Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BK9176

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
06-01-2010
Datum publicatie
14-01-2010
Zaaknummer
437121 CV EXPL 09-9612
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eisende partij vordert € 48,66 ter zake van wettelijke handelsrente en € 633,60 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten, in verband met niet tijdige betaling door gedaagde van een aantal openstaande facturen. De kantonrechter is van oordeel dat de buitengerechtelijke werkzaamheden (het schrijven van een standaard aanmaningsbrief) de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten niet rechtvaardigen en wijst de vordering ter zake van buitengerechtelijke incassokosten af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 437121 CV EXPL 09-9612

datum uitspraak: 6 januari 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiser]

te [woonplaats]

eiser

hierna te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr O.J. Boeder

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde

hierna te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon.

De procedure

[eiser] heeft [gedaagde] gedagvaard op 11 september. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 7 oktober 2009 een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 10 december 2009 en waarbij de griffier aantekeningen heeft gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

De feiten

a) [gedaagde] heeft een timmer- en onderhoudsbedrijf en [eiser] een aannemersbedrijf.

b) [gedaagde] heeft voor het werk aan het woonhuis van een klant aan de [adres] [eiser] ingeschakeld.

c) [eiser] heeft de opdracht aangenomen en aldaar een aantal werkzaamheden verricht. Hij heeft [gedaagde] een drietal facturen gezonden, te weten factuurnr 2009/16 van 5 mei 2009, factuurnr 2009/18 van 19 mei 2009 en factuurnr 2009/20 van 4 juni 2009 betreffende respectievelijk € 1.320,00 € 1.320,00 en € 1.584,00.

d) Op 13 juni 2009 heeft [eiser] [gedaagde] een betalingsherinnering gestuurd voor een andere factuur (2009/15) en factuur 2009/16 met het verzoek het bedrag over te maken voor 24 juni 2009. [gedaagde] heeft op 18 juni 2009 € 1.320,00 voldaan.

e) Na ontvangst van een aanmaningsbrief van [eiser]s gemachtigde d.d. 7 juli 2009 heeft [gedaagde] op 10 en 20 juli 2009 de overige twee bedragen voldaan, zodat op laatstgenoemde datum alle openstaande factuurbedragen waren betaald.

De vordering

[eiser] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 682,60. [eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] pas na zijn aanmaning respectievelijk de aanmaningsbrief van zijn gemachtigde d.d. 7 juli 2009 het totale openstaande bedrag heeft voldaan. Hij vordert daarom rente ten belope van € 48,66 en buitengerechtelijke incassokosten van € 633,60.

Het verweer

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan dat [eiser] nimmer contact met hem heeft opgenomen, maar naar hem later bleek alleen met de heer [XXX] van Triobouw, voor welk bedrijf [gedaagde] opdrachten heeft uitgevoerd. De eerste nota heeft hij op 18 juni 2009 voldaan en per abuis daarna eerst latere facturen en daarna, toen hij daar naar aanleiding van de aanmaningsbrief van de gemachtigde achter kwam, alsnog de beide andere. [eiser] heeft ernstig wanprestatie gepleegd bij het uitvoeren van de opdracht, kwam regelmatig te laat en ging te vroeg weg. Op 3 juni 2009 meldde hij dat hij ziek was en is hij nooit meer teruggekomen om het werk af te maken. [gedaagde] heeft daardoor voor € 2.765,00 schade geleden die hij in een afzonderlijke procedure van [eiser] zal vorderen.

[gedaagde] erkent dat hij rente verschuldigd is vanaf de respectieve vervaldata van de drie facturen tot de datum van daadwerkelijke betaling.

Hij betwist dat de gemachtigde meer heeft gedaan dan het verzenden van een aanmaningsbrief.

De beoordeling van het geschil

Ten tijde van de dagvaarding had [gedaagde] reeds twee respectievelijk drie maanden voordien de uitstaande facturen voldaan. [eiser] heeft [gedaagde] dus uitsluitend gedagvaard voor een gering bedrag aan rente en een bedrag van € 633,60 voor het schrijven van een – in fotokopie aan de dagvaarding gehechte – standaard aanmaningsbrief. Daarna is immers de totale vordering voldaan. De andere buitengerechtelijke aanmaning, eveneens in fotokopie aan de dagvaarding gehecht, betreft immers slechts een aanmaning om de buitengerechtelijke kosten en rente te voldoen.

In de dagvaarding heeft [eiser] doen stellen dat de buitengerechtelijke werkzaamheden meer hebben omvat dan een enkele sommatie of het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van inlichtingen of het samenstellen van het dossier. De werkzaamheden die daarna worden opgesomd betreffen echter geen van alle meer dan de hiervoor genoemde werkzaamheden. Deze rechtvaardigen dan ook niet een bedrag van € 633,60. De vordering dient daarom in zoverre te worden afgewezen.

Dit betekent dat slechts de wettelijke handelsrente toewijsbaar is en wel over een bedrag van € 1.320,00 vanaf de vervaldatum 24 mei tot de datum van betaling 18 juni 2009, over eenzelfde bedrag vanaf vervaldatum 5 juni 2009 tot de datum van betaling 10 juli 2009 en over een bedrag van € 1.584,00 vanaf de vervaldatum 4 juli 2009 tot de datum van betaling 20 juli 2009. Aldus komt [eiser] aan rente toe het bedrag van € 8,93 + € 11,83 + € 5,90 = € 26,60. Voor het overige dient de vordering te worden afgewezen.

De proceskosten komen voor rekening van [eiser] omdat deze merendeels in het ongelijk wordt gesteld. Omdat [gedaagde] zich niet door een professioneel gemachtigde heeft laten bijstaan komt slechts een forfaitair bedrag voor zijn reis- en verletkosten voor vergoeding in aanmerking.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 26,60;

- veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 25,00 aan reis- en verletkosten;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.