Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BM4613

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
22-07-2009
Datum publicatie
18-05-2010
Zaaknummer
09/841
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Beschikking Klimop art. 552a Sv; vastgoedfraude Haarlem

Officier van justitie zonder voldoende noodzaak overgegaan tot de doorzoeking ter vastlegging zoals bedoeld in art. 125i Sv.

Klacht van advocaat dat vordering op grond van art. 126nd Sv onrechtmatig zou zijn, ongegrond verklaart want onvoldoende onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige raadkamer

Registratienummer: 09/841

Parketnummer: n.b.

Uitspraakdatum: 22 juli 2009

beschikking (art. 552a Sv.)

1. Ontstaan en loop van de procedure

Op 3 juli 2009 is op de griffie van de rechtbank Haarlem ingekomen een klaagschrift, gedateerd 3 juli 2009 van mr. W.J. Koops,

gemachtigde van

Pavilion West Hoofddorp B.V.

en

Bloemenoord Groep B.V.

Bloemenoord Holding B.V.

Cityquest N.V.

Crossfort Holding N.V.

Europalaan Utrecht B.V.

J.C. Boldoot Cosmetics,

Kanaal Centrum Utrecht B.V.

Landquest N.V.

Rooswijck Property Services N.V.

Rooswijck Vastgoed Beleggingen B.V.

Visionquest N.V.

klaagsters,

allen gevestigd aan [adres] te [vestigingsplaats],

te dezer zake domicilie kiezende te [adres] ten kantore van mr. W.J. Koops, advocaat.

Het klaagschrift strekt ertoe de op 1 juli 2009 gehouden doorzoeking ter vastlegging van gegevens ex artikel 125i, jo 96c van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ten kantore van Pavilion West Hoofddorp B.V. (hierna: Pavilion) onrechtmatig te verklaren en de teruggave te gelasten van de server (voorzover dat nog niet is geschied), alsmede de vernietiging te gelasten van alle gemaakte images van alle computers die zijn aangetroffen in de [adres] en voorzover nodig: de kennisneming/het gebruik van de middels de doorzoeking verkregen gegevens te verbieden.

Het klaagschrift is op 8 juli 2009 op een openbare zitting in raadkamer behandeld.

Pavilion is verschenen bij haar bestuurders [bestuurder 1] en [bestuurder 2], bijgestaan door

mr. W.J. Koops, voornoemd en diens kantoorgenoot mr. A. van der Wal.

Tevens was aanwezig de officier van justitie mr. C.J. Zweers.

Van het verhandelde ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De inhoud daarvan wordt als hier ingelast beschouwd.

2. Redengevende feiten en omstandigheden

2.1. Op 1 juli 2009 is aan Pavilion een vordering verstrekking historische gegevens (hierna: de vordering) ex artikel 126 nd Wetboek van Strafvordering (Sv) en artikel 96a Sv uitgereikt.

2.2. De vordering is gedateerd op 1 juli 2009 en is namens mr. C.J. Zweers, officier van justitie, afgegeven in de zaak tegen Bloemenoord Holding B.V.

2.3. Pavilion werd op dat moment niet als verdachte aangemerkt, hetgeen ter zitting door de officier van justitie is bevestigd.

2.4. De vordering had betrekking op de volgende gegevens:

- alle bescheiden die betrekking hebben op de cessie door Crossfort Holding B.V. aan Pavilion van de vordering op Boron Estates Holding B.V. van groot € 5.110.812,17;

- de (digitale) financiële administratie van Pavilion over de jaren 1998 tot en met heden,

Blijkens de vordering werd onder administratie verstaan alle inkomende en uitgaande facturen, bankafschriften en overige zakelijke bescheiden/kladaantekeningen.

Volgens de vordering dienden deze gegevens terstond te worden verstrekt.

2.5. De vordering is door de verbalisanten van de FIOD, [verbalisant 1] en [verbalisant 2], overhandigd aan [bestuurder 1], bestuurder van Pavilion.

