Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2010:BK8760

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-01-2010
Datum publicatie
11-01-2010
Zaaknummer
164766 / KG ZA 09-733
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De auteursrechthebbende van software is gerechtigd beslag tot afgifte te laten leggen op gegevensdragers waarvan zij vermoedt dat deze drager zijn van inbreukmakende software. Er kan beslag worden gelegd bij een ieder waar het daarvoor in aanmerking komende materiaal wordt aangetroffen, zodat het geen verschil maakt bij wie de eigendom van de gegevensdragers berust.

Op grond van het bepaalde in artikel 1 juncto artikel 12 lid 1 sub 3 Aw mogen auteursrechtelijk beschermde werken niet worden uitgeleend zonder de toestemming van de auteursrechthebbende. Gedaagde heeft geen toestemming verleend voor het in bruikleen geven van de software en ook overigens hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat zij beschikken over een geldige titel tot het gebruik van de software. Volgt afwijzing gevorderde opheffing van het beslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Computerrecht 2010, 37
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 164766 / KG ZA 09-733

Vonnis in kort geding van 8 januari 2010

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SILVER HOLDING B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SILVER AEROSPACE B.V.,

gevestigd te Haarlem,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INCAT AIRCRAFT DESIGN B.V.,

allen gevestigd te Haarlem,

4. de vennootschap naar Duits recht

RÜCKER GMBH,

gevestigd te Wiesbaden, Duitsland

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. R.W.G. Middendorf te Haarlem,

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

SIEMENS PRODUCT LIFECYCLE MANAGEMENT SOFTWARE INC.,

gevestigd te Plano, Texas, Verenigde Staten,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. T.F.W. Overdijk te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Silver Holding, Silver Aerospace, Incat en Rücker dan wel gezamenlijk Silver Holding c.s. en Siemens genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Silver Holding c.s.

- de wijziging van eis

- de pleitnota van Siemens

- de voorwaardelijke eis in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De vennootschap naar Duits recht Rücker AG houdt alle aandelen in Rücker en alle aandelen in Rücker Aerospace GmbH. Deze laatste vennootschap houdt 80% van de aandelen in Silver Aerospace. Deze vennootschappen behoren tot de Rücker groep. De andere 20% van de aandelen in Silver Aerospace wordt gehouden door Silver Holding B.V.

2.2. Silver Holding houdt alle aandelen in Incat. Incat heeft geen directe banden met Silver Aerospace, Rücker AG of Rücker.

2.3. De Rücker groep bevat ingenieursbureaus die zich bezighouden met ingenieurswerkzaamheden ten behoeve van onder meer het openbaar vervoer.

2.4. Siemens drijft een onderneming die zich richt op en bezighoudt met de ontwikkeling en verkoop van computerprogrammatuur, in het bijzonder voor assistentie bij ontwerpprocessen van uiteenlopende aard. Siemens heeft onder meer het computerprogramma Unigraphics NX op de markt gebracht en is auteursrechthebbende op dit programma.

2.5. Met daartoe verkregen verlof heeft Siemens op 16 december 2009 ten laste van Silver Aerospace, Silver Holding en Incat in conservatoir beslag laten nemen drie computers, met als kenmerk WIPC 311, WIPC 312 en WIPC 313. Voorafgaand aan de feitelijke inbeslagneming hebben Silver Aerospace, Silver Holding en Incat toestemming verleend voor onderzoek aan deze computers door Siemens, waarbij is vastgesteld dat daarop is geïnstalleerd het programma Unigraphics NX versie 3. Voorafgaand aan de inbeslagneming van een vierde computer, met kenmerk W 519, is na onderzoek vastgesteld dat daarop is geïnstalleerd het programma Unigraphics NX versie 4.

De deurwaarder heeft de vier computers vervolgens in bewaring gegeven aan H. Schippers van Business Security Company te Voorschoten.

3. Het geschil in conventie

3.1. Silver Holding c.s. vordert samengevat –

1. de opheffing van het ten laste van Silver Holding c.s. gelegde beslag op de software Unigraphics NX versie 3, welke is/was geïnstalleerd op de computers met de nummers WIPC 311, 312 en 313 en tot afgifte van deze software aan Rücker door overhandiging aan Silver Aerospace binnen 24 uur na betekening van dit vonnis;

2. de opheffing van het ten laste van Silver Holding c.s. gelegde beslag op de computers met de nummers WIPC 311, 312 en 313 en tot afgifte van deze computers aan Rücker door overhandiging aan Silver Aerospace binnen 24 uur na betekening van dit vonnis;

3. vaststelling van een dwangsom voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Siemens in gebreke blijft met de voldoening aan het gevorderde sub 1 en 2;

4. althans het treffen van een zodanige voorziening als de voorzieningenrechter in goede justitie vaststelt;

5. Siemens op grond van artikel 1019 Rv te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de werkelijke kosten van ingeschakelde rechtsbijstand inclusief nakosten.

