Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BL1675

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
02-02-2010
Datum publicatie
02-02-2010
Zaaknummer
15-700496-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 170 van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte is met zijn auto door de gesloten schuifdeuren van het politiebureau te Zaandijk gereden en is vervolgens in de centrale ontvangsthal tegen de publieksbalie tot stilstand gekomen. Verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan een gebouw opzettelijk beschadigen, terwijl daarvoor gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700496-09

Uitspraakdatum: 2 februari 2010

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 januari 2010 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 20 juli 2009 te Zaandijk, gemeente Zaanstad, opzettelijk een gebouw of een getimmerte of een voor publiek toegankelijke plaats, zijnde het politiebureau gelegen aan het [adres], heeft vernield, dan wel beschadigd,

door toen aldaar opzettelijk met een door hem, verdachte, bestuurde auto,

- snel accelererend op de (palen van de luifel van de) hoofdingang en/of de/een (gesloten) (schuif)deur(en) van dat/die gebouw/plaats in te rijden en/of

- (vervolgens) snel accelererend door die hoofdingang en/of de/een (gesloten) (schuif)deur(en) van dat/die gebouw/plaats te rijden en/of

- (vervolgens) door de/een centrale (ontvangst)hal in dat/die gebouw/plaats te rijden,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd(e) gebouw/plaats en/of de (in de hal van) dat/die gebouw/plaats aanwezige inventaris/goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was

en/of

terwijl daarvan levensgevaar voor de in (de hal van)dat/die gebouw/plaats aanwezige ander(en), in elk geval levensgevaar voor (een) ander(en), te duchten was;

Subsidiair

hij op of omstreeks 20 juli 2009 te Zaandijk, gemeente Zaanstad, een of meerdere in het aan het [adres] gelegen politiebureau aanwezige personen (te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

immers is verdachte opzettelijk dreigend, met een door hem bestuurde auto,

- snel accelererend op de (palen van de luifel van de) hoofdingang en/of de/een (gesloten) (schuif)deur(en) van dat pand/gebouw in gereden en/of

- (vervolgens) snel accelererend door die hoofdingang en/of de/een (gesloten) (schuif)deur(en) van dat pand/gebouw gereden en/of

- (vervolgens) door de/een centrale (ontvangst)hal in dat pand/gebouw gereden,

- (vervolgens) tegen de publieksbalie gereden (tengevolge waarvan die auto tot stilstand is gekomen),

terwijl die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval een of meer perso(o)n(en), zich in die hal (achter en/of in de buurt van de publieksbalie) en/of nabij de hoofdingang, althans de/een (schuif)deur(en),

bevond(en)

en/of

hij op of omstreeks 20 juli 2009 te Zaandijk, gemeente Zaanstad, opzettelijk en wederrechtelijk in/aan het pand/gebouw gelegen aan het [adres] (zijnde een politiebureau) heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt:

- de (palen van de luifel van de) hoofdingang en/of

- de/een (schuif)deur(en) en/of

- de publieksbalie en/of

- andere in voornoemd pand/gebouw aanwezige inventaris/goed(eren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de politie Zaanstreek-Waterland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

immers is hij, verdachte, opzettelijk als bestuurder van een auto

- snel accelererend op de (palen van de luifel van de) hoofdingang en/of de/een (gesloten) (schuif)deur(en) van dat pand/gebouw in gereden en/of

- (vervolgens) snel accelererend door die hoofdingang en/of de/een (gesloten) (schuif)deur(en) van dat pand/gebouw gereden en/of

- (vervolgens) door de/een centrale (ontvangst)hal in dat pand/gebouw gereden,

waarbij hij verdachte met de door hem bestuurde auto de publieksbalie en/of een of ander(e) goed(eren) in die (ontvangst)hal heeft geraakt.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder primair tenlastegelegde feit;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van eenentwintig (21) maanden waarvan zeven (7) maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van twee (2) jaren en met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de door of namens Reclassering Nederland te geven aanwijzingen en voorschriften zolang die instelling dat nodig acht, ook indien zulks inhoudt dat verdachte dient mee te werken aan een behandeling bij De Waag;

- veroordeling van verdachte tot voldoening van de vordering van de benadeelde partij Politie Zaanstreek-Waterland tot een bedrag van € 9.881,27 en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel alsmede niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij voor het overige;

- verbeurd verklaring van de onder verdachte in beslag genomen personenauto.

