Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BL0857

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
15-01-2010
Datum publicatie
27-01-2010
Zaaknummer
447588/ VV EXPL 09-338
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Beëindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden?

Eiseres is voor de duur van één jaar bij gedaagde in dienst getreden, tot 1 december 2009. Gedaagde heeft eiseres op 29 juli 2009 te kennen gegeven de arbeidsovereenkomst met haar niet te willen voortzetten na die datum. Gedaagde heeft eiseres voorgesteld de arbeidsovereenkomst te beëindigen per 1 oktober 2009 en eiseres tot die tijd vrij te stellen van werk met behoud van loon. Eiseres heeft na 29 juli 2009 geen werkzaamheden meer voor gedaagde verricht. Het UWV heeft eiseres vanaf 1 oktober 2009 geen WW-uitkering verstrekt. Eiseres vordert (in kort geding) loon vanaf 1 oktober 2009 tot 1 december 2009.

Voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de werknemer vereist. Omdat zo’n beëindiging ertoe kan leiden dat de werknemer geen beroep kan doen op een WW-uitkering, rust op de werkgever de verplichting om zich ervan te vergewissen dat de werknemer van die mogelijkheid op de hoogte is en desondanks instemt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is niet gebleken dat gedaagde eiseres erop heeft gewezen dat zij misschien geen WW-uitkering zou krijgen, zodat vooralsnog niet aannemelijk is dat eiseres de beëindiging van het dienstverband per 1 oktober 2009, ondanks alle mogelijke daaraan verbonden nadelige gevolgen, werkelijk heeft gewenst. De vordering wordt toegewezen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 33
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2010/136
AR-Updates.nl 2010-0082

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 447588/ VV EXPL 09-338

datum uitspraak: 15 januari 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

[eiseres]

te [woonplaats]

eiseres

hierna te noemen [eiseres]

gemachtigde mr. E. Bruijn

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCHIPHOL TRAVEL INTERNATIONAL B.V.

te Luchthaven Schiphol

gedaagde

hierna te noemen Schiphol Travel

vertegenwoordigd door haar directeur [XXX]

De procedure

[eiseres] heeft Schiphol Travel op 17 december 2009 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 januari 2010. De gemachtigde van [eiseres] heeft pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

De feiten

1. [eiseres] is op 1 december 2008 bij Schiphol Travel in dienst getreden voor een periode van één jaar, in de functie van Account Manager, tegen een salaris van € 2.150,00 bruto per maand, vermeerderd met 8% vakantietoeslag.

2. Op 29 juli 2009 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de directeur van Schiphol Travel, [XXX], en [eiseres]. [XXX] heeft daarbij aan [eiseres] medegedeeld de arbeidsovereenkomst met [eiseres] niet te willen verlengen, omdat hij niet tevreden was over het functioneren van [eiseres].

3. In een brief van dezelfde datum heeft [XXX] onder meer het volgende aan [eiseres] geschreven:

“Het spijt ons je vandaag te moeten meedelen dat jouw contract niet verlengd zal worden. Wij hebben op dit moment geen passend werk voorhanden [...] daarom bieden wij jou een regeling aan. Op deze manier ben je vrijgesteld van werk [...] en geven we je 2 maandsalarissen mee. Je krijgt dus tot en met 1 oktober as. salaris doorbetaald.”

4. [eiseres] heeft na 29 juli 2009 geen werkzaamheden meer voor Schiphol Travel verricht.

5. [eiseres] heeft per 1 oktober 2009 een WW-uitkering aangevraagd.

6. Bij brief van 28 oktober 2009 heeft het UWV onder meer het volgende aan [eiseres] medegedeeld:

“Op dit moment kunnen wij geen beslissing nemen over uw aanvraag. [...] Uw werkgever kan uw dienstverband niet zomaar beëindigen. Dat betekent dat u nog steeds in dienst bent en dat uw werkgever verplicht is uw loon door te betalen.”

7. Bij brief van 18 november 2009 heeft de gemachtigde van [eiseres] de vernietigbaarheid van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst ingeroepen en Schiphol Travel verzocht om binnen vijf dagen na dagtekening het achterstallige salaris aan [eiseres] te voldoen, onder aanzegging van rechtsmaatregelen.

8. Schiphol Travel heeft geen betalingen verricht.

De vordering

[eiseres] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van Schiphol Travel tot betaling van € 4.300,-- bruto ter zake van het achterstallige salaris over de periode van 1 oktober 2009 tot 1 december 2009 en van € 344,00 bruto ter zake van vakantiegeld, vermeerderd met de wettelijke verhoging, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente. [eiseres] legt aan haar vordering het volgende ten grondslag.