3.2. Siemens voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in voorwaardelijke reconventie

4.1. Siemens vordert – samengevat – indien en onder voorwaarde dat in conventie de gevorderde opheffing van de gerechtelijke bewaring mocht worden bevolen:

1. Silver Holding c.s. te bevelen te gehengen en te gedogen dat Siemens, alvorens de inbeslaggenomen computers worden geretourneerd, op haar kosten

primair: een forensische kopie laat maken van de harde schijf van de inbeslaggenomen computers van Silver Holding c.s.; dan wel

subsidiair: inzage (doet) nemen in de harde schijf van deze computers dan wel onderzoek (laat) verrichten aan de harde schijf van deze computers;

2. te bevelen dat de inbeslaggenomen computers van Silver Holding c.s., die zich

thans bevinden onder de bewaarder, ten behoeve van het maken van de onder 1 bedoelde kopie en/of het doen van het onder 1 bedoelde onderzoek en/of het nemen van de onder 1 bedoelde inzage, in gerechtelijke bewaring wordt gesteld, met benoeming als bewaarder van Business Security Company B.V., gevestigd te Voorschoten aan de Rouwkooplaan 5;

3. Silver Holding c.s. te veroordelen in de proceskosten conform de indicatietarieven

in IE-zaken.

4.2. Silver Holding c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. Volgens art. 705 lid 2 Rv dient een beslag te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Volgens het arrest van de Hoge Raad van 14 juni 1996 (NJ 1997, 481) is het in beginsel aan degene die de opheffing vordert om aannemelijk te maken dat deze grond zich voordoet, maar zal de rechter steeds hebben te beslissen aan de hand van een beoordeling van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd.

5.2. Silver Holding c.s. heeft zich beroepen op de summiere ondeugdelijkheid van de beslaglegging en daartoe in de eerste plaats aangevoerd dat de drie computers ten aanzien waarvan zij opheffing van het beslag vordert, eigendom zijn van Rücker en niet van een van de andere eisers onder wie beslag is gelegd. Aldus heeft het beslag geen doel getroffen en moet het worden opgeheven, aldus Silver Holding c.s.

5.3. Siemens heeft het beslagrekest gegrond op de stelling dat Silver Holding, Silver Aerospace en Incat zonder toestemming van Siemens software hebben verveelvoudigd waarvan Siemens de auteursrechthebbende is, en verzocht om conservatoir beslag tot afgifte te mogen leggen op roerende zaken die een niet geoorloofde verveelvoudiging vormen van auteursrechtelijk beschermde werken alsmede op alle computers dan wel andere zaken waarmee mogelijk de inbreuk wordt gepleegd. Zoals Siemens terecht heeft aangevoerd, heeft zij op grond van artikel 28 lid 1 Auteurswet (hierna: Aw) als auteursrechthebbende de bevoegdheid roerende zaken die een ongeoorloofde verveelvoudiging vormen als haar eigendom op te vorderen. Het leggen van conservatoir beslag op inbreukmakende software, zoals in dit geval, is uitsluitend mogelijk door de dragers waarop de software is opgeslagen in beslag te nemen. Gelet hierop is Siemens als auteursrechthebbende van de software Unigraphics NX versie 3 gerechtigd beslag tot afgifte te laten leggen op computers waarvan zij vermoedt dat deze drager zijn van inbreukmakende software. Aangezien in het algemeen wordt aangenomen dat de opeising als bedoeld in artikel 28 lid 1 Aw gevorderd kan worden van een ieder die feitelijk en juridische tot afgifte in staat is, zonder dat schuld of toerekenbaarheid vereist is, kan er beslag worden gelegd bij een ieder waar het daarvoor in aanmerking komende materiaal wordt aangetroffen. In het onderhavige geval maakt het dan ook geen verschil bij wie de eigendom van de computers berust. De omstandigheid als zouden de computers eigendom zijn van Rücker en niet van Silver Holding, Silver Aerospace of Incat, zoals door Silver Holding c.s. is gesteld, doet derhalve niet ter zake en leidt in ieder geval niet tot het oordeel dat het beslag geen doel heeft getroffen. Er is immers beslag gelegd op de computers als gegevensdragers waarvan voorafgaand aan de beslaglegging is vastgesteld dat zij de software Unigraphics NX versie 3 bevatten.

5.4. Silver Holding c.s. heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het in deze procedure aan Siemens is om te bewijzen dat Silver Holding c.s. gebruik maakt van illegale kopieën van Unigraphics NX versie 3 (hierna ook: de software) en dat de door Siemens aangevoerde bewijzen daarvoor onvoldoende zijn. Dit uitgangspunt is echter onjuist. Gegeven het in 5.1 genoemde arrest van de Hoge Raad ligt het in het kader van de beoordeling van de gevorderde opheffing van het beslag in beginsel op de weg van Silver Holding c.s. om aannemelijk te maken dat de door Siemens gepretendeerde vordering summierlijk ondeugdelijk is. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Silver Holding c.s. daarin niet is geslaagd. Daartoe is het volgende redengevend.