4. Bewijs

4.1. Partiële vrijspraak

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat niet bewezen is hetgeen verdachte onder primair is ten laste gelegd ten aanzien van het te duchten levensgevaar voor de in de hal van het gebouw aanwezige personen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Artikel 170 van het Wetboek van Strafrecht ziet op de bescherming tegen gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor personen, dat voortvloeit uit de vernieling of beschadiging van (onder andere) een gebouw. Gezien de aard van de beschadigingen die verdachte met zijn auto aan het politiebureau heeft veroorzaakt (voornamelijk twee paar beschadigde schuifdeuren en een lichtelijk verschoven publieksbalie), is niet vast komen te staan dat daardoor levensgevaar was te duchten voor enig ander persoon dan verdachte.

Verdachte moet derhalve van het onderdeel dat levensgevaar voor personen te duchten was onder het primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden

Gelet op de bekennende verklaringen van verdachte zal de rechtbank als gevolg van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 19 januari 2010 afgelegd;

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 21 juli 2009 (dossierpagina 21 e.v.);

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 20 juli 2009 (dossierpagina 36 e.v.).

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

Primair

hij op 20 juli 2009 te Zaandijk, gemeente Zaanstad, opzettelijk een gebouw, zijnde het politiebureau gelegen aan het [adres], heeft beschadigd,

door toen aldaar opzettelijk met een door hem, verdachte, bestuurde auto,

- op de palen van de luifel van de hoofdingang en de gesloten schuifdeuren van dat gebouw in te rijden en

- vervolgens door die hoofdingang en de gesloten schuifdeuren van dat gebouw te rijden en

- vervolgens door de centrale ontvangsthal in dat gebouw te rijden,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd gebouw en de in de hal van dat gebouw aanwezige inventaris te duchten was.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder primair meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

een gebouw opzettelijk beschadigen, terwijl daardoor gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sancties

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte zoals van een en ander is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van de volgende rapportages:

- een voorlichtingsrapport d.d. 28 oktober 2009, van [reclasseringswerker], reclasseringswerker bij de Reclassering Nederland, Regio Alkmaar Haarlem, unit Alkmaar;

- een Pro Justitia rapport d.d. 22 oktober 2009, van [psychiater], psychiater en vast gerechtelijk deskundige;

- een Pro Justitia rapport d.d. 21 oktober 2009, van [psycholoog], forensisch psycholoog en vast gerechtelijk deskundige.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte is met zijn auto door de gesloten schuifdeuren van het politiebureau te [plaats] gereden en is vervolgens in de centrale ontvangsthal tegen de publieksbalie tot stilstand gekomen. Verdachte heeft door aldus te handelen het gezag van de politie in zijn algemeenheid ondermijnd en de openbare veiligheid geschaad, hetgeen tot gevoelens van onrust leidt in de samenleving.

Meer in het bijzonder heeft verdachte door het plegen van dit feit de politie Zaanstreek-Waterland ernstige schade berokkend. Niet alleen in materiële zin, maar vooral ook in immateriële zin. Het handelen van verdachte heeft bij een aantal ten tijde van het voorval aanwezige politiefunctionarissen grote gevoelens van angst en onrust teweeggebracht, die het functioneren van deze personen nog lange tijd in negatieve zin hebben beïnvloed.

Weliswaar staat voor de rechtbank vast dat verdachte met zijn actie niet de intentie heeft gehad iemand persoonlijk angst aan te jagen dan wel te verwonden; verdachte wilde immers aandacht opeisen voor een door hem ervaren probleem en heeft meermalen gewaarschuwd dan wel laten waarschuwen dat hij daadwerkelijk met zijn auto naar binnen zou rijden. Echter, dit neemt niet weg dat de onbezonnen actie van verdachte voor vele aanwezigen een traumatische ervaring is geweest, die bovendien veel erger had kunnen aflopen. Verdachte heeft zich hier onvoldoende rekenschap van gegeven.

De rechtbank heeft ten voordele van verdachte in aanmerking genomen dat verdachte direct blijk heeft gegeven het laakbare van zijn eigen handelen in te zien. Niet alleen heeft verdachte dit aldus verklaard, maar – belangrijker – verdachte heeft reeds voorafgaand aan de terechtzitting een groot deel van de materiële en immateriële schade van de benadeelde partijen vergoed.

De rechtbank is van oordeel dat in bovengenoemde omstandigheden en het feit dat de rechtbank verdachte voor een deel van het ten laste gelegde vrijspreekt, grond is gelegen om ten voordele van verdachte af te wijken van de straf zoals door de officier van justitie is gevorderd.

