Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BK9092

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-01-2010
Datum publicatie
13-01-2010
Zaaknummer
15/996521-09
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Raadkamer; 552a Sv; beslag (klimop-zaak);

De raadkamer van de rechtbank Haarlem oordeelt dat zich niet voordoet het geval dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een ontnemingsmaatregel zal opleggen.

Omtrent de door klaagster gestelde ‘overlap’ van beslagen overweegt de rechtbank dat de beslagen, ook waar deze elkaar mogelijk gedeeltelijk overlappen, niet disproportioneel zijn. Immers, met de vermelding van het maximumbedrag is niet beoogd het maximale bedrag te geven waarvoor het beslag mag worden gelegd, maar het bedrag waarvoor de beslaglegger een vordering op de beslagdebiteur pretendeert te hebben en verhaal beoogt te zoeken.

Dat ten laste van meerdere (rechts)personen beslag is gelegd ten aanzien van hetzelfde wederrechtelijk verkregen voordeel staat aan de rechtmatigheid van de gelegde beslagen niet in de weg. Het beklag wordt ongegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige raadkamer

Registratienummer: 09/1429

Parketnummer: 15/996521-09 (Klimop-zaak)

Uitspraakdatum: 12 januari 2010

Beschikking (art. 552a Sv)

1. Ontstaan en loop van de procedure

Op 18 november 2009 is op de griffie van de rechtbank Haarlem ingekomen een klaagschrift, gedateerd 18 november 2009 van mr. C.A.M.J. Raymakers en mr. S.R. van Breukelen, gemachtigden van

[D] B.V., klaagster,

gevestigd te [adres],

domicilie kiezende te (1082 MA) Amsterdam, Gustav Mahlerplein 2, ten kantore van

mr. C.A.M.J. Raymakers en mr. S.R. van Breukelen, advocaten.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het daarop gelegde beslag, met last tot teruggave aan klaagster van:

- € 8.158.347,-.

Op 18 december 2009 is dit klaagschrift op een openbare zitting in raadkamer behandeld.

Voor klaagster is verschenen mr. C.A.M.J. Raymakers, voornoemd en mr. C.M. Slangem.

Tevens was aanwezig de officier van justitie mr. C.J. Zweers.

2. Beoordeling

Vast is komen te staan, dat ten laste van klaagster beslagen zijn gelegd en dat de beslagen nog voortduren.

Klaagster bestrijdt de rechtmatigheid van voornoemd beslag op grond van de volgende punten:

- de grondslag van het conservatoir beslag is niet nader toegelicht en de hoogte van het geldbedrag waarop conservatoir beslag is tot op heden onbekend;

- het totaal van de tegoeden en vorderingen waarop thans onder de verschillende (derde-)beslagenen beslag is gelegd overschrijdt de door de rechter-commissaris verleende machtiging om conservatoir beslag te leggen ten bedrage van maximaal € 8.300.000-, terwijl niet is aangetoond dat die overschrijding gerechtvaardigd en noodzakelijk is;

- er is sprake van een overlapping van de beslagen die door BOOM zijn gelegd ten laste van [A & B] N.V. en de vennootschappen van haar vennoten [vennoot B] en [vennoot A], te weten respectievelijk [C] B.V. en klaagster. Al deze beslagen hebben betrekking op dezelfde vorderingen tot voordeelsontneming.

Namens klager is er onder meer op gewezen, dat:

- door MAB Bouwfonds ter zake min of meer dezelfde schade beslag is gelegd;

- de voordeelsberekening waarop het beslag is gebaseerd, onjuist is, omdat daarin begrepen zijn aan [A & B] N.V. betaalde vergoedingen voor reële en daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden, zodat van wederrechtelijk voordeel geen, althans niet in die mate, sprake is.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat:

- voldaan is aan de eisen van artikel 94a, eerste en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) en de relevante jurisprudentie, nu sprake is van een verdenking wegens een misdrijf van de vijfde geldboetecategorie en nu zich niet voordoet het geval dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een ontnemingsmaatregel zal opleggen;

- de gelegde beslagen niet disproportioneel zijn nu gelet op de - tot op heden - afgelegde derdenverklaringen het totaal van de door het beslag getroffen geldbedragen aanzienlijk lager is dan de in de machtigingen vermelde maximumbedragen, terwijl het uiteindelijke wederrechtelijk verkregen voordeel waarschijnlijk hoger zal uitvallen dan thans is begroot.

De rechtbank oordeelt op grond van het vorenstaande als volgt. Uitgangspunt is dat de toetsing ex artikel 552a Sv een marginale is en dat thans niet ten gronde wordt getreden in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren ontnemingsprocedure. In het kader van dit klaagschrift dient te worden onderzocht:

- of er ten tijde van de beslissing sprake is van een verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en

- of zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.

Blijkens de aanvraag machtiging leggen conservatoir beslag ten laste van klaagster, wordt klaagster verdacht van het feitelijk leiding geven aan het plegen van valsheid in geschrift (artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht (Sr)) en witwassen (420bis Sr). Voor elk van deze misdrijven kan een geldboete van de vijfde categorie worden opgelegd. Aan het eerstgenoemde criterium is derhalve voldaan. Klaagster heeft dit ook niet betwist.

Klaagster betwist evenmin dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, haar een ontnemingsmaatregel zal opleggen. Voor zover het beklag van klaagster zich richt op de onderbouwing en de hoogte van het geschatte voordeel, valt een beoordeling hiervan buiten het kader van deze beklagprocedure.

Omtrent de door klaagster gestelde ‘overlap’ van beslagen overweegt de rechtbank dat de beslagen, ook waar deze elkaar mogelijk gedeeltelijk overlappen, niet disproportioneel zijn. Immers, met de vermelding van het maximumbedrag is niet beoogd het maximale bedrag te geven waarvoor het beslag mag worden gelegd, maar het bedrag waarvoor de beslaglegger een vordering op de beslagdebiteur pretendeert te hebben en verhaal beoogt te zoeken. Bovendien blijkt uit de tot nu toe gedane derdenverklaringen niet van een overschrijding van het door de rechter-commissaris vastgestelde maximum.

Dat ten laste van meerdere (rechts)personen beslag is gelegd ten aanzien van hetzelfde wederrechtelijk verkregen voordeel staat aan de rechtmatigheid van de gelegde beslagen niet in de weg. Bij meerdere verdachten geldt dat het wederrechtelijk verkregen voordeel vanuit het subject moet worden beschouwd en niet vanuit het object. Derhalve kan bij meerdere verdachten worden ontnomen zonder dat sprake is van een dubbele ontneming.

De conclusie is dan ook dat het beklag ongegrond is.

Op grond van het vorenstaande dient derhalve met inachtneming van de betrekkelijke wetsartikelen te worden beslist als volgt.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beklag ongegrond.

4. Samenstelling meervoudige raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door

mr. M.J.A. Plaisir, rechter,

mrs. J.J. Dijk en K.G. Witteman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Ket griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2010.

Mr. J.J. Dijk is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.