5.5. Volgens Silver Holding c.s. is op de drie beslagen computers ten aanzien waarvan Silver Holding c.s. opheffing vordert, geen illegale software van Siemens geïnstalleerd. Rücker beschikt namelijk over de licenties voor het gebruik van het computerprogramma Unigraphics NX 3 en heeft de betreffende software op de drie computers geïnstalleerd, waarna zij deze ter beschikking heeft gesteld van de tot de Rücker groep behorende Silver Aerospace ten behoeve van het werk aan een opdracht. Met deze werkstations die zich bevonden op het kantoor van Silver Aerospace kon verbinding worden gelegd met de server van Rücker waarop de licenties zijn geïnstalleerd. Aldus is er geen gebruik gemaakt van illegale, maar van legale software, zo heeft Silver Holding c.s. betoogd.

5.6. Niet in geschil is dat Rücker beschikt over enkele licenties voor het gebruik van Unigraphics NX versie 3. Siemens heeft echter betwist dat Rücker gerechtigd was om de aan haar verleende licenties uit te lenen althans aan een ander in gebruik te geven. Ter onderbouwing van haar stelling heeft Siemens overgelegd een ‘Lizenzvertrag’ van 30 januari 2003 tussen haar rechtsvoorganger en ITM GmbH en een ‘Rahmenvertrag’ van 26 maart 2008 tussen Rücker EKS GmbH en Siemens. Aangezien Rücker als zodanig geen partij lijkt te zijn bij deze overeenkomsten, zoals Silver Holding c.s. terecht heeft opgemerkt, moet er echter voorshands van worden uitgegaan dat deze overeenkomsten niet van toepassing zijn op het onderhavige geschil. Verder heeft Siemens gewezen op het bepaalde in artikel 1 juncto artikel 12 lid 1 sub 3 Aw. Daaruit volgt dat auteursrechtelijk beschermde werken niet mogen worden uitgeleend zonder de toestemming van de auteursrechthebbende. Aangezien vast staat dat Siemens geen toestemming heeft verleend voor het in bruikleen geven van de software door Rücker aan derden, is de voorzieningenrechter van oordeel dat Silver Aerospace in ieder geval niet op grond van de titel van bruikleen gerechtigd was tot het gebruik van de software. Anders dan Silver Holding c.s. lijkt te hebben betoogd, maakt de enkele omstandigheid dat Silver Aerospace deel uitmaakt van de Rücker groep niet dat desondanks sprake is van een geldige titel tot ingebruikgeving van de licenties van Rücker aan Silver Aerospace. Ook overigens is Silver Holding c.s. er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat Rücker wel gerechtigd was haar licenties in gebruik te geven aan Silver Aerospace dan wel dat Silver Aerospace beschikt over een andere geldige titel op grond waarvan zij gerechtigd is tot het gebruik van de software. Om haar stelling op dit punt te onderbouwen had het op de weg van Silver Holding c.s. gelegen om een afschrift over te leggen van de desbetreffende licentieovereenkomsten van Rücker, doch zij heeft zulks nagelaten, zodat volstrekt onduidelijk is gebleven welke licenties het precies betreft en onder welke voorwaarden deze door Siemens aan Rücker zijn verstrekt. Ook overigens heeft Silver Holding c.s. haar stelling op geen enkele wijze onderbouwd. Voorshands moet er dan ook van worden uitgegaan dat Silver Aerospace niet beschikte over een geldige titel om gebruik te maken van Unigraphics NX versie 3.

5.7. Nu vast staat dat op de drie computers op het kantoor van Silver Aerospace het computerprogramma Unigraphics NX versie 3 is geïnstalleerd en Silver Aerospace niet beschikt over licenties om daarvan gebruik te mogen maken en er evenmin sprake is van een andere rechtsgrond voor het gelegitimeerde gebruik daarvan, is voorshands komen vast te staan dat sprake is van een inbreuk op het auteursrecht van Siemens. Daarmee is voorshands de deugdelijkheid van de vordering van Siemens komen vast te staan, zodat de gevraagde voorzieningen zullen worden geweigerd.

5.8. Silver Holding c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Siemens heeft op grond van artikel 1019h Rv de feitelijk gemaakte proceskosten gevorderd, waaronder de salarissen en verschotten van haar procesadvocaten, en onder verwijzing naar de Indicatietarieven in IE-zaken verzocht om toewijzing van het indicatietarief van een eenvoudig kort geding ad € 6.000,00. Silver Holding c.s. heeft de toepassing van dit indicatietarief niet betwist en uit de door Siemens overgelegde stukken en haar toelichting daarop ter zitting blijkt dat Siemens de door haar gevorderde kosten daadwerkelijk heeft gemaakt. De kosten aan de zijde van Siemens worden dan ook begroot op € 6.000,00.

6. De beoordeling in voorwaardelijke reconventie

6.1. Nu de voorwaarde waaronder de reconventie is ingesteld zich niet heeft verwezenlijkt, behoeft de reconventionele vordering geen behandeling en ook geen beslissing.

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. weigert de voorzieningen,

7.2. veroordeelt Silver Holding c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Siemens tot op heden begroot op € 6.000,00,

7.3. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in voorwaardelijke reconventie

7.4. verstaat dat de vordering niet is ingesteld.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Sicking en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2010.?