De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat uit eerdergenoemde rapporten met betrekking tot de persoon van verdachte het volgende naar voren komt.

Psycholoog [psycholoog] komt tot de conclusie dat bij verdachte een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens is vastgesteld in de zin van zwakbegaafdheid. Dit betekent dat verdachte in een meer complexe situatie, zoals bijvoorbeeld in het geval van hoogoplopende relationele problemen en ruzies, minder goed in staat is het overzicht te behouden en hij onder toenemende druk en spanning impulsief kan reageren en zich in situaties kan verliezen, waardoor er een verhoogde kans bestaat op acting–out, oftewel destructief en agressief handelen zonder rekening te houden met de consequenties.

Ook psychiater [psychiater] komt tot de conclusie dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van het geestesvermogen in de vorm van een verstandelijke beperking. Hierdoor kan verdachte minder snel en adequaat anticiperen op complexe situaties waarin hij machteloos wordt gemaakt. Als hij onder druk komt te staan is er, ook volgens de psychiater, een verhoogde kans op ondoordacht “acting-out” gedrag.

De deskundigen komen tot de conclusie dat verdachte ten tijde van het plegen van het hem ten laste gelegde feit lijdende was aan een zodanig gebrekkige ontwikkeling van het geestesvermogen dat dit feit hem in licht verminderde mate kan worden toegerekend. De rechtbank neemt dit oordeel van de psychiater en de psycholoog over en maakt het tot het hare. De rechtbank rekent verdachte de bewezen verklaarde feiten derhalve in licht verminderde mate toe.

De psychiater en de psycholoog adviseren een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde een verplicht reclasseringscontact en een behandeling bij de Waag gericht op de versterking van de copings-vaardigheden van verdachte in complexe en emotioneel beladen sociale situaties, zoals bij het treffen van een omgangsregeling voor zijn dochter.

De rechtbank kan zich met deze conclusies en het advies in voornoemde rapportages verenigen. Aan verdachte zal worden opgelegd een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld de hierboven genoemde bijzondere voorwaarde, met een proeftijd van twee jaar. Voorts is de rechtbank van oordeel dat verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te noemen aantal uren moet worden opgelegd.

8. Beslag

Ter terechtzitting heeft verdachte desgevraagd aangegeven de inbeslaggenomen auto niet terug te willen. Onduidelijkheid is ontstaan of hij dan wel zijn vriendin de eigenaar van deze auto is. De beantwoording van deze eigendomsvraag kan echter in het midden blijven nu verdachte ter terechtzitting in overleg met zijn aldaar aanwezige vriendin ondubbelzinnig heeft aangegeven de auto niet terug te willen hebben. Aldus houdt de rechtbank het er voor dat verdachte afstand heeft gedaan van de auto. De rechtbank zal omtrent het beslag dan ook geen beslissing meer behoeven te nemen.

9. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

9.1. Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij politie Zaanstreek-Waterland heeft een vordering tot schadevergoeding van € 10.119,37 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het tenlastegelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit de vervanging van de balie en een tweetal schuifdeuren, de opruimwerkzaamheden, het vervangen van de schoonloopmat, het loskoppelen van de schuifdeuren, het afvoeren en de stalling van de auto van verdachte, de offertevoorbereiding en het uitschakelen van de zonwering.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 9.881,27 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde feit. Dit bedrag bestaat uit alle voornoemde schadeposten behalve de kosten voor het afvoeren en de stalling van de auto van verdachte. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 170 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) maanden.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot vier (4) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

– verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

– verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland regio Alkmaar-Haarlem, Unit Alkmaar, zolang die instelling dat nodig acht, ook als zulks inhoudt dat verdachte dient mee te werken aan een intake bij De Waag of een soortgelijke instelling en de eventueel daaruit volgende behandeling.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van tweehonderd en veertig (240) uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door honderd en twintig (120) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht, met dien verstande dat voor elke dag die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht twee uur taakstraf, subsidiair één dag vervangende hechtenis, in mindering wordt gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij politie Zaanstreek-Waterland geleden schade tot een bedrag van € 9.881,27 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan politie Zaanstreek-Waterland, voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Heft op het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis van de verdachte.

12. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.Th. Goossens, voorzitter,

mrs. N.E. Kwak en J. Candido, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. Blijleven,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 februari 2010.