaar zijn afgewogen. Daar komt nog bij het hiervoor onder 2.9 genoemde en democratisch gelegitimeerde standpunt van de Raad van de gemeente. Het civielrechtelijk traject dat de vereniging c.s. vervolgens met de onderhavige procedure is ingeslagen, lijkt inderdaad, zoals de gemeente eveneens heeft aangevoerd, alleen maar te zijn ingegeven om de woningbouwplannen op het terrein nog verder op te houden. De vereniging c.s. heeft klaarblijkelijk de middelen voor het voeren van al deze procedures, maar daarmee wordt de gemeente - lees de gemeenschap - wel op onnodige kosten gejaagd. Mede door de grote spoedeisendheid die volgens de vereniging c.s. bij het onderhavige kort geding aan de orde was, op grond waarvan de zitting reeds op daags na de aanvraag van het geding is bepaald, zal de aan de gemeente toe te kennen kostenveroordeling - nog meer dan gewoonlijk al het geval is - volstrekt ontoereikend zijn om haar proceskosten te dekken. De voorzieningenrechter zal daarom het salaris advocaat aan de zijde van de gemeente begroten op het driedubbele van het daarvoor gebruikelijk te begroten bedrag. Voor wat betreft AM en BAM Vastgoed bestaat er geen grond om het salaris advocaat aan die zijde op een ander bedrag dan het gebruikelijke te begroten. De extra kosten die de procedure voor haar mee zal brengen, behoren tot haar ondernemersrisico.

4.11. De kosten aan de zijde van de gemeente worden begroot op:

- vast recht EUR 263,00

- salaris advocaat 2.448,00

Totaal EUR 2.711,00

4.12. De kosten aan de zijde van AM en BAM Vastgoed worden begroot op:

- vast recht EUR 263,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.079,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de voorziening,

5.2. veroordeelt de vereniging c.s. in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op EUR 2.711,00 en aan de zijde van AM en BAM Vastgoed tot op heden begroot op EUR 1.079,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van der Meer, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. S.M.P. Langeveld, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2010.?