2.6. [bestuurder 1] heeft vervolgens (een aantal) bescheiden opgezocht en overhandigd en geprobeerd om op de aanwezige server de gevorderde digitale gegevens op te zoeken. Toen dit niet terstond lukte, heeft zij om een termijn gevraagd waarbinnen zij aan de vordering zou voldoen.

2.7. De officier van justitie heeft niet aan dit verzoek willen meewerken. Zij heeft vervolgens besloten dat een doorzoeking ter vastlegging als bedoeld in artikel 125i Sv zou plaatsvinden.

2.8. Hierop heeft de advocaat van Pavilion zich op het standpunt gesteld dat gebruikmaking van de doorzoekingsbevoegdheid i.c. onrechtmatig zou zijn. Voorts heeft hij aangegeven dat kennisneming van de als gevolg van de zoeking vast te leggen gegevens onrechtmatig zou zijn, nu op de server niet alleen de gehele administratie van Pavilion stond, maar ook die van alle andere klaagsters en zich onder die gegevens zich een groot aantal geheimhoudersgegevens bevonden.

2.9. De doorzoeking heeft wel plaatsgevonden. Daarbij zijn de harde schijven van de aanwezige werkstations en een laptop gekopieerd. Omdat bleek dat het maken van een kopie (image) van de server veel tijd zou kosten, is de server in beslag genomen op grond van artikel 96 Sv en is hiervan op een later tijdstip ook een image gemaakt.

2.10 De officier van justitie heeft besloten dat de gekopieerde bestanden verzegeld zouden worden bewaard, onder de voorwaarde dat binnen twee weken na de inbeslagneming een zitting van de beklagrechter of de voorzieningenrechter zou plaatsvinden.

2.11. De server is op 3 juli 2009 teruggegeven aan [bestuurder 1].

2.12. Ter zitting van 8 juli 2009 heeft de officier van justitie toegezegd dat de images verzegeld zouden blijven tot de raadkamer op het onderhavige klaagschrift uitspraak zou hebben gedaan.

3. Standpunten

De raadsman stelt zich primair op het standpunt dat het openbaar ministerie in strijd heeft gehandeld met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit door de hiervoor onder 2.7 bedoelde doorzoeking te verrichten en door de server in beslag te nemen. De doorzoeking en daarmee de vastlegging van de gegevens en de inbeslagneming van de server zijn onrechtmatig.

Hij voert hiertoe onder meer aan dat toepassing van deze ingrijpende bevoegdheid pas mogelijk is als lichtere bevoegdheden niet toereikend zijn of niet geëffectueerd kunnen worden. In onderhavige kwestie was hiervan echter geen sprake.. Het openbaar ministerie had kunnen volstaan met de vordering verstrekking gegevens die was gedaan en waaraan reeds (een begin van) uitvoering werd gegeven. Het verzoek om extra tijd door een termijn te stellen was in de gegeven situatie niet onredelijk. Uit niets blijkt dat er gevaar voor collusie bestond. Het overgaan tot het uitvoeren van een doorzoeking was daarom wegens strijd met het subsidiariteitsbeginsel onrechtmatig, aldus de raadsman.

Ten aanzien van de gestelde strijd met het proportionaliteitsbeginsel heeft de raadsman onder andere aangevoerd dat door de wijze van doorzoeking niet alleen de administratie van Pavilion maar ook die van alle andere op hetzelfde adres gevestigde klaagsters in beslag zijn genomen, terwijl de vordering hier niet op zag.

Ter zitting heeft de raadsman in aanvulling op zijn klaagschrift nog de klacht geformuleerd dat de schriftelijke bescheiden die op vordering zijn uitgeleverd, ter beschikking staan van het openbaar ministerie en dat daarvan is kennis genomen, terwijl de uitlevering van deze bescheiden nooit had mogen worden gevorderd. Verzocht wordt ook de gevolgen van de vordering zoveel mogelijk ongedaan te maken en deze voor het overige onrechtmatig te verklaren.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat volgens de vordering ex artikel 126nd Sv de gevraagde gegevens terstond moesten worden verstrekt. Toen [bestuurder 1] wel fysieke bescheiden verstrekte, maar niet in staat bleek terstond de desbetreffende digitale bestanden te verstrekken en hiervoor een termijn vroeg, ontstond het gevaar dat eventuele digitale bestanden gewist zouden worden.

