Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BL3536

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
03-02-2010
Datum publicatie
10-02-2010
Zaaknummer
423387 / CV EXPL 09-4748
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Geeft gelijke arbeid altijd recht op gelijke beloning? Eiser is tot 1 februari 2009 in dienst is geweest van gedaagde als docent. Hij vordert 1) een verklaring voor recht dat sprake is van rechtsongelijkheid, aangezien hij een lager uurloon verdiende dan een collega-docent, en 2) dat hij met terugwerkende kracht gedurende vijf jaar wordt beloond conform zijn collega.

De kantonrechter is van oordeel dat het onderscheid in beloning tussen eiser en zijn collega naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is en dat gedaagde niet heeft gehandeld in strijd met de eisen van goed werkgeverschap door met de collega een ander -hoger- salaris overeen te komen dan het salaris dat zij eiser betaalde. Persoonlijke (arbeids-)capaciteiten en persoonlijke omstandigheden kunnen rechtvaardigen dat een werkgever reeds bij het begin van een arbeidsverhouding een ander -hoger- salaris betaalt aan die werknemer dan aan een collega die dezelfde of vergelijkbare arbeid verricht.

De vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2010, 56
AR-Updates.nl 2010-0148
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 423387 / CV EXPL 09-4748

datum uitspraak: 3 februari 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiser]

te [woonplaats]

eiser

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde Y.M. Kasius-Kluter

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NATIONALE LUCHTVAARTSCHOOL B.V.

te Hoofddorp

gedaagde

hierna te noemen de NLS

gemachtigde M.J.M.T. Keulaerds

De procedure

[eiser] heeft de NLS gedagvaard op 29 april 2009. De NLS heeft schriftelijk geantwoord.

Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft [eiser] schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna de NLS nog een schriftelijke reactie heeft gegeven. Beide partijen hebben producties overgelegd.

De feiten

1. [eiser] is van 24 maart 1986 tot 1 februari 2009 als docent in dienst geweest bij de NLS. De NLS houdt zich bezig met het opleiden van piloten voor luchttransport.

[eiser] verrichtte zijn werkzaamheden in [woonplaats]. [eiser] heeft een aantal malen les gegeven in Hoofddorp. Eind 2006 is de NLS te [woonplaats] opgeheven. De activiteiten zijn in Hoofddorp voortgezet.

2. [eiser] verdiende in juni 2006 een uurloon van € 24,97. Een collega van [eiser] (hierna: de werknemer), die van 1 januari 2000 tot 1 april 2007 als docent werkzaam was in Hoofddorp, verdiende in juni 2006 € 28,19 per uur.

De vordering

[eiser] vordert (samengevat) een verklaring voor recht dat sprake is van rechtsongelijkheid en dat [eiser] met terugwerkende kracht gedurende vijf jaar wordt beloond conform zijn collega’s te Hoofddorp, de wettelijke verhoging over het achterstallige salaris op grond van artikel 7:625 BW, de buitengerechtelijke kosten, de wettelijke rente tot aan de dag van volledige betaling en de kosten van de procedure.

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat zijn collega in Hoofddorp voor het zelfde werk een 13% hoger uurloon ontving dan hij en dat er voor deze ongelijkheid in beloning geen objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat.

Het verweer

De NLS betwist de vordering. Als primair verweer voert zij aan dat [eiser] zijn recht heeft verwerkt, omdat hij het probleem in november 2006 heeft aangekaart en de NLS eerst in april 2009 heeft gedagvaard.

Subsidiair erkent de NLS dat het uurloon van [eiser] en de betreffende werknemer in hoogte verschilde. [eiser] en de werknemer waren in dezelfde functieschaal ingedeeld, maar tussen hen bestond een tredenverschil. Ter rechtvaardiging van dat verschil heeft de NLS aangevoerd dat de werknemer en [eiser] geen gelijksoortige arbeid verrichtten. In Hoofddorp werd de modulaire opleiding aangeboden waarbij regelmatig les werd gegeven in de avonduren en in [woonplaats] werd de geïntegreerde opleiding gegeven, waarbij alleen overdag werd les gegeven. Daarnaast waren de omstandigheden waaronder de arbeid werd verricht niet gelijk. [eiser] en de werknemer waren bij verschillende werkgevers werkzaam, [eiser] bij de NLS [woonplaats] behorende tot BV Nationale Luchtvaartschool en de werknemer bij NLS Hoofddorp behorende tot NLS Amsterdam B.V. De cost of living waren in de Randstad waar de werknemer zijn arbeid verrichtte ook hoger dan in [woonplaats].

Meer subsidiair, in het geval wordt aangenomen dat sprake is van ongelijke beloning voor gelijke arbeid, heeft de NLS aangevoerd dat die ongelijkheid in beloning naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de NLS aangevoerd dat [eiser] en de werknemer in dezelfde functieschaal zijn ingedeeld en dat de geleverde prestatie, de leeftijd -de werknemer is 17 jaar ouder dan [eiser]- en de onderhandelingspositie van de werknemer bij de aanvang van het dienstverband het verschil in trede rechtvaardigden.

De beoordeling van het geschil

1. Het primaire verweer van de NLS dat [eiser] zijn recht heeft verwerkt faalt. De NLS kan uit de gedragingen van [eiser] niet het gerechtvaardigd vertrouwen hebben verkregen dat Kuipers zijn aanspraken niet meer geldend zou maken. [eiser] heeft immers voortdurend bij de NLS aangegeven dat hij het niet eens was met de hoogte van zijn uurloon in relatie tot de beloning van zijn collega’s in Hoofddorp. Het enkele feit dat [eiser] enige tijd niets heeft ondernomen is onvoldoende om rechtsverwerking aan te nemen.