Schiphol Travel heeft [eiseres] er niet op gewezen dat zij na 1 oktober 2009 geen recht zou hebben op een WW-uitkering. [eiseres] verkeerde daarom in de veronderstelling dat zij, indien zij na 1 oktober 2009 geen ander werk zou hebben gevonden, in aanmerking zou komen voor een WW-uitkering. [eiseres] kan derhalve niet worden geacht ondubbelzinnig te hebben ingestemd met de beëindiging van het dienstverband per 1 oktober 2009.

Nu Schiphol Travel niet beschikt over een ontslagvergunning van het UWV, is de arbeidsovereenkomst na 1 oktober 2009 blijven voortbestaan. Schiphol Travel dient haar betalingsverplichtingen jegens [eiseres] na te komen tot 1 december 2009, het rechtsgeldig einde van de arbeidsovereenkomst.

Nu Schiphol Travel met betaling in verzuim is, is zij tevens de wettelijke verhoging en de wettelijke rente over het achterstallige salaris en vakantiegeld verschuldigd.

Het verweer

Schiphol Travel betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan.

[XXX] heeft bij het gesprek op 29 juli 2009 tegen [eiseres] gezegd dat zij er rekening mee moest houden dat zij wellicht geen WW-uitkering zou krijgen. Dat was volgens [eiseres] geen probleem, want zij ging toch iets anders doen. [eiseres] heeft dus zonder enig voorbehoud ingestemd met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2009. Daarmee is de betalingsverplichting van Schiphol Travel geëindigd.

De beoordeling

De gevorderde voorlopige voorziening komt slechts voor toewijzing in aanmerking als in dit geding aan de hand van de feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een soortgelijke vordering van [eiseres] zal worden toegewezen.

Voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de werknemer vereist. Omdat zo’n beëindiging ertoe kan leiden dat de werknemer geen beroep kan doen op een WW-uitkering, rust op de werkgever de verplichting om zich ervan te vergewissen dat de werknemer van die mogelijkheid op de hoogte is en desondanks instemt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Schiphol Travel stelt dat zij [eiseres] op 29 juli 2009 erop heeft gewezen dat zij misschien geen WW-uitkering zou krijgen. [eiseres] heeft dit gemotiveerd betwist. Volgens [eiseres] is dat onderwerp op 29 juli 2009 helemaal niet ter sprake geweest.

Op Schiphol Travel rust de bewijslast van haar stelling. Voor getuigenbewijs leent de onderhavige procedure zich, gelet op het spoedeisend karakter daarvan, echter niet. In aanmerking genomen dat in de brief van 29 juli 2009 noch in enig ander stuk steun kan worden gevonden voor de stelling van Schiphol Travel, is naar het oordeel van de kantonrechter vooralsnog niet aannemelijk dat [eiseres] de beëindiging van het dienstverband per 1 oktober 2009, ondanks alle mogelijke daaraan verbonden nadelige gevolgen, werkelijk heeft gewenst.

Dit leidt tot het voorlopig oordeel dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen na 1 oktober 2009 is blijven voortbestaan, zodat de vordering tot betaling van achterstallig loon en vakantiegeld over oktober en november 2009 zal worden toegewezen. De wettelijke rente is eveneens toewijsbaar, nu Schiphol Travel met betaling in verzuim is gekomen.

De wettelijke verhoging zal ambtshalve worden gematigd tot 20% op grond van de omstandigheden van het geval.

De proceskosten komen voor rekening van Schiphol Travel omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt Schiphol Travel bij wijze van voorlopige voorziening om aan [eiseres] te betalen € 4.300,00 bruto ter zake van salaris en € 344,00 bruto ter zake van vakantiegeld over de periode van 1 oktober 2009 tot 1 december 2009, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de respectievelijke data van opeisbaarheid tot de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt Schiphol Travel bij wijze van voorlopige voorziening tot betaling aan [eiseres] van de wettelijke verhoging van maximaal 20% over het hiervoor toegewezen loon en vakantiegeld;

- veroordeelt Schiphol Travel tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 85,98

vastrecht € 208.00

salaris gemachtigde € 400,00;

te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 19.23.25.833 ten name van MvJ arrondissement Haarlem onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. Stolp, bijgestaan door drs. A.J. Verkruisen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.