Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BL4511

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
26-01-2010
Datum publicatie
19-02-2010
Zaaknummer
165158/HA RK 10-2
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wraking. Ter zitting van de wrakingskamer aangevoerde aanvullende wrakingsgronden kunnen geen grond zijn voor de te nemen beslissing. Geen (schijn van) vooringenomenheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Wrakingskamer

zaaknummer: 165158/HA RK 10-2

datum beslissing: 26 januari 2010

Op verzoek van:

[verzoeker],

wonende te Haarlem,

verzoeker,

gemachtigde mr. B.W.M. Zegers, advocaat te Edam.

1. Procesverloop

1.1 Op de openbare zitting van 16 december 2009 heeft verzoeker de wraking verzocht van mr. […], hierna te noemen: de kantonrechter, in de bij deze rechtbank, sector kanton, aanhangige zaak, tussen ING personeel VOF en [verzoeker], met zaaknummer 442439/AO VERZ 09-968, hierna te noemen: de hoofdzaak.

1.2 Verzoeker, de gemachtigde van de wederpartij in de hoofdzaak en de kantonrechter zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 26 januari 2010. Verzoeker, zijn gemachtigde en de kantonrechter zijn verschenen. De gemachtigde van de wederpartij in de hoofdzaak heeft van de geboden gelegenheid, met voorafgaand bericht, geen gebruik gemaakt.

2. Het standpunt van verzoeker en de kantonrechter

2.1 Verzoeker heeft ter onderbouwing van het verzoek het volgende aangevoerd. De kantonrechter heeft door haar houding en uitlatingen ter zitting blijk gegeven van vooringenomenheid, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid niet is gegarandeerd. Zo heeft de kantonrechter aan het begin van de mondelinge behandeling reeds een kwalificatie van het verzoekschrift gegeven, door op te merken dat dit verzoekschrift haars inziens ‘meer dan volledig’ was. In het proces-verbaal van de zitting staat ten onrechte het woord ‘compleet’, deze weergave is niet correct Voorts heeft de kantonrechter gezegd dat zij de reden waarom verzoeker het verweerschrift niet vóór de behandeling van de zaak had toegezonden, niet overtuigend achtte.

2.2 Verzoeker heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek nog het volgende gesteld. Na de zitting is verzoeker gebleken dat de kantonrechter van 1980 tot en met 2001 als advocaat heeft gewerkt bij kantoor Stibbe, huisadvocaat van de ING, die in de hoofdzaak als verzoekster optreedt. Verzoeker stelt dat de kantonrechter ook financieel nog verbonden is aan Stibbe in de vorm van een pensioenvoorziening. In het verleden heeft de kantonrechter voorts als advocaat opgetreden voor woningbouwvereniging De Vooruitgang te Volendam, waarbij mr. Zegers, als advocaat van huurders, diverse keren als haar tegenpleiter heeft opgetreden.

De kantonrechter had de zaak van ING niet zelf moeten behandelen of ten minste de kwestie vooraf aan partijen moeten voorleggen. Door het een noch het ander te doen, heeft de kantonrechter de schijn van partijdigheid niet voorkomen.

2.3 De kantonrechter is van mening dat de aanvullende wrakingsgronden, zoals ter zitting naar voren gebracht, niet relevant zijn en dat de wrakingskamer zich moet beperken tot de wrakingsgronden, zoals deze zijn opgenomen in het proces-verbaal in de hoofdzaak. Het proces-verbaal in de hoofdzaak is een letterlijke neerslag van hetgeen gezegd is. Voorts heeft de kantonrechter opgemerkt dat zij nu 10 jaar kantonrechter is, dat zij zich niet kan herinneren als advocaat tegenover mr. Zegers in de rechtzaal te hebben gestaan, dat zij niet voor de ING gewerkt heeft en dat zij niet financieel verbonden is met het kantoor Stibbe.

3. Beoordeling

3.1 Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert, hierna ook te noemen de subjectieve toets Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak, de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn, hierna ook te noemen de objectieve toets. Het subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.

3.2 De kantonrechter heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek aangevoerd dat hetgeen is opgenomen in het proces-verbaal van de zitting van 16 december 2009, de letterlijke weergave is van hetgeen zij ter zake van het verzoekschrift en het verweerschrift in de hoofdzaak heeft opgemerkt. De kantonrechter stelt zeker te weten dat zij op de mededeling van de gemachtigde van verzoekster dat deze het verzoekschrift voldoende compleet achtte, heeft gereageerd met de woorden “Dat lijkt mij ook”. Zij heeft voorts aangevoerd dat zij tot twee maal toe aan mr. Zegers heeft uitgelegd waarom zij zijn redenering met betrekking tot de oorzaak van de late indiening van het verweerschrift niet overtuigend vond.

3.3 De rechtbank is op grond van de stukken en van hetgeen door partijen ter zitting is verklaard van oordeel, dat uit de houding en de uitlatingen van de kantonrechter ter zitting niet kan worden afgeleid dat de kantonrechter jegens verzoeker de door deze laatste gestelde vooringenomenheid koestert. De subjectieve toets levert derhalve geen grond op voor wraking.

3.4 De rechtbank overweegt ten aanzien van de ter zitting van de wrakingskamer op 26 januari 2010 opgevoerde wrakingsgronden het volgende. Vooropgesteld dient te worden dat alleen zal worden beslist op de in het proces-verbaal van de zitting van 16 december 2009 vastgelegde wrakingsgronden, zodat de door verzoeker ter zitting naar voren gebrachte, aanvullende wrakingsgronden geen grond kunnen zijn voor de onderhavige beslissing. Wel overweegt de rechtbank ten overvloede, dat de kantonrechter door op te treden in de procedure waarin ING de verzoekende partij is, niet in strijd heeft gehandeld met de hiervoor toepasselijke regelingen en/of de ‘leidraad onpartijdigheid van de rechter’. Van omstandigheden die grond geven voor het oordeel dat de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is, is derhalve niet gebleken, zodat ook de objectieve toets geen grond voor wraking zou opleveren.

3.5 De aangevoerde feiten en omstandigheden vormen derhalve geen grond voor wraking.

3.6 De rechtbank zal het verzoek afwijzen.

4. Beslissing

De rechtbank:

4.1 wijst het verzoek om wraking af;

4.2 beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de kantonrechter en de wederpartij een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;

4.3 beveelt dat het geding in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.J. van Andel, voorzitter, en mrs. J.T.M. Nijenhof en A.J. Wolfs, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2010 in tegenwoordigheid van drs. A.J. Verkruisen als griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.