2. In dit geding ligt vervolgens de vraag voor of [eiser] op grond van het algemeen erkende rechtsbeginsel dat gelijke arbeid in gelijke omstandigheden op gelijke wijze beloond moet worden, tenzij een objectieve rechtvaardigingsgrond een ongelijke beloning toestaat, aanspraak kan maken op hetzelfde salaris als de werknemer.

3. Daartoe is eerst de vraag aan de orde of [eiser] en de werknemer gelijke arbeid verrichtten. Bij de beantwoording van die vraag speelt volgens vaste jurisprudentie niet alleen de verrichte arbeid een rol, ook andere factoren, zoals opleiding, ervaring en geschiktheid voor een andere functie kunnen bij de beantwoording van die vraag worden betrokken. Nagegaan moet worden of de te vergelijken werknemers gelet op de aard van het werk, de opleidingsvereisten en de arbeidsomstandigheden kunnen worden geacht zich in een vergelijkbare situatie te bevinden.

4. Anders dan de NLS is de kantonrechter van oordeel dat dat het geval is. De verrichte arbeid zelf is gelijksoortig; [eiser] en de werknemer gaven beiden les aan leerlingvliegers, zij onderwezen nagenoeg dezelfde vakken, schreven en vertaalden vanuit het Engels instructiemateriaal over nagenoeg dezelfde onderwerpen en stelden tentamens en examens op met betrekking tot nagenoeg dezelfde materie. De omstandigheden waren weliswaar niet identiek; de werknemer verrichtte de werkzaamheden meer in de avond dan [eiser], de werknemer verrichtte de werkzaamheden in de Randstad waar de cost of living zoals de NLS heeft bepleit hoger zijn, en [eiser] voornamelijk in [woonplaats], maar naar het oordeel van de kantonrechter kan, gelet op de aard van de werkzaamheden die aan Kuipers en de werknemer zijn toevertrouwd, de opleidingsvereisten voor die werkzaamheden en de omstandigheden waaronder de werkzaamheden worden verricht, aan de door [eiser] en de werknemer verrichte arbeid gelijke waarde worden toegekend. Dat [eiser] en de werknemer bij andere vennootschappen in dienst waren maakt het voorgaande niet anders, nu die vennootschappen onder dezelfde moedervennootschap vielen, hetzelfde functiewaarderingssysteem hadden en de arbeidsvoorwaarden vanuit de moederschappij voor de vennootschappen gezamenlijk geregeld werden.

5. Vervolgens is de vraag aan de orde of het verschil in beloning tussen [eiser] en de werknemer ongeoorloofd is. Bij de beoordeling van deze vraag moet worden vooropgesteld dat het in dit geval niet gaat om een onderscheid dat door de wet of een rechtstreeks werkende verdragsbepaling wordt verboden, zoals het onderscheid naar godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, seksuele geaardheid, verschil in arbeidsduur of het al dan niet tijdelijke karakter van een arbeidsovereenkomst. Of in dit geval sprake is van ongeoorloofd onderscheid moet beoordeeld worden aan de hand van de eisen van goed werkgeverschap, waarbij het beginsel dat gelijke arbeid in gelijke omstandigheden op gelijke wijze moet worden beloond, tenzij een objectieve rechtvaardigingsgrond ongelijke beloning toelaat, in aanmerking wordt genomen. Een terughoudende toetsing is evenwel op zijn plaats; ook als moet worden aangenomen dat [eiser] en de werknemer gelijke arbeid in gelijke omstandigheden verrichten zonder dat er voor het verschil in beloning een objectieve rechtvaardigingsgrond valt aan te wijzen, is dat verschil alleen dan ongeoorloofd in het geval de ongelijkheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

6. De NLS heeft (meer subsidiair) geen objectieve rechtvaardigingsgronden aangevoerd, zodat deze evenmin kunnen worden getoetst. Met de NLS is de kantonrechter van oordeel dat het onderscheid in beloning tussen [eiser] en de werknemer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. De werknemer is 17 jaar ouder dan [eiser] en was in dienst bij een onderneming die door de moedervennootschap van de NLS is overgenomen. Daar genoot de werknemer al een aanzienlijk salaris. Door zijn verleden als verkeersvlieger bij de KLM bezat de werknemer veel (praktijk) ervaring en had hij bij zijn indiensttreding bij de NLS een goede onderhandelingspositie. De NLS heeft niet gehandeld in strijd met de eisen van goed werkgeverschap door met de werknemer een ander –hoger- salaris overeen te komen dan het salaris dat zij [eiser] betaalde. Wanneer het standpunt van [eiser] zou worden gevolgd dan zou iedere schending van het beginsel dat gelijke arbeid in gelijk omstandigheden gelijk beloond moet worden, leiden tot een aanpassing van het loon van de werknemer die ongunstiger wordt beloond. Naar het oordeel van de kantonrechter kunnen persoonlijke (arbeids-)capaciteiten en persoonlijke omstandigheden rechtvaardigen dat een werkgever reeds bij het begin van een arbeidsverhouding een ander –hoger- salaris betaalt aan die werknemer dan aan een collega die dezelfde of vergelijkbare arbeid verricht. Dat verschil werkt dan ontegenzeggelijk door in het verdere verloop van het dienstverband en dat verschil is in het voorliggende geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.

7. Gelet op het voorgaande zal de vordering worden afgewezen. [eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.

De beslissing

De kantonrechter:

-wijst de vordering af;

-veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure die aan de kant van de NLS worden begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde;

-verklaart dit vonnis voor zover het de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.