Voorts heeft zij gesteld dat zij ter plaatse, nadat zij met mr Koops de verstrekte fysieke bescheiden had doorgenomen, het vermoeden had gekregen dat Pavilion de “kassiersfunctie’ van de vennootschappen had overgenomen van Bloemenoord Holding B.V.. De doorzoeking was toen ook nodig, aldus de officier van justitie, omdat uitgebreider onderzoek dan in de vordering stond omschreven zou moeten plaatsvinden in de (digitale) administratie van Pavilion maar ook in die van andere ondernemingen waarvan de administratie zich in de gekopieerde bestanden zou bevinden.

Met betrekking tot de aanvulling op het klaagschrift heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering rechtmatig was.

4. Beoordeling

Het klaagschrift is tijdig ingediend.

De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie in de gegeven situatie zonder voldoende noodzaak is overgegaan tot de doorzoeking ter vastlegging zoals bedoeld in artikel 125i Sv..Het volgende is daartoe redengevend.

Op het moment waarop de officier van justitie besloot tot een doorzoeking ter vastlegging, waren haar reeds de fysieke bescheiden verstrekt waarop het eerste deel van de vordering zag, zijnde de bescheiden met betrekking tot de cessie als voornoemd. Voorts was ook een aantal bankafschriften door [bestuurder 1], namens Pavilion verstrekt. [bestuurder 1] was voorts wel degelijk bereid mee te werken aan de verstrekking van de gevraagde gegevens. Het enkele feit dat zij daarvoor meer tijd vroeg, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om tot de conclusie te komen dat er daardoor een risico zou ontstaan dat de gevraagde gegevens zouden worden weggemaakt. Hiervan is niet gebleken en bovendien is in dit verband ook van belang dat Pavilion geen verdachte was.

Het betoog van de officier van justitie dat ij het doornemen van de aan haar verstrekte bescheiden de noodzaak tot uitgebreider onderzoek was gebleken, passeert de rechtbank nu dit argument voor de doorzoeking pas opkwam nadat de opdracht tot de doorzoeking was gegeven. Bovendien heeft de officier van justitie deze reden voor de doorzoeking op dat moment niet aan [bestuurder 1] en mr Koops medegedeeld, zodat zij daarvan niet op de hoogte waren.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie met het uitvoeren van de doorzoeking in strijd heeft gehandeld met het subsidiariteitsbeginsel.

Nu vast is komen te staan dat de doorzoeking onrechtmatig is geschied, behoeven de overige tegen de doorzoeking aangevoerde klachten geen bespreking meer.

Met betrekking tot de door de advocaat ter zitting aangevoerde klacht dat de vordering ex artikel 126nd Sv onrechtmatig was, is de rechtbank van oordeel dat dit standpunt onvoldoende is onderbouwd om de door de advocaat gewenste conclusie te dragen. Ook overigens is de rechtbank niet gebleken dat de vordering als onrechtmatig moet worden beschouwd. Deze klacht is ongegrond. De gevolgen van de vordering kunnen derhalve in stand blijven.

Het hiervoor overwogene brengt met zich dat het klaagschrift,voorzover gericht tegen de doorzoeking, gegrond dient te worden verklaard. De rechtbank zal de vernietiging gelasten van alle gemaakte images van alle computers en de server die zijn aangetroffen in [adres].

Op grond van het vorenstaande dient met inachtneming van de betrekkelijke wetsartikelen te worden beslist als volgt.

5. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de doorzoeking ter vastlegging onrechtmatig;

- verklaart het klaagschrift in zoverre gegrond;

- gelast vernietiging van alle images die als gevolg van de doorzoeking zijn gemaakt van de computers en de server die zijn aangetroffen aan [adres] te [vestigingsplaats];

- verklaart de aanvulling ter zitting op het klaagschrift ongegrond.

6. Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door:

mr. M.A.E. de Jong-Overtoom, voorzitter,

mrs. A. Eichperger en J. Candido, rechters

in tegenwoordigheid van R. Boekel griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2009.